Door: Franklin ter Horst. (Aangemaakt: 1991) (Laatste bewerking: 22
februari 2012)
Als het jaar 70 na Christus is aangebroken, trekt het Romeinse leger onder aanvoering van Titus, Jeruzalem binnen en verwoest de hele stad en de Tempel. Al het roofgoed waaronder de Menora, wordt in triomftocht mee naar Rome genomen en daar tentoongesteld.
Menora
in triomftocht meegenomen naar Rome
De verwoesting van Jeruzalem was eeuwen daarvoor al aangekondigd in o.a. de bijbelboeken Leviticus en Deuteronomium en later ook in de boeken van de profeten.
Leviticus 26:33-43
Maar u zal Ik onder de volken verstooien en Ik zal achter u het zwaard trekken,
en uw land zal een woestenij zijn en uw steden een puinhoop. Maar het
land zal door hen verlaten worden en het zal zijn sabbatsjaren vergoed krijgen,
terwijl het verwoest ligt zonder hen en zij zullen hun ongerechtigheid boeten,
omdat, ja, omdat zij mijn verordening versmaadden en van mijn inzettingen een
afkeer hadden.
Deuteronomium
28:64,29:24-25 De Here zal u verstrooien onder alle natiën van het ene
einde der aarde tot het andere; dan zullen alle volken zeggen: Waarom heeft de
Here zo met dit land gedaan? En men zal antwoorden: Omdat zij verlaten hebben
het verbond van de Here,de God hunner vaderen.
Ezechiel 22:14 Ik
,de Here, heb het gesproken en Ik zal het doen. Ik zal u verstrooien onder de
volken en verspreiden over de landen.
In Mattheus spreekt ook Jezus over de totale verwoesting van Jeruzalem.
Mattheus 24:2 En
Hij antwoordde en zeide tot hen: Ziet gij dit alles niet? Voorwaar, Ik zeg u,
er zal hier geen steen op de andere gelaten worden, die niet zal worden
weggebroken.
Het is een hardnekkig misverstand dat de diaspora van het Joodse volk al direct na het jaar 70 begon. De Joodse opstand tegen Rome werd weliswaar vergezeld en gevolgd door massale slachtingen en deportaties, maar het betekende niet het einde van de joodse aanwezigheid. Want na de verwoesting van Jeruzalem kwam het Joodse volk nog eenmaal in opstand tegen de Romeinse overheersers. Dat gebeurde onder leiding van Simon Bar Kochba. (Kosiba). De aanleiding van deze opstand was dat keizer Hadrianus in 132 na Christus allerlei wetten tegen het Joodse geloof uitvaardigde en tevens besloot op de ruines van het verwoeste Jeruzalem een nieuwe stad te bouwen met een heidense tempel op de plaats van de verwoeste Joodse Tempel. Bar Kochba zag zich kans Jeruzalem te veroveren en drie jaar stand te houden tegen de Romeinse overmacht. Maar uiteindelijk brak de Joodse tegenstand toen 50.000 Romeinse soldaten Bar Kochba in de vesting Beth Ter, omsingelden. Deze vesting viel door verraad waarbij Bar Kochba sneuvelde met duizenden van zijn volgelingen. In totaal verloren 580.000 Joden het leven bij deze strijd en daar kwamen nog bij, al degenen die omkwamen door honger en ziekte. Talloze anderen werden gedeporteerd of als slaven verkocht, Joodse religieuze en politieke leiders, waaronder Rabbi Akiva en zijn discipelen, werden geëxecuteerd. Volgens Flavius Josephus woonden er zeven miljoen Joden in Israël in het jaar 70 en volgens Dio Cassius (Grieks geschiedschrijver ca 155-235 n.Chr) minstens drie miljoen in 135 n.Chr. Ook vanaf deze tijd zijn er altijd groepen Joden in Galilea en andere delen van het land blijven wonen. Bewijzen daarvoor zijn onder meer te vinden in Kapernaüm, waar de resten te zien zijn van een synagoge uit de vierde eeuw n.Chr. Deze synagoge was gebouwd op de fundamenten van de synagoge uit het begin van de jaartelling.
De
synagoge in Kapernaüm
Keizer Hadrianus voerde zijn plannen uit in de overtuiging de Joodse hoop op herstel van eigen staat en tempel, voor altijd uitgeroeid te hebben. Een nieuwe stad, genaamd, Aelia Capitolina werd gebouwd op de as van Jeruzalem en bevolkt door vreemdelingen. Op het oude Tempelplein verrees een heidense tempel voor de Romeinse god Jupiter. Men verbood de joden op straffe van de dood de stad te betreden of zelfs maar dichterbij te komen. Tenslotte werd het land Israël of Judea, veranderd in Palestina, genoemd naar de Filistijnen, de vroegere erfvijand van Israël, om de joodse connectie met het Beloofde Land weg te werken. Alles wat herinnerde aan het Joodse volk, werd uitgewist.In deze late Romeinse periode verbleef het Tiende Legioen in Jeruzalem. De meerderheid van de Jeruzalemmers bestond toen uit Romeinse veteranen en hun familieleden. Ook daarna hebben er altijd joden in het land gewoond, ondanks vreemde bezettingen en de meest wrede vervolgingen. Zo zeer zelfs dat hun aantal op een gegeven moment wereldwijd was geslonken tot ongeveer een miljoen.Gehaat als zij waren, bij zowel belijdende christenen, als bij niet christenen werden ze opgejaagd van land tot land, zonder ooit rust of voorspoed te vinden afgezien van bepaalde korte perioden.
Oppervlakkig beschouwd was Israels toekomst hopeloos. In de 8ste eeuw namen de Arabieren Israels aloude land in bezit en daarna volgden de kruisvaarders. In 1517 namen de Ottomaanse Turken de macht in het heilige Land over en behielden die totdat Turkije in de Eerste Wereldoorlog verslagen werd door de Engelsen. Sinds de Joden uit hun land werden verjaagd en over de hele wereld verstrooid hebben zij altijd terug verlangd naar hun oude vaderland en nimmer de hoop opgegeven ooit nog eens terug te keren. Het Beloofde Land bleef leven in hun getto,s en in hun synagogen. Zelfs in de verste uithoeken van de aarde, in gebieden die totaal verschillend waren van hun thuisland, leefden ze alsof ze nog in hun geliefde land waren. In al die jaren van afwezigheid is het Joodse volk nooit opgehouden te bidden voor de verlossing van hun land.
Het is een opmerkelijk feit in de geschiedenis van Israël dat het land verviel tot een troosteloze en geruïneerde toestand, steeds wanneer land en volk van elkaar werden gescheiden. Dat was ook onder de Turkse overheersing zo. Het oude Heilige land was door erosie en verwaarlozing totaal onvruchtbaar geworden. Wanneer Mark Twain er in 1865 rondtrekt, spreekt hij van een verlaten land en een bedroevende uitgestrektheid. Henri Baker Tristam,een andere reiziger die meerdere keren het Heilig Land bezocht, gebruikt gelijkluidende woorden als Twain. James Finn, die als Britse consul in Jeruzalem (1845-1862) verschillende keren door het land trok, schreef in een officieel memorandum van 1857 dat het land grotendeels leeggelopen is. God had het volk gewaarschuwd dat dit zou gebeuren.In Leviticus staat daarover het volgende.
Leviticus 26:32 Ik
zelf zal het land verwoesten, zodat uw vijanden, die daarin wonen, zich
daarover zullen ontzetten.
Geologen hebben n.a.v een analyse van ringen op
stalagmiet in een grot dichtbij Jeruzalem ontdekt dat het klimaat in de
periode waarin er nauwelijks Joden in Israël woonden, het land inderdaad te
kampen had met zeer ernstige
droogte waardoor het landschap zelfs ingrijpend veranderde. Het gebied werd
droger kort na de verwoesting van
Jeruzalem door de Romeinen in 70 n.Chr. Geologen aan de universiteit van
Wisconsin analyseerden de chemische samenstelling van de individuele ringen die
de stalagmiet vormden tussen 200 v.Chr. en 1100 n.Chr. Ook Rabbijn Menachem
Kohen uit Brooklyn, New York schreef in zijn boek, "Profetieën voor de
Era van Moslim terror: Een Torah Perspectief op wereld gebeurtenissen"
dat het land Israël aan een ongekende, strenge en onverklaarbare droogte
leed en van de eerste eeuw tot de
twintigste duurde - een periode van 1.800 jaar dat precies met de gedwongen
verspreiding van de Joden samenviel. Kohen ziet de ramp als een wonderbaarlijke
vervulling van een profetie in het boek Deuteronomium - vooral hoofdstuk
28:23-24 Dat is het hoofdstuk over de ‘zegen en de vloek’ “De hemel boven uw hoofd zal van koper zijn
en de grond onder uw voeten van ijzer” De HEER zal het stof laten regenen op uw
akkers: fijn zand zal uit de hemel op u neerdalen. Zo zult u ten onder gaan” .
Het waren merkwaardig genoeg, bijbelgetrouwe christenen in met name Groot Brittannië, die reeds in 1850 streefden naar een Joodse staat. Zij waren ervan overtuigd dat, gezien de Bijbelse profetieën, de tijd voor de terugkeer van de kinderen van Israël naar het aloude thuisland, was aangebroken. Deze pogingen leidden tenslotte naar de beroemde Balfourverklaring. In 1857 stichtte Moses Montefiori in Jeruzalem de eerste nederzetting. In 1862 verlangse Moses Hess in zijn boek ‘Rome en Jeruzalem’ dat de Joden naar Sion zouden terugkeren en in 1878 stichtten de Joden hun eerste stad, die ze Petach Tikwa-Poort van Hoop noemden. De droom van het Joodse volk terug te keren naar het land van hun vaderen kreeg gestalte toen in 1897 Theodor Herzl zich in Bazel tijdens het eerste Zionistische wereldcongres, uitsprak voor de oprichting van een onafhankelijke politieke Joodse staat en dat ideaal vertaalde in een politieke beweging.
Theodor Herzl
Hij werd de grondlegger van het moderne zionisme. Na intensief lobbywerk van de christenzionist ds. William Hechler kreeg Herzl een openlijke steunverklaring van de eerste Europese machthebber Duitse keizer Wilhelm. Herzl realiseerde zich evenwel dat antisemitisme, een onuitroeibare besmettelijke ziekte was en dat daar iets aan gedaan moest worden. Het enige middel om afdoende tegen deze kwaal op te treden leidde Herzl naar de gedachte dat slechts een nationale Joodse staat de oplossing voor dit probleem zou zijn. Het Joodse volk had recht op een nationale herleving in zijn eigen land Israël waar iedere Jood, waar ook ter wereld, een woonplaats moest kunnen vinden. Dit recht werd later erkend in de Balfour-declaratie. Als plaats voor het toekomstige Zion werd aanvankelijk gedacht aan Argentinië. Chamberlain (Brits politicus. Birmingham 1863-Londen 1937) kwam later nog met het voorstel deze staat in Oeganda te vestigen. Maar vanzelfsprekend ging onder de Joden de gedachte uit naar hun oude vaderland, het land dat Bijbels en historisch gezien, de enige juiste keuze was.
De
Duitse keizer Wilhelm
Herzl hoopte dat zijn ideaal binnen vijftig jaar gerealiseerd zou kunnen worden en probeerde daarbij steun te verwerven in het Vaticaan maar kreeg van de minister van Buitenlandse Zaken, kardinaal Merry del Val te horen: “Zolang de Joden de goddelijkheid van Christus ontkennen kunnen wij zeer zeker niet aan hun kant staan. Hoe kunnen wij ermee akkoord gaan dat zij het Heilige Land herkrijgen?” Ook met Paus Pius X zelf heeft Herzl een ontmoeting. De paus: “Wij kunnen de (zionistische) beweging niet steunen. Wij kunnen de Joden niet beletten naar Jeruzalem te gaan. De grond van Jeruzalem, als die al niet heilig is, is geheiligd door het leven van Jezus Christus. Als hoofd van de Kerk kan ik u niet anders antwoorden. De Joden hebben onze Heer niet erkend, daarom kunnen wij het Joodse volk niet erkennen.”
Enige jaren voordat Herzl zijn idee lanceerde was er al een immigratiebeweging naar het oude land op gang gekomen. Wat deze immigranten aantroffen was niet veel meer dan een verwoest land. De Arabieren die achtergebleven waren hadden zich nauwelijks bezig gehouden met bewerking en de opbouw van het land. Door de eeuwen heen was het land bijna geheel ontbost doordat de Turken belasting hieven over boombezit. De teruggekeerde joden begonnen spoedig aan de wederopbouw van het verwoeste land. In 1909 stichtte men de stad Tel Aviv. Door de massale Joodse immigratie komt er ook een economische ontwikkeling op gang, die op haar beurt voor een toegenomen Arabische immigratie zorgt. Tussen de Eerste en de Tweede Wereldoorlog trokken arme Arabieren uit de omringende landen het toenmalige Palestina binnen. Aangetrokken door de welvaart die de komst van de Joden naar het Beloofde Land in die streken had gebracht. Dankzij de nieuwe mogelijkheden nam het levenspeil van de Arabieren enorm toe. Daardoor bleven Arabische immigranten toestromen. Tussen 1917 en 1948 verdubbelt de Arabische bevolking er. Dankzij de industrialisatie en de vele Britse en Joodse investeringen, stijgt de welvaart.In Jaffa hebben zich in die tijd Arabieren uit niet minder dan 15 Arabische landen gevestigd. Sinds de Oslo-Akkoorden in 1991 hebben zich zo'n 400.000 Arabieren uit Jordanië, Egypte, Irak en andere Arabische landen in de bijbelse gebieden Samaria en Judea gevestigd en daar 261 nederzettingen gebouwd.
In de Eerste Wereldoorlog slaagden de zionisten in Londen erin de stichting van de Joodse staat onder de aandacht van de Engelsen te brengen nadat zij een eind hadden gemaakt aan 400 jaar Turkse overheersing van het Bijbelse land. Met de val van het Ottomaanse Rijk kwam er een einde aan een bijna vier eeuwen lang bestuurd moslimrijk. Er bestonden in die periode geen afzonderlijke Arabische staten. In mei 1916 sloten Engeland en Frankrijk een geheime overeenkomst voor de opsplitsing van dat rijk. Frankrijk eigende zich Syrië en Libanon toe en Groot-Brittannië ging het mandaatgebied Palestina besturen. Gedurende deze periode bestonden de landen Syrië, Libanon, Irak, Saoedi-Arabië etc nog niet.
De Russische Revolutie, de stichting van het Derde Rijk in Duitsland en diverse pogroms in Rusland en in de Oekraïne dreven grote groepen Joden richting het aloude vaderland. Zo werden in Jalta in 1918 900 Joden door antisemieten in zee verdronken. In Sebastopal werden alle Joodse leiders vermoord.In 1919 kwamen bij een serie pogroms tienduizenden Russische Joden om het leven. Het zwaartepunt van de gewelddadigheden lag in de Oekraïne, waar maar liefst 685 pogroms plaatsvonden. De Sovjets besloten het politiek invloedrijke Russische zionisme te vernietigen. Bovendien werden alle religieuze Joodse instellingen in de Sovjet-Unie opgeheven en hun bezittingen in beslag genomen. In 1920 vonden er in de Oekraïne opnieuw 142 pogroms plaats waarbij duizenden doden vallen.
Op 2 november 1917 werd namens de Engelse regering door Lord Balfour, de toenmalige minister van buitenlandse zaken, de Balfour-declaratie afgelegd ten gunste van de zionisten (Chim Weizmann, Sokolov, e.a.) naar aanleiding van hun verzoek in het aloude moederland, een autonome Joodse staat op te richten. De verklaring luidt als volgt ’De regering van Zijne Majesteit ziet met welgevallen de oprichting van een nationaal tehuis voor het joodse volk in Palestina tegemoet en zal zich naar best vermogen inspannen om het bereiken van dit doel te vergemakkelijken, met dien verstande evenwel dat niets zal worden ondernomen wat schade zou toebrengen aan de burgerlijke en godsdienstige rechten van de bestaande niet-Joodse gemeenschappen.’ Frankrijk, Italië en de VS betuigden hun instemming met de in de Balfour-declaratie vastgelegde politieke gedragslijn.
In 1919 vond de Feisal-Weizmann samenwerkingsovereenkomst en Vredesconferentie plaats in Parijs waarbij Emir Feisal, door de hele wereld erkend als de enige Arabische leider, de Balfour declaratie volledig aanvaarde. Feisal zei zich te verheugen op de samenwerking tussen Joden en Arabieren en noemde de voorstellen van de Zionistische organisatie over de grenzen zelfs "bescheiden"en "juist". In april 1920 gaf de pas gevormde Volkenbond Groot-Brittannië het mandaat over ‘Palestina’ en werd dit land met de uitvoering ervan belast. Tijdens de San Remo conferentie gehouden van 19 tot 26 april 1920 door de eerste-ministers van Frankrijk (Millerand), Groot Brittannië (Lloyd George) en Italië (Nitti) en Japanse, Griekse en Belgische afgevaardigden, is Israëls recht op het land vastgelegd in een aantal bindende documenten waarin de bewoording uit de Balfour Declaratie zijn overgenomen. Dat ook het PLO-bewind in Ram-allah de besluiten van de San Remo Conferentie als een probleem zien, mag blijken uit het feit dat leden van Al Fatah terreurbeweging over deze kwestie hebben gesproken. Dat ze met het verdrag van San Remo in hun maag zitten, zegt genoeg over de feitelijke legitimiteit van Israël, een verdrag dat zw graag ongedaan zien gemaakt.
San
Remo conferentie 1920 en 2010
De deelnemers erkenden dat Israël 2000 jaar lang bezet was geweest en nam het besluit om het land terug te schenken aan haar wettelijke erfgenamen. Ook de 52 regeringen van de landen van toenmalige Volkenbond (waarvan 25 Europese landen) erkenden tijdens een bijeenkomst op 24 juli 1922, op hun beurt het Britse mandaat en de rechtmatigheid van de in de Balfour-declaratie uitgedrukte beginselen waaronder de grenzen van het aan het Joodse volk toebedeelde grondgebied. Internationale juridische experts leggen in een 15 minuten durende video uit waarom de Joodse staat internationale legitimiteit geniet, en het wettelijke recht heeft om Judea, Samaria en Gaza te besturen. Zij leggen uit waarom, in tegenstelling tot wat velen beweren, het bestaan van Israël wettig is en door de Verenigde Naties wordt gesteund. Het is een Engelstalige documentaire, geproduceerd door de European Coalition for Israel, en gaat over de San Remo vredesconferentie in april 1920.
Het
aan Israël toebedeelde grondgebied
Met de Anglo-American Convention van 3 december 1924 respecteerden de Verenigde Staten, die geen deel uitmaakten van de Volkenbond, het Palestina-mandaat. ‘De San Remo-resolutie is een bindend internationaal recht. De volle soevereiniteit over het land van Israël is daarbij aan het Joodse volk overgedragen. Na afloop van het mandaat blijven volgens volkenrechtelijke principes alle aan genoemde regelingen inherente rechten van het Joodse volk overeind.’ Evenzo geldt dat sinds de Anglo-American Convention -hoewel verlopen -de rechten van het joodse volk tevens door de VS moeten worden gerespecteerd. Elke poging om het Joodse volk het recht op Eretz-Israël ongedaan te maken en hen de toegang en de controle over het gebied ontzegt die aan het Joodse volk werd toegezegd door de Volkenbond, is een ernstige schending van het volkenrecht.
Tevens werd de Britten opgedragen om “zich alle moeite te getroosten om Joodse immigratie te stimuleren, om het land te bevolken en om het Joodse Nationale Thuis te garanderen.” De nieuwe situatie veroorzaakte een immigratiegolf van meest hoog opgeleide Joden. Het door God aan Abraham beloofde grondgebied en het Joodse volk lag er voor een belangrijk deel nog verlaten bij maar de Joodse kolonisatie bracht daar spoedig verandering in. De zichtbare opleving van het land trok Arabieren uit alle omliggende landen aan. Ze staken zonder registratie de grens van het toen nog Engelse mandaatgebied over. Gegevens uit die tijd, tonen aan dat zo’n tachtigduizend Arabieren, weliswaar op illegale wijze, maar met toestemming van de Britten het land binnenkwamen Zij profiteerden op deze manier mee van de veranderingen door werk te vinden bij Joodse boeren en ondernemers en zagen zodoende hun levensstandaard drastich verbeteren Omdat geïmmigreerde Joodse artsen alle mensen gelijk behandelden, verbeterde ook de gezondheidszorg voor de Arabieren. Het sterftecijfer van de moslimpopulatie liep sterk terug en de levensverwachting steeg van 37,5 jaar in 1926-27 tot 50 jaar in 1942-44.
Volledig in strijd met de bindende afspraken en onder druk van het Arabische nationalisme, begonnen de Britten de immigratie van Arabieren naar dat deel wat aan het Joodse volk was toegewezen, te stimuleren en besloten zelfs in maart 1921 het gebied ten oosten van de Jordaan aan Abdullah, de emir van Mekka toe te wijzen. Groot-Brittannië deed er alles aan om de oprichting van het Joods Nationaal Tehuis te dwarsbomen. Op 3 juni 1922 werd door de Britse regering onder Winston Churchill het zogeheten White Paper uitgegeven waarin de Joodse immigratie naar het Britse Mandaat Palestina werd beperkt en waarin de Britten stelden dat haar regering niet van plan was om van Palestina een Joodse staat te maken, wat uiteraard in regelrechte tegenspraak was met de Verklaring van Balfour en de Resolutie van San Remo. Door deze volkomen illegale actie van de Britten werd ruim 75 procent van het aan de Joden beloofde thuisland afgesneden van het geheel en weggeven aan het Hasjemitische Koninkrijk van Transjordanië- het latere- Jordanië, waarvan het bestaansrecht op 15 mei 1923 door Groot-Brittannië werd erkend.
De Balfour-declaratie werd uiteindelijk tot het westen van de Jordaan gelegen gedeelte van ‘Palestina’ beperkt. In 1937 besloot een Britse onderzoekscommissie onder leiding van Lord Peel zelfs de voorwaarden zoals vastgelegd in de Balfour-declaratie, in z’n geheel te verwerpen. In 1939 gaf de Britse mandaatregering het Witboek uit waarin de Joodse migratie naar het aloude thuisland werd beperkt. Deze maatregel kostte ontelbare Europese Joden het leven. Na de Duitse inval in Polen werd daar meteen begonnen met de Entlösing van het Joodse volk. De Duitse gouverneur van Polen, Hans Frank: “We kunnen geen 2.5 miljoen Joden doodschieten of vergiftigen. We zullen echter toch bepaalde stappen moeten nemen om hen uit te roeien. En dat zal gebeuren”.
Het niet eerbiedigen door de Britten van de bindende resoluties, heeft ook de Arabische moslims alle gelegenheid gegeven, Israëls legale recht op het land te bestrijden. Met hulp van historische leugens en met hulp van buitenaf, waaronder Europa -dat zo plechtig de resolutie van de Volkenbond had aanvaard -probeerden/ proberen ze het bestaan van Israël uit te wissen. Er bestaat geen enkele juridische grond, ook niet in het internationale (humanitaire) recht, waarvoor Israël verplicht is eenmaal aan het Joodse volk toegekende politieke en nationale rechten op te geven. Stichting van een Palestijnse staat, gebaseerd op VN-resoluties zijn volledig in strijd met vroegere bindende documenten. Het is volkomen absurd en illegaal dat men van Israël eist dat het nogmaals een deel van de overgebleven 20 procent dient af te staan aan een door de wereld gecreëerd volk, dat geen enkele historisch recht op het land heeft en dat haar vernietiging na streeft. Europa draagt verantwoordelijkheid voor eerder gemaakte afspraken, die zij in het verleden in Volkenbondverband verricht hebben: bekrachtiging van het Palestina-mandaat. Ook de rest van de wereld negeert de bindende afspraken, en doen net of ze niet meer bestaan. Zij noemen de Bijbelse gebieden Samaria en Judea ‘de Westoever’of ‘de Palestijnse’ gebieden en verkondigen massaal de leugen dat Israël deze gebieden bezet houdt.
(*)De publieke aankondiging
van Adolf Hitler in 1922 dat als hij eenmaal de macht krijgt "de
uitroeiing van de Joden mijn eerste en belangrijkste taak zal zijn" werd
in de jaren daarna volledig door de Britten genegeerd, ook toen Hitler in 1933
zijn woord bij de daad voegde door een ongekende terreurcampagne tegen de Joden
te starten.(* bron:
tijdlijn Wim Kortenoeven uit themanummer van Israël Aktueel september 1999).
De Engelse politiek werd door imperiale motieven geleid. Vooral in verband met de rijke oliebronnen van het Midden-Oosten wilden de Engelsen de Arabieren te vriend houden. Daarom hebben zij reeds de toegestane Joodse immigratie getraineerd en beperkt, volkomen ongevoelig voor de wreedheid die zij daarmee tegen een toch al zo afschuwelijk gemarteld volk begingen.
Dit leidde uiteindelijk steeds vaker tot Arabische moordparijen op Joden. Het begon allemaal toen na de prediking op vrijdag 23 augustus in 1929 de Arabieren uit Hebron en de omliggende dorpen de moskee verlieten en valse foto’s te zien kregen van een door de Joden gebombardeerde Omar moskee in Jeruzalem. "Dood aan de Joden" schreeuwde de uitzinnige Arabische menigte in de straten van Hebron. De Joodse inwoners zochten hun toevlucht in de woning van rabbijn Eliezer Slonim. Zijn zoon Shlomo vertelde in augustus 2009 tijdens de herdenking van deze slachtpartij, over de goede relatie met hun Arabische buren. Maar dat bleek een ernstige vergissing. Zijn ouders barricadeerden de deur met hun lichamen maar ze konden de bloeddorstige moslimmeute niet tegenhouden Ze waren gewapend met messen en machetes via de achterkant Slonim’s huis binnengedrongen, waar de bewoners één voor één werden vermoord. De kamers zagen er uit als een slachthuis, alles zat onder het bloed. Rond een grote foto van Theodor Herzl hadden de Arabieren het in bloed gedrenkte ondergoed van een vrouw gehangen. Op het voorhoofd van Shlomo Slonim is het litteken nog te zien waar een Arabier hem tachtig jaar geleden verwonde met een mes toen hij als eenjarig jongetje in de armen lag van zijn moeder in hun huis in Hebron.
"Het is niet de enige wond die ik heb" vertelde Slonim, aan de The Jerusalem Post. Hij opende zijn hand om de littekens te laten zien aan zijn vingers terwijl hij stond op de begraafplaats in Hebron waar de 67 Joodse slachtoffers begraven liggen van de massaslachting in 1929. Slonim heeft geen herinnering aan deze dag omdat hij pas een jaar oud was toen het plaatsvond maar hij heeft het verhaal van deze verschrikkelijke dag zo vaak gehoord dat hij er over kan vertellen alsof het zijn eigen ervaringen zijn. Onder de doden waren Shlomo’s vader en zijn moeder Hannah en haar ouders die aanwezig waren om de Shabbat te vieren. Ook zijn broertje van vier raakte dodelijk gewond en overleed een paar dagen later in Jeruzalem. Ook op straat werden Joden door Arabieren neergestoken en de Joodse wijk deels verwoest. De Nederlands-Canadese verslaggever Pierre van Paassen die ter plaatse was, beschreef de horror als volgt: "De doden lagen in de tuin en in de synagoge met doorgesneden kelen en in elkaar geslagen lichamen". De aanvallers ontzagen zelfs de Thorarollen in de synagogen niet en staken die in brand. Veel van de vermoordde families woonden al sinds de 14e eeuw in Hebron en hadden eeuwenlang op goede voet met hun Arabische buren en stadsgenoten gestaan. Overtuigd als zij waren van de trouw van hun Arabische ‘vrienden’ sloegen ze het aanbod van de "Haganah" (Joodse zelfverdedigingsorganisatie) af, die hun hulp en bescherming wilde bieden.

Shlomo Slonim is niet de enige overlevende. Ook Yankele Hillel van 81 is nog regelmatig
op de begraafplaats te vinden. Niet iedere Arabier in Hebron heeft aan de
pogrom meegedaan want Hillel en zijn moeder hebben de slachting overleefd dank
zij de hulp van hun Arabische buren. Bron: Ten tijde van de massaslachting
woonden er 562 Joden in Hebron van wie de geschiedenis in deze plaats teruggaat
tot in Bijbelse tijden, hoewel het
tussentijds vaker is voorgekomen dat de Joden daar werden vervolgd.
Slonim legt
tachtig jaar later een steen op het graf van zijn moeder, een van de graven die
herinneren aan de slachtpartij. Foto: Tovah Lazaroff
In heel Judea woonden Joden, met uitzondering van de periode 1948-1967. Dat was het gevolg van de etnische zuiveringen bij de bezetting door Jordanië in 1948.Ook in Jeruzalem werden Joden vermoord die daar al generaties woonden. In 1936 vond er een Arabische pogrom plaats waarbij 510 joden werden vermoord. Deze moordpartij werd georganiseerd door de Groot-Moefti van Jeruzalem Hai Amin al Hoesseini, met financiële steun van de nazi’s.
Intussen was Hitler in Duitsland begonnen met de opbouw van een schrikbewind zoals de wereld nog nooit had aanschouwd. In 1935 voert Duitsland de Neurenberger Wetten in, waarmee Joden officieel tweederangs burgers worden, hen o.a. de toegang kan worden ontzegd tot openbare faciliteiten en ze uit overheidsfuncties worden ontslagen. Ook stemrecht wordt Joden ontnomen en seksuele relaties en huwelijken tussen Joden en ‘Ariërs’ worden verboden. De wereld, de kerken, alles en iedereen keek toe hoe Hitler met ongeëvenaarde en primitieve wreedheid de Joden begon te vervolgen. Geheel door duistere machten geleid, begon Hitler aan de Tweede Wereldoorlog en aan de moord op zes miljoen joden. Een gebeurtenis waaraan ook vele andere landen en personen hun handen vuil hebben gemaakt.De uitroeiing van de joden werd niet door Hitler uitgevonden, maar was reeds lang voor zijn aantreden in kannen en kruiken.Alleen moesten de organisaties nog een dwaas hebben die zich garant zou stellen om hun verantwoordelijkheid op zich te nemen en de schuld.
De firma Hollerith, die de sorteermachines om alle Joden snel te kunnen uitfilteren, van ponskaarten voorzag, verspreidde een affiche die niets aan de verbeelding overlaat. In zijn boek "IBM en de Holocaust”toont Edwin Black op Blz.137 een foto van die affiche. Een ponskaart met daarin een verbrandingsfabriek met rokende schoorsteen onder toezicht van het "alziend oog" zoals ook op het Amerikaanse 1 dollar voorkomt.Van wat er werkelijk bekokstoofd wordt in de wereld van de "Elite" en hun lakeien, heeft de geschiedenis nog maar weinig losgelaten.Churchill en Roosevelt lieten 6 miljoen Joden omkomen. In mei 1939 vertrok het schip ‘St. Louis’ uit Hamburg, met Joden die geldige visums voor Cuba hadden. De Amerikaanse onderminister van Buitenlandse zaken cancelde echter de visa en het schip keerde naar Duitsland terug. Het gevolg laat zich raden: De meeste Joden stierven in Hitlers concentratiekampen
Toen de eerste
vernietigingskampen werden gebouwd waren niet alleen de Engelsen daarvan op de
hoogte maar ook vele anderen. Men had met een aantal bombardementen zo een eind
aan de bouw van bijvoorbeeld Auschwitz kunnen maken, maar men deed niets.Er
komen steeds meer bewijzen dat met name de Verenigde Staten Hitler gedurende
lange tijd geen strobreed in de weg legde om zijn genocidenplannen op de Joden
uit te voeren. L'Osservatore
Romano, de officiële krant van het Vaticaan, heeft de VS en Groot Brittannië
beschuldigd van het doelbewust toelaten van Hitler's Holocaust op 6 miljoen
Joden. Volgens het Vaticaan hadden de Geallieerde inlichtingendiensten
gedetailleerde kennis van de uitroeiingsplannen van de nazi’s, maar kozen ze er
willens en wetens voor om niets te doen.
In de krant wordt gezegd dat de toenmalige autoriteiten in Washington en
Londen alle aanwijzingen voor Hitler's genocideplannen negeerden,
bagatelliseerden en zelfs achterhielden. Eén van de duidelijkste bewijzen
hiervan is het feit dat tijdens de gehele Tweede Wereldoorlog noch de
Amerikanen, noch de Britten bombardementen uitvoerden op de concentratiekampen
en ook niet op de spoorlijnen en stations die dienst deden als aanvoerlijnen
naar de vernietigingskampen. De machtselite in Amerika heeft eveneens Hitler’s
oorlogsmachine helpen financieren.
Op het internet staan vijf miljoen luchtfoto’s die tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn gemaakt. Destijds hebben de geallieerden ze gebruikt om strategieën te bepalen. De foto’s, gemaakt door RAF-piloten, laten gebeurtenissen zien als D-Day, het tot zinken brengen van de Duitse Bismarck en de jodenvervolging . Er staan foto’s bij uit 1944 toen de vernietigingskampen op volle toeren draaiden waaronder die van Auschwitz.

Auschwitz was geen concentratiekamp in de eigenlijke zin van het woord, maar een uitroeiingskamp, een doodsfabriek. De Joden werden daar uitgeroeid als lastige insecten, vernietigd met het Zyklon B van de Duitse Maatschappij ter bestrijding van Ongedierte. Het is een van de onbegrijpelijkste mysteries van de Tweede Wereldoorlog waarom de spoorlijnen, de gaskamers en het hele vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau nimmer is gebombardeerd. Toch wisten de geallieerden exact waar de kampen zich bevonden, hoe groot ze waren en waar de gaskamers stonden. Terwijl christenen in de omgeving van de vernietigingskampen naar de kerk gingen, werden op korte afstand grote aantallen joden vermoord waaronder ouden van dagen, kinderen, baby,s en zwangere vrouwen, allen werden als beesten de gaskamers in gedreven. Wat een onvoorstelbare wreedheden is dit joodse volk aangedaan.
Toen de Amerikaanse opperbevelhebber van de geallieerde strijdkrachten, generaal Dwight Eisenhower, de slachtoffers van de dodenkampen zag, gaf hij opdracht om zoveel mogelijk foto’s te maken. Ook gaf hij het bevel om de Duitsers uit de omliggende dorpen in de kampen te brengen, waar hun werd opgedragen de doden te begraven. Eisenhower verklaarde hierbij: ‘leg alles nu vast -maak films - zorg dat er getuigen zijn -want ergens in de geschiedenis zal er iemand opstaan en zeggen dat dit nooit is gebeurd. Eisenhower heeft helaas gelijk gekregen want steeds vaker duiken er figuren op die beweren dat de Holocaust niets anders dan een verzinsel is, en dat niet alleen in de islamitische wereld. In Engeland is inmiddels de geschiedenis van de Holocaust uit de schoolboeken verwijderd, omdat dit onderwerp beledigend zou zijn voor het gedeelte van de moslim bevolking dat ontkent dat deze weerzinwekkende moordpartij ooit heeft plaatsgevonden.
Dwight Eisenhower
De Katholieke priester Patrick Desbois, die al sinds 2004 systematisch onderzoek doet naar de Holocaust (Shoah), zegt bewijs te hebben verzameld dat er naar alle waarschijnlijkheid veel meer dan de geschatte 6 miljoen Joodse slachtoffers tijdens de Tweede Wereldoorlog door de Nazi's zijn vermoord. Zo ontdekte en documenteerde hij in Oost Europa 700 onontdekte massagraven, waar minstens 1,5 miljoen Oekraïnse Joden zijn begraven die werden vermoord door de Einsatzgruppen, de Duitse mobiele moordeenheden. Desbois begon zijn onderzoek bijna 60 jaar na de Holocaust, omdat hij volgens eigen zeggen diep getroffen was door wat zijn grootvader in de oorlog had meegemaakt toen deze onder vreselijke omstandigheden was opgesloten in het concentratriekamp Rawa-Ruska in de voormalige Sovjet Unie. 'Hij zei altijd dat het buiten het kamp nóg erger was. Ik vroeg me dan af wat er dan nog erger kon zijn dan dát.'
In 2004 richtte Desbois de organisatie Yahad-In Unum op -wat 'samen' betekent in zowel het Hebreeuws als Latijns- met als doel het verzamelen van zoveel mogelijk forensisch bewijs van de Holocaust. Naar aanleiding van wat hij ontdekte publiceerde Desbois in november 2009 het boek The Holocaust by Bullets (De Holocaust door kogels). Daarin schrijf hij onder andere over een bezoek aan een Oost Europees dorp, waar 100 oude boeren hem meenamen naar een Joods massagraf, en hem vertelden dat de Duitsers deze Joden het land in hadden gestuurd om 'uit te rusten', maar daar doelbewust explosieven hadden verborgen om hen te vermoorden. Andere Joden werden door de Duitsers -die ondertussen naar 'live' accordeon muziek luisterden- verplicht het massagraf te graven, waarna ze met één kogel werden gefusilleerd. Degenen die niet meteen dood waren, werden levend bij de doden begraven. Volgens de inwoners van het dorpje had de aarde nog drie dagen lang bewogen, omdat overlevenden hadden geprobeerd zich uit de grond te worstelen. 'Het koste me een tijdje om dat te verwerken,' aldus Desbois.
Desbois gaat bij zijn onderzoek uiterst nauwkeurig te werk. Zo gebruikt hij oude kaarten uit Duitse en Sovjet archieven, en wil hij dat de nog levende ooggetuigen precies aangeven waar de Duitsers precies stonden, welke straten ze afsloten, of ze honden bij zich hadden, etcetera. 'We maken er echt een ballistisch onderzoek van, omdat de Duitsers niet bang waren om bewijzen achter te laten.' Hij noemt als voorbeeld een dorp waar hij op één enkele locatie 50 patronen vond, wat betekent dat de schutter bij het doodschieten van de Joden op dezelfde plek was blijven staan.Terwijl de Holocaust in het Westen, waar de Joden voor een groot deel door verbranding om het leven kwamen (na eerst verdoofd te zijn door het beruchte gas Zyklon B), zoveel mogelijk verborgen werd gehouden, werd de massamoord op de Joden in het Oosten publiekelijk uitgevoerd. 'Iedereen die een pistool had kon uitgenodigd worden om deel te nemen aan een moordeenheid,' verklaarde Desbois, wiens primaire doel het tevens is om de ontdekte massagraven te beschermen tegen plunderingen.
Onder invloed van op valse en verdraaide feiten berustende Islamo-fascistische en anti-Zionistische propaganda wordt de Holocaust, door historici algemeen beschouwd als één van de best gedocumenteerde gebeurtenissen uit de geschiedenis, vanwege anti-Israël sentimenten met name in de Arabische wereld maar ook in Europa steeds vaker in twijfel getrokken of zelfs ontkent.
De
Einsatzgruppen (foto) vermoordden alleen al in de Oekraïne zo'n 1,5 miljoen
Joden.
Toen de oorlog afgelopen was keerden tien miljoen vluchtelingen terug naar huis en haard. Dit voorrecht was voor de meeste overgebleven joden niet weggelegd. Hun gezinnen en families waren uitgeroeid en gemeenschappen waarvan zij deel hadden uitgemaakt waren in de meeste gevallen volledig verdwenen. De enkeling die bevrijd werd stond bijna naakt voor de wereld, gehuld in een gevangenenuniform met schoenen met houten zolen eraan. Ze bezaten niets, zelfs geen ondergoed, sokken of een zakdoek. Ze waren mager als skeletten, vel over been. Zij die na al de jaren van verschrikking huiswaarts keerden ontdekten dat ze van hun bezittingen waren beroofd. Velen van hen werden niet eens meer binnengelaten in hun eigen huizen. De nieuwe ‘bezitters’ (dikwijls hun eigen buren) deden alsof ze hen niet kenden. Hun eigen schilderijen hingen nog aan de muur en hun meubilair stond nog in de kamer. En zo ging het in heel gelovig Europa! Men had niet meer op hun terugkeer gerekend en alles wat te roven viel, geroofd.Voor de meeste ontheemden was er nog maar een oplossing en dat was vertrekken naar het oude land van hun vaderen. Terwijl in heel de wereld de kreet van afgrijzen nog naklonk over de massamoord door Hitlers beulen, ontzag de Engelse regering zich niet, de terugkerende Joodse ballingen door haar ambtenaren te laten opjagen en naar kampen op Cyprus te transporteren of zelfs naar Duitsland terug te voeren.Inplaats van het besluit van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties te respecteren, waartoe zij als lid verplicht was, ging zij het zoveel mogelijk saboteren en gemene zaak met de Arabieren maken.
Zo vertrok ook het schip de Exodus met het Hebreeuwse opschrift ‘Jetsi’at Europa 1947 (uittocht uit Europa 1947) in 1946 met 4500 Joden aan boort, waaronder 1500 kinderen, naar Haifa, begeleid door acht Britse oorlogsschepen. Inmiddels hadden de Engelsen hun troepen die in Europa overbodig waren geworden, naar ‘Palestina’ gedirigeerd om daar de overlevenden tegen te houden of onder te brengen in interneringskampen. Drie deportatieschepen lagen klaar om de Joden naar Cyprus te brengen-althans, dat werd hen verteld, maar het werkelijke doek was Frankrijk. Soms werden ze door de Britten gewoonweg teruggestuurd naar een van hun steunpunten in Hamburg, naar het land dat enkele jaren daarvoor, nog systematisch zes miljoen had vermoord. Zo werd ook het schip de Exodus op 18 juli 1947 bij Haifa tegengehouden en teruggestuurd naar Hamburg. Er ontstonden hevige gevechten toen mensen probeerden aan land te gaan. Drie mensen aan boord van het vluchtelingenschip stierven en velen raakten gewond, onder wie vrouwen en kinderen. De Britten hielden er geen enkele rekening mee dat ze hier met verzwakte en uitgemergelde overlevenden van de holocaust te maken hadden die meestal hun hele familie hadden verloren en geen vaderland of thuis meer hadden. Ze konden niet begrijpen wat er met hen gebeurde. Ze werden met goederentreinen naar twee kampen in het Displaced-Persons-kamp Pöppendorf bij Lübeck overgebracht. De plaatselijke bevolking ontving de Joden met gezichten vol haat, alsof er nog niets veranderd was. In cafés en restaurants weigerde men Joden te bedienen. In Bad Reichenhall zei een Duitse hotelhouder: ‘Jammer dat we niet meer Joden gedood hebben’. De Joden die zich nog in de kampen in Duitsland bevonden, maakten meteen na het uitroepen van de staat Israël op 14 mei 1948 aliya.
Schip
de Exodus.
Nadat een Engels-Amerikaanse onderzoekscommisie zich over deze netelige situatie had gebogen, kwam het besluit dat de ontheemden met onmiddellijke ingang in Palestina toegelaten moesten worden. De sterke toename van het aantal joodse immigranten leidde ertoe dat de arabieren het verzet tegen hun aanwezigheid steeds verder opvoerden. De Haganah sloeg hard terug waarbij de Engelsen ook niet werden ontzien. In mei 1946 verleende de Britse regering onafhankelijkheid aan Transjordanie (Oost Palestina) waar de Palestijnse Arabieren het recht op zelfbeschikking konden verwezelijken. Op 29 november 1947 stelde de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in resolutie 181 een deling voor van het gebied ten westen van de rivier de Jordaan, het gebied dat door de Volkerenbond al in z’n geheel aan Israel was toegewezen en door zelfs door de VN in Artikel 49 bekrachtigd. Vervolgens gaven de Britten de mandaat opdracht terug aan de internationale gemeenschap.
De Israëlische Minister voor Informatie en Diaspora Yuli Edelstein hield dinsdag 24 januari 2012 een opmerkelijke toespraak op de International Holocaust Remembrance Day in het Europees Parlement en zei dat Israël ervoor zal zorgen dat er nooit meer een nieuwe Holocaust zal plaatsvinden. Edelstein herinnerde zijn gehoor er aan dat tijdens de Wannsee Conferentie van 24 januari, 1942, 15 nazi-ambtenaren het lot van miljoenen Europese Joden verzegelden en er andere conferenties plaatsvonden die er alleen op gericht waren om manieren te bedenken om de Joden te elimineren. Zo was er "de Conferentie van Evian” waar 31 Westerse landen debatteerden over het lot van de Joodse vluchtelingen van Duitsland en Oostenrijk. Ondanks de pleidooien van Joodse organisaties en de aanwezigheid van de internationale pers, bereikte de conferentie niets. De grote westerse democratieën maakten symbolische gebaren. De meesten zeiden dat ze al meer dan genoeg Joden hadden.Ook refereerde hij aan de St. James Conference in Londen. In mei 1939 keurde Groot-Brittannië het Witboek goed, beknotte de Joodse immigratie naar het Heilige Land en sloot de deur naar de laatste echte optie op redding. Volgens Edelstein is vandaag "het doel van de antisemieten hetzelfde - om de gemeenschappelijke menselijkheid van de Jood te ontkennen, om hem uit te sluiten, hem tot zondebok te maken. 70 jaar geleden werkte dit perfect."
De Verenigde Naties, media,
wereldleiders en woordvoerders van allerlei pro-Palestijnse organisaties
brandmerken de Israëlische nederzettingen als illegaal met ze zijn echter ook
volledig in overeenstemming met de Vierde Conventie van Genève (van 12 augustus 1949) en het
internationale recht. Zelfs een oppervlakkig onderzoek van deze Conventie maakt
duidelijk dat het bestaan en de oprichting van de nederzettingen in Samaria en
Judea juridisch volkomen legaal is. Het Israëlische nederzettingenbeleid is dus
niet een inbreuk op de diverse resoluties. Wat ook wettelijk is is dat Israël
de nodige maatregelen mag treffen om de veiligheid van haar onderdanen te
handhaven. Dat er Joden wonen in Hebron, Gush Etzion en de Joodse wijk in het
oostelijk deel van Jeruzalem is eveneens juridisch conform het internationale
recht. Geen enkele resolutie verbiedt Israël te bouwen in de ‘betwiste
gebieden’. BIG LIES:
Demolishing The Myths of the Propaganda War Against Israel

In resolutie 181 wordt Israël maar liefst dertig keer als ‘de Joodse staat’ benoemd en is er geen sprake van een Palestijnse staat, logisch trouwens omdat er toen nog geen door de wereld gecreëerd Palestijns volk bestond. Vandaag roept de hele internationale anti-Israël kliek volkomen onterecht dat de Joodse staat, Palestijns gebied bezet houdt. De volkomen illegale beslissing van de Verenigde Naties, leverde de Arabieren in totaal (inclusief Jordanië dus) maar liefst 82.7 procent land op dat aanvankelijk door de Volkerenbond aan de Joodse staat was toegewezen, en hielden de Joden daar maar17.3 procent van over wat ook nog eens voor 65 procent bestond uit woestijn. Volgens artikel 80 is de VN gehouden aan documenten die indertijd nog door de Volkerenbond zijn aangenomen. De San Remo resolutie en het Het mandaat van 1922 van de Volkerenbond, geven Israël het recht om op de historische grond een nationaal vaderland voor het Joodse volk op te richten, inclusief Samaria, Judea en Jeruzalem.
De Arabieren wezen de voorstellen echter onvoorwaardelijk van de hand en waarschuwden dat er rekening gehouden moest worden met fel verzet van hun kant tegen dit verdelingsplan. Op 13 mei 1948 verlieten de Engelsen overhaast hun mandaatgebied in de hoop dat de Arabieren daarna snel met de Joden zouden afrekenen. De dag daarop riep David Ben Goerion de staat Israël uit. Er ging een golf van geestdrift en ontroering door de harten van het Joodse volk bij het bekend worden van de proclamatie.
Onafhankelijkheidsverklaring David Ben Goerion 14 mei 1948
Na bijna 2000 lange jaren van wachten, van lijden, van vernedering en van onuitsprekelijke wanhoop had Gods volk eindelijk het eigen vaderland terug. De Psalmist zei het al.
Psalm69:36, 105:8 Want God zal Sion verlossen en de steden van Juda bouwen, opdat zij daar wonen en het bezitten. Hij gedenkt voor eeuwig aan zijn verbond, het woord, dat Hij gebood aan duizend geslachten, dat Hij met Abraham sloot.....
Ook de profeten spraken van een tijd van wederoprichting aller dingen. Een tijd dat God zich opnieuw over Zijn volk zou ontfermen. Bijbelgetrouwe mensen hebben altijd geloofd dat deze gebeurtenis ooit nog eens zou plaatsvinden. Zij waren dan ook niet echt verrast toen dit wonder zich voltrok. Het was immers God Zelf die de oude profeten de woorden in de mond had gelegd over het herstel van Israël en de terugkeer van het volk uit de natiën?
Ezechiel36:24 Ik
zal u weghalen uit de volken en u bijeen vergaderen uit alle landen, Ik zal u
brengen naar uw eigen land; Gij zult wonen in het land dat Ik uw vaderen
gegeven heb; gij zult Mij tot een volk zijn en Ik zal u tot een God zijn.
Jesaja 43:6 Ik zeg
tot het Noorden: Geef, en tot het Zuiden: Houd niet terug, breng Mijn zonen van
verre en Mijn dochters van het einde der aarde.
Hosea14:5-6-7 Ik
zal hun afkerigheid genezen, Ik zal hen vrijwillig liefhebben, want Mijn toorn
keert zich van hen af. Ik zal zijn als de dauw voor Israël, hij zal bloeien als
een lelie..... Zijn loten zullen uitlopen; zijn pracht zal zijn als die van een
olijfboom en zijn geur als die van de Libanon.
Jesaja 61:4 Zij zullen de overoude puinhopen herbouwen, het verwoeste uit vroeger tijd doen herrijzen en de steden vernieuwen, die in puin liggen, die verwoest hebben gelegen van geslacht tot geslacht.
Het verzet waar de Arabieren mee gedreigd hadden, begon een dag nadat Ben Goerion de staat Israël had uitgeroepen. De nauwelijks 650.000 joodse overlevenden van de Holocaust en de Arabische pogroms zagen zich tegenover een overmacht geplaatst van vijf Arabische legers (van Egypte, Syrië, Transjordanië, Libanon en Irak) met naar schatting 1 miljoen Arabische troepen. Het was de bedoeling om Israël van de kaart te vegen. Azzam Pasja, secretaris-generaal van de Arabische Liga, beloofde trots: “Dit wordt een uitroeiingsoorlog en een slachting die groter zal zijn dan de Mongoolse slachtingen en de Kruistochten.” De Arabische woordvoerder Jamal Hoesseini riep ‘dat de bodem van Palestina gedrenkt zal worden in bloed…’ Ze hadden schaamteloos met de nazi’s gecollaboreerd, actief meewerkend aan ’s werelds ergste genocide. De geestelijken van de Al-Azjar Universiteit in Caïro, het meest prestigieuze instituut van islamkennis, riepen op tot jihad. De Arabieren weigerden elke coëxistentie met de inferieure dhimmi’s, niet islamieten, en vielen ogenblikkelijk het dwergstaatje Israël binnen, het startsein voor de eerste Israëlisch Arabische oorlog. Zelfs de VN veroordeelden deze aanval.
De Arabieren werden gewoon getraind en bewapend door de Britten en de Fransen, die de Arabische oliedollars goed konden gebruiken. Het Jordaanse leger werd geleid door Engelse officieren en de luchtmacht van Engeland, de RAF, vocht tegen de Israëli’s om het Egyptische luchtruim te verdedigen.De Israëli’s daarentegen hadden niet één tank of zelfs maar een kanon. De luchtmacht bestond uit negen verouderde vliegtuigen. 600.000 joden tegen 45 miljoen Arabieren. 18.900 soldaten namen het op tegen een overweldigende Arabische overmacht. Deze oorlog koste 6373 Israëli’s het leven. De begraafplaats op de Herzl berg telt vele graven zonder namen. Dit zijn de graven van de Holocaust overlevenden die naar Israël kwamen om mee te helpen in de strijd tegen de Arabieren en het voortbestaan van de Joodse natie. Niemand had tijd om hun namen te noteren. De VN deed niets en Europa keek meewarig toe toen het Joodse volk wederom in doodsnood verkeerde. Israël kreeg wel hulp uit Jan Masaryks Tsjechoslowakije, dat Israël van wapens voorzag omdat die een tweede, definitieve slachting van de Joden zag dreigen. De Palestinacommissie van de VN rapporteerde op 16 februari 1948 dat de Arabieren alle VN-resoluties aan hun laars lapten. Wat op een vernietiging van Israël had moeten uitdraaien werd een regelrechte catastrofe voor de Arabische legers. Ondanks hun enorme overmacht aan manschappen en wapens zagen zij zich geen kans om hun plannen uit te voeren. Dat Israël deze oorlog won was niets anders dan een mirakel. Het was de hand van God die hen had beschermd.
Jesaja 41:10 -14–
vrees niet, want Ik ben met u, zie niet angstig rond, want Ik ben uw God Ik
sterk u, ook help Ik u, ook ondersteun Ik u met mijn heilrijke Rechterhand.
Vrees niet, gij wormpje Jacob, gij volkje Israël! Ik ben het, die u help; luidt
het woord des Heren, en uw Verlosser is de Heilige Israels.
Alleen het door Engeland getrainde en bewapende leger van koning Abdallah van Jordanië was enigszins tegen Israël opgewassen. De Jordaniers maakten zich zelfs meester van een deel van Jeruzalem waaronder de Kotel (Klaagmuur). De gevechten duurden met enkele onderbrekingen voort tot begin 1949. Toen bereikten de Verenigde Naties een staakt-het-vuren, dat werd gevolgd door vrij vruchteloze onderhandelingen op het Griekse eiland Rhodos. Het resultaat was dat de gebieden die sinds duizenden jaren Samaria en Judea heten –volledig ten onrechte bestemd voor de Arabisch-Palestijnse staat- door Jordanië werd bezet en in 1954 werd geannexeerd terwijl Egypte de Gazastrook bezet hield. Noch de Jordaanse heerschappij over Samaria en Judea, noch de heerschappij van Egypte over Gaza, werd ooit internationaal erkend, omwille van het eenvoudige feit dat deze twee landen gebieden bezet hielden die volgens internationale overeenkomsten, internationale besluiten en het internationale recht, behoorden tot het Joods nationaal Tehuis. Maar dat weet bijna niemand, dat hoort bij het grote vergeten. Ongeveer 1500 Joodse bewoners van het Joodse Kwartier in de Oude Stad werden met geweld verdreven en enkele honderden werden gevangen genomen en alles wat aan hen herinnerde verwoest.
Koning
Abdullah, de verwoester van Jeruzalem
Meer dan
40.000 Joden in Samaria en Judea en in Gaza, waarvan duizenden Joden generaties
lang onder de Turks-Ottomaanse bezetter hadden gewoond, werden eveneens
verdreven. Alles wat aan de Joodse bewoners herinnerde werd vernield en
ontheiligd. In de Oude Stad werden 68 synagogen, waaronder de beroemde Hurva
synagoge, door de Jordaanse troepen totaal verwoest. Deze synagoge is op 15 maart 2010 voor de derde keer plechtig ingewijd.
De synagoge is een exacte kopie van de synagoge in de Oude Stad die in mei 1948
door de Jordaniërs werd verwoest. Het gebouw is altijd het centrum van de
Joodse gemeente geweest. De herbouw heeft drie jaar gekost. Daarbij is ruim
anderhalf jaar onderzoek gedaan naar de oorspronkelijke synagoge. Het gebouw
heeft een koepel van
De
gerestaureerde Hurva synagoge in Jeruzalem
Ook de Joodse begraafplaatsen werden door de Jordaniërs onteerd en grafstenen stukgeslagen en gebruikt als constructiemateriaal. Al deze feiten vonden plaats onder het oog van de Verenigde Naties die het allemaal liet begaan.
Nu Israël het in bezit heeft is het favoriete woord “bezetting” en spreekt men van de “westbank”. Woorden waarin de haat tegen de Joodse staat tot uitdrukking wordt gebracht. Het zijn dus de Arabische staten, die de Arabische Palestijnen van hun zogenaamde ‘legitieme rechten’, die ze in 1947 van de Verenigde Naties hadden gekregen, hebben beroofd. De oorlogstoestand bracht een stroom van zo’n 350.000 (deze aantallen werden later opgedreven) Arabische vluchtelingen op gang naar de Arabische landen waar ze in vluchtelingenkampen werden gestopt om zo de haat jegens de Joodse staat zorgvuldig in stand te houden. Dat wat men later Palestijnen is gaan noemen, worden nergens in de Arabische wereld voor vol aangezien en de internationale anti-Israël lobby gebruikt hen om de Joodse staat te demoniseren.
Door de Joden het land uitgejaagd, zo zei men, maar de Arabieren werden niet door Israël verdreven. De eerste Israëlische regering onder leiding van David Ben Goerion probeerde de Arabieren zelfs tegen te houden. Er maakten 160.000 Arabieren gebruik van Israëls aanbod om in Israël te blijven. De andere Arabieren vertrokken omdat hun leiders via de radio en pamfletten opriepen om in de naam van Allah daarop aandrongen. Zo riep onder meer de moefti van Jeruzalem alle Arabieren op het land zo snel mogelijk te verlaten, omdat ze het gevaar liep anders gedood te worden door de Arabische troepen en de bommen. "Onze legers staan klaar aan de poorten en zullen alles en iedereen uitroeien om ons land vrij te krijgen", zo sprak moefti Haj Mohammed Effendi Amin El Husseini. Daarnaast werd tijdens propagandistische radio uitzendingen Israël beschuldigd van wreedheden tegen de Arabische bevolking. Dat deed duizenden besluiten het land te verlaten.
Bovendien zouden burgers die geen gehoor gaven om te vertrekken worden beschouwd als overlopers. De vluchtelingen zouden volgens de Arabische leiders weer naar hun huizen kunnen terugkeren, zodra de nieuwe staat Israël was veroverd en de overgebleven Joden de zee in waren gedreven. Maar dat liep even anders. Door de nederlaag van de Arabische wereld zaten de vluchtelingen die dachten snel naar huis terug te kunnen keren, vast in de omliggende Arabische staten waar ze veelal in vluchtelingenkampen waren ondergebracht. Sindsdien worden de gevluchtte Arabieren tot op de dag van vandaag door de Verenigde Naties en 1700 hulporganisaties en donorlanden, onderhouden. De Arabieren die voor de bommen van hun eigen broeders zijn gevlucht, ontlenen hun bestaan aan de leugen dat zij door Israël zijn verdreven en mogen zich verheugen in het feit dat steeds meer mensen, waaronder kerken, die leugen voor waarheid aannemen.
Terugkeer was aan het eind van de jaren veertig wellicht nog mogelijk geweest als de Arabieren tenminste bereid waren geweest in vrede met het Joodse volk te leven. Maar dat waren ze helaas niet. Toen niet, en nu nog niet! De enige uitzondering van werkelijke uitzetting en onteigening geldt een aantal Arabieren dat aan de Libanese grens woonde. Maar dat waren grenscorrecties die door het Britse mandaat werden toegepast en later door Israël overgenomen. Zelden hoort men iets over de massale exodus van de 820.000 Joodse vluchtelingen die eeuwenlang in de Arabische landen hadden gewoond en zich na het oprichten van de staat Israël genoodzaakt zagen deze landen te ontvluchten met achterlating van alles wat zij en hun families soms generaties lang hadden opgebouwd. 520.000 van hen vestigden zich in Israël waarvan een deel jarenlang in tentenkampen en barakken hebben gewoond, zonder hulp van het buitenland. De VN bekommerde zich alleen om de Arabische vluchtelingen.
De terugkeer van het Joodse volk naar het land hunner vaderen is een van de grootste wonderen die de wereld ooit heeft aanschouwd en een duidelijke bevestiging van de Bijbelse profetieën. Sinds de komst van de joden is het land onherkenbaar veranderd. Miljoenen bomen zijn er geplant door het hele land. Op berghellingen, in dalen en in delen van de woestijn. Bossen met pijnbomen, dennen, cypressen en eucalyptussen, en velden vol met allerlei soorten vruchtbomen. Een van de mooie voorbeelden is de vlakte van Jisreel. In 1920 lag dit gebied geheel braak, overwoekerd door gras en moerassen waarin de malariamug heerste. Alleen op de heuvels rondom lagen een paar kleine Arabische dorpjes. Nu ziet men overal bloeiende velden, boomgaarden, akkerland en Kibboetsiem. Ook dit is allemaal door de profeten voorzegd. Vanaf de oprichting van het Jewish National Fund (JNF) in 1901 zijn er maar liefst 240 miljoen bomen gepland. Er woonden eind 2009, 304.000 Joodse pioniers in 123 Joodse nederzettingen in Judea en Samaria. Het grondoppervlak dat zij bewonen beslaat 9.3 procent van wat de wereld ‘de bezette gebieden’ noemen.
Ezechiel 36:8-35-36.
Maar gij bergen van Israël, zult uw takken voortbrengen en uw vruchten dragen
voor Mijn volk Israël.En men zal zeggen; Dit land dat verwoest was, is geworden
als het hof van Eden; de steden die, verwoest en vernield, in puin lagen, zijn
weer versterkt en bewoond. Dan zullen de volken die om u heen overgebleven
zijn, weten dat Ik, de Here, herbouwd heb wat vernield was en beplant heb wat
verwoest was. Ik, de Here, heb het gesproken en Ik zal het doen.
Het grote teken sinds 1948 is dat de Vijgeboom Israël aan het uitbotten is. Sinds die datum heeft de wereld de geboorte mogen meemaken van de staat Israël in het oude land van hun vaderen. Geen enkele vorige generatie heeft dit teken mogen zien en dat geeft aan hoe laat het inmiddels is op Gods tijdklok. In het beeld van de Olijfboom spreekt Paulus van een wortel, van natuurlijke takken en van takken die van elders zijn ingeënt. De wortel en het verbond begint bij Abraham, Isaäk en Jacob. Vanuit de wortel is de Olijfboom gegroeid. De natuurlijke takken zijn de nakomelingen, het volk van Israël. Dan blijkt dat na de verwerping van Jezus, er wilde loten in de boom worden ingeënt. Deze wilde loten zijn de mensen uit de heidenwereld die tot geloof en wedergeboorte in Jezus Christus zijn gekomen. De levende gemeente van Jezus, ingelijfd in Israël, ingeënt in de edele Olijfboom. In Galaten staat het zo;
Galaten 3:7-14-29.
Gij bemerkt dus, dat zij, die uit geloof zijn, kinderen van Abraham zijn. Zo is
de zegen van Abraham tot de heidenen gekomen in Jezus Christus, opdat wij de
belofte des Geestes ontvangen zouden door Geloof. Indien gij nu van Christus
zijt, dan zijt gij zaad van Abraham, en naar de belofte erfgenamen.
Zo is Abraham de vader van
vele volken geworden; zijn geslacht is inderdaad even talrijk als de sterren
des hemels en het zand der zee. De les van de Vijgeboom is dat het fysieke
herstel van Israël sinds
Jesaja 41:11 Zie,
allen die tegen u in woede ontstoken zijn, staan beschaamd en worden te
schande, de mannen die u bestrijden worden als niets en komen om.
Genesis12:3 Ik zal
zegenen wie u zegenen, en wie u vervloekt zal Ik vervloeken.
Wie voor Israël is zal Gods zegen ontvangen en wie tegen is zal Hij vervloeken. Als Jezus straks naar de aarde terugkeert om Zijn volk voorgoed te bevrijden dan zal Hij de volken van de aarde rekenschap vragen voor hun gedrag ten aanzien van Israël.
Joel 3:1-2 Want zie, in die dagen en te dien tijde, wanneer Ik een keer zal brengen in het lot van Juda en van Jeruzalem, zal Ik alle volken verzamelen en afvoeren naar het dal van Josafat, en Ik zal aldaar met hen in het gericht treden ter oorzake van Mijn volk en van Mijn erfdeel Israël, dat zij onder de volken verstrooid hebben, terwijl zij Mijn land verdeelden, en over Mijn volk het lot wierpen.....
Nog steeds wordt Jeruzalem
door de heidenen vertrapt. Israël strijdt om zijn bestaansrecht in het midden
van een overmacht aan Arabische naties en Palestijnse
terreurbendes. Maar desondanks heeft Israël een moderne staat weten op te
bouwen. En de gehele overige wereld, christelijk of niet-christelijk, is
dusdanig vervreemd van het heilsplan van God naar Bijbels perspectief, dat zij
met een natte vinger meebeslissen over land en volk van Israël. De wereld wil
het Joodse volk niet. Die weerzin wordt al beschreven in Psalm 83:5, waar
gezegd wordt: Komt laten wij hen als volk verdelgen, zodat aan de naam van
Israël niet meer wordt gedacht. Dit is niet slechts een achterhaalde
uitspraak uit een ver verleden, maar het plan van de Arabische wereld en
eigenlijk de hele wereld. (*) Op 10 oktober 1960 hield de Israëlische minister
van Buitenlandse zaken Golda Meir een toespraak voor de Verenigde Naties,
waarin ze de Arabische leiders dringend opriep om met Israël over een
vredesakkoord te onderhandelen. De Egyptische dictator Gamal Abdal Nasser
antwoordde in dat jaar dat Egypte Israëls bestaansrecht nooit zou erkennen. Op
8 maart 1965 riep Nasser: “We veroveren Palestina niet met haar bodem
bedekt met zand, maar met haar bodem gedrenkt in het bloed.” Deze
uitspraak gedaan twee jaar vóór de oorlog van 1967, lieten al weinig twijfel
aan zijn werkelijke bedoelingen.
De dreiging bestond dus al langer, breed gedragen in de Arabische wereld. Zo luidde de slotverklaring van de Arabische top van september in 1964: “De vergadering is unaniem in het definiëren van nationale doelstellingen voor de bevrijding van Palestina van Zionistisch kolonialisme. De vergadering verwelkomt de oprichting van de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie om de Palestijnse Eenheid te bewerkstelligen en als voorhoede van de collectieve Arabische strijd voor de bevrijding van Palestina.” Deze slotverklaring stamt uit 1964 toen de zogenaamde Westbank (Samaria en Judea) en Gaza nog in Arabische (resp: Jordanië en Egypte) handen waren. Toch spreken de Arabieren met geen woord over de oprichting van een Palestijnse staat in die gebeiden, maar wel over de vernietiging van Israël. Ook hieruit blijkt dat de zogenaamde ‘bezetting’ door Israël als oorzaak van de PA-terreur, historisch gezien een fabeltje is.
Op 28 mei 1967 zei Nasser: “Onze daad zal de wereld verbazen.Ze zullen
zien dat de Arabieren klaar staan voor oorlog.Wij erkennen het bestaan van
Israël niet.Het is al oorlog sinds 1948. Ons doel is het volledige herstel van
Palestina, oftewel de vernietiging van Israël. Ons eerste doel: vervolmaking
van de Arabische militaire macht. Ons nationale doel: de vernietiging van
Israël.” Op 15 mei 1967 mobiliseerde Egypte, op 18 mei mobiliseerde
Syrië”. Op 16 mei stuurde Nasser de VN-noodtroepen weg, die sinds
Op 20 mei 1967 meldde de
Syrische minister van Defensie Hafez Assad: ,, Onze troepen kunnen de
bevrijding gaan uitvoeren, om de zionisten van het Arabisch grondgebied te
verdrijven…Ik, als militair, geloof dat de tijd gekomen is om de
vernietigingsslag toe te brengen.” Op 22 mei 1967 zei president
Nureddin al-Attasi van Syrië: “Wij willen een volledige bevrijdingsoorlog
om de zionistische vijand te vernietigen.
Op 31 mei en 1 juni zei de
president van Irak Abdel-Rahman Aref: “Het bestaan van Israël is een fout
die gecorrigeerd moet worden.Ons doel is duidelijk: Israël van de kaart vegen.
Broeders laten wij elkaar ontmoeten in Tel Aviv en Haifa”.
Op 1 juni 1967 zei PLO
voorzitter Ahmed Shukairy: Dit is een strijd voor het thuisland-het is
wij of de Israëli’s. De Joden van Palestina zullen moeten vertrekken.
Overlevenden van de oorspronkelijke Joodse bevolking kunnen blijven, maar ik
schat dat geen een het zal overleven.
Op 22 mei sloot Egypte de
straat van Tiran af voor alle Israëlische schepen en alle schepen bestemt voor
Eilat –volledig in strijd met de VN-akkoorden hierover. Ze blokkeerden Israëls
enige aanvoerroute vanuit Azië en de olietoevoer vanuit Perzië. Nasser daagde
Israël uit: "De joden noemen de blokkade een oorlogsdaad. Ik
antwoord ze: kom maar op! We zijn klaar voor een oorlog.”Op 27 mei riep
Nasser: “Ons primaire doel is de vernietiging van Israël. Het Arabische
volk wil vechten. We zullen coëxistentie met Israël nooit accepteren. De oorlog
met Israël bestaat al sinds
De overwinningen van Israël doen denken aan het verhaal over de Gideonnieten in het Bijbelboek Richteren
Richteren.7:12
Midian nu en Amalek en al de stammen van het Oosten lagen in de vlakte, talrijk
als sprinkhanen, en hun kamelen waren ontelbaar, talrijk als het zand aan de
oever van de zee.
Gideon stelde daar in opdracht van de Here slechts 300 man tegenover. Maar de Here was aan hun zijde want terwijl de driehonderd op hun horens bliezen, richtte de Here in de gehele legerplaats het zwaard van de een tegen de ander. Zo zullen Israëls vijanden straks opnieuw met de Here te maken krijgen en het volk van Israël zal opnieuw ervaren dat de Here aan hun zijde is.
Aan Israëlische kant vielen in deze oorlog 679 doden en 2563 gewonden; aan Arabische kant werden 21.000 doden en 45.000 gewonden gemeld. 15 Israëli’s werden krijgsgevangen genomen, terwijl Israël zelf bijna 6000 krijgsgevangen had gemaakt. Israël vernietigde tussen 452 en 469 vliegtuigen en verloor er zelf 36. Van Egypte werden 320 tanks en 10.000 andere voertuigen veroverd en het meeste andere oorlogsmateriaal vernietigd. Jordanië verloor 179 tanks en Syrië 118.
Tijdens de Yom Kippur oorlog in 1973 heeft Israël serieus overwogen om de Syrische hoofdstad Damascus te bombarderen om zo het Syrische offensief tegen Israël te stoppen, maar dit werd door de Israëlische premier Golda Meir geblokkeerd. Uiteindelijk wist Israël de oorlog tegen Egypte en Syrië alsnog te winnen, ondanks het feit dat Israël zich gesteld zag voor een enorme overmacht: Syrië had bijna 7x zoveel tanks en bij het Suezkanaal moesten slechts 500 Israëlische soldaten het opnemen tegen 80.000 militairen van het Egyptische leger. Na twee weken maakte de VN Veiligheidsraad middels een resolutie een einde aan de oorlog, omdat deze desastreus verliep voor Egypte en Syrië. Beide landen verloren ongeveer 35.000 man en 370 vliegtuigen, tegen 2688 omgekomen soldaten en 102 verloren gegane gevechtstoestellen aan Israëlische kant.
Het interesseert het de wereld van vandaag geen zier dat perfide nazi propaganda tegen Israël en de Joden in het algemeen dagelijkse kost is in het Midden Oosten. De knuffelgevoelens van de Europese leiders voor de namaak Filistijnen is ronduit verbijsterend. Naast het misselijkmakende beleid van de leiders in Brussel, zijn er nog de verschillende organisaties die er alles voor over hebben, Israël te demoniseren. Ooit deelde het Palestina Komité pamfletten uit die vertelden hoe de duivelse Israëlische luchtmacht geboobytrapt speelgoed uitgooide boven de kampen van Palestijnse vluchtelingen. De nazi’s hadden dit soort propagandamateriaal ook al gebruikt, maar toen waren het de Amerikanen en de Engelsen die hiervan beschuldigd werden. Wat het meest triest is, is dat er vandaag nog steeds mensen zijn die deze smerige leugens geloven. Ook de Amerikaanse presidenten doen mee aan het vervalsen van bindende resoluties. Zo zei onder meer Bill Clinton op 16 december 1996: ‘De nederzettingen zijn absoluut een obstakel voor de vrede’. Hij doelde daarmee op de volkomen legale Joodse plaatsen in Samaria, Judea en Gaza. Het roept ergernis op als in de internationale media Arabische propaganda als feiten worden weergegeven. De hele Arabische desinformatiemachine gaat ongecontroleerd zijn gang. Het is opmerkelijk hoe de Arabische propaganda erin is geslaagd het vraagstuk van de ‘Palestijnen’ te laten aanvaarden als gevolg van Joodse agressie.
Te lang hebben antisemieten gelegenheid gehad het jodendom te demoniseren in deze allerminst van jodenhaat bevrijde wereld. De meeste christelijke regeringen en ook kerken weigeren Israëls recht op Jeruzalem te erkennen. Men mag verwachten dat ze de Bijbel kennen waarin op dramatische wijze wordt verteld -en door de profeten voorzegd -over de plaats die deze stad inneemt in de drieduizend jaar oude geschiedenis van het volk van Israël. De wereldleiders negeren de onbetwistbare Joodse waarheid en omarmen de fantastische onzin van een islamitisch-religieus recht en de leugenachtige islamitische aanspraak op de Heilige Stad. De christelijke naties hebben zelfs actief en meedogenloos met de Arabieren gecollaboreerd bij het in de lopende geschiedenis implanteren van een schandalig op niets gebaseerde leugen, die, zo benadrukken zij impliciet, de Joodse waarheid moet vervangen.
Naast de bindende resoluties, die vandaag nog onveranderd van kracht zijn, welke Israëls recht op het land bewijzen, bestaat Gods Woord. Honderden Bijbelteksten laten niets aan duidelijkheid te wensen over aan wie het land toebehoort.
Jeremia
31:4-5 ‘Weder opbouwen zal Ik u, zodat gij gebouwd wordt, jonkvrouw
Israëls. Opnieuw zult gij u tooien met tamboerijnen en uittrekken in vrolijke
reidans; gij zult weer wijngaarden planten op de bergen van Samaria, en wie ze
planten, zullen ook de vrucht genieten.’
Zelfs christenen nemen dat dit soort proftieën niet serieus genomen moeten worden en hebben geen oog voor de overduidelijke beloften die de Heer aan Zijn volk heeft gedaan. Het bestaan van Israël geeft ze een ongemakkelijk gevoel omdat diverse herders op de kansel beweren dat de beloften aan de kinderen van Israël hebben afgedaan. Ze veroordelen de daden van Israël, terwijl de dreigingen waaraan Israël dagelijks blootstaat worden vergoeilijkt of volledig genegeerd. Als het aan verschillende kerken lag, zou Israël heden ten dage niet bestaan. Maar er is geen duidelijker teken denkbaar van Gods liefde voor Zijn uitverkoren volk dan dat Hij het bewaart en beschermt in het land dat Hij hen heeft beloofd.
Wie denkt dat de huidige
problemen in het Midden-Oosten op vreedzame manier op te lossen zijn, zal
bedrogen uitkomen. De wereld heeft Israël aangewezen als zondebok voor alle
problemen en intussen Arabische landen opnieuw bezig met het treffen van
voorbereidingen voor een volgende oorlog. Vanaf de oorlog van 1967 heeft Israël
een politiek van toegeven aan de Arabieren, toegepast. Het resultaat is geweld,
blinde haat en moord. Na de Yom Kippoeroorlog van 1973 bood Abba Eban de
Arabieren in vloeiend Arabisch een eervolle vrede aan. Korte tijd later vatte
hij zijn ervaring in de tot op heden meest geciteerde zin van een Israëlische
diplomaat samen met de woorden: ,, De Arabieren laten geen gelegenheid
voorbijgaan,een gelegenheid voorbij te laten gaan."
Opmerkelijk is ook dat de Arabische landen en ook de Palestijnen, hun nederlagen steeds opnieuw uitleggen als overwinningen.Toen Israël in 1982 Libanon binnentrok en Arafat en zijn bende het land uitschopte, spraken de Arabische leiders en de media, van een overwinning. Toen de Joodse staat in 2006 de hele infrastructuur van Hezbollah vernietigde, en in 2009 Hamas in Gaza een pak slaag gaf, spraken ze opnieuw van een overwinning. En zo is het gegaan bij ieder oorlog die ze verloren hebben.
De profeten hebben vertelt dat het herstel van Israël, en geen andere gebeurtenis, het teken zou zijn dat het aftellen is begonnen. Men kan er voor 100 procent op vertrouwen dat God zich zijn land door niemand laat ontnemen., of het nu buitenlandse machten zijn of Israëlische politici, die Gods land aan de Palestijnen willen afstaan in ruil voor een valse vrede. De Bijbelse God daagt iedereen voor het gerecht, die zijn land verdeelt of wil verdelen.
De herrijzenis van Israël is een mirakel, een wonder, het is een Gods wonder! Het is wonderbaar dat wij vandaag in een tijd leven waarin wij mogen zien dat alles voor de grote dag van de wederkomst van Jezus in gereedheid wordt gebracht. Israëlis terug in het land dat God onder ede aan hen heeft beloofd. Israël heeft de hele geschiedenis een aparte plaats in de wereld ingenomen en dat zal straks wanneer de Here Jezus op aarde is teruggekeerd, niet anders zijn. Het is daarom voor ieder mens van cruciaal belang zich achter de Joodse staat en de God van Abraham, Isaak en Jacob op te stellen. Klik hier eens om te zien hoe Papoea’s in Nieuw Guinea het Shema Israël zingen. Prachtig!
De Bijbel maakt duidelijk dat in de tijd dat het Joodse volk weer naar het aloude thuisland zal zijn teruggekeerd en de slapende volken in het Midden Oosten tot ontwaken zijn gekomen, er een woelige tijd van ontreddering, chaos en beroering zal aanbreken. Opvallend is de onmacht waarmee de Verenigde Naties, en de leiders in Brussel en Washington met de huidige problemen omgaan. De onderdrukte en getiranniseerde bewoners in de Arabische wereld schreeuwen om hervormingen en eisen democratie maar daar zal in de praktijk niets van terechtkomen. Moslimextremisten zullen de macht overnemen en zullen dat niet alleen beperken tot het Midden-Oosten maar zijn eveneens uit op een wereldwijde dominantie. Hun streven is de oprichting van wereldwijd Kalifaat met de Sharia als wetgeving.

Overal in het Midden-Oosten wankelen dictators als dronkenmannen en rukken moslimfundamentalisten aan grondvesten van de samenleving. Tussen al die gillende en moordende massa’s die om het hardst hun god aanroepen, bestaat er een eiland van stabiliteit- de enige echte democratische staat in die regio en dat is Israël. Maar zowel Washington als de leiders in Brussel zijn bereid het kleine landje Israël aan de wolven over te leveren. Men doet er het zwijgen toe wat betreft de bijna dagelijkse raket en mortierbeschietingen op de Joodse gemeenschappen in de westelijke Negev waaronder Beersjeva de grootste stad in het zuiden van Israël. Het gaat bij de wereldleiders om een complete afwijzing van Israëls recht van bestaan. Het is niets anders dan een felle aanval op de bedoelingen van God met dit land. Ze maken echter een zeer ernstige fout die hen duur te staan zal komen.
Volgens Rabbijn Michel Yehuda
Lefkowitz zijn de huidige ontwikkelingen een duidelijk teken dat de komst van
de Messias
nooit ver meer weg kan zijn en dat de huidige onrust Gods manier is om de
leiders in Israël en het Westen wakker te schudden uit hun droomwereld.
Lefkowitz zegt te geloven dat noch Israël noch de wereldleiders de boodschap
hebben begrepen. “Zolang ze blijven geloven dat ze goed bij de les zijn, en
menen alles met kennis en bekwaamheid te overzien, zal God de naties
schudden, en zie wat er vandaag gebeurt, ze staan nog wel op het
wereldtoneel maar hebben geen enkele controle meer over de gebeurtenissen.” Ze
praten en praten maar lossen in hun grootheidswaanzin niets meer op. Ze kennen
God niet en daarom begrijpen ze niets van de huidige ontwikkelingen. God lacht
om hen, en geeft ze nog tijd om wakker te worden.
De Here, de God van
Israël, gaat door met het uitvoeren van het verlossingsplan van Zijn volk. De
Koning van Israël, Jeshua haMessiach, is op weg naar Jeruzalem.
Overige bronnen: http://www.israelunitycoalition.org/news/article.php?id=4849 Hal Lindsey,De Laatste Veldslag,Uitgeverij
Novapres. Tom Hess, Wacht niet op de jagers,Stichting Hebron Twente,
Almelo. Aish.com Crash
Course in Jewish History, door Rabbi Ken Spiro. Rene Pache, De
Komende Christus, Novapres, Laren. Jan Willem van der Hoeven,Babylon of
Jeruzalem, Uitgeverij Novapres Apeldoorn 1994. Lester Sumrall, NIW,
artikel van Victor Polak, 29 november 2002.Djihaad, De heilige oorlog,
Gazon Uitgeverij,’s-Gravenhage. Lance Lambert,Israël is Uniek en De dag
breekt aan, Chai pers. Tim
Terug naar: Inhoud