Historische vondsten bevestigen de Bijbel
Door: Franklin ter Horst (Aangemaakt 23
juli 2007) (Bijgewerkt: 25 oktober 2008)
Ondanks de talrijke historische vondsten, blijft de internationale anti-Israël lobby Israël’s claim op het land afwijzen en blijven zelfs geleerden zeer sceptisch ten aanzien van de historische betrouwbaarheid van het Oude Testament en stellen dat het merendeel van de Bijbelse verhalen bestaan uit verzinsels. Zo zouden de Israëlieten nooit in Egypte zijn geweest en de verhalen over Mozes, Jozua, Salomo en koning David niets anders zijn dan sprookjes. De wetenschappers accepteren slechts een minimum aan historische feiten. Wat erger is is dat in toenemende mate ook de diverse heren op de kansel de geschiedenis van Israël in twijfel trekken. De waarheid is dat praktisch iedere vierkante meter grond en bijna iedere steen in Israël, het verhaal verteld van Israël’s meer dan 3000 jaar oude Bijbelse geschiedenis in het door God toegewezen Heilige Land. De grote internationale anti-Israël lobby wil dat graag anders zien, maar de feiten liegen niet. Niet alleen in Israël worden bewijzen gevonden van hun aanwezigheid in het aloude thuisland, maar ook in het oude Mesopotamië waar de dageraad lag van de menselijke geschiedenis en het begin van de grote beschavingen van na de Zondvloed. Meer dan 3000 jaar lang bloeiden hier verschillende beschavingen en kreeg de wereld van de Bijbel er voor een deel zijn gestalte. De meeste Mesopotamische heersers richten hun begerige blikken op de landen in het Nabije- Oosten waaronder ook op Israël. Zo rukte in het negende regeringsjaar van Sedekia (587 v. Chr) de koning van Juda, de Babylonische koning Nebukadnezar met zijn hele leger op tegen Jeruzalem.Hij belegerde de stad en bouwde er een belegeringswal omheen. Jeruzalem werd achttien maanden lang, tot de zomer van 587 belegerd en werden Jeruzalem en de Tempel volledig door de Babyloniërs in de as gelegd.
De assyrioloog Michael Jursa heeft in het Britisch Museum in Londen een kleitablet ontcijferd, met daarop een tekst die gaat over een Bijbelse figuur uit het boek Jeremia. Jursa noemde dit de meest spectaculaire ontdekking van de laatste honderd jaar. Hij vond op het kleitablet uit Sippar, gedateerd in het tiende jaar van koning Nebukadnezar, de naam (Nabu-sharrussu-ukin),Nebo-Sarsekim, in de Bijbel (Jeremia 39:3) aangeduid als Nebusazban. Deze persoon is één van de Babylonische legeraanvoerders die betrokken was bij de belegering van Jeruzalem in 587 v. Chr, toen de Babyloniërs de stad innamen. Zie voor meer informatie: http://www.timesonline.co.uk/tol/comment/faith/article2056362.ece
Het kleitablet met daarop de
naam Nabu-sharrussu-ukin (Nebusazban,
Jeremia 39:3).
De letterlijke tekst op dit tablet is als volgt:
(Betreft) 1,5 minas (0,75 kg) van goud, het bezit van Nabu-sharrussu-ukin, de belangrijkste eunuch, dat hij via Arad-Banitu eunuch verzond naar (de tempel) Esangila: Arad-Banitu heeft (het) aan Esangila geleverd.In aanwezigheid van Belusat, zoon van Alpaya, de koninklijke lijfwacht, (en van) Nadin, zoon van Marduk-zer-ibni. Maand XI, dag 18, jaar 10 (van) Nebuchadnezzar, koning van Babylon.
Het Britisch Museum bezit 130.000 kleitabletten die het verhaal vertellen over de geschiedenis van de oude Mesopotamische volken. Zowel bij opgravingen ten zuiden van Bagdad als ook in Ninevé zijn in totaal meer dan 60.000 kleitabletten gevonden die nog maar gedeeltelijk zijn vertaald. Spijkerschrift op kleitabletten zijn de oudste vorm van schrift en werd reeds gehanteerd vóór de Zondvloed. Deze tabletten hebben een duidelijk beeld gegeven van de tijd die uit de eerste hoofdstukken van Genesis bekend zijn. Volgens amateur archeoloog P.J.Wiseman zijn deze verhalen geschreven door de aartsvaders die rechtstreeks bij de vermelde gebeurtenissen betrokken waren en wier namen duidelijk op de tabletten vermeld staan waaronder die van Noach. Voor meer informatie klik op: http://www.biblemysteries.com/library/genesis.htm Deze verhalen stammen dus uit de eerste hand en zijn niet beïnvloed door een mengelmoes van mythologische voorstellingen zoals men die aantreft in diverse andere overleveringen.
In een afvoerkanaal in Jeruzalem uit de tijd van het Nieuwe Testament, is een munt van een halve shekel aangetroffen. Munten van deze waarde werden gebruikt om de tempelbelasting te betalen (Mat. 17:24-27) Hat gaat om een zilveren munt die in 22 n.Chr in Tyrus geslagen is. http://www.antiquities.org.il/article_Item_eng.asp?sec_id=25&subj_id=240&id=1353&module_id=#as
Zilveren munt uit de tijd van
Jezus
In wat genoemd wordt de “Oude Stad van David” zijn Israëlische archeologen bij opgravingen gestoten op het paleis van koning David. De befaamde Israëlische archeologe Dr.Eilat Mazar van de Hebreeuwse Universiteit in Jeruzalem zegt er zeker van te zijn dat zij het paleis van Koning David heeft ontdekt. Het gaat om een belangrijke ontdekking omdat er maar weinig harde bewijzen uit de tijd van koning David voorhanden zijn, aldus archeoloog Gabriel Barkay van de Bar-Ilan Universiteit (Ramat Gan). Met verschillende Bijbelboeken als gids; heeft Mazar in de “Oude stad van David” een groot gebouw ontdekt uit de 10e eeuw voor Christus. In een deel van de fundamenten van het gebouw heeft men aardewerk uit de 10e tot de 9e eeuw voor Christus gevonden, uit de tijd van het koninkrijk van Israël.Ook is er een tablet gevonden uit de tijd van koning Salomo. Het kleitablet handelt over de donatie van drie sjekel zilver voor het huis van Jahweh.
(*)In de buurt van een bronhuis in de oude stad van David, hebben de archelogen Eli Shukrun en Rony Reich van de Israëlische Autoriteit voor Oudheden, de oudste, tot nu toe in Jeruzalem gevonden, kleitabletten ontdekt. Het gaat om maar liefst 170 tabletten die stammen uit de 9e eeuw voor Chr en laten zien dat er een drukke handelsrelatie bestond tussen Jeruzalem en het Noorden van het land tot aan Fenicië in het huidige Libanon toe. De tabletten die stammen uit de tijd van vlak na de heerschappij van de koningen David en Salomo, zijn voorzien van een Fenicisch schip, vissen en figuren en dienden voor het vastleggen van handelsverdragen.(*) Bron: Nieuws uit Israël, Nr.7-Juli 2007.
Bij opgravingen in Jeruzalem is aardewerk aangetroffen uit de tijd van de tempel van Salomo. Volgens onderzoekers van Israel Antiquities Authority, kan de vondst meer inzicht geven in het bepalen van de omvang van Salomo’s tempel. Voor meer informatie zie: http://www.antiquities.org.il/article_Item_eng.asp?sec_id=25&subj_id=240&id=1282&module_id=#as
Archeologische vondst uit
tijd Salomo’s tempel
Turkije bezit een oud tablet uit de tijd van koning Hizkia. Dit tablet is in Jeruzalem gevonden ten tijde van de Ottomaanse overheersing van het Beloofde Land. Het 2700 jaar oude tablet beschrijft de constructie van een watertunnel in Jeruzalem. Deze tunnel redde ooit de hele bevolking van Jeruzalem. De Israëlische geograaf Amos Frumkin meldde enige tijd geleden in het tijdschrift Nature dat de tunnel rond 700 v. Chr gebouwd moet zijn. Koning Hizkia liet deze tunnel in de harde rotsen uithakken om de watertoevoer naar de stad Jeruzalem veilig te stellen tegen het binnenvallende leger van de Assyrische koning Sanherib. (2 Koningen 19 en 2 Kronieken 32).Hizkia deed dit door het water van de Gihonbron te kanaliseren naar de vijver van Siloam. De bron lag buiten de stadsmuur en de vijver van Siloam lag er binnen. De doorgang werd afgesloten en zo aan het oog van de Assyriërs onttrokken. Het Assyrische leger slaagde er niet in de stad in te nemen, want God zond Zijn engel, die 185.000 Assyriërs doodde, zodat Sanherib gedwongen was zich terug te trekken. (Jesaja 37:36) De tunnel is 533 meter lang en heeft de vorm van een S. De werklieden begonnen ieder aan een kant te hakken en leverden een ongelooflijke prestatie door elkaar halverwege te ontmoeten met niet meer dan één meter verschil. De arbeiders beitelden een inscriptie op de plaats waar zij elkaar ontmoetten. Deze inscriptie is in 1880 gevonden, geschreven in het oud-Hebreeuws, en ligt thans in een museum in Istanboel. Bij de Gihonbron werd Salomo tot koning over Israël gezalfd.
De door koning Hizkia aangelegde tunnel.
De Israëlische hoogleraar archeologie Ehud Netzer heeft na een speurtocht van meer dan dertig jaar, het graf van koning Herodus de Grote gevonden, de vazalkoning van de Romeinen in Judea die heerste ten tijde van de geboorte van Jezus. Het graf is gevonden in het Herodium, een afgevlakte heuveltop even ten zuiden van Jeruzalem. Leidraad voor de lange zoektocht vormde de geschriften van de Joodse historicus Flavius Josephus. Josephus meldde dat Herodus in Jericho was gestorven maar in het Herodium was begraven. Herodus had deze plek in de woestijn van Judea uitgekozen als monument ter meerdere glorie van zichzelf. Netzer zegt dat er geen beenderen zijn gevonden maar de plek van de (vergruizelde) sarcofaag en de ornamenten wijzen er volgens hem op dat het om het graf van Herodus moet gaan. Hoewel Netzer zeker van zijn zaak zegt te zijn, houdt hij nog een slag om de arm omdat er volgens hem ‘altijd mensen zullen zijn die zullen bestrijden dat het om het graf van Herodus gaat’. Een woordvoerder van de Palestijnse Autoriteit noemde de bekendmaking ongefundeerde propaganda. “Wij waarschuwen Israël deze beweerde ontdekking niet te gebruiken voor politieke en ideologische doelen. De Israëlische bekendmaking is onderdeel van een Israëlisch offensief de regio van Bethlehem te claimen als hun eigendom” zo sprak de woordvoerder in een interview met de Jerusalem Post. Iedere door Israël gedane vondst wordt door het PA-regiem onmiddellijk als een politiek gemotiveerde valse claim uitgelegd. Zij claimen alle vondsten als hun eigendom, zo zou ook het Herodium deel uit maken van hun culturele, historische en spirituele erfgoed. Er bestaat echter geen enkel boek dat de geschiedenis behandelt van een Palestijns volk of een andere weergave van een bestaande Palestijnse cultuur.
Herodes de Grote bouwde de woestijnvesting het Herodium in het jaar 37 v. Chr. Dit verbazingwekkende complex, dat sterk doet denken aan de krater van een vulkaan, werd uitvoerig beschreven door de Joodse geschiedschrijver Josephus Flavius in zijn Joodse Oorlogen.
Herodium
Herodus bouwde cirkelvormige torens rondom de top en vulde de overgebleven ruimte met prachtige paleizen. Hij liet een kolossale hoeveelheid water vanaf grote afstand aanvoeren en bouwde een toegangsweg van tweehonderd treden van het witste marmer. Als getuigenis van deze beschrijving kunnen overblijfselen van de vertrekken met zuilenrijen en met fresco’s beschilderde muren nog worden gezien. Een badhuis in klassieke Romeinse stijl, een van de vroegste synagogen die ooit werden ontdekt, en grote ondergrondse waterreservoirs vormden onderdelen van een van de grootste en weelderigste paleizen in het gehele Romeinse keizerrijk. Volgens Josephus stierf Herodus in Jericho in het jaar 4 v. Chr. Zijn stoffelijk overschot werd naar het Herodion gebracht om daar te worden bijgezet.
De Bijbel vertelt dat zowel David als Salomo betrekkingen onderhielden met buitenlandse vorsten waaronder koning Hiram van Libanon. De naam van deze koning komt voor in een lijst van koningen van Tyrus die Menander van Efeze (tweede eeuw v. Chr) vermeldt en die door Flavius Josephus wordt aangehaald. Hiram is bewezen een historische figuur te zijn. De constructie van Davids paleis vond plaats met materialen afkomstig van Hiram. Hij hielp David met de bouw van zijn paleis. (1 Kron. 14:1). Daarnaast zijn de regeringsjaren van David en Salomo, onder andere met behulp van de Assyrische chronologie, vrij nauwkeurig te reconstrueren.Een andere aanwijzing voor het bestaan van koning David buiten de Bijbel om is een oude inscriptie die gevonden is in Tel Dan. Hierin staat een verwijzing te lezen naar een koning uit het “Huis van David”. Deze inscriptie bevestigt indirect dus het bestaan van de historische koning David.
Vernietiging
historische resten.
De Arabieren zal al enige tijd druk bezig met een omvangrijke vernietiging van historische resten op de Tempelberg. Volgens Israëlische bronnen is men druk doende alle historische Joodse wortels te verwijderen. De voormalige Israëlische premier Ehud Barak, gaf de "Waqf" in Jeruzalem, toestemming een nieuwe ingang te maken naar een gebedsruimte onder de Al-Aksa moskee. Barak keurde het verzoek hiertoe goed in de waan gelaten dat het slechts een kleine nooduitgang betrof. Toen men met de aanleg bezig was bleek het te gaan om een toegang van maar liefst 10 meter hoog en 10 meter breed naar een ruimte die bekend staat als de "Stallen van Salomo". Men ontdekte verder dat de Arabieren bezig waren met de aanleg van een grote onderaardse moskee op deze plaats. Bij de aanleg hiervan werden zelfs bulldozers gebruikt. De schade die daarmee aan Israëls oude cultuurgoed is aangericht is enorm. Deze activiteiten vinden plaats zonder bouwvergunning en zonder toestemming van de Israëlische autoriteiten. Volgens een aantal bouwkundigen bestaat er een groot risico dat bij een eerstvolgende aardbeving het hele zaakje instort.
Delen van een marmeren pilaar
Het puin wordt buiten de muren van de oude stad op een vuilnisbelt in het Kidrondal gedumpt. Gabriel Barkay, prof. voor archeologie aan de Bar-Ilan-Universiteit die belast is met het onderzoek, heeft vastgesteld dat er zich in het puin belangrijke resten bevinden uit de tijd van de Eerste en Tweede Tempel., waaronder delen van een marmeren pilaar. Hoewel nog maar een klein deel is onderzocht, werpen de gevonden overblijfselen een enorm licht op de geschiedenis van de Tempelberg. Het gaat onder meer om de volgende voorwerpen;
Een munt uit de periode
van de grote Joodse opstand tegen de Romeinen, die plaats vond een aantal jaren
voor de vernietiging van de Tweede Tempel in het jaar 70 n. C.
Ongeveer 100 oude munten en een tuit van een lamp uit de tijd van de Hasmoneeën. “Een van de munten draagt de inscriptie “Yehonatan Hoge Priester, vriend van de Joden”.
Stukken aardewerk waarvan 10 tot 20% dateren
uit de periode van de Tweede Tempel.
Beenderen van dieren, die wijzen op gebrachte
offers.
Een inscriptie op een
stuk van een aardewerken pot uit de Eerste Tempelperiode, met de oud Hebreeuwse
letters “Heh””Ayin”en “Kof”.
Een stempelindruk uit de Hellenistische
periode toont een vijfpuntige ster met de antieke Hebreeuwse letters
“Jeruzalem”geschreven tussen twee punten. “Er zijn in Jeruzalem ook al
eerder zo’n dertig van dit soort sterren gevonden”.
Een bronzen pijlpunt uit
de tijd dat de beruchte Antiochus IV Epifanes
trachtte de Joden de Hellenistische cultuur op te dringen. Zijn macht
begon in 169 v.C. “De Tempel in Jeruzalem werd door Epifanes aan Zeus
gewijd en alle religieuze voorschriften vooral inzake de viering van de
hoogtijdagen, sabbat en besnijdenis op straffe des doods verboden. Ook het bezit van het Wetboek van
Mozes was strafbaar, ook daarvoor kon men de doodstraf krijgen. Alle vindbare
exemplaren werden vernietigd. Voorts werd de Joodse offercultus verboden. In de
Tempel werden varkens geslacht en in de heilige zalen hadden de heidenen
gemeenschap met vrouwen. De Joden die zich tegen deze terreur verzetten werden
op gruwelijke wijze gemarteld. Bovendien maakte Epiphanus zich meester van de
tempelschatten. De Joden spraken van "Een gruwel der verwoesting
"over deze tijd. Er ontstond echter onverwacht hevig verzet van de kant
van de Joodse bevolking. Deze besefte dat de Hellenistische leefwijze, met zijn
vele afgodische elementen niet in overeenstemming te brengen was met de trouw
aan Gods geboden. Dit had de opstand der Makkabeeën tot gevolg. Deze Joodse
vrijheidsbeweging maakte in 164 voor Christus een eind aan de terreur van
Epiphanus. Een verslag van deze opstand en de daarop volgende
onafhankelijkheidsstrijd is te vinden in de boeken van de Makkabeeën die
bewaard zijn gebleven in de Griekse Septuaginta. De Tempel werd ontdaan van
alle Hellenistische attributen en opnieuw ingewijd. Deze gebeurtenis wordt tot
op de dag van vandaag gevierd tijdens het Chanoekah-feest.”
Een groot aantal olielampen, vooral uit de
Tweede Tempelperiode.
Een pijlpunt uit de periode van de verwoesting van de Eerste Tempel. “De stad werd onder Joodse heerschappij voor het eerst volledig verwoest door Nebukadnezar. De Bijbel vertelt dat in het negende regeringsjaar van Sedekia, de koning van Juda, Nebukadnezar de koning van Babel met zijn gehele leger tegen Jeruzalem oprukte. Hij belegerde de stad en bouwde er een belegeringswal omheen. Jeruzalem werd achttien maanden lang tot de zomer van 587, belegerd. De omstandigheden werden door het langdurige beleg zo nijpend dat sommige bewoners door de honger gedreven hun toevlucht namen tot kannibalisme.” Er zijn al eerder een groot aantal van deze pijlpunten gevonden in Jeruzalem.(zie afbeelding)

Een ivoren kam uit de
Tweede Tempel periode. Gelijksoortige kammen zijn ook gevonden in Qumran
aan de Dode Zee en het is waarschijnlijk dat deze werden gebruikt voor rituele
reinigingsriten.
Romeinse straat in Jeruzalem
Israëlische archeologen hebben de fundamenten gevonden van een paleis dat tegenover de Tempelberg stond. De Israel Antiquities Authority denkt dat het gaat om het paleis van koningin Helena, zo meldde de Jerusalem Post. Het gebouw kwam te voorschijn na zes maanden van opgravingen op het Givati-parkeerterrein net buiten de oude stad. Volgens archeoloog Doron Ben-Ami geven scherven en munten aan dat het hier gaat om een bouwwerk uit de tijd van de tweede tempel, dat tegelijk met de tempel verwoest werd door de Romeinen in 70 n.Chr. Koningin Helena was een Babylonische aristocraat die bekeerd was tot het Judaïsme en met haar zoons naar Jeruzalem verhuisde. Daar liet haar familie grote bouwwerken optrekken, zo meldt de historicus Josephus in de eerste eeuw.
In juli 2008 heeft de archeologe mw. Eilat Mazar in de oude Stad van David in Jeruzalem een 2600 jaar oude kleizegel gevonden van Gedalja Ben Pasjoer, de zoon van Paschur. Hij gaf koning Sedekia de raad Jeremia te doden (Jeremia 38:1-4) Mazar vond in 2005 ook al een zegelafdruk van Juchal, de zoon van Selemja. Hij was een collega van Gedalja en wordt ook in Jeremia 38 genoemd.
kleizegel Gedalja
Israëlische archeologen denken de steengroeve gevonden te hebben waar Herodes de enorme steenblokken vandaan haalde waarmee hij de Tweede Tempel renoveerde en uitbreidde. De vierkante steenblokken die hier werden uitgehakt, waarvan sommige drie tot acht meter lang, lijken op de stenen van de westelijke muur (Klaagmuur) van het Tempelplein.De steengroeve werd bij graafwerkzaamheden ter voorbereiding van de bouw van een privé-huis in de orthodoxe wijk Sanhedria gevonden. De plaats ligt ongeveer twee kilometer verwijderd van de Oude Stad van Jeruzalem.Het grootste daar gevonden steenblok heeft een afmeting van 69x94x165 centimeter. Een paar stenen waren kennelijk gereed voor transport, maar zijn blijven liggen. Men neemt aan dat het werk in de steengroeve in de tijd van de grote opstand tegen de Romeinen tussen 66 en 70 n.Chr. is gestaakt. Ook in 2007 hadden archelogen al een steengroeve ontdekt waarvan de stenen voor de bouw van de Tempelberg dienden. Bijzondere bijkomstigheid is, dat de groeve is gevonden in een tijd waarin de moslimautoriteiten in toenemende mate beweren dat er geen enkel bewijs voor het bestaan van Joodse tempels op het Tempelplein, te vinden is.
Terug naar: inhoud