Uit het nieuws 24-12-2018

 

Door: Franklin ter Horst

Met dank aan het Bijbelstudieteam Jur van Calkar en Simonida Dijkhuis-Nijhof voor hun medewerking aan deze Bijbelstudie.

 

De openbaring van Johannes (deel 58)

 

Openbaring 17 (deel 13) (Laatste aflevering)

Zoals gezegd verspreidde de Babylonische afgodendienst zich naar alle richtingen over de aarde. In het oude Perzische-rijk werd het bekend als het Mithraïsme. Dit religieuze systeem werd geleid door een hogepriester die men "Pater Patrum" noemde, wat betekend "Vader der Vaderen". Via Perzië kwam deze tak van de Babylonische afgodendienst uiteindelijk ook in Rome terecht. En zo werd het hoofd van de kerk van Rome Papa, Pope of Paus. Zoals bekend draagt de paus ook de titel van heilige vader. Dat is dezelfde titel waar Jezus/Yeshua God de Vader mee aansprak in het hoge priesterlijk gebed.

Mattheüs 23: 9En gij zult op aarde niemand uw vader noemen, want één is uw Vader, Hij, die in de hemelen is.”

Johannes 17:11 “En Ik ben niet meer in de wereld, maar zij zijn in de wereld en Ik kom tot U. Heilige Vader, bewaar hen in uw naam…”

Het toe-eigenen van deze naam door een mens is ronduit godslasterlijk. En of deze titel nog niet genoeg is noemt men de paus ook nog eens de plaatsbekleder van Jezus/Yeshua op aarde. Dat staat ook in zijn mijter; "Vicarius Filii Dei", plaatsvervanger van de Zoon van God. Het wemelt van de websites op internet waarin dit Vicarius Filii Dei vereenzelvigd wordt met het getal van het beest 666. Verder noemt men de paus ook nog de opvolger van Petrus. Paus Innocentius III (1198-1216) verklaarde het volgende ,,De Here heeft Petrus niet slechts de kerk, maar de gehele wereld te regeren gegeven. Zoals voor Christus alle knie moet buigen, zo moeten allen ook de Petrus van de Rooms-katholieke kerk gehoorzamen. De vorsten van deze aarde moeten niet menen recht tot regeren te hebben, wanneer zij Petrus en zijn opvolgers niet eerbiedig dienen.” .” We zien hier weer de vrouw op het beest genoemd in Openbaring 17:3.

Codex Iuris Canonici, het kerkelijk wetboek, verschaft Rome de kerkelijke juridische basis waarvan de grondslag is gebaseerd op goddelijke rechten. Jezus/Yeshua heeft Zijn macht overgedragen aan Petrus en diens opvolgers om als Diens plaatsbekleder- en dus als God op aarde- te regeren. Volgens het canonieke recht neemt de paus de eerste plaats in de wereld in en is er geen enkele instantie die hem ter verantwoording kan roepen. Hij is de vader der vorsten en koningen, regeerder van de wereld.

In die hoedanigheid presenteert ‘paus’ Franciscus zich ook vandaag aan de wereld. Het is voor niemand een geheim hoe groot de invloed van de Rooms-katholieke kerk in de wereld is. De wereld van vandaag telt ca 1.2 miljard mensen die zich rooms-katholiek noemen, verdeeld over bijna alle landen van de aarde.

De Mariaverering in de Roomse-kerk heeft zich ontwikkeld tot een bron van demonische activiteit en demonische gebondenheid. Met name paus Johannes Paulus II stond bekend als een zeer fanatieke Maria-vereerder. Dat bleek nog eens toen hij de hele wereld opdroeg aan Maria. Tijdens een mis voor honderdduizenden toehoorders in, Polen bad hij tot de Maagd Maria om religieuze vrijheid voor de wereld. Niet alleen Maria wordt aangeroepen maar ook allerlei heiligen. De Bijbel leert dat de mens niet mag bidden tot overleden personen maar alleen tot God, door Zijn Zoon Jezus/Yeshua.

Johannes Paulus II

Er is geen woord in de Bijbel, dat de aanbidding van Maria rechtvaardigt, of dat ze de redster van zondaars, de moeder van alle gelovigen, dan wel dat ze de moeder der kerk is. Ook niet, dat ze na haar dood opgestaan zou zijn en in glorie naar de hemel gevoerd werd. Dit alles wordt wèl gevonden in de Babylonische afgodendienst. Maria is daarom volledig ten onrechte verheven tot ‘de moeder aller gelovigen’, terwijl de Bijbel daar met geen woord over spreekt. Rome heeft de wereld alvast in provincies ingedeeld omdat men van mening is dat de hele wereld hen toebehoort. Sir Georg Sinclair van Ulbster zegt: ‘Het Romanisme is een verfijnd systeem van verchristelijkt heidendom en het verschilt voornamelijk van zijn prototype daarin, dat het verraderlijker, wreder en intoleranter is.’ 

Ook is er in de kerk van Rome plaats voor heiligenverering, in het bijzonder voor de Maria devotie en verering. De basis voor de heiligenverering in de roomse kerk is de visie op genade. Volgens Rome is de genade iets binnen in de mens. De Bijbel leert geen heiligenverering of voorspraak bij heiligen. De apostelen wijzen elke religieuze verering van mensen af, hetzij ze nog leven, hetzij ze reeds gestorven zijn. Nooit worden mensen in de tijd van de apostelen opgeroepen om te bidden tot overledenen. En nergens staat dat er overledenen vereerd moeten worden in de trant van ‘Bidt tot de heilige Petrus’, of ‘Vereer de heilige Moeder Gods’.Een bekend gegeven is ook dat Maria de gewoonte schijnt te hebben zo af en toe te verschijnen. De Rooms-katholieke kerk heeft een aantal van deze verschijningen als echt erkend. Maar het heeft er meer van weg dat satan hier een spel met de mensen speelt.

De gruwelen en onreinheden in haar beker verwijzen naar haar afgoderijen. Naast de Mariaverering kent de kerk van Rome nog een heel scala aan andere gebruiken die nergens in de Bijbel terug te vinden zijn. Zo is de rozenkrans geen uitvinding van Rome maar een oud gebruik bij verschillende heidense godsdiensten waaronder het Hindoeïsme dat van origine ook uit de Babylonische afgodendienst afkomstig is. Ook de stralenkrans rond het hoofd van Maria, van Jezus/Yeshua en van de meeste heiligen, de nimbus, is nergens in de Bijbel terug te vinden. Wel is dit te zien in de afbeeldingen van goden en godinnen van Babylon. Zelfs "de Mis" ((die het onbloedige herofferen van Christus noemt) gaat geheel terug naar zijn Babylonische oorsprong. Dit geldt eveneens voor het gebruik van wierook en de kinderdoop. Dit zijn allemaal leringen, die in Babel ontstonden en niet in de Bijbel terug te vinden zijn. De geconsacreerde “hostie”, die het “lichaam van Christus” genoemd wordt en die aanbeden wordt als Christus, is een gruwel.

De monnikspij met kap is terug te vinden bij de duivelsaanbidders in het oude Chaldea en bij de aanbidding van Tammuz in het oude Babel. De profeet Ezechiël vertelt dat satan groot succes had met Tammuz om de tempel van God te verontreinigen:

Ezechiël 8:14-15 “Daarop bracht Hij mij naar de ingang der poort van het huis des Heren aan de noordzijde; en zie, daar zaten vrouwen, die Tammuz beweenden. Hij zeide tot mij: Hebt gij dat gezien, mensenkind? Nog grotere gruwelen dan deze zult gij zien.

 

De kerk van Rome heeft steeds geprobeerd de politiek te beïnvloeden en daar is het behoorlijk in geslaagd. Rome heeft zich, door de geschiedenis heen, met de wereldleiders verbonden en zelf een grote eigen politieke macht ontplooid. In alle eeuwen van haar bestaan, heeft Rome een grote rol gespeeld in de wereldpolitiek. De invloed van Rome laat zich gelden over vele volken. Net zoals het Romeinse rijk, in de voorstelling van het beest, gekenmerkt wordt door de eigenschappen van voorgaande wereldrijken, zo draagt Rome door de eeuwen heen het kenmerk van de Babylonische afgodendienst. Rome pretendeert de ware bruid van Jezus/Yeshua te zijn maar heeft in werkelijkheid alle wereldse onreinheden en afgoderijen in zich opgenomen en Jezus/Yeshua verloochent. Dus zij is wat de Bijbel noemt: “de hoer”.

 

In deze kerk is de “Koningin des hemels” uit het oude Babylon herboren als een Roomse Madonna. Aanbidding die aan God de Vader toebehoort wordt aan Maria gegeven. Sprekend op een massabijeenkomst op 15 augustus 2012 zei de paus Benedictus XVI dat Maria’s hemelvaart “de mens kan helpen te leven in welzijn en hoop”. Hij zei dat Maria’s “lichaam en geest” in de hemel is gekroond tot Koningin des Hemels en daar “verenigd is met haar Zoon,”. Volgens Benedictus heeft Maria bij haar hemelvaart de gelovigen niet achter gelaten, maar is zij door haar positie in de hemel zelfs nader tot hen gekomen.”

 

Rome heeft overal de afgodendienst van de heidense volken overgenomen, aangepast en gekerstend, in plaats van die af te schaffen.Zelfs het kruis en het slaan van een kruisje is vele duizenden jaren ouder dan het christelijke tijdperk. Gods Woord geeft geen enkele aanwijzing voor het gebruik van het kruisteken. Wat nu genoemd wordt het Christelijk kruis, was oorspronkelijk helemaal geen Christelijk embleem. Het teken komt voort uit de mystieke "Tau" van de Egyptenaren en de "T", het initiaal van Tammuz. Het werd gebruikt in de Babylonische mysteriën met dezelfde magische bedoelingen als de Rooms-katholieke kerk die nu gebruikt. Het Kruisbeeld dat Paus Johannes Paulus II regelmatig bij zich droeg en ook in gebruik was bij Benedictus XVI, is geen traditioneel Kruisbeeld. Dit kruis staat bekend als het "Gebogen Kruis" en is een symbool dat door satanisten en Zwarte tovenaars in de zesde eeuw is ontworpen en is lange tijd in de Middeleeuwen in Satansmissen gebruikt.

Het vertegenwoordigt de Bijbelse tekst het "Teken van het Beest" en is sinds het IIde Vaticaans Concillie weer in gebruik. Op dit gebogen of gebroken kruis, is het repulsieve en vervormde corpus van Jezus/Yeshua te zien. De magiërs uit de 6e eeuw noemden dit Bent Cross het “Merk van het Beest”. Het merendeel van de volgelingen van de kerk van Rome hebben niet het geringste vermoeden dat dit kruis in werkelijkheid helemaal niets met Jezus/Yeshua van doen heeft. De auteur Piers Campton heeft in zijn boek “The broken cross: Hidden hand in the Vaticaan” de betekenis van het gebogen kruis uiteengezet. Volgens hem is deze soort van crucifix een sinister symbool welke door satanisten in de 6e eeuw werd gebruikt.

De Vestaalse maagden van Rome droegen het op hun kleding of aan een ketting rond hun hals en veel Oudegyptische afbeeldingen tonen hetzelfde beeld. De lijst van heidense gebruiken is schier oneindig. Zo was ook de "Aflaat" die veelvuldig werd toegepast, niets anders dan een misleiding van hen die in zonde leefden hopend op vergeving na de dood terwijl ze beroofd werden van hun redding door Jezus/Yeshua. Dit is een ongelooflijke belediging van Gods genade, die Hij door het kruis van de Here Jezus heeft gebracht voor ieder mens.Ook heeft men de kerkelijke traditie gelijkgesteld met het gezag van Gods Woord en is het woord van de paus onfeilbaar geworden in zijn officiële uitspraken.

De geestelijke betekenis van Babel, haar  “mysterie”wordt uitgedrukt in de opperste godslastering, in de uiterste afgoderij, in grenzeloze eigendunk, hoogmoed,Godsverachting, hebzucht, magie en toverij, zoals dat in verschillende gedeelten bij de oude profeten tot uiting komt. Wat voor satan geldt, is ook van toepassing op Babel:

 

Jesaja 14:13-14 “En gij overlegdet nog wel: Ik zal ten hemel opstijgen, boven de sterren Gods mijn troon oprichten en zetelen op de berg der samenkomst ver in het noorden; ik wil opstijgen boven de hoogten der wolken, mij aan de Allerhoogste gelijkstellen.”

 

Jeremia 51:25 “Zie, Ik zál u! gij berg des verderfs, luidt het woord des Heren, die de gehele aarde hebt verdorven, en Ik zal mijn hand tegen u uitstrekken en u van de rotsen afwentelen en u maken tot een berg van brand…”

 

Naast de Rooms-Katholieke kerken zijn de protestantse kerken ontstaan, die voor een belangrijk deel uit haar zijn voortgekomen en dikwijls nog tal van heidense elementen hebben meegenomen, waardoor het mogelijk werd, dat deze thans via de Wereldraad van Kerken wegen bewandelen die helemaal niet in de Bijbel terug te vinden zijn.

De kruistochten

Iedereen kent de gevolgen van de kruistochten (1095 – 1271) waarbij ontelbare Joden en ook moslims werden afgeslacht. Op 27 november van het jaar 1095 hernam paus Urbanus II een project van paus Gregorius VII en riep op tot een kruistocht met alle desastreuze gevolgen voor Joden en moslims. Het antisemitisme floreerde al een tijd in Europa, en in de ogen van veel christenen waren de joden minstens zo goddeloos als de moslims. Zij hadden immers Jezus/Yeshua ontkend toen hij leefde, en het was een gangbare opvatting dat de joden de eigenlijke schuldigen waren aan Zijn’ dood aan het kruis. De Joden waren volgens de gangbare mening, de ‘Godsmoordenaars’, de vogelvrijen die iedereen mocht beroven en vermoorden. Paus Urbanus II maakte in een veld nabij Clermont een enorme mensenmenigte duidelijk waarom Jeruzalem moest worden ingenomen. Volgens hem werden de christelijke pelgrims verschrikkelijk gemarteld. Hij vertelde dat hun buik werd opengesneden, de ingewanden aan een stok werden geprikt waarna de stervende slachtoffers met een zweep gedwongen werden om rond een paal te lopen totdat de darmen er omheen gewikkeld waren. De gruwelpropaganda van de paus ontstak een religieus vuur bij de mensenmenigte. De pauselijke opdracht luidde: ,,Alle kruisvaarders moeten Joden, Saracenen en ketters op gelijke wijze haten, zoals je vijanden van God haat.”

Paus Urbanus II

Voor veel Europeanen was het de normaalste zaak van de wereld dat de joden bestreden moesten worden. Godfried van Bouillon, een van de belangrijkste leiders van de kruistocht en later de eerste regent van christelijk Jeruzalem, wilde dat elk spoor van het woord ‘Jood werd uitgewist”. Wie weerstand bood, zou alles worden ontnomen en worden “afgeslacht en de stad uit gegooid”, aldus Sigisbert.

Ridders, monniken en boeren, mensen zonder grond en zelfs vrouwen en kinderen die vervuld waren van religieuze haat gingen met de leuze ‘God wil het’ op weg naar het Heilige Land. Een tocht die door hen als een goddelijke openbaring werd gezien. Veel vrijwilligers waren geïnspireerd door lekenpredikers. Zij zagen het als hun plicht om de boodschap van de heilige oorlog te verspreiden, ieder op zijn manier. Ze dachten dat het een reis zou zijn van slechts enkele dagen, en hadden dientengevolge te weinig proviand bij zich. Om dit probleem op te lossen werden plaatsen waar Joden woonden geplunderd en de bevolking vermoord. Gevolgen had dit niet want de paus had namelijk een volle vrijlaat beloofd voor ieder die ‘de vijanden van het kruis’ de ‘Godmoordenaars’ doodde. De kruisridders beschouwden zichzelf als ‘wrekers van God’, en Joden en moslims waren Gods vijanden. Zelfs als nobele ridders probeerden massamoorden op Joden te voorkomen; was de door de kerk aangewakkerde volkswoede tegen de Joden niet te stuiten.

Tegen de goddelozen in het Heilige Land was ieder middel toegestaan. De ridders kenden slechts de wet van de sterkste! Overal waar ze kwamen lieten ze brandende Joodse wijken en huizen achter zich. Als joden voor de keuze werden gesteld om zich te bekeren of te sterven, beroofden veel joden zichzelf van het leven – een moeilijk besluit, want zelfmoord was volgens de Joodse wet een zware zonde. Veel mensen namen hun kinderen mee in de dood om ze te behoeden voor de vernedering en de gruwelijke moord waarmee de christelijke fanatici ze bedreigden. Op 20 mei was er in Worms vrijwel geen jood meer over. Net als in andere steden waar joden werden aangevallen grepen ook de burgers van Mainz die vredig zij aan zij met hun joodse buren hadden geleefd de kans aan om aan de gruwelen deel te nemen, uit wraak of uit jaloezie – of opgezweept door de alomtegenwoordige bloeddorstigheid. Paus Urbanus II deed alsof zijn neus bloedde. Ook al had het kruisvaardersleger honderden en misschien wel duizenden joodse levens op zijn geweten, de paus hield de ridders de hand boven het hoofd.

Op 15 juli 1099 viel Jeruzalem na bloedige gevechten en wreedheden, na een belegering van vijf weken in handen van de kruisridders waarbij tienduizenden Joden en ook moslims werden vermoord. Jeruzalem werd vervolgens tot heilige stad voor de christenen uitgeroepen. Tot op heden leiden deze slachtpartijen in naam van het christendom nog steeds tot een trauma in de Joodse en islamitische wereld. Joden werden in synagogen opgesloten waarna die in brand werden gestoken. Toen er niemand meer was om om te brengen vielen de slachters op hun knieën en dankten de hemel voor de bevrijding van Jeruzalem uit de hand van de ongelovigen. God had het zo gewild!

De inname van Jeruzalem door de kruisvaarders, 15 juli 1099 (schilderij van Emile Signolo, 1847) Godfried van Bouillon dankt God in het bijzijn van Peter de Kluizenaar, een monnik die de leiding had over de eerste kruistocht.

 

Vervolging van Joden en gelovigen van Jezus/Yeshua

Rome is niet alleen een cultuur zonder God, het is tevens een cultuur van de dood. (Diverse onderstaande tekstdelen zijn citaten uit het boek van David I.Kertzer, In Gods naam.De katholieke kerk en de Jodenvervolging. Uitgeverij Prometheus, Amsterdam. ISBN 90 5333 909 4.)

Wat een bloed heeft de kerk van Rome vergoten en wat een ellende hebben ze het Joodse volk aangedaan. Eeuw na eeuw waren de kinderen van Israël in tranen vanwege de wandaden van het pausdom jegens hen. Niemand is ooit in staat geweest het exacte aantal doden te tellen, maar het wordt door historici geschat op 50 miljoen mensen tussen 606 en het midden van de 19de eeuw. Van hoog tot laag was de Rooms-katholieke kerk doordrenkt met Jodenhaat. Het waren de pausen zelf, die met een fel katholiek antisemitisme de weg hielpen plaveien voor de nazi’s naar de Holocaust op de Joden. Achter alle schandalige moordpartijen is de ware geest van de Babylonische afgodendienst van de kerk Rome te zien.

Er is geen enkele kerk die in de loop der geschiedenis ook zoveel getuigen van Jezus/Yeshua om het leven heeft gebracht. De kerk van Rome heeft zich altijd uitdrukkelijk tegen godsdienstvrijheid verzet. Terechtstellingen van christenen werden bijkans tot een soort nationale sport. Bij sommige mensen werden de tongen uit de mond gerukt als ze in het openbaar hun liefde voor Jezus/Yeshua kenbaar maakten. Hele volksmassa’s jubelden als christenen voor de leeuwen werden geworpen. Andersdenkenden werden systematisch verbannen, vermoord door de Inquisitie uit naam van de “Koningin des Hemels”, met de Jezuïeten als de geheime kerkpolitie. En dat terwijl de pausen dachten met deze moordpartijen de wil van God te doen. De bisschoppen en pausen moordden, verminkten en deden juist alles wat kwaad was in de ogen van God. Zij leiden een leven, precies het tegenovergestelde van wat Gods Woord leert. De Jezuïetenorde groeide uit tot een geweldig apparaat om de wereldeconomie te beheersen, met grote banken en militaire macht. Ze gebruikten hekserij, trancemeditaties, tongentaal, hypnose, om Bijbelgetrouwe christenen te misleiden. Alles in Rome was en is Babel. De pausen uit het verleden hielden er soms complete legers op na.

Paus Innocentius III, (8 januari 1198 tot 16 juli 1216) beweerde, dat hij de “stedehouder van Jezus/Yeshua was- hoogste soeverein over kerk en wereld.” Onder diens leiding is meer bloed vergoten dan in welk ander tijdperk ook, met uitzondering van de tijd van de Reformatie. De bisschoppen en pausen moorden, verminkten en deden juist alles wat kwaad was in de ogen van God. Zij leiden een leven, precies het tegenovergestelde van wat Gods Woord leert.

De inquisitie die in haar standaard de psalmtekst had staan: ,,Sta op God van Uw rechtsgeding" was belast met de opsporing, het onderzoek en het straffen van volgelingen van Jezus /Yeshua, mensen die de afgodendienst van de roomse kliek doorzagen. Alleen al in de Bartholomeüs-nacht, toen de Hugenoten werden vervolgd, werden door een dekreet van de paus 20.000 christenen vermoord. De paus liet over deze moordpartij zelfs een herinneringsmedaille slaan!

In het boek Miller’s Church History beschrijft Andrew Miller hoe ook in Nederland gelovigen die het nog aandurfden de Bijbel te lezen, in opdracht van Rome werden gemarteld en gedood. Toen in het jaar 1567 de hertog van Alva naar de Nederlanden werd gezonden met een leger van vijftienduizend Spanjaarden en Italianen, was het hek helemaal van de dam. Houten kerken werden neergehaald en de balken in sommige plaatsen tot galgen omgebouwd waaraan de herder van zijn kudde werd opgehangen. Deze gruweldaden tegen Bijbelgelovigen vonden plaats over een periode van maar liefst veertig jaar. In het jaar 1567 hield het ‘concilie van bloed’, zoals het genoemd werd, haar eerste zitting. Het bloed vloeide vervolgens in stromen. Wagenmenners en schippers die mensen hielpen vluchten, werden zwaar gestraft.

Niemand mocht ontsnappen. Op de 19de februari 1568 vaardigde de inquisitie een decreet uit dat alle inwoners van de Nederlanden als ketters dienden te worden aangemerkt en gedood moesten worden ongeacht leeftijd of geslacht. Drie miljoen mensen - mannen, vrouwen en kinderen - werden veroordeeld tot het schavot. Achter deze schandalige moordpartijen is de ware geest van de Babylonische afgodendienst van de kerk Rome te zien. Gelijksoortige wreedheden werden ook toegepast op met name de indianen in Zuid-en Midden Amerika, en in delen van Azië.

Bartholomeüsnacht - François Dubois, ca, 1572-84

Babylon is niet alleen een cultuur zonder God, het is tevens een cultuur tegen Jezus/Yeshua. De hoerenwijn van Babylon, de gruwelen en onreinheden van haar ontucht, zijn gemengd met het bloed van de heiligen Gods en de getuigen van Jezus/Yeshua. Met bittere haat is zij vervuld tegen het lam en zijn volgelingen. De dienst van de ware God wordt in Babylon niet geduld en daarom is de cultuur van Babel, vanuit haar satanische oorsprong en verbonden aan de macht van het beest, de beschaming van alles wat God lastert, Hem veracht en Zijn kinderen en dienstknechten vervolgt en afslacht.

 

De gouden beker van Babylon is vol van het bloed der martelaren en is dronken van het bloed van de heiligen en van de getuigen van Jezus/Yeshua. Rome heeft door de eeuwen miljoenen echte gelovigen gedood. Maar wie is tegenwoordig nog op de hoogte van de moordpartijen uit het verleden? De kerkgeschiedenis vertelt niet dat de kerk duizenden wedergeboren gelovigen heeft gedood doormiddel van de vreselijkste methoden.Niet alleen zondigt de hoer zelf gruwelijk, maar haar grootste vermaak is haar hoereerders, de volken en hun heersers waardoor de hele wereld die immers “gemeenschap”met haar heeft, een hels karakter krijgt.Het oordeel over Babylon zal het einde betekenen van de hoerenmadam en de wereldse machten die haar wijn hebben gedronken.

Franklin ter Horst