Voorbereidingen Derde Tempel
Door: Franklin ter Horst. (Aangemaakt:
augustus 2001) ( Laatste bewerking: 7 maart 2012)
Nu het Joodse volk weer terug is in het aloude thuisland en zoals diverse Bijbelteksten duidelijk maken, tegelijkertijd de slapende volken in het Midden Oosten tot ontwaken zouden komen, dient de vraag zich aan of dit ook de tijd is waarin er sprake zal zijn van de herbouw van de Tempel in Jeruzalem. Hoewel niet iedereen het daar mee eens is, zijn velen van mening dat nu ook de herbouw van de Tempel nog slechts een kwestie van tijd is. Bovendien zijn verschillende organisaties in Israël druk doende met de voorbereidingen.
Door de eeuwen heen heeft het Joodse volk uitgezien naar het ogenblik, waarop Jeruzalem herbouwd en de Tempel weer hersteld zou worden. Het Joodse volk heeft de Tempel nooit vergeten in de bijna 2000 jaar van verstrooiing. Nooit lieten zij, waar zij ook woonden, de hoop varen en staakten zij hun gebeden voor zijn heroprichting en de herleving van alle oude gebruiken. In de extra dienst voor de feestdagen de "Musaph" wordt aldus tot God gesmeekt: "Herbouw Uw huis als in den beginne, en vestig Uw Heiligdom op zijn plaats; toon ons zijn herbouw en laat ons verheugen in zijn herstel."
Reeds in Exodus wordt beschreven dat de Israëlieten de opdracht krijgen een heiligdom voor God te maken met als doel er offers te brengen en er het Paas-, Pinkster- en Loofhuttenfeest te vieren. De tabernakel (ohel mo’ed) was ook een plaats van gebed, zowel voor de priester, het gehele volk als de individuele Israëliet. De tabernakel was de aardse verblijfplaats van de Here God. Zo was het ook bedoeld.
De
Tabernakel
Exodus 25:8-9 En
zij zullen Mij een heiligdom maken, en Ik zal in hun midden wonen. Gij zult het maken overeenkomstig alles wat Ik u toon, het
model van de tabernakel en het model van al zijn gerei.
Later wordt dit herhaald: “Ik zal in het midden van de Israëlieten
wonen en Ik zal hun tot een God zijn. En zij zullen
weten, dat Ik, de Here, hun God ben, die hen uit het
land Egypte geleid heb, opdat Ik in hun midden wone; Ik ben de Here, hun God”.
(Exodus 29:45-46).
Zeven hoofdstukken van Exodus zijn gewijd aan de gedetailleerde instructies die God geeft voor de bouw, de inrichting en de eredienst. De Levieten waren degenen die door God waren uitverkoren het priesterambt te vervullen. Exodus en Leviticus beschrijven heel nauwkeurig het luisterrijke ceremonieel waarmee Aäron en zijn vier zonen werden gewijd tot de eerste priesters.
(*)In de
tabernakel verrichtte de hogepriester samen met de priesters en de Levieten de
ceremoniën. Besaleël en Oholiab, twee uiterst getalenteerde vaklieden, volgden
nauwkeurig de instructies op, die God aan Mozes gaf voor de bouw van de tabernakel en alles wat erbij hoorde. (Exodus 31:6) De tabernakel was
In het Heilige stond de tafel met de toonbroden (sjoelchan hapaniem), waar twaalf broden op lagen, voor elk van de twaalf stammen van Israël één. De zevenarmige kandelaar (menora) en het wierookaltaar (mizbeach haktoret) stonden naast de tafel. In de voorhof stond het brandofferaltaar (mizbeach ha’ola) en vlak voor de ingang van de tabernakel stond het bronzen wasbekken (kiyor) waarin de priesters hun handen en voeten wasten.Bij de inwijding van de tabernakel werden de voorwerpen in het Heilige ingewreven met mirre, aloë en kaneel, en gedrenkt in zalfolie. ‘Toen werd de ontmoetingstent overdekt door een wolk en werd de tabernakel gevuld door de majesteit van de Heer. Zolang hun tocht duurde, trokken de Israëlieten pas verder wanneer de wolk zich van de tabernakel verhief. Wanneer de wolk niet opsteeg, trokken ze niet verder.’(Exodus 40:34-36-37).(*) Bron:Israel Today, Maart 2012, nummer 59.
De wens om een echt "Huis" voor de Here te mogen bouwen kwam van David nadat hij de "Ark van het Verbond" uit het huis van Abinadab in Kirjath Jearim had overgebracht naar Jeruzalem, de nieuwe hoofdstad. In 2 Samuël 24:18-25 staat de aankoop door koning David van de dorsvloer van de Jebusiet Arauna en ook de reden, waarom hij deze dorsvloer kocht. Hij wilde daarop een altaar voor de Here bouwen om een offer te kunnen brengen "opdat de plaag van het volk mocht ophouden". Deze dorsvloer was de berg Moria. Moria was al lang een heilige berg voordat er een Tempel werd gebouwd. Volgens de traditie was dit ook de plaats waar Kaïn en Abel hun offers brachten en waar Noach God dankte voor zijn redding en waar Abraham zijn zoon Isaäk had gebracht om hem op Gods bevel te offeren.
Ark des Verbonds, ook wel Ark des Heren
In 1 Kronieken wordt beschreven dat David voor zijn dood de bouwplannen voor de Tempel had laten maken en alle benodigde materialen daarvoor bijeen had gebracht. Hij had zelfs de dienst van de priesters in de toekomstige Tempel georganiseerd. Volgens een Joodse overlevering zou God een "Temple Scroll" aan Mozes hebben overhandigd met daarin alle details voor de bouw van de Tempel en alle tempelbenodigdheden. De Tempel van Salomo was in de basis identiek aan het ontwerp en vormgeving van de Tabernakel in de woestijn, alleen groter. De eer om een huis voor de Here te bouwen viel niet aan David omdat hij een krijgsman was en veel bloed voor Gods aangezicht had vergoten. Het was Salomo, zijn zoon die het huis voor de Here mocht bouwen.
De Tempel van Salomo
Door het
koningschap van David met het aansluitende koningschap van diens zoon Salomo,
heeft God een profetisch beeld willen geven. Het was de uitbeelding van het toekomstige
Koninkrijk der Hemelen onder leiding van Jezus Christus. Salomo, wiens naam zowel zon als vrede betekent, was
koning van Israël en Juda in de periode van ca 965 tot 926 v. Chr. Hij was de
tweede zoon van David en Bathséba. Als jongere zoon had hij geen rechten op de
troon, maar Natan, Salomo’s leermeester, en Bathséba zijn moeder, wisten David
ertoe te bewegen Salomo tot koning te benoemen in plaats van zijn broer Adonia.
Voortbouwende op de successen van zijn vader David, die de natie tot een eenheid
had gemaakt, maakte Salomo Israël tot een grote mogendheid. Kort na zijn
kroning had Salomo een ervaring die het karakter van zijn regeerperiode zou
bepalen. God verscheen hem in een droom en vroeg hem welke bijzondere gave hij
graag zou willen hebben. De koning antwoordde: 1 Koningen 3:9-10 Geef
dan uw knecht een opmerkzaam hart, opdat hij uw volk richte, door te
onderscheiden tussen goed en kwaad, want wie zou in staat zijn dit uw talrijk
volk te richten? En het was goed in de ogen des Heren, dat Salomo dit gevraagd
had.
1 Koningen 6:1 In het vierhonderd tachtigste jaar na de uittocht
der Israëlieten uit het land Egypte, in het vierde jaar van Salomo’s regering
over Israël, in de maand Ziv, dat is de tweede maand, bouwde hij het huis voor
de Here.
Salomo rekruteerde 30.000 man (buiten Hiram’s lieden) voor werk aan zijn project. Daarnaast gebruikte hij 70.000 man op zijn aanvoerlijnen (lastdragers) en nog eens 80.000 steenhouwers om te werken in de groeven van Zeredathad. Tenslotte werden nog eens 3300 opzichters aangesteld. (1 Koningen 5) Salomo hield toezicht op de bouw van Jeruzalem en van de schitterende Tempel die was toegewijd aan God. In de Tempel zou de Ark des Verbonds worden geplaatst, met daarin de platen van de wet die Mozes op de berg Sinaï had ontvangen. Deze Tempel werd het nationale heiligdom van de Israëlieten. De Joodse historicus Josephus meldt in zijn Antiquities: “Het gehele lichaam van de tempel was met zeer groot vakmanschap opgebouwd uit gepolijste stenen die zo glad en in onderlinge overeenkomst zo perfect tegen elkaar geplaatst dat het voor een toeschouwer leek of er geen enkele hamer of ander stuk gereedschap gebruikt was, maar eerder alsof zonder gebruik daarvan alle materialen zich op natuurlijke wijze hadden verenigd.”
1
Koningen 6:7 Toen het huis gebouwd werd, werd het opgetrokken van steen,
afgewerkt aan de groeve, en geen hamer of beitel of enig ijzeren gereedschap
werd gehoord bij het bouwen van het huis.
Voor de bouw van de verschillende gebouwen verzocht Salomo aan Hiram, de koning van Tyrus, hem hout te leveren uit de cederbossen van de Libanon, en eveneens alle houtbewerkingsarbeid voor de Tempel te verrichten. Voor zover bekend zijn er nog 13 van deze beroemde cederbomen over in Libanon die gelden als de mooiste bomen ter wereld. Ze groeien uiterst langzaam, gemiddeld maar een centimeter per jaar. De oudste boom die nu nog in de Libanon staat is bijna veertig meter (vierduizend centimeter). Botanici schatten dat deze boom thans ongeveer 4000 jaar oud moet zijn. De boom leverde het meest gewilde hardhout uit de wereldgeschiedenis.
De Bijbel vertelt dat zowel David als Salomo betrekkingen onderhielden met buitenlandse vorsten waaronder koning Hiram van Libanon. De naam van deze koning komt voor in een lijst van koningen van Tyrus die Menander van Efeze (tweede eeuw v. Chr) vermeldt en die door Flavius Josephus wordt aangehaald. Hiram is bewezen een historische figuur te zijn. De constructie van Davids paleis vond plaats met materialen afkomstig van Hiram. Hij hielp David met de bouw van zijn paleis. (1 Kron. 14:1). Daarnaast zijn de regeringsjaren van David en Salomo, onder andere met behulp van de Assyrische chronologie, vrij nauwkeurig te reconstrueren.Een andere aanwijzing voor het bestaan van koning David buiten de Bijbel om is een oude inscriptie die gevonden is in Tel Dan. Hierin staat een verwijzing te lezen naar een koning uit het “Huis van David”. Deze inscriptie bevestigt indirect dus het bestaan van de historische koning David.
Het inwendige van de Tempel was verdeeld in drie ruimten. Bij het binnentreden passeerde men eerst twee massieve bronzen zuilen; elk met een omtrek van ca zes meter en een hoogte van ca twaalf meter. De zuilen werden Jakin (vestigen) en Boaz (door sterkte) genoemd. Gecombineerd betekenen deze twee woorden “Door sterkte is deze plaats voor eeuwig gevestigd”.

Achter twee vergulde deuren van
olijfhout lag het
“Heilige der Heiligen” dat gewone priesters nooit te zien kregen. (1 Koningen 6) Het had de vorm van een volmaakt vierkant
waarvan iedere wand
Voor de versiering van de Tempel waren kosten noch moeite gespaard. Alles was rijkelijk overdekt met houdsnijwerk en bekleed met goud. De ruimten waren gevuld met altaren, tafels en ander meubilair van goud, brons of met goud bekleed houtwerk. De Tempel werd verlicht door tien gouden luchters. In de grote zaal stonden een bronzen altaar voor brandoffers en de zogenaamde “zee”, een bronzen bassin met een doorsnee van ruim vijf meter en een gewicht van bijna dertig ton. Het ruste op twaalf bronzen runderen, gegroepeerd in vier driespannen op elk van de windstreken. Het bassin kon ruim 140.000 later water bevatten dat waarschijnlijk werd gebruikt voor rituele reinigingen.
Het hele project was in zeven jaar gereed en zo prachtvol dat het verschillende malen is aangemerkt als het achtste Wereldwonder uit de oudheid. Het is duidelijk dat, hoe ook de werkwijze bij het bouwen van de tempel precies is geweest, bij Salomo het idee voorlag om er niet het werk van de mens mee te symboliseren, maar dat van zijn Hemelse Vader. Iedereen was onder de indruk van zijn bouwactiviteiten, waaronder ook buitenlandse koningen en koninginnen zoals de koningin van Sjeba. Salomo's rijk was een hoogtepunt in Israëls toenmalige geschiedenis.
De Bijbel vertelt dat Salomo aan het eind van zijn leven verviel in afgoderij: “Salomo nu had behalve de dochter van de Farao vele vreemde vrouwen lief, Moabitische, Ammonitische, Edomitische, Sidonische en Hethitische, behorende tot die volken van wie de Here God tot de Israëlieten had gezegd, “Gij zult u met hen niet inlaten, en zij zullen zich met u niet inlaten”. (1Koningen 11) Al deze vrouwen verleiden zijn hart. Het geschiedde namelijk toen Salomo oud geworden was, dat zijn vrouwen zijn hart meevoerden achter andere goden, zodat zijn hart de Here, zijn God, niet volkomen was toegewijd gelijk dat van zijn vader David. Zo liep Salomo Astarte, de godin der Sidoniërs achterna, en Milkom, de gruwel der Ammonieten, en Salomo deed wat kwaad was in de ogen des Heren. Toentertijd bouwde Salomo een hoogte voor Kamos, de gruwel van Moab, op de berg ten oosten van Jeruzalem en voor Moloch, de gruwel der Ammonieten. De Here werd vertoornd op Salomo omdat hij niet in acht had genomen wat de Here die hem tweemaal verschenen was, geboden had.
1 Koningen 11:42-43 De tijd nu, die Salomo te Jeruzalem over
geheel Israël geregeerd heeft, was veertig jaar. En Salomo ging bij zijn
vaderen te ruste en werd begraven in de stad van zijn vader David; zijn zoon
Rehabeam werd koning in zijn plaats.
De door Salomo gebouwde Tempel werd uiteindelijk in 587 v.Chr. verwoest door Nebukadnezar. De Bijbel vertelt dat in het negende regeringsjaar van Sedekia, de koning van Babel met zijn gehele leger tegen Jeruzalem optrok en het tot in de zomer van 587, belegerde. Zowel Jeruzalem als de Tempel werden door de Babyloniërs volledig in de as gelegd en de bevolking, samen met de schatten uit de Tempel naar Babel meegenomen. De profeet Jeremia had dit allemaal al aangekondigd en de bevolking van Jeruzalem gewaarschuwd dat dit zou gebeuren, maar men wenste niet te luisteren. (Jeremia 26). Ze wierpen hem zelfs in de put van prins Malkia waar hij zonk in het slijk (Jeremia 38: 6). Uiteindelijk besloot God Jeruzalem in de macht van de koning van Babel te leggen (Jeremia 25:8).
Toen de Perzische koning Kores (Ezra:1) de opperheerschappij in Babel kreeg, mochten de ballingen terug. In 520 v.Chr. werd begonnen aan de herbouw van de Tempel en in de jaren die volgden werd ook Jeruzalem in al zijn glorie hersteld. Zonder Tempel als zichtbaar teken van het wonen van God in hun midden kon het volk niet leven. Bij het begin van de herbouw bliezen de priesters in hun gewijde gewaden op de Sjofar en zongen Levietenkoren dankliederen aan God. Nadat de Tempel in 515 v.Chr. was voltooid kon het Joodse volk een nieuw leven beginnen in het Heilige Land.

Jeruzalem werd nu het middelpunt van een kleine Joodse staat, die bestuurd werd door een hogepriester. Maar het werd allesbehalve rustig, want in 200 v.Chr. veroverde de Seleucide Antiochus III Jeruzalem. Diens opvolger, de beruchte Antiochus IV Epiphanus trachtte de Joden de Hellenistische cultuur op te dringen. De Tempel in Jeruzalem werd aan Zeus gewijd en alle religieuze voorschriften vooral betreffende de viering van de hoogtijdagen, sabbat en besnijdenis werden op straffe des doods verboden.
Ook het bezit van het Wetboek van Mozes was strafbaar, ook daarvoor kon men de doodstraf krijgen. Alle vindbare exemplaren werden vernietigd. Voorts werd de Joodse offercultus verboden. In de Tempel werden varkens geslacht en in de heilige zalen hadden de heidenen gemeenschap met vrouwen. De Joden die zich tegen deze terreur verzetten werden op gruwelijke wijze gemarteld. Bovendien maakte Epiphanus zich meester van de tempelschatten. De Joden spraken van "Een gruwel der verwoesting" over deze tijd. Deze figuur wordt ook wel gezien als de voorloper van de komende Antichrist. De terreur van Epiphanus had de opstand der Makkabeeën tot gevolg. Deze Joodse vrijheidsbeweging maakte in 164 v.Chr. een eind aan zijn terreur. Een verslag van deze opstand en de daarop volgende onafhankelijkheidsstrijd is te vinden in de boeken van de Makkabeeën. De Tempel werd ontdaan van alle Hellenistische attributen en opnieuw ingewijd. Deze gebeurtenis wordt tot op de dag van vandaag gevierd tijdens het Chanoekah-feest.
De Tweede Tempel.
De Tempel zoals door de teruggekeerde ballingen opgebouwd, werd later door Herodus de Grote (73-4 v.Chr.) verfraaid voor eigen eer en om het Joodse volk voor zich te winnen. Hoewel Herodus geen Jood maar een Edomiet (nakomeling van Ezau) was, voelde hij als koning over de Joden, behoefte zijn banden met het Jodendom op indrukwekkende wijze te demonstreren. De Tempel de die ballingen vijf eeuwen tevoren had laten bouwen was weliswaar zo’n honderd jaar voor de tijd van Herodus nog eens opgeknapt, maar was desondanks een bescheiden bouwwerk gebleven. Herodus begon zijn bouwactiviteiten in het jaar 19 v.Chr. Hij wilde een einde maken aan de religieuze oppositie en daarbij zijn koningschap luister bijzetten door de herbouw van een Tempel waarin een weelde ten toon werd gespreid die zelfs Salomo zich niet had kunnen voorstellen. Volgens historische bronnen mochten van Herodus alleen speciaal opgeleide priesters- ongeveer duizend in totaal- aan de bouw van de Tempel werken. Wat zij deden werd door gordijnen aan onbescheiden blikken onttrokken. De Tempel werd in anderhalf jaar voltooid.
Tempel
Herodus
De inwijding ging gepaard met grootse plechtigheden waarbij Herodus een brandoffer bracht van 300 ossen. In de daarop volgende jaren werd de rest van het Tempelcomplex verder verfraaid en bebouwd. Zijn verheven pracht vond haar hoogtepunt in 63 n.Chr. Het was één van de grootste en mooiste gebouwencomplexen van de oudheid geworden. Maar net zoals bij de Eerste Tempel, kondigden ook bij de Tweede Tempel verschillende waarschuwingen de verwoesting ervan aan. Al tijdens de kruisiging van Jezus werd het Sanhedrin uit de "Kamer van Gehouwen Stenen" verdreven doordat een aardbeving de toegang had geblokkeerd met rotsblokken van 30 ton. In het jaar 66, vier jaar voor de verwoesting van de Tempel, zagen mensen in heel het land soldaten en strijdwagens in de lucht die Jeruzalem en de steden van het land omsingelden. Ook Jezus voorspelde de verwoesting.
Matthéüs 24:1-2 En
Jezus ging de tempel uit en vertrok. En zijn discipelen kwamen tot Hem om Hem
op de gebouwen van de tempel te wijzen. En Hij antwoordde en zeide tot hen,
Ziet gij dit alles niet? Voorwaar Ik zeg u, er zal hier geen steen op de andere
gelaten worden, die niet zal worden weggebroken.
Jezus sprak alleen over de Tempel zelf en niet over de omringende muren zoals de Klaagmuur. Jezus, zei ook niet dat het vernietigen van de Tempel in één keer zou gebeuren want pas in de tijd van Hadrianus zijn de laatste resten met de grond gelijk gemaakt. Slechts drie weken nadat het laatste dierenoffer aan God was gebracht, pakte een Romeinse soldaat een brandend stuk hout en wierp het door een lage gouden deur aan de voorzijde die toegang gaf tot de vertrekken rond het heiligdom. De vlammen laaiden op en legde de Tempel geheel in de as. De ironie wil dat dit op dezelfde dag en maand gebeurde waarop de Babyloniërs meer dan 650 jaar eerder de Tempel van Salomo verwoesten.

Na de verwoesting van de Tempel door de Romeinen in 70 n.Chr heeft het Joodse volk nog drie pogingen ondernomen om de tempel te herbouwen op de berg Moria. En iedere keer gebeurde er iets waardoor de bouwactiviteiten moesten worden stopgezet. De eerste poging vond plaats in de tijd van Bar Kochba tussen 132 en 135 n.Chr. De tweede poging vond plaats in het jaar 324, toen keizer Constantijn volgens Eusebius toestemming gaf om het Huis van God in Jeruzalem te herbouwen. Terwijl de Joden met bouwen begonnen, klaagden een aantal christenen bij de keizer en overtuigden hem ervan dat de bouw van de Tempel niet in het belang van het christendom was. Dit resulteerde erin dat Constantijn de oren zou laten afsnijden van degenen die poogden de Tempel te bouwen. De derde poging vond plaats toen keizer Julianus de Afvallige (361-363) hen hiertoe toestemming gaf. Maar ook deze poging mislukte, omdat volgens de meeste bronnen ondergrondse vuren uitbraken die de fundamenten vernietigden voordat de bouwers er zelfs in slaagden vorm te geven aan het gebouw. Het was kennelijk de tijd nog niet de Tempel te herbouwen!
Islamitische geschiedenis Tempelplein.
De geschiedenis van het islamitische Jeruzalem begon bij de verovering van de stad in 638 n.Chr. door Arabische moslims onder leiding van kalief Omar. Hij lijfde Jeruzalem onder de Arabische naam "Al-Qoeds esh Sjarief" (het verheven heiligdom) bij het Arabische rijk in. De Tempelberg wordt in het Arabisch "Haram-esh Sjarief" (het waarachtige heilige) genoemd. Het was kalief Abd-el-Malik die in 691 n.Chr. de Rotskoepel op de plaats van de Tempel bouwde. Deze kalief had het echter niet slecht voor met de Joden want hij schonk hen de erfrechten voor de bewaring en verzorging van de Tempelberg. De rots waarover de koepel is gebouwd zou volgens de islam de plek zijn waar Mohammed een ontmoeting had met Abraham, Mozes en Jezus. Een latere moslimtraditie zegt dat de rots ook de plaats was waar Abraham voorbereidingen trof om zijn zoon "Ismaël"te offeren. En dit zou ook de plaats zijn van waaruit Mohammed zijn reis naar de hemel begon.
Volgens een islamitische legende zou Mohammed een miraculeuze luchtreis naar Jeruzalem hebben gemaakt. Daar aangekomen zou hij zijn paard aan de ‘Klaagmuur’ hebben vastgebonden terwijl hijzelf naar de hemel opsteeg om daar hoogstpersoonlijk een aantal zaken te bespreken met Allah, Jezus en Abraham. Dit verhaal is echter niet meer dan een verzinsel want Mohammed is nooit in Jeruzalem geweest. De waarheid is dat ten tijde van Mohammed- die in 632 n.Chr stierf- Jeruzalem een christelijke stad was in het Byzantijnse rijk. Jeruzalem werd pas in 638 door Kalief Omar veroverd. In die tijd stonden er alleen kerkgebouwen in de stad en ook op de Tempelberg. Omstreeks het jaar 711, 79 jaar na de dood van Mohammed werd de Byzantijnse kerk op het Tempelplein in een moskee veranderd. Na wat kleine verbouwingen noemde men de kerk voortaan de Al-Aksa moskee. Mohammed kon dus nooit deze moskee in gedachten hebben gehad, toen hij de Koran schreef, want hij was toen al lang dood. Diverse onderzoekers hebben al lang aangetoond dat het "Buitenste bedehuis "zoals genoemd in de Koran, Soera 17:1, met de moskee in Medina te maken heeft en niets met Jeruzalem.
(*)Op 5-8-2003 schreef Ahmed Muhammed Arafa, een columnist van het Egyptische weekblad Al-Qahira, dat de islamitische bewering dat Mohammed’s nachtelijke uitstapje van Mekka naar Jeruzalem, berust op een verkeerd uitleggen van een enkel vers uit de Koran. Ook Arafa beweert in zijn artikel dat deze trip van de profeet hem van Mekka naar Medina heeft gebracht. Er bestaat volgens de schrijver geen enkel historisch noch religieus bewijs voor de bewering dat het om Jeruzalem gaat. Het verhaal is ontstaan door rivaliteit tussen religieuze fanatiekelingen in Jeruzalem en andere heilige islamitische plaatsen. Arafa bevestigd met zijn uitspraken nog eens wat anderen voor ook al hebben gemeld dat de Mohammed’s bezoek aan Jeruzalem niets anders is dan een sprookje. “De moskee die Mohammed bezocht zou hebben in Jeruzalem bestond in zijn tijd niet eens” aldus Arafa. (*)Bronnen: WorldNetDaily, 4-3-2004. Israel Today, 16-2-2004. Jeruzalem Newswire, 8 maart 2004
In 1099 werd de Rotskoepel
veranderd in een kerk en werd de Al-Aksa moskee het hoofdkwartier van de Tempeliers. Na minder dan
een eeuw werd in 1187 Jeruzalem opnieuw veroverd door Saladin. Deze gebeurtenis was
van grote betekenis voor de moslimwereld en vergrootte haar invloed. De
Rotskoepel en de Al-Aksa moskee werden weer veranderd in moskeeën en veel
christelijke gebouwen werden voor islamitische doelen gebruikt.
Tijdens de juni oorlog van
1967 kreeg Israël de Tempelberg weer in bezit, maar gaf Moshe Dayan vlak daarna tot
verbazing van velen, w.o. de Arabieren, het gezag van het Tempelplein over aan
de Waqf, de Islamitische Raad.
Mosje Dayan (midden) in Jeruzalem na
de verovering van de stad op de Jordaanse bezetters in juni 1967
Volgens de islamieten kunnen de Joden de herbouw van de Tempel wel vergeten. Zij geloven dat de berg altijd in handen van de islam zal blijven. Het islamitische geloof schrijft voor dat elk gebied dat zij ooit hebben veroverd voor eeuwig door Allah aan hen geschonken is. Dat betekent volgens woordvoerders van de Waqf dat er geen discussie mogelijk is over de vraag wie het meeste recht heeft op de Haram-al Sjariff. Allah heeft het aan de moslims gegeven en daarover zullen nooit onderhandelingen meer plaatsvinden:’’ wij zullen onder geen enkele voorwaarde toestaan dat er een nieuwe Tempel voor de Joden wordt gebouwd op onze heilige plaats" aldus een woordvoerder.
Toch dachten de moslims daar in 1925 nog heel anders over. Het in Jeruzalem gevestigde Tempel Instituut bezit een kopie van de officiële gids uit 1925 voor de Al-Haram Al-Sharif opgesteld door de Waqf. In die brochure stond namelijk de geschiedenis van de Joodse tempels beschreven al lang voordat de Al Aksa moskee werd gebouwd. Op pagina 4 verklaart de Waqf: “De identiteit van de plaats van de Tempel van Salomo staat buiten kijf. Algemeen wordt beleden dat dit de plaats is waarop David een altaar bouwde voor God.” De Gids refereert bovendien op pagina 16 aan het ondergrondse gebied in het zuidoosten van de berg, dat wordt geduid als de Stallen van Salomo. “Er is weinig met zekerheid bekend van de geschiedenis van het vertrek zelf” luidt de gids. “Het dateert waarschijnlijk al van de tijd van de bouw van de Tempel van Salomo”. Volgens de Joodse geschiedschrijver Flavius Josephus werd het gebruikt als toevluchtsoord door de Joden ten tijde van de verovering van Jeruzalem door Titus in het 70 n.Chr. Dit bewijst eens temeer dat de moslims de geschiedenis voor hun politieke doeleinden naar believen vervalsen en ontkennen.

Negentien eeuwen lang heeft het Joodse volk in de diaspora driemaal per dag gebeden: Moge het Uw wil zijn Here onze God, God onzer vaderen, dat de Tempel spoedig wordt herbouwd in onze dagen. Daar zullen wij U dienen met ontzag, gelijk in de dagen vanouds, als in aloude tijden.”
Er bestaan in Israël een aantal groeperingen die zich met de herbouw van de Tempel bezig houden. De plannen zijn al in een zeer gevorderd stadium en de conclusie lijkt dan ook gerechtvaardigd hierin opnieuw een teken te zien dat de wereld in de eindfase van het huidige wereldbestel is aangekomen. Intussen gaan de voorbereidingen voor de herbouw van de Tempel gestaag door. Daarover in de volgende nieuwsbrief meer.
Er bestaan in Israël
verschillende organisaties die zich met de herbouw van de Tempel bezig houden.
Een van deze organisaties is het in 1987 opgerichte Tempel Instituut (Machon HaMikdash).
Een andere grote
voorvechter is Gershon Salomon, oprichter en leider van een groep Joden die
zich de "Getrouwen van de
Tempelberg" (Ne’emanee Har ha-Bajit) noemen.
Zij hebben zich ten doel gesteld de Tempelberg te bevrijden van de Arabische
bezetting en het verdwijnen van de islamitische heiligdommen zodat de
Tempelberg opnieuw aan de Here kan worden toegewijd. De organisatie "The
Institute for Talmudic Commentaries" heeft maar liefst 25 boeken met
bijbelteksten gepubliceerd die handelen over de komende Tempel.
De oprichter en hoofd van
het Tempel Instituut Rabbi Yisrael Ariel, deed in de Zesdaagse oorlog van 1967,
dienst als paratroeper in het Israëlische leger en was één van de eersten die
de Tempelberg bereikte.
Rabbi Yisrael Ariel, oprichter van het Tempel Instituut
Rabbi Yisrael Ariel: “Wij voelen dat de komst van de Messias nabij is. Hoe meer ik studeerde, hoe meer ik door de jaren begon te begrijpen, dat God van ons verwacht actie te ondernemen want de tijd is er rijp voor. Wij moeten volbrengen wat ons is opgedragen en alles doen wat in onze macht ligt de Tempel te herbouwen en de goddelijke eredienst te hervatten”.
Een middeleeuwse Joodse profetie over de komst van Israëls Messias lijkt overeen te komen met de huidige situatie in het Midden-Oosten, meldde Israel National News op 19 november 2011. De tekst beschrijft nauwkeurig de huidige spanning tussen de terreurstaat Iran en de Arabische staten die zich vanwege Irans nucleaire plannen, bedreigd voelen. Volgens deze profetie zal Iran zijn kernwapens gebruiken, maar Israël zal behouden worden. De rabbijnse literatuur, bekend als de Yalkut Shimoni, heeft betrekking op veel toekomstscenario's, zowel voor het land Israël als voor de wereld. "In het jaar waarin de Messias-Koning verschijnt, provoceren alle naties van de wereld elkaar. De koning van Perzië provoceert een Arabische koning en de Arabische koning wendt zich tot Aram voor advies." Het oude Aram is een deel van het oude Mesopotamië.

Volgens de profetie zijn “alle naties van de wereld in paniek en nood en vallen ze op hun gezichten en zijn ze bevangen door pijnen als die van een barende vrouw ...” Het is niet bekend wie precies de Yalkut Shimoni heeft samengesteld, maar het oudste bewaarde exemplaar dateert van rond 1310 na.Chr. Veel rabbijnen die in deze profetie worden geciteerd leefden veel eerder, in de periode van de Talmoed, in de eerste en tweede eeuw na Christus.
Het Tempel Instituut is
opgericht om actie te ondernemen. Een team van rabbijnen, geleerden,
natuurkundigen en andere experts uit verschillende kennisgebieden zijn bezig
met alles te onderzoeken wat nodig is voor de Derde Tempel. Dit onderzoek vormt
de basis voor de ontwikkeling van onder meer de gebruiksvoorwerpen en priesterlijke gewaden. Goud- en zilversmeden, wevers, geologen,
muziekexperts, timmerlieden, schilders, grafische artiesten, architecten en
vele anderen doen hun werk op grond van wat de geleerden hen voor informatie
aanreiken. De voorwerpen die klaar zijn kunnen bekeken worden in het
hoofdkwartier van het Instituut in Jeruzalem. Deze voorwerpen zijn exacte
specificaties zoals door de Bijbel aangegeven, en zijn gemaakt van originele
materialen zoals goud, koper, zilver en hout. Het zijn nauwkeurig nagemaakte
replica’s. Onder de vele voorwerpen zijn muziekinstrumenten voor het Levitische
koor, de van puur goud gemaakte Menora, de gouden kroon van de Hoge Priester,
gouden en zilveren werktuigen om te gebruiken voor de wierook en offers
diensten en vele andere voorwerpen.
De Menora is één van de belangrijkste symbolen van Israël en werd na de uittocht uit Egypte op bevel van Mozes tijdens het verblijf van de Israëlieten in de woestijn vervaardigd. Exodus 25:31 Gij zult een kandelaar van louter goud maken, van gedreven werk zal de kandelaar gemaakt worden, het voetstuk zowel als de schacht; de bloemkelken, met knoppen en bloesems, zullen daarmee één geheel vormen… Op 6 december 2007 is een replica van de Menora, die tot dat moment stond opgesteld in het uit de Romeinse tijd daterende Cardo in het Joodse kwartier van de Oude Stad, verplaatst naar een nieuwe bestemming niet ver van de Westelijke muur (Klaagmuur).
Bezit
het Vaticaan de Menorah?
Begin januari 2003 richtte de voormalige Israëlische president Moshe Katzav, een verzoek aan Kardinaal Angelo Sudano, een lijst samen te stellen van alle schatten en andere Joodse voorwerpen die in het bezit zijn van het Vaticaan. Katzav vroeg de kerk van Rome om dit vraagstuk wat voor Israël zo gevoelig ligt, te helpen oplossen. Een van de belangrijkste voorwerpen waarvan men gelooft dat het Vaticaan het in bezit heeft is de Menorah welke samen met andere heilige voorwerpen door de Romeinen in het jaar 70 n.Chr., uit de tempel in Jeruzalem is meegenomen naar Rome.
Josephus Flavius de bekende Joodse historicus en geschiedschrijver uit de 1e eeuw n.Chr., doet in de zeven delige serie "Joodse oorlog" verslag over deze gebeurtenis en de uiteindelijke verovering van de stad en tempel door de Romeinen waarbij duizenden joden om het leven kwamen. Nadat de stad was verwoest werden vele gevangenen meegenomen om als gladiatoren in de arena's van de Romeinen op te treden. Meer dan 700 Joden werden in triomf in Rome te kijk gezet, met de buit van de tempel waaronder de Menorah. De val van Jeruzalem werd door Titus als een grote overwinning beschouwd en ter herinnering eraan werd in Rome een triomfboog op het Forum Romanum opgericht waarop te zien is dat soldaten de Menorah uit de tempel dragen. Er is nooit een spoor teruggevonden van al het vaatwerk uit de tempel maar er gaan al jaren geruchten dat ze te vinden zijn in de catacomben van het Vaticaan. Feit is dat het Romeinse rijk zich later bekeerde tot het christendom en daarom is de gedachte niet zo vreemd dat alle heilige Joodse voorwerpen uiteindelijk in het Vaticaan terecht zijn gekomen en daar zijn opgeborgen. Woordvoerders van het Vaticaan hebben zich tot dusver nooit geroepen gevoeld vragen hieromtrent te beantwoorden.
Voor Israël bestaat geen enkele twijfel dat de tempelschatten in het Vaticaan te vinden zijn en men gelooft dat ze eens op een dag naar Jeruzalem terug zullen keren. Het feit dat men gelooft dat de heilige Joodse voorwerpen in Rome te vinden zijn heeft vele Joden aangespoord het Vaticaan te bezoeken om ze persoonlijk te aanschouwen. Sommige bezoekers getuigden dat ze de voorwerpen met eigen ogen gezien hebben inclusief de Menorah in één van de catacomben. Sommige priesters hebben eveneens toegegeven dat de tempelschatten in het Vaticaan zijn. De Getrouwen van de Tempelberg hebben het Vaticaan en de paus al herhaaldelijk verzocht de Joodse heiligdommen aan de rechtmatige eigenaar Israël terug te geven.Het Vaticaan en de paus hebben dit verzoek echter nooit ingewilligd. Ook de voormalige Israëlische Minister van Religie, Shimon Shitreet heeft aan het Vaticaan heeft gedaan om de Menorah aan Israël terug te geven. Hij confronteerde het Vaticaan met het verhaal over de verwoesting van Jeruzalem door Titus en de zegetocht naar Rome met de Menorah.
Shitreet's
verzoek om openheid van zaken te geven is door het Vaticaan genegeerd.
Kardinaal Angelo Sudano heeft het verzoek van Israël's President Moshe Katzav
niet afgewezen, maar hij heeft evenmin actie ondernomen. Bronnen in het Vaticaan
ontkennen dat ze de Menorah in bezit hebben. Men zegt dat de paus heel goed
begrijpt hoe gevoelig de zaak ligt voor de Joden en dat hij de Kandelaar zeker
terug zou geven als zij hem zouden bezitten. De bronnen wilden niet reageren op
het verzoek van president Katzav om een lijst te maken met alle heilige
voorwerpen uit de tempel. Historici en andere onderzoekers zijn er zeker van
dat de Menorah en de andere heiligdommen waaronder oude Torah-rollen en Joodse
manuscripten door het Vaticaan in geheime kamers verborgen worden gehouden. Bron:
Ook bestaan er opleidingsinstituten "Yeshiva’s" (joodse leerscholen) in Jeruzalem die zich bezig houden met de scholing van een groot aantal Israëli's van de juiste priesterlijke bloedlijn die straks de priesterfuncties moeten gaan bekleden. Erfelijkheidsonderzoek heeft aangetoond dat er heel wat Joodse mannen uit het priestergeslacht zijn, die het Y chromosoom van de eerste hogepriester Aäron hebben. Tijdens een manifestatie in het Congrescentrum in Jeruzalem benoemden verschillende Joodse organisaties, 24 mannen tot vaandeldragers en aanvoerders van een priester afdeling naar het oude voorbeeld. In een databoek kan men zien wie er voor de dienst in de Tempel gekwalificeerd zijn. Zij zullen zodra de Tempel klaar is, naar het oude voorbeeld de voor hun taak noodzakelijke rituele reinigingsvoorschriften uitvoeren. De voor dit ambt benodigde priestergewaden zijn al geweven en zijn precies vervaardigd volgens de voorschriften in de Thora. Zelfs het vlas is op de voorgeschreven manier met de hand gesponnen.
Niets
gebeurt onvoorzien of toevallig!
Exodus 28:31 Gij
zult het opperkleed van de efod geheel van blauwpurper maken. De halsopening
zal in het midden ervan zijn: de halsopening zal rondom een rand hebben van
weefsel als bij een pantser, opdat het niet scheure. En gij zult op zijn zomen
granaatappels in blauwpurper, roodpurper en scharlaken, rondom op zijn zomen,
zetten, en gouden belletjes overal daartussen….
Het blauwpurper in deze Bijbeltekst betreft de antieke bijbelse blauwe kleurstof die de mantels van koningen, priesters en eenvoudige Joden versierden en ook de tapijten in de tabernakel. Recente vooruitgang op het terrein van de archeologie, marine biologie en chemie, samen met historische en talmoedbronnen hebben de bron van de kleurstof geïdentificeerd als de kleine zeeslak Murex trunculus, of in het Hebreeuws de ‘hillazon’. In de tijd van Jezus was deze slak er nog, maar is daarna verdwenen. De slak komt voor langs de noordelijke kust van Israël en de zuidelijke Libanese kust. Een aantal jaren geleden is er door een visser ‘per toeval’een slak of schelp gevonden met deze blauwe kleur. De verfstof is een van de meest kleurvaste verven die bestaan. Het blijkt vrijwel onmogelijk de verf te verwijderen, zelfs niet na het lang gebleekt te hebben. De kleurstof is aanvankelijk geel, maar onder invloed van het zonlicht kleurt het geel helder blauw. Velen hebben door de eeuwen geprobeerd de blauwe verf te produceren. Pas in 1980 ontdekte een Israëlische chemicus, Otto Einer, dat de invloed van zonlicht nodig was om de blauwe kleur te produceren.
Verder is men tot volledige identificatie van de twaalf stenen van de borstplaat van de Hoge Priester gekomen. De stenen zijn verwerkt in gouden omhulsels en gegraveerd met de namen van de 12 stammen van Israël. De stenen zijn vastgezet met gouden draden precies volgens de voorschriften in Exodus.
Borstplaat
Voor het bekijken van alle voorwerpen die klaar zijn klik hier.
Volgens Rabbi Yisrael Ariel, zijn alle voorwerpen nu nog onrein en zullen onrein blijven totdat er een rode vaars zal zijn waarvan de as kan worden gebruikt. Een driejarige rode vaars is nodig voor de reinigingsrituelen in de Tempel. In de Joodse geschiedenis zijn er negen rode kalveren geweest, die voor reinigingsrituelen geschikt waren. De eerste heeft Mozes voorbereid. De as daarvan was voldoende tot na de Babylonische ballingschap. De tweede was door de Schriftgeleerde Ezra voorbereid en de resterende rode kalveren door de priesters in de tijd van de Tweede Tempel.
Een van de grootste voorvechters voor de bouw van de Tempel is Gershon Salomon, oprichter en leider van Getrouwen van de Tempelberg, een groep Joden die uitgesproken voorstanders zijn van de tempelherbouw. Zij hebben zich ten doel gesteld de Tempelberg te bevrijden van de Arabische bezetting. Zij vinden dat de islamitische heiligdommen moeten verdwijnen zodat de Tempelberg opnieuw aan de Here kan worden toegewijd. Door de wijding van de Tempelberg zal God tot Zijn doel komen met Israël, zo menen zij. Gershon Salomon stamt af van rabbi Abraham Solomon Zalman Zoref, die zich al in 1811 als eerste Joodse pionier in Jeruzalem vestigde. Gershon wist zich als kind al geroepen door God om zich in te zetten voor de verlossing van Israël. In de zesdaagse oorlog (1967) raakte hij tijdens een gevecht met het Syrische leger aan het Noordelijk front (Golan) gewond en op het moment dat men hem wilde doodschieten renden de Syriërs plotseling weg. Terwijl hij half bewusteloos in het helmgras lag zag hij dat engelen zich om hem schaarden, hem beschuttend voor de vijand. Later vertelden de Syrische soldaten aan vertegenwoordigers van de VN-vredesmacht, dat zij waren gevlucht omdat zij duizenden engelen rondom zijn lichaam hadden gezien. Gershon begreep dat dit de roeping van God was om zich te wijden aan het werk voor de Tempelberg.
Salomon en zijn getrouwen hebben al meerdere pogingen gedaan twee grote marmeren hoekstenen (gewicht 6.5 ton per stuk) op het Tempelplein neer te leggen. Steeds opnieuw wordt dit echter door de Israëlische overheid belet omdat men bang is voor een gewelddadige reactie uit de islamitische wereld. Wel gaf men op 4 oktober 2001 toestemming twee hoekstenen bij de zuidelijke ingangen van het Tempelplein neer te leggen. Deze hoekstenen zijn gesneden volgens Bijbelse regels, dus niet door gebruik van ijzer of welk ander metalen gereedschap, maar met behulp van diamanten slijpgerei. Ze werden vervoerd op een grote truck vergezeld van vlaggen met Hebreeuwse letters die duidelijk maakten dat het ging om de hoekstenen voor de derde tempel.
Voorop liepen de priesters in de priesterkleding, gevolgd door de Levieten en de grote stoet met Orthodoxe Joden en Bijbelgetrouwe christenen. Er werd gerei voor de Derde Tempel meegedragen, zoals het gouden reukofferaltaar. Toen de deelnemers aan de mars bij de ingangen naar het Tempelplein stonden, riepen zij in gebed God op de eindtijd profetieën snel in vervulling te laten gaan. Met tranen in hun ogen, maar met liefde en vertrouwen in God in hun hart, baden zij uit Psalm 79.
Psalm
79: 1t/m7 O God, heidenen zijn uw erfdeel binnengedrongen, zij hebben uw
heilige tempel ontwijd, Jeruzalem tot puinhopen gemaakt. Zij hebben de lijken
van uw knechten gegeven tot spijze aan het gevogelte des hemels, het vlees van
uw gunstgenoten aan het gedierte des velds. Zij hebben hun bloed als water
vergoten rondom Jeruzalem, en er was niemand die begroef. Wij zijn onze naburen
tot smaad geworden, hun die ons omringen, tot spot en hoon. Hoelang nog, o
Here? - Zult Gij voortdurend toornen, zal uw naijver branden als een vuur?
Stort uw grimmigheid uit over de volken die U niet kennen, en over de
koninkrijken die uw naam niet aanroepen.
Salomon: "Zoals een
bruid wordt gebracht naar haar bruiloft, onder een chuppah, zo werden ook de
beide hoekstenen bedekt door de heiligheid van de Chekinah van de God van
Israël, welk na 1934 jaar, eindelijk weer gezien word in de stad van God."
Ieder jaar opnieuw roept men de Israëlische regering op het Tempelplein opnieuw open te stellen voor aanbidding en gebed. Daarbij wordt verwezen naar een vers in Jesaja.
Jesaja 56:7 hen zal
Ik brengen naar mijn heilige berg en Ik zal hun vreugde bereiden in mijn
bedehuis; hun brandoffers en hun slachtoffers zullen welgevallig zijn op mijn
altaar, want mijn huis zal een bedehuis heten voor alle volken.
Alle deelnemers aan de mars voelden God’s aanwezigheid. Iedereen voelde dat de tijd spoedig zal aanbreken dat God zijn plannen met de Tempel zal voltooien en Zijn vijanden en dat van Zijn volk Israël, van het Tempelplein zal verwijderen. De vijanden van God en Zijn volk weten dat hun dagen zijn geteld en daarom intensiveren zij hun aanvallen op Israël.Salomon en de zijnen worden moreel gesteund door het merendeel van de religieuze Joden en blijkens een Gallup opiniepeiling worden de belangrijkste uitgangspunten van de Getrouwen zelfs door een meerderheid van de Israëlische bevolking onderschreven. De Thora maakt duidelijk dat God Israël zal beschermen zolang zij de Tempelberg als Joods bezit blijven beschouwen. Zodra Israël echter de soevereiniteit daarvan overdraagt aan een ander, zal deze bescherming ogenblikkelijk wegvallen, aldus Salomon. De Palestijnen weten dat volgens hem ook, en doen er daarom alles aan de Tempelberg volledig in hun bezit te krijgen. Salomon’s mening is dat de God van Israël al te lang genegeerd, geminacht, beledigd en gelasterd is doordat de heiligste plaats op aarde nog steeds is gewijd aan de god van de islam.
Maar hoe het ook zij; uiteindelijk bereikt God met alles wat in de Bijbel staat Zijn doel. Zowel orthodoxe als Messiasbelijdende Joden bidden dagelijks voor de herbouw van de Tempel. Nummer 20 van de 613 geboden in de Torah, die in de Talmoed staan, roept op tot de bouw van de Tempel. De grote Joodse filosoof van de Middeleeuwen, Maimonides, was van mening dat elke generatie Joden verplicht is de Tempel te herbouwen als deze plek weer in hun handen komt. Deze opvatting werd ook gedeeld door de Israëlische historicus Eldad. Deze zei in 1967;,, wij bevinden ons in het stadium waarin David verkeerde toen hij Jeruzalem bevrijdde. Van toen af tot aan de bouw van de Tempel door Salomo, ging er slechts één generatie voorbij. En zo zal het nu ook zijn. Het weekblad Time vroeg hem hoe het probleem van de beide islamitische heiligdommen zou worden opgelost? Wie weet, zei Eldad, misschien komt er wel een aardbeving.
Op 11 februari 2004 vond een
aardbeving plaats net een kracht van 5.1 op de schaal van Richter dat Israël
deed schudden op haar grondvesten. Daarbij heeft het dak van de Rotskoepel een
behoorlijke beschadiging opgelopen, dat meldde de Arabische krant El Quds. De
beving werd gevoeld in Libanon, Syrië en Jordanië. Gebouwen in Tel Aviv en
Jeruzalem trilden ca 20 seconden waaronder het gebouw van de Knesset. Op zondag
8 augustus 2004 beefde de aarde nabij het Carmelgebergte ten westen van Jenin.
Daarbij werd 4.0 gemeten op de schaal van Richter. Het was de tweede beving in
minder dan 3 weken, volgend op twee bevingen in twee dagen in juli waarvan het
epicentrum lag in het noorden van de Dode-zee.Waarschuwingen van God?
Salomon en zijn gevolg geloven dat de tijd spoedig zal aanbreken dat God zijn plannen met de Tempel zal voltooien en Zijn vijanden en dat van Zijn volk Israël, van het Tempelplein zal verwijderen. “De vijanden van God en Zijn volk weten dat hun dagen zijn geteld en daarom intensiveren zij hun aanvallen op Israël” aldus Salomon. Salomon en de zijnen worden moreel gesteund door een deel van de religieuze Joden en volgens een Gallup opiniepeiling worden de belangrijkste uitgangspunten van de Getrouwen zelfs door een meerderheid van de Israëlische bevolking onderschreven. Uit dit onderzoek in augustus 2009 zei 64% van de Israëli’s voorstander te zijn van de herbouw van de Tempel. Salomon’s mening is dat de God van Israël al te lang genegeerd, geminacht, beledigd en gelasterd is doordat de heiligste plaats op aarde nog steeds is gewijd aan de god van de islam.
De moslims in Israël zien de inwijding van de Hurvasynagoge in Jeruzalem in maart 2010, als een voorbode voor de herbouw van de Derde Tempel. De geestelijke leider van de Islamitische Beweging sjeik Kamal Khatib sprak de wens uit dat de Hurvasynagoge weer met de grond gelijk gemaakt zou worden: “De Joden hebben geen recht op Jeruzalem, Elke zandkorrel in Jeruzalem is van de moslims” tierde Khatib voor de Israëlische radio. En Hamasleider Muhammad al-Zahar riep uit: “Jullie die nu de Hurvasynagoge in Jeruzalem inwijden, zullen hem weer als een ruïne zien. Jullie hebben jullie eigen profeten vermoord en altijd alleen maar gehandeld in geld en vernietiging. Jullie lot is de vernietiging! Jullie hebben een verbond met de duivel gesloten”. Ze beschuldigen Israël ervan de Al-Aqsa moskee en de Rotskoepel op het Tempelplein te willen vernietigen om plaats te maken voor de Derde Tempel. Ze waarschuwen dat één miljard moslims Israël zullen aanvallen als zoiets gebeurt. Volgens hen zal de bouw van de Derde Tempel een wereldoorlog ontketenen en de oorlog van Armageddon inluiden.
De
in maart 2010 geopende Hurva Synagoge
De grootste obstakel voor de herbouw van de Tempel op het Tempelplein vormen de islamitische Rotskoepel en de Aksa moskee. Het zou kunnen zijn dat de beide islamitische heiligdommen d.m.v. oorlogshandelingen verwoest worden of door bijvoorbeeld een aardbeving. Er bevindt zich namelijk een breuklijn bij Jeruzalem, die de laatste 1000 jaar regelmatig actief is geweest. Volgens seismologen bestaat de mogelijkheid dat er zich binnen afzienbare tijd opnieuw een aardbeving zal voordoen.
Het is niet toevallig dat juist in deze tijd, waarin de voorbereidingen voor de bouw van de Derde Tempel in volle gang zijn, ook het Sanhedrin weer tot leven is gewekt. Dat is namelijk gebeurd op 13 oktober 2004, de 28ste dag van de Joodse maand Tishrei, in de stad Tiberias aan het meer van Galilea. Daar zijn op deze datum tientallen rabbijnen bij elkaar gekomen om het voormalige Sanhedrin nieuw leven in te blazen. Het herstel van het Sanhedrin kan niet onvoorzien of toevallig worden genoemd. Het heeft alles te maken met de vervulling van de Bijbelse profetieën. Voordat de Here Jezus terugkeert, moet ook het Sanhedrin weer zitting hebben. Het is een herleving van de rechtspraak uit de tijd van Jezus.
Het Sanhedrin was in de hellinistisch-romeinse periode de Joodse rechterlijke en uitvoerende macht in Jeruzalem. Het bestond, in navolging van Numeri 11:16, uit 70 leden onder voorzitterschap van de hoge priester en hield zitting in een van de Heilige kamers in de Tempel in Jeruzalem. Het bestond grotendeels uit Schriftgeleerden van wie er ook velen ambten bekleedden in synagogen en rechtbanken. Een Schriftgeleerde kon tevens priester zijn of behoren tot een van de beide invloedrijke religieuze groeperingen, de Sadduceeën en de Farizeeën. Als teken van zijn waardigheid droeg hij net als de edellieden een toga, versierd met lange kwasten.
Bijeenkomst van het Sanhedrin
Onder de competentie van het Sanhedrin vielen de uitleg en toepassing van de overgeleverde wet, de beslissing over oorlog en vrede en heel de burgerlijke en godsdienstige rechtspraak. Koning Herodus was niet bepaald gecharmeerd van deze club want na zijn verovering van Judea, liet hij 45 leden van het Sanhedrin, ter dood brengen. In de Romeinse tijd behield het Sanhedrin zijn jurisdictie en politieke bevoegdheid in Judea maar kon het geen politieke beslissingen meer nemen of doodstraffen uitvoeren zonder de toestemming van de Romeinse procurator Pontius Pilatus, die vanaf 26 n.Chr. over Israël was aangesteld. Na de verwoesting van Jeruzalem in 70 n.Chr. hieven de Romeinen het Sanhedrin op. In plaats daarvan kwam het gerechtshof van de rabbijnenschool Jabneël, dat later naar Tiberias werd verplaatst; het was alleen bevoegd in godsdienstzaken, dat was tevens het begin van grote opbloei van Tiberias.
Het
Sanhedrin is vooral bekend vanuit Jezus’ tijd. Met zijn triomfale intocht in
Jeruzalem bracht Jezus veel beroering teweeg onder de opperpriester en de
andere religieuze autoriteiten. Zijn zuivering van de Tempel van kooplieden,
geldwisselaars etc., was een uitdaging aan het gezag van de Sanhedrin, die
toestemden in de handel en daarvoor provisie ontvingen. Marcus en Matthéüs
beschrijven hoe de Here Jezus aan de vooravond van het Joodse paasfeest werd
gearresteerd en ’s nachts voor de hogepriester en het volledige Sanhedrin, werd
geleid.
Marcus
14:61-62 Zijt Gij de Christus, de
Zoon van de gezegende? En Jezus zeide: Ik ben het, en gij zult de Zoon des
mensen zien, gezeten aan de rechterhand der Macht en komende met de wolken des
hemels.
Deze uitspraak werd beschouwd als een godslastering. De hogepriester scheurde zijn kleren en alle priesters waren het er over eens dat Jezus ‘de dood verdiende’. De aanklagers verklaarden Hem tijdens het verhoor schuldig aan godslastering en ‘veroordeelden Hem als zodanig schuldig.’Niets van wat de Here Jezus volgens het Evangelie heeft gezegd of gedaan kon echter volgens de Joodse wet als godslastering worden uitgelegd. Jezus bestreed bedrog, schijnheiligheid, machtsmisbruik en wreedheid en gebruikte duidelijke taal om Zijn misnoegen kenbaar te maken over de Farizeeën, de Sadduceeën en de Schriftgeleerden. Hij maakte ze uit voor huichelaars, blinde wegwijzers, uitzuigers, slangen en adderengebroed. Hij vergelijkt ze met rottende resten van een kadaver. Na een tweede zitting van het Sanhedrin werd Jezus voor Pontius Pilatus geleid.
De
Here Jezus voor het Sanhedrin
Pilatus zag
heel goed dat de beschuldigingen tegen de Here Jezus in feite niets inhielden
en deed zelfs verschillende pogingen om Hem in vrijheid te laten stellen. Het
lukte hem niet en Jezus werd tot de meest wrede straf van de kruisdood
veroordeeld. Een groot aantal opperpriesters en Schriftgeleerden waren getuige
van Zijn dood.Volgens een van de leiders van de Sanhedrin rabbijn Yeshai
Ba’avad, zijn de 70 rabbijnen die thans zitting nemen, niet noodzakelijkerwijs
ook de permanente leden van de toekomst: “Wat het belangrijkste is, is dat
de Sahedrin terug is.”
Het
Sanhedrin
Op deze video is een animatie te zien van de toekomstige vergaderplaats van het Sanhedrin.
Tijdens een
bezoek aan de Verenigde Staten heeft Rabbi Chaim Richman van het Tempel Instituut de bouwplannen voor de herbouw van een
deel van de Derde Tempel gepresenteerd. De bouwtekeningen betreffen de Kamer van
Gehouwen Steen, de zetel van het Grote Sanhedrin en een centraal onderdeel
van het Tempel complex. Richman noemde ooit:
“Het Joodse leven zonder Tempel als vissen zonder water”.
De bekende Bijbelwetenschapper en historicus David Solomon vindt de tijd rijp dat Israël weer een koning krijgt. Solomon wijst op de ‘desastreuze afwezigheid van een oprecht politiek, spiritueel en religieus leiderschap’ in het huidige Israël, en trekt daarbij een parallel met de periode die leidde tot de zalving van Israëls eerste koning Saul. Volgens Solomon zijn alle ingrediënten aanwezig voor het opnieuw toewijzen van een koning in Israël. Ook het Sanhedrin, heeft de mogelijkheid besproken van de benoeming van een Koning. Of de kroning van een Koning over het volk van Israël binnen afzienbare tijd ook werkelijkheid wordt, is nog niet bekend. Wie er ook als koning gekozen zal worden, deze zal plaats moeten maken wanneer de Here Jezus op aarde terugkeert als de echte Koning over Zijn volk en de rest van de wereld.
Diverse onderzoekers zijn van menig dat ook de Derde Tempel verwoest zal worden. De profeet Zacharia meldt namelijk “dat bij terugkomst van de Here Jezus de Olijfberg middendoor zal splijten, oostwaarts en westwaarts, tot een zeer groot dal, en de ene helft van de berg zal noordwaarts wijken en de andere helft zuidwaarts”. Men is van mening dat er daarna opnieuw een Tempel gebouwd zal worden en dat dit de Tempel zal zijn zoals door de profeet Ezechiël beschreven. Deze Tempel zal niet het werk van mensen zijn, maar van de Here die tot Zijn eer en in overeenstemming met Zijn doel en onder Zijn supervisie deze indrukwekkende Tempel zal laten bouwen. Deze Tempel is bedoeld om Israël en de volken tot kennis van de levende God te brengen. Er wordt gesproken van heilige vertrekken (Ezechiël: 42:13) het allerheiligste eten, heilige kleding, een muur die scheiding maakt tussen wat heilig en niet heilig is etc.
Op woensdag 1 juni 2011 was het 44 jaar geleden dat Israël tijdens de Zesdaagse oorlog het oostelijk deel van Jeruzalem weer in bezit kreeg. Honderden religieuze Joden mochten voor het eerst sinds dat de Israëlische autoriteiten de toegang voor Joden beperkten, op de Tempelberg openlijk en hardop de priesterlijke zegen uit het Bijbelboek Numeri uitspreken. Na eerst de volgens de Joodse wetten rituele mikveh (reinigingsbad) te hebben ondergaan, vierden ze in groepjes van 30 tot 40 personen deze dag op de Tempelberg. Onder hen bevonden zich diverse Kohanim nakomelingen van de priester Aäron en werd de Priesterlijke Zegen uit Numeri 6:24-26 uitgesproken: ‘De Here zegene u en behoede u! De Here doet Zijn aangezicht over u lichten en zij u genadig! De Here verheffe Zijn aangezicht over u en geve u vrede!’De blijdschap onder de aanwezige Joodse mensen was groot. Onder de aanwezigen was ook de eerder in dit artikel genoemde rabbi Yisrael Ariel. Hij loofde God met de woorden: ‘U bent de bron van zegen,die hier een wonder voor mij deed.’ Hij sprak hardop de zegen 'Barukh - Gij zijt de bron van zegen, God, die op deze plaats voor mij een wonder heeft verricht' uit. Ariel was één van de parachutisten die meestreed bij de bevrijding van de Tempelberg in 1967. Veel aanwezigen, inclusief de Israëlische politie, lieten daarop het ‘Amen’ klinken. Ondanks de nabijheid van agenten van de Waqf, de islamitische autoriteit die toezicht houdt op de Tempelberg, verliep het bezoek -op een boze uitval van één Israëlische agent na- zonder incidenten.De bezoekers vonden de houding van de politie opvallend, net zoals de voorbereidingen en veiligheidsmaatregelen die voor hen werden getroffen. In het verleden werden Joden die op de Tempelberg openlijk hun geloof wilden uitoefenen steevast met desnoods harde hand door de Israëlische politie verwijderd.
Jeruzalem zal de plaats zijn waar God in het gericht zal treden met de volken op aarde. Op deze plaats zal de Here Jezus Koning worden over de gehele aarde en zal Jeruzalem de hoofdstad van Zijn rijk zijn. Jezus en Jeruzalem zijn daarom onlosmakelijk aan elkaar verbonden. Zacharia 14:9 En de Here zal koning worden over de gehele aarde. Dan zal Jeruzalem niet alleen de hoofdstad van Israël zijn, maar van de gehele wereld.
Micha 4:1-3 En het
zal geschieden in het laatste der dagen: dan zal de berg van het huis des Heren
vaststaan als de hoogste der bergen, en hij zal verheven zijn boven de
heuvelen. En volkeren zullen derwaarts heenstromen, en vele natiën zullen
optrekken en zeggen: Komt laten wij opgaan naar de berg des Heren, naar het
huis van de God Jakobs, opdat Hij ons lere aangaande zijn wegen en opdat wij
zijn paden bewandelen. Want uit Sion zal de wet uitgaan en des Heren woord uit
Jeruzalem. En Hij zal richten tussen vele volkeren en rechtspreken over
machtige natiën tot in verre landen.
God Zelf beleeft vreugde, als Hij denkt aan de toekomst van Jeruzalem.
Jesaja 65:18-19 Maar gij zult u verblijden en juichen voor
eeuwig over hetgeen Ik schep, want zie, Ik schep Jeruzalem tot jubel en
zijn volk tot blijdschap. En Ik zal juichen over Jeruzalem en mij verblijden
over mijn volk. En daarin zal niet meer gehoord worden het geluid van geween of
geschreeuw.
Derde
tempel. Afbeelding afkomstig van het Tempelinstituut.
Israël huilt nog steeds na 2000 jaar
Het boek Genesis beschrijft hoe Jacob 22 jaar lang treurde over de verdwijning van Josef. Niets kon hem troosten. Men zou denken dat na 22 jaar de pijn van het verlies van een dierbare wel verdwenen zou zijn, maar in Jakobs geval was dat niet zo. Voor hem was deze gebeurtenis namelijk niet gesloten vanwege het ontbreken van een lichaam. Net zoals Jakob treurde over de verdwijning van Josef, zo treurt het Joodse volk al bijna 2000 jaar over het verlies van de Tempel in Jeruzalem. Bij iedere festiviteit ervaren ze het gemis van de Tempel. Net zoals bij Jakob is voor hen de zaak niet afgesloten! De Tempel is weliswaar vernietigd, maar de Goddelijke belofte dat de Tempel ooit herbouwd zal worden is nog steeds van kracht en dat is Israël nooit vergeten.
Op een dag in augustus op Tisha b’Av, de negende dag van de maand AV, de dag waarop de vernietiging van de Tweede Tempel wordt herdacht, liep Napoleon Bonaparte (15-8-1769/5-5-1821) voorbij een Synagoge en hoorde huilen van binnenuit. “Waarom huilen die Joden” vroeg hij aan een soldaat. “Ze treuren om de vernietiging van hun Tempel” antwoordde de soldaat. ‘Wanneer gebeurde dat” vroeg Napoleon. “Ongeveer 1800 jaar geleden, antwoordde de soldaat”. “Als een volk zolang treurt dan moet die Tempel toch wel een heel bijzonder plaats in hun leven hebben ingenomen en zullen ongetwijfeld ooit nog eens naar hun land terugkeren om deze Tempel te herbouwen” aldus Napoleon. Precies zoals het Joodse volk vandaag nog steeds bestaat, bestaat ook hun 3000 jaar oude stad Jeruzalem nog steeds en zal ooit daar de Tempel herbouwd worden zodat al het oude hersteld zal worden.
Napoleon
Bonaparte
Onze wereld kent vele miljoenen mensen die niet in Gods Woord geloven en zij hebben daardoor geen idee hoe de wereld ervoor staat. Beter dan de profetieën in de Bijbel kan de wereld van onze dagen niet beschreven worden. God laat ons zien wat er allemaal gebeuren moet vóór de op handen zijnde wederkomst van Zijn Zoon. De huidige wereldbevolking is getuige van de eindtijdprofetieën ,gebeurtenissen die wij nauwelijks kunnen bevatten. De wereld staat aan het begin van grote Goddelijke beslissingen over Israël, Jeruzalem en de rest van de wereld.
Terug naar: Inhoud