Uit het nieuws 30-03-2018

Door: Franklin ter Horst

85-jarige Joodse vrouw bruut vermoord door haar Arabische buurman

De Joodse vrouw Mireille Knoll werd vrijdag 23 maart 2018 in haar appartement in Parijs met zeker 11 messteken om het leven gebracht, en daarna in brand gestoken. Op beestachtige wijze vermoord, enkel omdat ze Joods was. Twee mannen (van 22 en 29 jaar) zijn opgepakt in deze zaak en worden behalve van moord ook verdacht van beroving. De 29-jarige verdachte was Knolls buurman en lange tijd “kind aan huis” bij haar. Deze vriendschappelijke verhouding eindigde abrupt nadat hij in Knolls woning de 12-jarige dochter van de vrouwelijke hulp van Knoll verkrachtte, waarvoor hij werd veroordeeld. Nadat de 29-jarige uit de gevangenis was vrijgekomen, klaagde de bejaarde vrouw herhaaldelijk over bedreigingen. “Ik verbrand je appartement”, zou hij gezegd hebben. De andere verdachte staat vooral bekend wegens gewelddadige roofovervallen. Vastgesteld is dat hij op de dag van de moord in Knolls appartementencomplex was. Over de precieze relatie tussen de 2 verdachten bestaat nog onduidelijkheid.

Mireille Knoll (Afbeelding: Arutz Sheva)

Knoll slaagde erin te ontkomen aan de beruchte razzia van 1942, toen meer dan 13.000 Joden in Parijs werden opgepakt en naar de vernietigingskampen gestuurd. Haar moeder vluchtte met haar naar Portugal toen ze tien jaar oud was. Na de oorlog keerde ze terug naar de Franse hoofdstad en trouwde met een overlevende van de Shoah (Holocaust) die in de vroege jaren 2000 stierf.

De barbaarse moord op Knoll doet denken aan die op Sarah Halimi die op 4 april in 2017 op brute wijze door haar Jodenhatende islamitische buurman Kobili Traore werd vermoord en vervolgens door hem het raam van haar flat in Parijs uitgegooid. Halimi was óók een Holocaust-overlevende. Hoewel de moordenaar erkende dat hij haar vermoord had ontkende hij dat hij zijn misdrijf gepleegd had uit blinde Jodenhaat. Na uitgebreid onderzoek was de onderzoeksrechter het daar niet mee eens. Die concludeerde dat Traore Halimi wel degelijk van het leven had beroofd puur en alleen omdat ze Jodin was.

Vooral na het begin van de "Tweede intifada" in september 2000, wordt er een anti-Joodse hetze gevoerd die niet zonder gevolgen is gebleven voor de in Frankrijk wonende Joden. Ze worden voor “smerige Jood” uitgescholden, aangevallen in de bus en de metro, op weg naar school of in de trein. Joodse begraafplaatsen worden routinematig ontwijd, grafstenen beklad met hakenkruisen en pro-Islam leuzen. Joodse schoolkinderen worden misbruikt, mishandeld, beroofd en geslagen en Joodse vrouwen zijn bang om alleen buiten te komen, zelfs in hun eigen buurt. Daarnaast schromen volgelingen van de The Religion of Peace niet Joden op gruwelijke wijze te vermoorden. Zo opende 19 maart 2012 de 23 jarige moslimbarbaar Mohamed Merah het vuur op de Joodse Ozar HaTorahschool school in de Zuid-Franse stad Toulouse, waarbij vier personen werden vermoord, waarvan drie kinderen. Hij had al een paar Franse soldaten neergeschoten, voordat hij zich bezig hield met het verbrijzelen van de hoofden van de kinderen. Onder de slachtoffers waren een 30-jarige docent en zijn twee zoons van drie en zes. Het vierde slachtoffer was een meisje van acht jaar oud. De moordenaar greep het meisje Miriam bij haar paardenstaart en schoot haar van dichtbij drie keer door haar hoofd.

De acht jaar oude Miriam Monsonego, vermoord door de moslimbarbaar Mohammed Merah.

De zeventienjarig dochter van het schoolhoofd, raakte bij de moordpartij ernstig gewond maar overleed later op de dag van de aanslag in het ziekenhuis. De moordenaar reed op een gestolen scooter en had een videocamera om zijn buik gebonden om zijn beestachtige moordpartij te filmen.

Drie dagen later, en na uren belegerd te zijn geweest in zijn appartement, werd hij tijdens een inval door de politie doorzeefd met kogels. Binnen enkele uren na de moordpartij betuigden tweeduizend Franse moslims hun steun aan Merah. Buurtgenoten feliciteerden de moeder van Merah met de heldendaad van haar zoon. Zijn broer reageerde met: ‘Wij Arabieren, worden geboren en getogen om Joden te haten.’ De Joodse school werd bedolven onder telefoontjes en mailtjes waarin werd gedreigd het werk van Merah af te maken. Merah werd de held in de islamitische Franse voorsteden. Gedurende vele maanden was zijn naam, een strijdkreet voor de islamitische jongeren. De Franse media beschreef de barbaar als een “lone wolf” en “verloren kind”. Verder bezijden de waarheid kan het niet zijn!

Op 21 maart 2014 werd in Parijs een 59-jarige Joodse onderwijzer op zeer brute wijze door een groep moslims in elkaar geslagen. De aanvallers scholden hem uit voor “vuile jood” en “dood aan de Joden” en braken het slachtoffer vervolgens de neus en tekenden met een stift een hakenkruis op zijn borst na zijn shirt opengescheurd te hebben. Hij werd in een hinderlaag gelokt na het verlaten van een koosjer restaurant en hij droeg een keppeltje op het moment van de aanval. Ze riepen dat ze terug zouden komen om hun werk af te maken. Niemand werd gearresteerd.

In mei 2014 werden in de plaats Creteil een voorstad van Parijs, twee Joodse broers van 19 en 21 jaar die een kippa droegen, aangevallen en afgeranseld nabij de Shaare Zion synagoge. In juni 2014 viel een bende van 20 moslimjongeren een paar kippa’s dragende Joodse studenten in een lokale bibliotheek in Parijs aan. De studenten wisten bloedend en met steekwonden te ontkomen. In de buitenwijk van Sarcelles werd op 10 januari 2018 een Joodse tiener van 15 jaar oud in haar gezicht gesneden terwijl ze het uniform van haar Joodse school droeg.

Slechts 73 jaar na het einde van een van de meest duistere hoofdstukken van de Europese geschiedenis, heerst er vandaag opnieuw een giftige antisemitische atmosfeer in Europa en zijn de Joden opnieuw het slachtoffer van gruwelijke moordpartijen.

Franklin ter Horst