Uit het nieuws 22-04-2019

 

Door: Franklin ter Horst

Met dank aan het Bijbelstudieteam Jur van Calkar en Simonida Dijkhuis-Nijhof voor hun medewerking aan deze Bijbelstudie.

 

De openbaring van Johannes (deel 74)

Openbaring 20 (deel 5)

 

De satan veroordeeld

 

Openbaring 20: 7-8-9-10 “En wanneer de duizend jaren voleindigd zijn, zal de satan uit zijn gevangenis worden losgelaten, en hij zal uitgaan om de volkeren aan de vier hoeken der aarde te verleiden, Gog en Magog, om hen tot de oorlog te verzamelen, en hun getal is als het zand der zee. En zij kwamen op over de breedte der aarde en omsingelden de legerplaats der heiligen en de geliefde stad; en vuur daalde neder uit de hemel en verslond hen, en de duivel, die hen verleidde, werd geworpen in de poel van vuur en zwavel, waar ook het beest en de valse profeet zijn, en zij zullen dag en nacht gepijnigd worden in alle eeuwigheden.”

 

Deze tekst maakt duidelijk dat het Duizendjarig rijk voleindigd zal worden. Er staat niet “voorbij zijn”. Het woord “voleindigd” wijst op een volheid, de volheid van een bepaalde bedeling in het heilsplan van God. Het Duizendjarige rijk vormt een specifieke heilsfase in het Koninkrijk Gods: de heerschappij van Jezus/Yeshua en de gelovigen, zowel Israël als de gemeente, over de volken. Nergens staat dat de duivel als vorst van deze wereld terugkeert en dat het messiaanse Koningschap van Jezus/Yeshua eindigt. De veroordeelde duivel moet als een misdadiger openbaar gemaakt worden. Zijn bevrijding uit het “huis van bewaring” dienst slechts zijn laatste openbaring.

 

Het Duizendjarige vrederijk wordt afgesloten met een laatste grote volkerenopstand in de wereldgeschiedenis tegen Jezus/Yeshua en Jeruzalem, die door de satan georganiseerd zal worden. Nadat de duivel 1000 jaren gebonden is geweest, zal hij weer voor een korte tijd worden losgelaten waarna hij nog één keer de volken van de aarde zal verleiden. Opmerkelijk dat dit zelfs tijdens het vrederijk onder de meest ideale omstandigheden zal gebeuren. Dan zal blijken dat er ondanks de zegeningen van het vrederijk, nog steeds onwilligen zijn die zich tegen God verzetten. Zij zijn gedwongen te buigen voor de ijzeren scepter. Het is mogelijk dat er ook volken zijn die hun vroegere heidendom blijven koesteren en maar voor de schijn zich in de duizendjarige heerschappij voegen. Het ligt voor de hand dat zulke volken, of delen van volken, in de loop van het Duizendjarig rijk een wrok opbouwen en dat satan, eenmaal ontbonden, een rijpe oogst vindt om te verleiden.

 

Ook zonder invloed van satan zal de mens er kennelijk niet beter op worden. Nadat satan weer is losgelaten blijkt dat er geen sprake is geweest van volledige gehoorzaamheid. De mens heeft immers nog zijn oude natuur en zal zich opnieuw laten verleiden. Satan mag zich zelfs verheugen in een onverwacht grote aanhang. Hun getal is als het zand van de zee.

 

Deze aanhang vertrouwt niet op God, integendeel, men verzet zich in grote ongehoorzaamheid tegen Zijn macht. Ook dan kunnen de volkeren niet zeggen, dat zij niet gewaarschuwd zijn. Deze waarschuwing is dan al duizenden jaren van tevoren opgeschreven. De mensen zullen opnieuw in staat worden gesteld om een keuze te maken tussen Jezus/Yeshua en satan. Er zullen tijdens het Duizendjarig Rijk nog heel wat mensen geboren worden, van wie velen zich kennelijk niet zullen bekeren. Velen uit de volken zullen slechts gehoorzaamheid veinzen.

 

Psalm 18: 45 “…nauwelijks hadden zij van mij gehoord, of zij gehoorzaamden mij; vreemden veinsden onderdanigheid tegenover mij.”

 

Zij veinzen omdat zij niet openlijk tegen God in opstand durven komen; maar in hun hart zullen ze Hem haten, omdat wat het vlees bedenkt, vijandschap is tegen God:

 

Romeinen 8:7 “Daarom dat de gezindheid van het vlees vijandschap is tegen God; want het onderwerpt zich niet aan de wet Gods; trouwens, het kan dat ook niet…”

 

Jakobus 4:4  “Overspeligen, weet gij niet, dat de vriendschap met de wereld vijandschap tegen God is? Wie dus een vriend der wereld wil zijn, wordt metterdaad een vijand van God.”

 

De opstandelingen verzamelen zich ‘tot de oorlog’ met dezelfde gevoelens van haat en geweld die kenmerkend is voor Gog in Ezechiël van wie ze het morele karakter overnemen.

 

Dit is de allerlaatste opstand van de volken en van satan, want God zal hen allen vernietigen, zoals Hij van tevoren herhaaldelijk heeft beloofd. Geen enkele vijand van God en van Zijn volk- niet één, ook satan en zijn demonen niet- zal aan deze door God aangekondigde vloek ontkomen. Het komt trouwens niet eens aan een strijd toe. Door het simpele feit dat God met vuur de opstandige meute vernietigt. Voor de duivel is het nu definitief afgelopen: hij moet tot in alle eeuwigheden de antichrist en de valse profeet gezelschap houden in de poel van vuur en zwavel.

 

Deze laatste opstand dient slechts om de volkomen boosheid en onverbeterlijkheid van de langdurig gebonden satan aan te tonen en tevens om de onverbeterlijke geveinsden te ontmaskeren, die zelfs na de zegenrijke regering van Jezus/Yeshua op aarde de duisternis liever hebben dan het licht. Zij worden eenvoudig in één flits verslonden door het oordeelsvuur en satan wordt dan in de vuurpoel geworpen. Dit laatste optreden van satan is slechts bedoeld om de volkomen overwinning van Jezus/Yeshua aan te tonen.

 

De volkeren, die satan weet te verleiden, worden aangeduid onder de namen van Gog en Magog. Het gaat hier om legers die opkomen over de volledige breedte der aarde. Deze Gog en Magog zijn niet dezelfde als in Ezechiël 38-39. Het is ondenkbaar te veronderstellen dat Israël aan het einde van het Duizendjarig rijk niet zou weten dat God hun God is. Alleen daarom is het reeds onmogelijk de Gog –en Magog-profetie van Ezechiël te betrekken op de Gog-en Magog-profetie uit Openbaring. De legers van deze Gog uit Ezechiël worden verslagen op de bergen van Israël en daar ook begraven, terwijl het leger van Gog en Magog uit Openbaring, ogenblikkelijk wordt verteerd door vuur uit de hemel. Bij de eerste Gog wordt Satan niet direct genoemd, bij de laatste Gog is hij de drijvende kracht. In Ezechiël zal Israël zeven maanden nodig hebben om de lijken op te ruimen. In Openbaring 20:9 verslindt het vuur allen en blijft er niets substantieels van Gog en Magog over.

 

Zij worden verslonden, dat wil zeggen, er blijft letterlijk niets van hen over. Geen begrafenis zoals bij de Gog-aanval op Israël, en geen aasvogels die de menigte lijken van Harmágedon, de maaltijd Gods, verslinden. Van satan lezen wij nog dat hij in de vuurpoel geworpen wordt, waar ook het beest en de valse profeet zijn. Daar worden zij dag en nacht gepijnigd in alle eeuwigheden. In enkele sobere bewoordingen wordt hier het onbeschrijfelijk lot van de duivelse drie-eenheid vermeld. Het is opvallend dat bij het eindgericht over de opstandige volken na de duizend jaren volstaan, wordt met de mededeling over hun lichamelijke einde. Ook is het gedaan met satan. Hij werd eerst voor duizend jaar in de afgrond gebonden en tenslotte wordt hij in de poel van vuur en zwavel geworpen.

 

Het laatste oordeel

Openbaring 20:11 t/m15 “En ik zag een grote witte troon en Hem, die daarop gezeten was, voor wiens aangezicht de aarde en de hemel vluchtten, en geen plaats werd voor hen gevonden. En ik zag de doden, de groten en de kleinen, staande voor de troon, en er werden boeken geopend. En nog een ander boek werd geopend, het (boek) des levens; en de doden werden geoordeeld op grond van hetgeen in de boeken geschreven stond, naar hun werken. En de zee gaf de doden, die in haar waren, en de dood en het dodenrijk gaven de doden, die in hen waren, en zij werden geoordeeld, een ieder naar zijn werken. En de dood en het dodenrijk werden in de poel des vuurs geworpen. Dat is de tweede dood: de poel des vuurs. En wanneer iemand niet bevonden werd geschreven te zijn in het boek des levens, werd hij geworpen in de poel des vuurs.

Hebreeën 12:23  “…en tot een feestelijke en plechtige vergadering van eerstgeborenen, die ingeschreven zijn in de hemelen, en tot God, de Rechter over allen, en tot de geesten der rechtvaardigen, die de voleinding bereikt hebben…”

Openbaring 11:18  “…en de volkeren waren toornig geworden, maar uw toorn is gekomen en de tijd voor de doden om geoordeeld te worden en om het loon te geven aan uw knechten, profeten, en aan de heiligen en aan hen, die uw naam vrezen, aan de kleinen en de groten en om te verderven wie de aarde verderven.”

Nu is het de tijd voor de “overige doden” die na afloop van het Duizendjarig rijk veroordeeld zullen worden tot de “tweede dood.” Na de overwinning op satan, die naar de hel verwezen is, volgt het visioen van het grote witte troonoordeel over de doden. Het oordeel vindt plaats voor de grote witte troon, die zo’n strenge en schrikwekkende aanblik oplevert, dat aarde en hemel vluchten” voor het aangezicht van Hem die er op gezeten is. Allen die satan hebben gevolgd zullen slechts korte tijd in het dodenrijk vertoeven, want onmiddellijk daarna zullen ze met hun opstandigslichaam voor de grote, witte troon moeten verschijnen. Hier wordt duidelijk dat de ongelovige doden na de duizend jaren weer levend worden, en dat is dus een opstanding: het lichaam zal opgewekt worden, maar de geest zal geestelijk dood blijven, zodat ze voor de grote witte troon nog steeds ‘doden’ genoemd worden. “Niet de Vader, doch de Zoon neemt plaats op deze witte troon:

Johannes 5:22-23 “Want ook de Vader oordeelt niemand, maar heeft het gehele oordeel aan de Zoon gegeven, opdat allen de Zoon eren gelijk zij de Vader eren. Wie de Zoon niet eert, eert ook de Vader niet, die Hem gezonden heeft.

Daar staan ze, de groten en de kleinen, stuk voor stuk zondaars. Al hun daden zijn opgeschreven en zullen onder hun aandacht worden gebracht. God is rechtvaardig, ook tegenover de ongelovigen; Hij bewijst zwart op wit dat ze het oordeel verdiend hebben, dat hun namen niet in het boek des levens staan en dat ze dus een ‘tweede dood’ moeten ondergaan. De grote witte troon staat hier alleen en is niet omgeven door “bijzitters” in het gerechtshof. Geen enkele mogelijkheid meer van hoop. Geen enkele mogelijkheid meer tot bekering. De doden worden geoordeeld op grond van wat er in de boeken geschreven staat, naar hun werken. De niet in Jezus/Yeshua gestorven doden uit alle tijden staan hier voor de witte troon en zij worden naar niets anders geoordeeld dan door wat over hen in de boeken geschreven staat. In deze boeken wordt de alwetendheid van God uitgedrukt, maar ook Zijn absolute rechtvaardigheid, want- zo staat er duidelijk-zij worden geoordeeld naar hun werken. Dat hoeft niet perse een negatief oordeel in te houden want er wordt ook een ander boek geopend” Het Boek des levens. Het Boek des Levens duidt op de mogelijkheid dat er onder de doden die voor de witte troon naar hun werken geoordeeld worden:

 

Johannes 5:29 “…en zij zullen uitgaan, wie het goede gedaan hebben, tot de opstanding ten leven, wie het kwade bedreven hebben, tot de opstanding ten oordeel.”

 

Daniël 12:2 “Velen van hen die slapen in het stof der aarde, zullen ontwaken, dezen tot eeuwig leven en genen tot versmading, tot eeuwig afgrijzen.”

 

Johannes 5:29  en zij zullen uitgaan, wie het goede gedaan hebben, tot de opstanding ten leven, wie het kwade bedreven hebben, tot de opstanding ten oordeel.

 

Matthéüs 25:46 “En dezen zullen heengaan naar de eeuwige straf, maar de rechtvaardigen naar het eeuwige leven.”

 

Dat is de onontkoombare afsluiting van alle gericht, want alle levenden zijn immers geoordeeld. Allen zijn terechtgekomen waar zij behoren.

Het is dus heel belangrijk de twee opstandingen te onderscheiden in verband met het vrederijk. Gelukkig en heilig is hij die aan de eerste opstanding deel heeft; over hen heeft de tweede dood geen macht. Nog eens wordt de nadruk gelegd op het feit dat de eerste opstanding alleen voor gelovigen en de tweede opstanding alleen voor ongelovigen geldt. Van de gelovigen wordt gezegd: ‘zij zullen priesters van God en van Christus zijn en met Hem duizend jaren regeren.

 

Franklin ter Horst