Uit het nieuws 23-09-2019

Door: Franklin ter Horst

Kan IsraŽl de Amerikaanse leiders wel vertrouwen?

 

Bedreigingen van Amerikaanse presidenten ten aanzien van IsraŽl zijn een regelmatig terugkerend fenomeen. Hoewel Donald Trump tot dusver een pro-IsraŽl koers lijkt te varen, zal de Joodse staat op zijn hoede moeten zijn. Het optimisme in IsraŽl over Trumps overwinning was in eerste instantie niet zonder reden want op 25 september 2015 zei hij in New York dat de Verenigde Staten onder zijn presidentschap zullen instemmen met het op 24 april 1990 overeengekomen mandaat van het Amerikaanse Congres Jeruzalem te erkennen als de ongedeelde hoofdstad van IsraŽl. Hij hield zich aan zijn woord door op 6 december 2017 zijn belofte ten uitvoer te brengen. Even los van het feit dat Trump Jeruzalem nu als hoofdstad van IsraŽl heeft erkend, kan de vraag gesteld worden wat hij met deze beslissing beoogd. Is het zijn liefde voor het land en het volk van IsraŽl, of spelen er andere belangen een rol. De IsraŽliís vrezen dat er een hoge diplomatieke prijs moet worden betaald voor het ongekende gebaar van de Amerikaanse leider. Vrede tussen Israel en de Palestijnen zal volgens Trump Ďuiteindelijk tot vrede in heel het Midden-Oosten leidení. Dus wie weet moet IsraŽl zich inderdaad zorgen maken.

 

https://images.haarets.co.il/image/upload/w_2042,h_1186,x_75,y_282,c_crop,g_north_west/w_609,h_343,q_auto,c_fill,f_auto/fl_any_format.preserve_transparency.progressive:none/v1535532313/1.6429909.4120807996.jpgDonald Trump en Benjamin Netanyahu. Afbeelding Haaretz 29 augustus 2018.

Dat IsraŽl op zijn hoede moet zijn begon al met de oprichting van de staat IsraŽl in 1948. Toen oefenden het Pentagon en de CIA zware druk uit op IsraŽls eerste premier David Ben Gurion om geen onafhankelijke staat uit te roepen, maar om het land onder het mandaat van de VN te brengen. Amerika heeft IsraŽl toen op geen enkele manier geholpen om zichzelf te kunnen verdedigen. Het land stelde zelfs op 5 december 1947 een wapenembargo in tegen IsraŽl die twintig jaar zou duren. De Amerikaanse president Truman bleef aan het wapenembargo vasthouden, ook toen hij zag dat de Arabieren overvloedig door de Britten en de Sovjets van wapens werden voorzien.

Een andere confrontatie vond plaats in 1960 toen de vertrekkende Amerikaanse president Dwight Eisenhower van David Ben Gurion wilde weten wat Ďde mysterieuze constructieí in Dimona in de Negev woestijn te betekenen had. Het ging over de in aanbouw zijnde kerncentrale maar de Amerikanen hadden geen idee wat IsraŽl daar precies aan het doen was. Ze kregen echter geen toestemming de plaats te bezoeken. Om IsraŽl daarvoor te straffen publiceerden ze spionagefotoís op de voorpagina van The New York Times.

 

Het verhaal over Dimona ging verder toen in 1961 John F. Kennedy president van de Verenigde Staten werd. Ook hijeiste informatie van David Ben-Gurion maar deze zei een duidelijk nee! Hoewel de situatie niet zo vijandig was als onder Barack Hoessein Obama, had Kennedy toch geen bepaalde sympathie voor de staat IsraŽl en het Joodse volk. Hij dwong zijn adviseurs IsraŽl continu onder druk te zetten en bij iedere bijeenkomst met IsraŽlische gedelegeerden eindigde hij met de eis een inspectie van Dimona te accepteren. Vervolgens waarschuwde hij in een brief gedateerd 18 mei, 1963 dat wanneer IsraŽl geen Amerikaanse inspecteurs zou toelaten om Dimona te bezoeken, hij IsraŽl totaal zou isoleren. Ben-Gurion reageerde niet maar trad af. Zijn opvolger Levi Eshkol, kreeg vervolgens een brief van Kennedy waarin de druk nog eens werd opgevoerd en waarin hij waarschuwde dat wanneer IsraŽl bleef weigeren, de samenwerking met Amerika Ďernstig in gevaar gebracht zou kunnen wordení.

 

John F. Kennedy en David Ben Gurion

 

Ondanks alle tegenwerking en bedreigingen uit Washington bewees IsraŽl de Amerikanen echter keer op keer een grote dienst. In 1966, midden in de Koude oorlog en een jaar voor IsraŽls Zesdaagse oorlog, lukte het IsraŽl om middels een spectaculaire actie het modernste, in Rusland geproduceerde, gevechtsvliegtuig van het Iraakse leger te ontvreemden. Deze actie hielp de Amerikanen in hun strijd tegen het communistische Rusland en maakte een einde aan het 20-jarige embargo van de VS tegen IsraŽl.

 

De Amerikanen kregen dank zij IsraŽl eindelijk de kans om het superieur geachte Russische gevechtsvliegtuig de MIG-21 te bestuderen en een afweermechanisme te ontwikkelen. Het toestel werd als Ďgeschenk uit IsraŽlí aan Amerika overgedragen. Als dank kreeg de IsraŽlische luchtmacht, die tot dan toe alleen over de Franse Mirage en Vautour-toestellen beschikte, Amerikaanse Phantom- toestellen. Nadat de Amerikanen op hun beurt de MiG-21 volledig uitgeplozen hadden, kwam het vliegtuig naar IsraŽl terug. In de Zesdaagse Oorlog van 1967 gebruikte IsraŽl haar kennis om de talrijke MiGs uit te schakelen.

 

Maar de waardering voor IsraŽls hulp duurde niet lang want toen Egypte in 1967 aan de VN de opdracht gaf hun troepen uit de SinaÔ terug te trekken omdat Nasser van plan was IsraŽl voor eens en altijd uit te schakelen, liet Washington de Joodse staat volledig in de kou staan. Maar toen het er naar uitzag dat Egypte tijdens de juni oorlog van 1967 vernietigend verslagen zou worden, kwam Amerika tussenbeide en eiste het van IsraŽl de oorlogshandelingen te staken.

In 1969, stuurden de Amerikaanse president Richard Nixon en zijn minister van Buitenlandse Zaken Henry Kissinger op een confrontatie aan omdat de Amerikanen nog steeds niet precies wisten wat IsraŽl in Dimona aan het doen was. Maar ook IsraŽls toenmalige premier Golda Meir weigerde wat uiteindelijk resulteerde in de afspraak ,,geen vragen meer te stellen, en niets meer te zeggenĒ.

 

Nixon en Kissinger

 

Tijdens de Yom Kippoer oorlog in 1973 had IsraŽl de strijd met SyriŽ definitief kunnen beslissen als Amerika niet tussenbeide was gekomen en IsraŽl had opgedragen de opmars te staken. De IsraŽlische tanks waren Damascus al tot op twintig kilometer genaderd toen Amerika eenonmiddellijke terugtrekking eiste. Kissinger gelaste tijdens deze oorlog de Amerikaanse wapenleveranties aan IsraŽl te vertragen en pas weer wilde leveren op voorwaarde dat Golda Meir zou aftreden ten gunste van Rabin. De New York Times schreef drie jaar later dat Kissinger de wapenleveranties doelbewust vertraagde omdat ,,hij IsraŽl net genoeg wilde laten bloeden om ze zo rijp te maken voor de naoorlogse diplomatie die hij in gedachten hadĒ.

 

Toen de Golfoorlog (1990-1991) (Dessert Storm) begon hielp IsraŽl de Amerikaanse luchtmacht met een verdedigingsparaplu voor inkomende vliegtuigen en personeel. Toen de oorlog volop aan de gang was, en Saddam Hoessein besloot IsraŽl met Scud raketten onder vuur te nemen, eisten de Amerikaanse president George Herbert Walker Bush en zijn minister van BZ James Baker III van de IsraŽlische premier Yitzhak Shamir niet terug te slaan. Ze dreigden zelfs de militaire hulp stop te zetten en IsraŽlische vliegtuigen neer te schieten indien Shamir toch mocht besluiten Saddams Scud lanceerinstallaties te bombarderen. Bush en Baker beloofden Shamir dat de luchtmacht van de Verenigde Staten deze klus wel even zou klaren. Maar ze kwamen hun belofte niet na want Saddam bleef zijn Scuds op IsraŽl afvuren, in totaal 39. Achteraf bleek dat Bush, Baker, Generaal Colin Powell en Generaal Norman Schwarzkopf nooit de opdracht aan hun luchtmacht hebben gegeven de Scud-lanceerinstallaties uit te schakelen.  

 

Bill Clinton

 

Bill Clinton, president van 20 januari 1993 tot 20 januari 2001 was ťťn van de Ďarchitectení van de op 13 september 1993 gesloten Oslo-akkoorden het nep-verdrag en was daardoor mede verantwoordelijk voor de verschrikkelijke prijs die de kinderen van IsraŽl hebben betaald voor dit duivelse document. Het heeft IsraŽl iedere veiligheid ontnomen, ondanks dat het grote delen van het Bijbelse land Samaria en Judea aan het PLO-bewind heeft overgedragen. Juist onder Clintons regeerperiode hebben Jasser Arafat en zijn trawanten alle vrijheid gekregen de Oslo-akkoorden met voeten te treden. Clinton beloofde in zijn beide verkiezingscampagnes de Amerikaanse Ambassade van Tel Aviv naar Jeruzalem te zullen verplaatsen, maar is deze belofte nooit nagekomen. Ook gebruikte Clinton, net als een aantal van zijn voorgangers, de economische hulp aan IsraŽl als pressiemiddel om IsraŽl te dwingen tot het opgeven van het aloude Bijbelse thuisland. Ook was hij verantwoordelijk voor de overdracht van de stad Hebron aan Arafats terreurbewind, het zogeheten Hebron protocol.

 

Bill Clinton heeft met zijn beleid IsraŽl iedere veiligheid ontnomen.

George W.Bush

Clintons opvolger George W.Bush zette IsraŽl onder druk Gaza te ontruimen. Op 15 augustus 2005 voerden 55.000 IsraŽlische militairen, het plan uit 8500 Joodse mannen, vrouwen en kinderen uit hun Bijbelse erfdeel Gaza hebben te verdrijven, als onderdeel van een akkoord tussen IsraŽl en de Verenigde Staten. Velen in IsraŽl denken met afschuw terug aan deze datum toen IsraŽls toenmalige premier Ariel Sharon de opdracht gaf het disengagement plan, uit te voeren en Gaza te ontruimen, krachtens een 'land-voor-vrede' overeenkomst.

Het IsraŽlische leger had de opdracht meegekregen de achterblijvers die zich fel tegen de ontruiming zouden verzetten, met harde hand te verwijderen. Dramatische taferelen gingen via tv de wereld over. Bush stuurde zijn puppet Condoleeza Rice naar IsraŽl om te controleren of de ontruiming wel geheel volgens plan verliep. Duizenden Amerikaanse militairen stonden stand-by in een grote legerbasis nabij Tel Aviv om eventueel te hulp te komen. De Ďdeportatieí moest een positieve impuls geven aan de vredesinitiatieven zoals beschreven in de Roadmap maar daar is -zoals door velen ruim van tevoren voorspeldt - helemaal niets van terechtgekomen. De voormalige nederzettingen werden een nieuwe uitvalsbasis voor Hamas en andere terroristische groepen om IsraŽlische burgerdoelen met raketten en mortieren te bestookten

In 2006 kwam George W.Bush tussenbeide toen IsraŽl op het punt stond de Libanese terreurbeweging Hezbollah voorgoed uit te schakelen. Hij beperkte de wapenleveranties aan IsraŽl omdat hij bang was de Arabische steun voor de oorlogen in Irak en Afghanistan te verliezen.

Barack Hoessein Obama

Een maand nadat Barack Hussein Obama op 10 februari 2007 zijn kandidatuur voor de presidentsverkiezingen officieel had ingediend zei hij tegenover een groep activisten van de Democratische Partij: ďNiemand lijdt meer dan het Palestijnse volkĒ ("Nobody is suffering more than the Palestinian people"). Hij beweerde dat een Palestijnse staat stabiliteit, vrede en democratie in het Midden-Oosten zou brengen. Toen al kon iedereen vermoeden hoe zijn toekomstige beleid als Amerikaans president ten aanzien van het IsraŽlisch-Palestijns conflict er zou uitzien en waar zijn voorkeuren zouden liggen. Ook noemde hij IsraŽl toen al een destabiliserende factor in het Midden-Oosten. Hij zei IsraŽl te zullen dwingen alle bouwactiviteiten stop te zetten.

Een van Obamaís eerste eisen aan IsraŽl was om een reeks controleposten te verwijderen wat onmiddellijk resulteerde in een paar terroristische aanslagen. Zo werd rabbijn Meir Avshalom Chai, de 45 jarige vader van 7 kinderen door drie leden van de Al-Aqsa Martelaren Brigade -onderdeel van de Fatah beweging-in de buurt van Sichem klem gereden en met kogels doorzeeft. De drie terroristen waren lid van de door de Amerikaan Keith Dayton getrainde Ďveiligheidstroepení.

Barack Hoessein Obama met Mahmoud Abbas de ďDe bendeleider van RamallahĒ.

En in januari 2009 kwam Barack Hoessein Obama tussenbeide toen het er naar uit ging zien dat het IsraŽlische leger definitief een eind zou maken aan het terreurbewind van Hamas in Gaza. Door snel ingrijpen van zijn kant wist hij de totale vernietiging van Hamas nog nťt te voorkomen. Sinds de oprichting in 1948 heeft de Joodse staat steeds weer ervaren door zijn Amerikaanse Ďvriendení in de steek te zijn gelaten, in het bijzonder in de oorlogen waarbij het voortbestaan van IsraŽl in het geding was.

IsraŽl heeft acht jaar lang noodgedwongen moeten luisteren naar de IsraŽl hatende Obama. Gedurende zijn hele regeerperiode heeft hij druk op IsraŽl uitgeoefend en onder meer geŽist om het nucleaire arsenaal op te geven. Vanwege het conflict tussen IsraŽl en de Obama-administratie over de gesloten deal met Iran besloot Obama 1100 pagina's top-secret documenten vrij te geven waarin het nucleaire programma van IsraŽl gedetailleerd staat beschreven. Obama beweerde dat de vrijgave van de documenten een routine declassering was, die toevallig samenviel met het debat over de overeenkomst met Iran. Het was ťťn van de vele leugens van deze man en opnieuw een demonstratie van haat tegen de Joodse staat.

In een interview op 11 februari 2018 met de IsraŽlische krant Israel Hayom begon Trump zorgwekkend te klinken, net als zijn voorgangers. Trump noemde het Palestijnse leiderschap weliswaar het belangrijkste obstakel voor vrede, maar zei ook voor het eerst in het openbaar er beslist niet zeker van te zijn, dat IsraŽl naar vrede streeft. Net als zijn voorgangers noemde hij de Joodse nederzettingen in Judea en Samaria schrijnend problematisch: ĎDe nederzettingen bemoeilijken het maken van vrede, zoals zij altijd hebben gedaan. Dus ik denk dat IsraŽl heel voorzichtig moet zijn met de nederzettingen,í zei hij. En wat te denken van een president die zichzelf ĎIím the chosen One, (De uitverkorene) noemt waarbij hij omhoog keek, alsof de hemel wel zou instemmen met deze woorden. En zo gek is het misschien niet dat Trump deze woorden in de mond nam. Hij wordt immers omringd door een groep voorgangers waaronder welvaartspredikers als Rodney Howard-Browne, die de christelijke leerstellingen met voeten treed en dwaalgeest Kenneth Copeland. Hij zou door God voorbestemd zijn om Israel rijk te zegenen en Amerika te redden van de morele ondergang. Ze zien in hem de Bijbelse koning Cyrus, die God gebruikte ten gunste van Israel. De toekomst zal leren wie deze Trump in werkelijkheid is en of hij wel zoín goede vriend van IsraŽl is zoals velen geloven.

Franklin ter Horst