Uit het nieuws 16-09-2019

Door: Franklin ter Horst

De moordpartij in Hebron van 1929 herdacht

De Israëlische premier Benjamin Netanyahu bezocht op 4 september Hebron als onderdeel van een officiële staatsceremonie om de moord op 67 joden door Arabieren in 1929 te herdenken. Netanyahu sprak over de versterking van de Joodse gemeenschap in de stad en zei tijdens de herdenking onder meer: Bloeddorstige relschoppers voerden het gruwelijke bloedbad 90 jaar geleden uit. Ze waren er zeker van dat ze ons voor eens en voor altijd van deze plek zouden verjagen – ze hadden het mis. De enkelingen in de Arabische bevolking die probeerden hun Joodse buren te beschermen, moeten worden geprezen. Ze handelden moreel terwijl ze hun leven riskeerden.

Het begon allemaal toen na de prediking op vrijdag 23 augustus in 1929 de Arabieren uit Hebron en de omliggende dorpen de moskee verlieten en valse foto’s te zien kregen van een door de Joden gebombardeerde Omar moskee in Jeruzalem. Op de foto’s stond geschreven dat het gebouw door de zionisten was gebombardeerd. Volgens de geruchten zouden Joden in Jeruzalem eveneens hebben geprobeerd om de Tempelberg in bezit te nemen, en daarbij de profeet Mohammed hebben vervloekt, maar van een Joodse overname van de Tempelberg was geen enkele sprake. Duizenden Arabieren trokken vervolgens op naar de Tempelberg, waar de menigte werd opgezweept tot razernij. Velen waren gewapend met stokken en messen. Gevoed door geruchten dat twee Arabieren waren gedood door Joden elders in Jeruzalem, gingen Arabieren in de oude stad de straat op en vielen ze willekeurig Joden aan. De geruchten en het geweld dat ze veroorzaakten, verspreidden zich snel over het land – met name naar Hebron.

"Dood aan de Joden" schreeuwde de uitzinnige Arabische menigte in de straten van Hebron.

Hebron, 24 augustus 1929. Een dolgedraaide meute Arabieren gaat met het zwaard in de hand willekeurig gekozen Joodse mannen, vrouwen en kinderen te lijf. [beeldbron: Camera/J-Post]

Een Jood die voorbij kwam op weg naar de synagoge werd met een mes doodgestoken. Toen de plaatselijke Rabbijn Eliezer Slonim over de moord hoorde, waarschuwde hij de Britse politiecommandant Cafferata. Die nam contact op met de Arabische dorpshoofden om het geweld te stoppen maar kreeg te horen dat zij de opdracht hadden gekregen van Hajj Amin Al-Hoesseini – de beruchte Groot-Moefti van Jeruzalem Hai Amin al Hoesseini om door te gaan met de rellen. De lokale politiemacht, onder gezag van het Britse bestuur, bestond uit slechts 40 agenten, die bovendien vaak oud en in slechte fysieke conditie waren. Slechts één agent was Joods. Volgens politiecommandant Cafferata namen sommige Arabische agenten deel aan het bloedbad. Cafferata verklaarde dat hij een Joodse vrouw neergestoken zag worden door een Arabier. Toen hij dichterbij kwam, herkende hij de Arabische man als een politieagent, en schoot hij hem dood.

Een bloeddorstige menigte stormde vervolgens door de stad in een orgie van verkrachting, marteling, verbranding en verminking van onschuldige slachtoffers, waaronder kinderen, in het bijzijn van hun ouders. De synagoge werd door een bende Arabieren aangevallen en de biddende Joden afgeslacht.

De synagoge van Hebron werd geplunderd en verwoest en de Torah rollen verbrand [beeldbron: IFCJ]

Diverse Joodse inwoners zochten hun toevlucht vervolgens in de woning van rabbijn Eliezer Slonim. Inmiddels was er bereden politie aangekomen – Arabische manschappen in overheidsdienst.

 Sommige Joden renden de trappen van Slonims huis af de weg op en klampten zich vast aan de nekken van de paarden en smeekten de politiemannen om hun vrienden en familieleden in het huis te beschermen. Vanuit de bovenramen kwam intussen het verschrikkelijke geschreeuw van de oude mensen, maar de politiemannen galoppeerden weg, de jongens op de weg achterlatend. Die werden neergestoken door de Arabieren, die van alle kanten waren aangekomen om aan de bloedorgie mee te doen. Het werd één van de bloedigste pogroms in het Brits Mandaatgebied.

Joden van alle leeftijden werden willekeurig aangevallen – zowel mannen, vrouwen als kinderen waren het doelwit van de woede van de Arabische menigte. Vrouwen werden verkracht, kinderen werden doodgeknuppeld en mannen gestoken en verminkt. De apotheker, een kreupele man die al vier decennia zowel Joden als Arabieren had gediend, moest toezien hoe zijn dochter werd verkracht en vervolgens werd vermoord. Hij werd vervolgens zelf vermoord. Foto’s uit de tijd tonen een meisje dat op het hoofd wordt geslagen met een zwaard met haar hersenen die eruit puilden, een vrouw met verbonden handen, mensen met hun ogen uitgestoken, een man wiens hand woest werd geamputeerd, en andere griezelige vreselijke beelden. Het Joodse ziekenhuis Beit Hadassah, beheerd door de Hadassah Medical Organisation, die zowel Arabieren als Joden gelijk behandelde, werd niet gespaard. De relschoppers vernietigden de apotheek, en staken een synagoge op de bovenste verdieping in brand, waarbij de Torah-rollen binnenin werden vernietigd.

De Nederlands-Canadese journalist Pierre van Paassen was in die periode in Eretz Israël (het Britse mandaatgebied Palestina). Hij beschreef in zijn boek Days of Our Years de horror als volgt: "De doden lagen in de tuin en in de synagoge met doorgesneden kelen en in elkaar geslagen lichamen". De aanvallers ontzagen zelfs de Thorarollen in de synagogen niet en staken die in brand. Veel van de vermoordde families woonden al sinds de 14e eeuw in Hebron en hadden eeuwenlang op goede voet met hun Arabische buren en stadsgenoten gestaan. Overtuigd als zij waren van de trouw van hun Arabische ‘vrienden’ sloegen ze het aanbod van de "Haganah" (Joodse zelfverdedigingsorganisatie) af, die hun hulp en bescherming wilde bieden.

Van de 562 Joodse inwoners van Hebron werden er 67 omgebracht en raakten er 60 gewond. Klik hier voor de volledige lijst met slachtoffers. Overigens werd een deel van de overlevenden door hun Arabische buren gered. Na drie dagen van moord, verminking, marteling, verkrachting en plunderingen en met hun huizen verwoest en hun synagogen vernietigd, evacueerden de Britten de overlevenden, waardoor het bestaan ​​van de oudste Joodse gemeenschap in Eretz Israel werd beëindigd. Voor de Joodse gemeenschap was het bloedbad een bewijs dat het verzet van Arabieren tegen het zionisme een uitlaatklep vond in antisemitisch geweld. Joden wier families altijd in relatieve rust hadden samengewoond met hun Arabische buren, werden van de ene op de andere dag door diezelfde buren vermoord.  Klik hier voor een verslag van Rabbijn Aharon Bemzweig over de massamoord in Hebron. 

Na de aanslagen bezocht de Britse Hoge Commissaris Sir John Chancellor Hebron. Hij schreef later aan zijn zoon: “De gruwel ervan is onvoorstelbaar. Mannen en vrouwen werden in koelen bloede vermoord.” Sir Walter Shaw schreef in het rapport ‘Palestine Disturbances’ over “onuitsprekelijke wreedheden in Hebron.

Hebron is één van de oudste steden ter wereld en ligt op de Judese heuvelrug, op 32 kilometer ten zuiden van Jeruzalem.Genesis 13:18 verteld dat Abram ging wonen bij de terebinten van Mamre, bij Hebron en dat hij daar een altaar bouwde voor de Here. Hebron wordt in de Bijbel 68 keer genoemd. Volgens het bijbelboek Deuteronomium was het de woonplaats van de Enakieten. De oorspronkelijke naam van de stad is Kiryat Arba. Arba was de vader van de Enakieten. 

In de buurt van Hebron ligt de Esjkolvallei, waarvandaan de verspieders van Mozes de enorme druiventros op hun schouders meenamen. "het vloeit er werkelijk van melk en honing" zeiden ze na hun terugkeer. (Numeri 13:23-27). Hebron stond van oudsher bekend om de uiterst vruchtbare wijngaarden en de overvloedige oogst van allerhande fruit.

In Hebron bevinden zich vele plaatsen die voor het jodendom van religieus en historisch belang zijn. Het is de plaats waar Abraham de spelonk van Machpela kocht van de Hethiet Efron voor 400 sikkelen (Genesis 23:8-16) om daar zijn vrouw Sara te begraven. Die transactie is tot in detail gedocumenteerd. Hier liggen naast Abraham en Sara ook Isaäk en Rebekka en Jakob en Lea begraven.Rachel is begraven in Betlehem

Om de geschiedenis van het Joodse volk te ondermijnen heeft de UNESCO, de Machpela tot Palestijns Werelderfgoed verklaard en omgetoverd tot de Ibrahimi Moskee.  

Mozes’generaal en opvolger, Jozua ben Nun, wees Hebron toe aan Kaleb, leider van de stam Juda, die de stad en de omgeving ervan vervolgens veroverde. Na de dood van koning Saul ging David op Goddelijk bevel naar Hebron waar hij tot koning van Juda werd aangesteld en later in dezelfde stad werd gezalfd tot koning van geheel Israël. Hebron bleef hoofdstad van Davids rijk totdat na 7 jaar David Jeruzalem veroverde en haar tot hoofdstad maakte van geheel Israël. De geschiedenis leert dat er gedurende de afgelopen drieduizend jaar vrijwel onafgebroken Joden in Hebron hebben gewoond.

Hoewel een klein aantal Joden in 1931 terugkeerde, was hun verblijf slechts van korte duur, want tussen 1936 en 1939 vond er opnieuw een Arabische pogrom plaats waarbij 510 Joden werden vermoord en de overlevenden met geweld verdreven. Deze moordpartij werd net als de moordpartij in 1929 georganiseerd door de Groot-Moefti van Jeruzalem Hai Amin al Hoesseini, met financiële steun van de nazi’s.

 

Na de oprichting van de staat Israël op 14 mei 1948 en de daarop volgende Onafhankelijkheidsoorlog, werd Hebron bezet door het Arabische legioen van koning Abdullah en uiteindelijk geannexeerd door Jordanië. Joden keerden pas terug naar de stad in 1968, een jaar nadat Israël Hebron tijdens de Zesdaagse Oorlog had bevrijd van de Jordaanse bezetting. Maar op 17 januari 1997 zag Israël zich onder druk van de voormalige Amerikaanse president Bill Clinton genoodzaakt de stad Hebron aan Arafats terreurbewind over te dragen. Sindsdien woont er nog een kleine Joodse gemeenschap dicht bij deze stad in Kirjat Arba.

De op 27 oktober 2014 gestorven zoon van rabbijn Eliezer Slonim, Shlomo vertelde tijdens een herdenking van deze slachtpartij, over de goede relatie met hun Arabische buren. Maar dat bleek op een enkeling na een ernstige vergissing. Zijn ouders barricadeerden de deur met hun lichamen maar ze konden de bloeddorstige moslimmeute niet tegenhouden. Ze waren gewapend met messen en machetes via de achterkant Slonim’s huis binnengedrongen, waar de bewoners één voor één werden vermoord. De kamers zagen er uit als een slachthuis, alles zat onder het bloed. Rond een grote foto van Theodor Herzl hadden de Arabieren het in bloed gedrenkte ondergoed van een vrouw gehangen. Op het voorhoofd van Shlomo Slonim is het litteken nog te zien waar een Arabier hem tijdens massaslachting verwonde met een mes toen hij als eenjarig jongetje in de armen lag van zijn moeder in hun huis in Hebron.

Afbeeldingen van de massaslachting in Hebron met links boven het jongetje Shlomo Slonim. Photo: The Central Zionist Archives

,,Het is niet de enige wond die ik heb” vertelde Slonim, aan de The Jerusalem Post. Hij opende zijn hand om de littekens te laten zien aan zijn vingers terwijl hij stond op de begraafplaats in Hebron waar de 67 Joodse slachtoffers begraven liggen van de massaslachting in 1929. Slonim heeft geen herinnering aan deze dag omdat hij pas een jaar oud was toen het plaatsvond maar hij heeft het verhaal van deze verschrikkelijke dag zo vaak gehoord dat hij er over kan vertellen alsof het zijn eigen ervaringen zijn. Onder de doden waren Shlomo’s vader en zijn moeder Hannah en haar ouders die aanwezig waren om de Shabbat te vieren. Ook zijn broertje van vier raakte dodelijk gewond en overleed een paar dagen later in Jeruzalem.

De Palestijnse Autoriteit rechtvaardigde op 17 juni 2019 de slachtingen in Hebron als volgt: Zij (de Joden) hielden een demonstratie door de straten van Jeruzalem totdat ze de Al-Buraq muur bereikten (Westelijke Muur/Klaagmuur) en daar lazen ze hun hymnes op een zeer provocerende manier waaraan de trotse (Arabische) zielen niet gewend zijn. Al Buraq is een magische merrie waarmee Mohammed naar Jeruzalem zou zijn gevlogen. Dit ongelofelijke dier had het gezicht van een vrouw, het lichaam van een muildier en de staart van een pauw en kon met één stap een afstand overbruggen zover het oog kon zien. Het verhaal is echter niet meer dan een idiote fabel want Mohammed is nooit in Jeruzalem geweest.

Sinds de tragedie van Hebron is er weinig veranderd. Joden over de hele wereld zijn bijna dagelijks het slachtoffer van geweld. Iran, de Libanese terreurbeweging Hezbollah, de Palestijnse Autoriteit en de terreurbeweging Hamas in Gaza, roepen bijna dagelijks op tot genocide van het Joodse volk en vernietiging van de staat Israël. Ook de rest van de wereld blijft hen met de grootste minachting behandelen. Ook de diverse kerkleiders tonen geen enkele belangstelling voor hun welzijn. EEN SCHANDE!!!

Franklin ter Horst