In de voetsporen van Jezus

 

Door: Franklin ter Horst (Aangemaakt: 24 oktober 2022) (Bijgewerkt: 07-11-2022

 

In de voetsporen van Jezus (deel 1)

 

Nog voordat er aan de Babylonische ballingschap een einde kwam, voorzegden de profeten dat God op een dag uit het ‘Huis van David’ een rechtvaardige Spruit zou verwekken:

 

Jeremia 33:15 “In die dagen en te dien tijde zal Ik aan David een Spruit der gerechtigheid doen ontspruiten, die naar recht en gerechtigheid in het land zal handelen.”

Jesaja 7:14 “Daarom zal de Here zelf u een teken geven: Zie, de jonkvrouw zal zwanger worden en een zoon baren; en zij zal hem de naam Immanuël geven.”

 

Deze Spruit werd ruim 2000 jaar geleden in het land Israël (Eretz Israël) geboren. Hij zou een totale omwenteling teweeg brengen in het religieuze leven van een groot deel van de wereldbevolking. Zijn moeder (de jonkvrouw) was een Joodse vrouw, Mirjam geheten, of Maria, zoals zij later door christenen genoemd zou worden. De Spruit die in het land van de kinderen van Israël geboren zou worden, was van Joodse afkomst. Bovendien is Hij in eerste instantie voor Zijn eigen volk Israël gekomen zoals Matthéüs duidelijk maakt:

 

Matthéüs 1:21 “Zij zal een zoon baren en gij zult Hem de naam Jezus geven. Want Hij is het, die zijn volk zal redden van hun zonden.”

 

Ook Jezus zei Zelf in: Matthéüs 15:24…Ik ben slechts gezonden tot de verloren schapen van het huis Israëls”.

 

Hij kreeg de naam Yeshua, of zoals de christenen Hem noemen: Jezus. Hij was een wettige erfgenaam van koning David en zou, als het koningschap in de toekomst hersteld zou worden, aanspraak kunnen maken op de troon. Vanuit het hele land kwamen mensen naar Hem toe om naar Hem te luisteren of om genezing te ontvangen. De Farizeeën constateerden met verbijstering:

 

Johannes 12:19 “…en zeiden tot elkander: Gij ziet voor uw ogen, dat gij niets bereikt; zie, de gehele wereld loopt Hem na.

 

In het Heilige Land waar Jezus is geboren, heeft God zich herhaaldelijk geopenbaard en de mensheid getoond hoe zij aan de hand van zijn geboden moest leven. Waarom God juist dit land uitverkoos als het ‘Uitverkoren Land’ en Jeruzalem als Zijn stad, is Zijn geheim, kan door niemand echt doorgrond worden. Jeruzalem is de enige stad ter wereld die God "Mijn stad" heeft genoemd.

 

De stad werd gekozen om een eeuwige en goddelijke waarheid te vertegenwoordigen en Gods licht aan deze wereld over te dragen. Jeruzalem is de stad waar Jezus leefde en predikte, waar Hij stierf aan het kruis, werd begraven en verrees uit het graf. Jeruzalem is de stad waarheen Hij straks zal wederkeren om Zich te zetten aan de rechterhand van God de Vader. Psalm 132 onderstreept de unieke en belangrijke rol die de stad in het godsdienstige leven van de kinderen van Israël vervulde.

Psalm132: 13-14 “Want de Here heeft Sion verkoren, Hij heeft het Zich ter woning begeerd: Dit is Mijn rustplaats voor immer, hier zal Ik wonen, want haar heb Ik begeerd.”

De stad werd niet gekozen tot hoofdstad van de natie vanwege haar geweldige ligging want de plaats waarop de stad gebouwd werd, had op de Gihon-bron na geen enkel natuurlijk voordeel. Ze lag niet op een belangrijk kruispunt, of zelfs aan een belangrijke handelsroute. De belangrijkste handelsroutes liepen in de oudheid ten oosten of ten westen van de stad. In het oosten verbond de "Koningsweg" Arabië met Damascus, in het westen verbond de "Weg van de Zee" Egypte met Damascus, Mesopotamië en Klein-Azië. De genoemde Gihon-bron lag oorspronkelijk buiten de stadsmuren.

Gihon-bron

Koning Hizkia zag dat dit een ernstige bedreiging was voor de veiligheid en het voortbestaan van Jeruzalem. Hij bedacht hiervoor een oplossing die ingenieurs sindsdien versteld heeft doen staan. Hij liet een 533 meter lange tunnel uithakken uit de harde rots die het water van de Gihon de stad in bracht, naar de vijver van Siloam.

Nee, Jeruzalem werd geen hoofdstad van de natie vanwege haar economische ligging, maar omdat God haar op die plaats verkoos. Daarom is Jeruzalem uniek onder de steden van de wereld, maar ook maakt het haar tot een voortdurend brandpunt van botsende volken en religieuze belangen. Achter alle strijd en verwoesting gaan geestelijke machten schuil die vastbesloten zijn Gods eeuwige bedoeling en roeping te vernietigen. De geschiedenis van Jeruzalem is daarom een geschiedenis van strijd. Haar verhaal is het verhaal van triomf en succes, van lijden en smart. Haar geschiedenis is treffend samengevat in een oud Joods gezegde. Tien maten van lijden zijn door God naar de wereld gezonden, en negen van de tien vielen op Jeruzalem.

Psalm 137:5-6 “Indien ik u vergete, o Jeruzalem, zo vergete mij mijn rechterhand; mijn tong kleve aan mijn verhemelte, als ik uwer gedenk, als ik Jeruzalem niet verhef boven mijn hoogste vreugde.”

Hierin klinkt de diepe emotie door van het Joodse volk in tijden dat ze gedwongen buiten de grenzen van Israël en hun geliefde stad Jeruzalem moesten leven. Hoe mooi is het om vanaf de Olijfberg Jeruzalem te zien liggen en de door de islam bezette Tempelberg.

Misschien wilde God symboliseren dat Hij, hoewel verborgen, de Heerser is over alle leven, het brandpunt van licht en rust, te midden van de verwarring der tijd en in weerwil van al de natuurlijke problemen waarvan de mensheid niet weet hoe ze te overwinnen. Op deze manier wordt het Heilige Land voor ons allen zowel voorbeeld als gelijkenis, en de roep om vrede-Sjalom, een wezenlijke oproep is uit het verre verleden die ook in deze tijd van dreigende oorlogen met mogelijk zelfs de inzet van atoomwapens, niet kan worden genegeerd.

 

Men kan zich het land Israël en de stad Jeruzalem niet zonder Jezus voorstellen. De evangelist Lucas, die een uit een ander volk geboren vreemdeling was, besefte eerder en duidelijker dan de andere evangelisten dat Jeruzalem het einddoel van Jezus zou worden. Zijn intrede in de heilige Stad op Palmzondag wordt door Lucas beschreven als het aanbreken van de tijd van de Messias; de menigte verheugt zich en zij zeiden:

 

Lucas 19:38 “Gezegend Hij, die komt, de Koning, in de naam des Heren; in de hemel vrede en ere in de hoogste hemelen.”

 

Het ging de evangelisten niet om het samenstellen van een historische biografie volgens moderne opvatting: zij bepaalden zich tot de persoonlijkheid van Jezus. Zoals soms gebeurt wanneer het gaat om iemand die men liefheeft, werden Jezus’ woorden en daden onuitwisbaar in het geheugen van de schrijvers van de evangeliën gegrift. Elk van de evangelisten ziet Hem met andere ogen. Het leven van Jezus is niet los te zien van de geschiedenis van Israël. Opgravingen in Israël laten een goed beeld zien waartegen Zijn leven zich afspeelde. De archeologische vondsten leveren het bewijs dat de gebeurtenissen zoals in zowel het Oude als het Nieuwe Testament zijn beschreven, feitelijkheden zijn zoals dat in de tijd van Jezus’ kruisiging, Israël bezet was door de Romeinen en ook hoe mooi het land was met zijn overvloedige vruchtbaarheid te midden van droogte. Dit natuurverschijnsel vormt de achtergrond van de woorden van Jezus:

 

Matthéüs 6: 28-29En wat zijt gij bezorgd over kleding? Let op de leliën des velds, hoe zij groeien: zij arbeiden niet en spinnen niet; en Ik zeg u, dat zelfs Salomo in al zijn heerlijkheid niet bekleed was als een van deze.

 

In de voetsporen van Jezus (deel 2)

 

Toeristen die ooit het prachtige Israël hebben bezocht, kunnen beamen hoe indrukwekkend dit land is wat door God is uitverkoren. Jesaja zei het al:

 

Jesaja 60:3 “Volken zullen opgaan naar uw licht en koningen naar uw stralende opgang.

 

De omgeving in Galilea waar Jezus redetwiste met de Schriftgeleerden is vandaag nog steeds dezelfde als toen. Het was in Nazareth dat een gebeurtenis plaatshad die we alleen maar met de grootste eerbied kunnen benaderen. Lucas, wars van iedere sensatie, geeft een prachtig verslag van wat hier gebeurde. Zie Lucas 1:26-38. Hier wordt aangekondigd dat Maria zwanger zal worden en een zoon ter wereld zal brengen die zij de naam Jezus moet geven. Hij zal groot zijn en de Zoon van de Allerhoogste genoemd worden. God de Heer zal Hem de troon van zijn vader David schenken en Hij zal in eeuwigheid Koning zijn over het huis van Jacob en aan Zijn Koningschap zal nooit een einde komen. In het geval van Maria kondigt de engel aan dat zij is uitverkoren de Messias te baren. 

Daar familietraditie en het bijhouden van de geslachten in de Joodse leer een belangrijke rol spelen, kan worden aangenomen dat Jozefs afstamming van David een historisch feit is. Van Jezus’ geboorte, ongeveer in 7 v.Chr., wordt door Lucas verslag gedaan. Hij vertelt dat er in opdracht van keizer Augustus, een volkstelling gehouden moest worden in heel zijn rijk en dat iedereen op reis ging naar zijn eigen stad om zich te laten inschrijven. Ook Jozef trok op en omdat hij behoorde tot het huis en geslacht van David, ging hij vanuit de stad Nazareth naar Bethlehem, om zich te laten inschrijven, samen met Maria, die zwanger was.

Bethlehem, met op de achtergrond Jordanië.

Terwijl zij in Bethlehem verbleven brak het uur aan waarop zij moeder zou worden; zij bracht een zoon ter wereld, haar eerstgeborene, wikkelde Hem in doeken en legde Hem neer in een kribbe, omdat er voor Hem geen plaats was in de herberg’. Lucas 2:1-7). De met historische commentaren ingeleide tekst maakt bijna de indruk van een officieel document waarin een geboorte, naar de gewoonte van die tijd, aan de ermee samenvallende gebeurtenissen wordt gekoppeld en op deze wijze bevestigd. Hieruit kunnen wij de belangrijke gevolgtrekking maken dat Jezus wel degelijk bestaan heeft. Bovendien laat het ons de- aanvankelijk zo onbelangrijk lijkende gebeurtenis zien tegen de achtergrond van de wereldgeschiedenis.

Er wordt gesproken over de Romeinse keizer, en dit herinnert ons eraan dat Israël vanaf 63 v.Chr. tot het Romeinse rijk behoorde en deel uitmaakte van de provincie Syrië, hoewel de joden, aan wie speciale voorrechten waren verleend, hun eigen zaken mochten regelen. Bijzonder dat Augustus en Jezus tijdgenoten waren -toeval of voorbestemming? Augustus was niet zo maar een heerser. Na de politieke en sociale stormen die aan zijn heerschappij waren voorafgegaan, zag de wereld hem als de verpersoonlijking van de hoop op vrede, als een verlosser. Hij werd de heerser over de wereld genoemd. Vele jaren na zijn dood noemde de grote Alexandrijnse jood Philo hem’ de opperste weldoener’. Hij was de held die het onheil afwende, omdat hij de Helleense wereld wist te overwinnen welke veel gemeen had met de barbaren. Ook Israël kreeg met de Helleense cultuur te maken in de persoon van Antiochus IV Epiphanes.

Antiochus IV Epiphanes

Epiphanes betekent “verheerlijkte’, al werd hij achter zijn rug Epimanes genoemd; “waanzinnige”. Tijdens zijn schrikbewind van 3½ jaar (!) over Jeruzalem, liet hij een altaar voor de Griekse god Zeus (Jupiter bij de Romeinen) in de tempel plaatsen. Ook werd het leven vanuit het Wetboek van Mozes (de Torah) strafbaar gesteld en voor het bezit ervan, kon men de doodstraf krijgen. Alle vindbare exemplaren werden vernietigd. Voorts werd de Joodse offercultus verboden. In de Tempel werden varkens geslacht en in de heilige zalen hadden de heidenen gemeenschap met vrouwen. De Joden die zich tegen deze terreur verzetten werden op gruwelijke wijze gemarteld. Bovendien maakte Epiphanus zich meester van de tempelschatten. Zijn tirannie eindigde in 164 v. Chr., na een opstand onder leiding van de familie der Makkabeeën. Hij stierf als een waanzinnige. Een verslag van deze opstand en de daarop volgende onafhankelijkheidsstrijd is te vinden in de boeken van de Makkabeeën. De Tempel werd ontdaan van alle Hellenistische attributen en opnieuw ingewijd. Deze gebeurtenis wordt tot op de dag van vandaag gevierd tijdens het Chanoekafeest.

Augustus verbrak de boeien die de mensheid lange tijd gevangen hielden. Augustus was natuurlijk geen echter verlosser, die was net geboren. Hierin is een parallel te zien met onze tijd. Ook nu wordt de wereld geconfronteerd met politieke en sociale stormen die zullen leiden tot chaos waardoor de wereld zal schreeuwen om een verlosser die de wereld moet verlossen van alle onrecht. Maar deze verlosser zal niet Jezus zijn:

Johannes 5:43Ik ben gekomen in de naam mijns Vaders en gij neemt Mij niet aan; indien een ander komt in zijn eigen naam, die zult gij aannemen.”

Augustus was het die de steden bevrijdde, die orde schiep in de chaos (zoals de antichrist in eerste instantie zal doen); hij was de houder van de vrede die ieder gaf wat hem toekwam. Zijn grote tegenhanger was Jezus. Het was geen toeval dat Augustus en Jezus tijdgenoten waren; zij waren de vertegenwoordigers van twee verschillende geestelijke werelden.

Zoals gezegd was de onmiddellijke aanleiding voor de reis van Maria en Jozef naar Bethlehem de volkstelling. Bethlehem vormt ook het toneel van het verhaal van Ruth, die de stammoeder werd van David, die in dit dorp werd geboren. De profeet Micha kondigt in geheimzinnige bewoordingen-die men altijd heeft uitgelegd als betrekking hebbend op Jezus- de komst aan van één die zal heersen in de laatste dagen:

Micha 5:1 “En gij, Betlehem Efrata, al zijt gij klein onder de geslachten van Juda, uit u zal Mij voortkomen die een heerser zal zijn over Israël en wiens oorsprong is van ouds, van de dagen der eeuwigheid.

Het onopgesmukte, sobere verslag van Lucas over de eerste dagen van Jezus’ leven werd zonder bijbedoelingen geschreven en is zo goed als zeker op feiten gebaseerd. Eeuwen lang heeft de kerk het volk voorgespiegeld dat Jezus op 25 december geboren is. Bijbels gezien is dat echter totaal niet aantoonbaar. Jezus, zal in geen geval in de koude wintermaand december in Bethlehem geboren zijn terwijl de herders buiten in het veld lagen met hun schapen. In Israël lieten de herders hun schapen nooit buiten in het open veld na oktober en voor februari - het weer was dan regenachtig en erg koud. Velen geloven dat Jezus rond het Loofhuttenfeest geboren moet zijn. In die tijd lagen de herders nog wel in het veld. De herders hielden hun kudden in de vruchtbare velden rondom Bethlehem toen een engel verscheen door wie Gods stem tot hen kwam:

Lucas 2:10-11En de engel zeide tot hen: Weest niet bevreesd, want zie, ik verkondig u grote blijdschap, die heel het volk zal ten deel vallen: U is heden de Heiland geboren, namelijk Christus, de Here, in de stad van David.”

Lucas maakt melding van twee belangrijke gebeurtenissen: ‘Nadat de acht dagen voorbij waren en men Hem moest besnijden, ontving Hij de naam Jezus, zoals Hij door de engel was genoemd voordat Hij in de moederschoot was ontvangen. Toen de tijd aanbrak waarop zij volgens de Wet van Mozes gereinigd moest worden, brachten zij het Kind naar Jeruzalem om het aan de Heer op te dragen, volgens het voorschrift van de Wet des Heren.

In de voetsporen van Jezus (deel 3)

Jezus, kreeg de naam die God voor hem gekozen had. Jozef en Maria en Jezus keerden om onduidelijke redenen-niet meteen terug naar Nazareth, maar bleven nog enige tijd in Bethlehem. Het beroemde verhaal over de wijzen uit het Oosten hoort ook bij deze periode: 

Matthéüs 2:1-3 “Toen nu Jezus geboren was te Bethlehem in Judea, in de dagen van koning Herodes, zie, wijzen uit het Oosten kwamen te Jeruzalem, en vroegen: Waar is de Koning der Joden, die geboren is? Want wij hebben zijn ster in het Oosten gezien en wij zijn gekomen om Hem hulde te bewijzen. Toen koning Herodes hiervan hoorde, ontstelde hij en geheel Jeruzalem met hem”.

Herodus vroeg de hogepriesters en Schriftgeleerden van het volk waar de Messias geboren zou kunnen zijn en kreeg tot antwoord: in Bethlehem. Dus zond de koning de wijzen daarheen met de opdracht hem te berichten wat zij er zouden vinden:

Matthéüs 2:9-11 “Zij hoorden de koning aan en reisden weg; en zie, de ster, die zij hadden gezien in het Oosten, ging hun voor, totdat zij kwam en stond boven de plaats, waar het kind was. Toen zij de ster zagen, verheugden zij zich met zeer grote vreugde. En zij gingen het huis binnen en zagen het kind met Maria, zijn moeder, en zij vielen neder en bewezen hem hulde. En zij ontsloten hun kostbaarheden en boden hem geschenken aan: goud en wierook en mirre.

Dit verhaal moet gezien worden als onderdeel van de ceremoniële gelukwensen die volgen op een geboorte; in dit geval wordt een koning gelukgewenst door zijn onderdanen, waardoor de begroeting een eerbetoon wordt en het aanbieden van geschenken een onderdeel is van de traditie. Matthéüs maakt van deze gang van zaken gebruik door aan te geven dat er al verdeeldheid over Jezus bestond ten tijde van zijn geboorte: de armen, verworpenen en heidenen aanvaarden hem, door zijn eigen volk wordt hij afgewezen. Het bestaan van wijzen en hun aanwezigheid staan historisch vast, maar er bestaan geen bijzonderheden over wat zich heeft afgespeeld: dit geheim heeft God niet onthuld. Van het begin af aan is de mensheid echter gefascineerd geweest door de wijzen, die zonder vertoon als eenvoudige pelgrims verschenen.

Bij Lucas wordt het verhaal van de geboorte gedomineerd door de figuur van Augustus; bij Matthéüs is het de figuur Herodes die het verslag over het bezoek van de wijzen beheerst. En dit doet de vraag rijzen: Herodus en Jezus-toeval of voorbestemming? Een grotere tegenstelling is nauwelijks denkbaar. Herodus was wreed en gewetenloos en hechte geen waarde aan mensenlevens: hij liet tijdens zijn bewind duizenden mensen executeren.

Jerusalem travel - Lonely Planet | Middle EastGedurende een periode van veertig jaar werd de Joodse geschiedenis beheerst door Herodes de Grote. Hij werd als zoon van de Edumeeër Antipater omstreeks 73 voor Christus geboren en kreeg in 47 voor Christus het burgerschap van Rome. Zijn vader stelde hem aan tot militair gouverneur van Galilea met de taak het gebied te zuiveren van terroristen. In 40 voor Christus verleende de Romein Antonius hem de alleenheerschappij over Galilea en gaf hem de beschikking over een Romeinse strijdmacht om het gebied in 37 voor Christus in bezit te nemen.

Uit de tijd van Herodes stammen prachtige forten en paleizen net als koning Salomo gedaan had. Zo bouwde hij een paleis voor zichzelf in Caesarea, een amfitheater, een Hippodroom een aquaduct en liet hij de haven van Caesarea aanleggen. Deze kustplaats werd door Herodes’ bouwactiviteiten het grote centrum van het oostelijk deel van het Romeinse Rijk. Ook bouwde hij voor zichzelf een winterpaleis bij Jericho en versterkte hij diverse burchten waaronder Massada aan de Dode Zee en de burcht Antonia in Jeruzalem. Deze burcht lag naast de tempel om bij rellen op het tempelplein snel te kunnen ingrijpen. Herodes’ meest belangrijke bouwwerk betrof echter de Tempel in Jeruzalem.

De Tempel de die ballingen uit Babylon vijf eeuwen eerder had laten bouwen was weliswaar zo’n honderd jaar voor de tijd van Herodes nog eens opgeknapt, maar was desondanks een bescheiden bouwwerk gebleven. Herodes was niet van Joodse afkomst, maar een Edomiet (nakomeling van Ezau) een Edumeeër, die door de partij der Herodianen als messias werd vereerd. Herodes werd als vazalkoning van de Romeinen in 39 voor Chr. in de tempel van Jupiter in Rome tot Koning der Joden gekroond. Hij werd ‘koning der Joden’, en was dus iemand, die zich Jood noemde maar het niet was. Hij liet een groot aantal weerloze kinderen doden, in de hoop daarbij tevens de hem aangekondigde ware “Koning van Israël” uit te schakelen

Hij voelde in deze rol als ‘koning der Joden’ behoefte zijn banden met het Jodendom op indrukwekkende wijze te demonstreren door middel van het vernieuwen van de Tempel waarin een weelde ten toon werd gespreid die zelfs Salomo zich niet had kunnen voorstellen. Voor de Tempelconstructie liet hij de beste architecten uit Fenicië komen. Bij de bouw waren 10.000 man ingeschakeld. Herodes had 1000 priesters tot timmerman en metselaar laten opleiden om het Allerheiligste op te trekken en af te werken, want de Joodse wetten stonden niet toe dat ongewijde handen het materiaal zouden beroeren. Wat zij deden werd door gordijnen aan onbescheiden blikken onttrokken. Het Allerheiligste werd in achttien maanden voltooid, maar het hele tempelcomplex vergde tachtig jaar. De bouw duurde tot 64 na Christus. Ondanks Herodes’ inspanningen waarin hij toonde respect te hebben voor de godsdienstige tradities van het Joodse volk dat hij regeerde, bleef hij in de ogen van het volk een gehate vreemdeling.

De Tempel werd in 10 voor Christus ingewijd. Daarbij liet Herodes een schild met een afbeelding van een Romeinse adelaar boven de ingang van de tempel bevestigen. Het voor het Joodse volk meest heilige gebouw droeg hierdoor het symbool van de Romeinse overheersing, wat door hen niet alleen als een vernedering werd ervaren, maar ook als godslastering omdat de Tien geboden het maken van afbeeldingen van mens en dier verbieden. De inwijding ging gepaard met grootse plechtigheden waarbij Herodes een brandoffer bracht van 300 ossen. Na zijn dood in (4 v.Chr.) werd de rest van het Tempelcomplex verder verfraaid en bebouwd. Zijn verheven pracht vond haar hoogtepunt in 63 n. Chr. Het was één van de grootste en mooiste gebouwencomplexen van de oudheid geworden.

Reconstructie Tempel Herodes in Jeruzalem

Als Edomiet slaagde Herodes er door middel van intriges in om te trouwen met de Joodse Hasmonese prinses Mariamne - haar naam wordt ook wel gespeld als Mariamme - die hem verafschuwde. Dat was trouwens niet zijn enige vrouw want hij had er minstens tien, bij wie hij veel zonen en dochters kreeg. Hij was zo waanzinnig jaloers op zijn Mariamne dat hij haar vermoorde. Hij had echter nog veel meer gruwelijkheden op zijn kerfstok. Zo liet hij onder andere ook drie van zijn eigen vijf zoons vermoordden, de broer van zijn vrouw, zijn schoonmoeder, 45 leden van de Joodse Hoge Raad (het Sanhedrin) omdat die een plan van hem tegenwerkten. Ook liet hij talloze anderen vermoorden. Hij werd zo gehaat dat hij zich nergens meer veilig voelde. Hij wantrouwde iedereen die een gevaar voor hem kon zijn en was constant op zijn hoede voor een mogelijke staatsgreep. Veel Joden in hoge posities kwamen vroeg of laat onder verdenking te staan, meestal onterecht. Er werd in die tijd gezegd: ‘Bij Herodes kun je beter zijn zwijn zijn dan zijn zoon’.

Het was Herodes die de wijzen uit het Oosten ontving, die zeiden dat de Koning der Joden (Jezus) was geboren waarna hij een onderzoek intstelde. Hij verzocht de wijzen hem te berichten waar het Koninklijke kind in Bethlehem te vinden was, opdat ook hij het zou kunnen huldigen. De wijzen ontvingen echter in een droom een goddelijke aanwijzing om hier geen gevolg aan te geven. (Matth. 2:12).

Herodus was een ongelukkig mens die veel leed onder innerlijke tegenstrijdigheden en nooit vrede met zichzelf had. Dit verklaart zijn grote achterdocht jegens zijn eigen familie en zijn onderdanen: hij placht zich ’s avonds te vermommen en hen te bespioneren. Wanneer hij zich door iemand bedreigd voelde liet hij die per direct executeren. Wat betreft de geboorte van Jezus zond hij mannen uit en liet in Bethlehem en heel het gebied daarvan al de jongens vermoorden van twee jaar en jonger’:

Matthéüs 2:16 “Toen Herodes zag, dat hij door de wijzen misleid was, ontstak hij in hevige toorn en zond bevel om in Bethlehem en het gehele gebied daarvan al de jongens van twee jaar oud en daar beneden om te brengen, in overeenstemming met de tijd, die hij bij de wijzen had uitgevorst.”

Daarna citeert Matthéüs de profeet Jeremia: Een klacht werd in Rama gehoord, geween en luid gejammer: Rachel, wenend om haar kinderen, wil niet getroost worden, omdat zij niet meer zijn’(Matt:2:18). Hij zinspeelt op het van voor die tijd daterende graf van Rachel waar de stammoeder werd vereerd als de voogdes van alle moeders. De historische implicaties van deze woorden hadden niet duidelijker kunnen zijn. Maar de Heilige Familie had tevoren een waarschuwing ontvangen: Jozef hoorde in een droom de stem van God via de mond van een engel die zegt:

Matthéüs 2:13 “Sta op, neem het kind en zijn moeder en vlucht naar Egypte, en blijf aldaar, totdat Ik het u zeg; want Herodes zal alles in het werk stellen om het kind om te brengen.”

Jozef en Maria waren echter met Jezus gevlucht naar Egypte en pas na Herodes’ dood uit Egypte teruggekeerd. Egypte, dat rechtsreeks vanuit Rome werd bestuurd, was al lange tijd een erkende wijkplaats. Er bevonden zich talrijke joodse gemeenschappen, sommige van flinke omvang. Het moet een uiterst moeizame tocht zijn geweest, daar de vluchtelingen immers de woestijnen de Negev en de Sinaï moesten doortrekken. Kort na de kindermoord in Bethlehem stierf Herodes in 4 v. Chr. Zijn sterfdag werd een feestdag, de Joden waren blij van hem verlost te zijn. Hij werd begraven in het Herodium.

Herodium

Vervolg wordt aan gewerkt

Jezus komt

Franklin ter Horst

E-mail: Hijkomt@hetnet.nl

Terug naar: Inhoud