Uit het nieuws 12-08-2019

Door: Franklin ter Horst

Palestijnse moordenaars van aanslag in Jeruzalem 2002 nog steeds rijkelijk beloont.

Het Palestijnse terreurbewind in Ramallah heeft in 2004 een wet aangenomen om Palestijnse terroristen die onschuldige IsraŽlische burgers hebben vermoord, rijkelijk te belonen. Ze betalen jaarlijks meer dan 30 miljoen euro aan terroristen die in IsraŽlische gevangenissen zitten, geld dat voor een deel afkomstig is van de Europese Unie en dus ook van de Nederlandse belastingbetaler. Op 31 juli 2019 was het 17 jaar geleden dat in 2002 een bom gevuld met granaatscherven in het Frank Sinatra cafetaria op de Hebreeuwse Universiteit in Jeruzalem tot ontploffing werd gebracht.

Daarbij vielen negen doden waaronder vier IsraŽliís en vijf Amerikaanse burgers. Daarnaast vielen er 85 gewonden waarvan een aantal ernstig. De Palestijnse doodscultuur Hamas claimde deze bomaanslag te hebben uitgevoerd. Op 17 augustus 2002 arresteerde het IsraŽlische leger een viertal Hamas terroristen, die hiervoor verantwoordelijk waren. Het ging om Muhammad Ouda, 29 jaar, Wassem Abasi, 25 jaar, Wael Kassem, 30 jaar, en leider van de terreurgroep en Ala Abasi, 30 jaar. Deze terreurcel bleek ook verantwoordelijk voor de aanslag op koffieshop Cafť Moment in Jeruzalem. Ze waren afkomstig uit Silwan en Ras al Amud in het oostelijk deel van Jeruzalem en konden daardoor vrij in IsraŽl rondreizen. Bovendien werkte de terrorist die de bom plaatste, als constructie bankwerker op de universiteit zodat hij niet opviel toen hij de dag voor de aanslag de bom in een onopvallende tas in het cafetaria plaatste.

Slachtoffers van de aanslag op de Hebreeuwse Universiteit in Jeruzalem

Na de gruwelijke aanslag gingen naar schatting 10.000 Palestijnen feestend de straat op. Muziek galmde uit luidsprekers en jong en oud zongen en dansten door de straten. De feestelijke viering van het Ďsuccesí van dit soort gruwelijke aanslagen geven precies weer met wat voor barbaren IsraŽl te maken heeft.

Volgens een verklaring van de al-Qassam Brigade, de militaire vleugel van Hamas, was de aanslag een wraakactie voor de dood van hun leider Salah Shehadeh. Aartsterrorist Shehadeh werd in de nacht van 23 juli 2002 gedood bij een luchtaanval van het IsraŽlische leger in Gaza. Hij was het brein achter honderden aanslagen op de IsraŽlische burgerbevolking waarbij minstens 200 IsraŽliŽrs om het leven zijn gekomen. Omdat hij vreesde voor een IsraŽlische aanslag had hij zich Ďverstoptí in een flat te midden van familie en honderden anderen. Dit had tot gevolg dat er naast hem, nog 12 doden en 100 gewonden vielen. De vier veroordeelde moordenaars hebben tot dusver elk een bedrag van 197.914 euro uitbetaald gekregen oftewel 1.876 euro per maand. De Nederlandse belastingbetaler betaalt dus mee aan dit bloedgeld. Terreur loont.

Het maandloon van de geÔnterneerde terroristen is afhankelijk van de status, het aantal ďdienstjarenĒ van de terrorist en de lengte van de gevangenisstraf waartoe hij veroordeeld werd. Terroristen die meer dan 30 jaar de cel in moeten, bijvoorbeeld omdat ze hebben meegeholpen onschuldige Joodse kinderen op te blazen, krijgen 2400 euro per maand. De man bijvoorbeeld die de massamoord organiseerde op 27 maart 2002 in het Park Hotel in Netanya waarbij 30 IsraŽliŽrs werden gedood, ontvangt een maandloon van 2.368 euro.

Het Nederlandse Kabinet is ďin principe niet tegen betalingen aan gevangenenĒ door de Palestijnse Autoriteit zo liet de voormalige minister van Buitenlandse Zaken Bert Koenders weten in antwoord op Kamervragen door CU-Kamerlid JoŽl Voordewind. Voordewind had op 10 juli 2017 Kamervragen gesteld over uitkeringen door de Palestijnse Autoriteit aan gedetineerden die in IsraŽlische gevangenissen vastzitten. Koenders liet weten dat er namelijk ďvoldoende waarborgenĒ zijn om te voorkomen dat Nederlandse hulp door de PA gebruikt wordt om Palestijnse gevangenen te betalen. Bewijzen daarvoor zijn nooit geleverd.

JordaniŽ sluit graf Aaron

Op donderdag 1 augustus 2019 besloot de Jordaanse regering om het graf van Ašron in de bergen bij Petra te sluiten, nadat een grote groep IsraŽli's volgens de Jordaanse minister Abdul Nasser Musa Abu al-Basal 'illegaal gebeden' had bij de plaats van het graf. Op donderdagavond begon de eerste dag van de Hebreeuwse maand Av, de dag dat ook de dood van Ašron wordt herdacht. Al-Basal rechtvaardigde de stap door te zeggen dat de IsraŽli's 'schendingen' bij de plaats van het graf hadden begaan en 'zonder voorkennis van het ministerie rituelen hadden uitgevoerd'. De IsraŽlische reisleider Rony Ayalon, zei echter dat de Jordaanse autoriteiten de groep hadden vernederd door de hoofdbedekkingen van vrouwen en de kippas van mannen te verwijderen en door ieder religieus voorwerp in beslag te nemen. Ayalon benadrukte dat er geen sprake van was dat er gebeden werden opgezegd.Dit werd bevestigd door videoís die van het incident op sociale media waren geplaatst. De Jordaanse autoriteiten hebben het graf op 9 augustus weer geopend.

Petra werd gebouwd door Recham, koning der Midianieten, en heette oorspronkelijk Sela wat in het Hebreeuws ďrotsĒ betekend. Later werd de stad de heilige plaats der Edomieten de afstammelingen van Ezau, de broer van Jacob. Volgens de Bijbel ging Esau wonen in het gebergte van SeÔr (Shera), dat is Edom. In de 2e eeuw voor Christus werd het de hoofdstad van de NabateeŽrs. Bij de stad Petra ligt een Wadi die naar Mozes is genoemd, de "Wadi Musa", de plaats waar volgens de overlevering Mozes water liet stromen uit een rots door er met zijn stok op te slaan. Op een van de bergtoppen in de buurt van deze Wadi ligt het graf waarvan de overlevering zegt dat Ašron er begraven ligt. Deze berg heet de "Jabal Haroun " wat de berg van Ašron betekent.

Jabal Haroun, de berg van Ašron.

Numeri 20:23-24-25-26 Ė28 ďToen zeide de Here tot Mozes en Ašron bij de berg Hor aan de grens van het land Edom: Ašron zal tot zijn voorgeslacht vergaderd worden, want hij zal niet komen in het land, dat Ik de IsraŽlieten geef, Neem Ašron en zijn zoon Eleazar en laat hen de berg Hor beklimmen; laat Ašron zijn klederen uittrekken en bekleed zijn zoon Eleazar daarmee, dan zal Ašron tot zijn voorgeslacht vergaderd worden en daar sterven. Toen stierf Ašron daar op de top van de berg.Ē

In juni 2019 is bekend geworden dat de Jordaanse autoriteiten nieuwe anti-Joodse en anti-IsraŽlische maatregelen hebben genomen. Zo mogen toeristen die JordaniŽ binnenkomen geen voorwerpen met Joodse symbolen meer meenemen. Het bewind in JordaniŽ beweert dat de maatregel verband houdt met 'veiligheid'.

JordaniŽ wordt bestuurd door koning Abdullah II bin al Hoessein. Abdullah heerst over een door de Britten gecreŽerd Ďkoninkrijkí op twee-derde deel van het door de Volkerenbond aan het Joodse volk toegewezen land. De Britten overhandigden het gebied aan de Hashemitische machthebber Adullah ibn Hussein. De geschiedenis kent geen land dat JordaniŽ heet. Het gebied maakte tot 1917 deel uit van het Ottomaanse rijk. In het jaar 1946 werd TransjordaniŽ onder de heerschappij van de Hashemieten een onafhankelijke staat. De roots van de voorvaderen van Abdullah liggen in Saoedi-ArabiŽ en kunnen geen enkele historische claim leggen op het land waarover zij thans de scepter zwaaien. Het is niets anders dan een kadootje van de Britten. JordaniŽ bestaat uit onder meer de gebieden Edom, Moab, Ammon en Gilead. Met uitzondering van Edom maken deze gebieden deel uit van het aan IsraŽl beloofde land.

Wanneer IsraŽl de toenmalige koning Hoessein van JordaniŽ, de vader van de huidige grootspreker Abdullah, niet geÔnformeerd zou hebben over de plannen van aartsterrorist Jasser Arafat JordaniŽ in bezit te nemen, dan zou dit vorstendom niet meer bestaan hebben. Eind zestiger jaren probeerde Arafat koning Hoessein van zijn troon te stoten. Er vonden verschillende mislukte moordaanslagen op Hoessein plaats. Arafat droomde van een Groot Palestina bestaande uit het aloude door de Bijbelse God aan IsraŽl gegeven land, en JordaniŽ. Arafat toonde toen al de kenmerken van een verwoester want hij bracht JordaniŽ tot de rand van de afgrond. De IsraŽlische geheime dienst maakte Hoessein erop attent dat Arafat bezig was de macht in JordaniŽ over te nemen, of tenminste een staat in een staat te creŽren. Op 16 september 1970 kondigde Hoessein daarop de noodtoestand uit en besloot hij met geweld Arafat en zijn gewelddadige trawanten uit te schakelen. Het Jordaanse leger nam Arafats bolwerken in Amman en een aantal andere plaatsen onder vuur waarbij geen onderscheid werd gemaakt tussen burgers en terroristen.

Abdullah hand in hand met aartsterrorist Arafat die zijn vader in JordaniŽ van de troon probeerde te stoten

Met tanks, vliegtuigen en zware artillerie joeg Hoessein Arafat het land uit. Zo verschrikkelijk was Hoesseins campagne, dat vele van Arafats bendeleden de rivier de Jordaan overstaken en zich liever overgaven aan de IsraŽliís dan een zekere dood door de handen van het Jordaanse leger tegemoet te zien. Het ingrijpen van Hoessein koste aan naar schatting 20.000 volgelingen van Arafat het leven. Dat zijn er meer dan er zijn omgekomen sinds IsraŽls bestaan in 1948. Hoesseins actie staat bekend onder de naam "Zwarte September". Wie zo met zijn vijanden afrekent kan in de Arabische wereld op de nodige sympathie rekenen, behalve natuurlijk wanneer IsraŽl zo met zijn vijanden afrekend. Vreemd genoeg kwam er geen enkele reactie van het Westen, noch van de Verenigde Naties op dit bloedbad, waarschijnlijk omdat er geen Joden bij betrokken worden.

Amnesty International toont opnieuw haar ware gezicht

Amnesty heeft al jaren een zeer twijfelachtige reputatie als het om IsraŽl gaat. De jaarverslagen van deze club staan jaar na jaar bol van anti-IsraŽl smeerstukken. Amnesty besloot op 10 juli 2019 nog maar weer eens flink uit halen in haar al jarenlange haatcampagne tegen de Joodse staat. Het ging alle perken te buiten met halve waarheden en propagandamateriaal dat rechtsreeks uit de koker van de ďBende van RamallahĒleek te komen. Het riep op tot een toerisme boycot van wat het noemt Ďde IsraŽlische nederzettingení in IsraŽls hartland, de Bijbelse gebieden Samaria en Judea. Deze Joodse plaatsen worden als een Ďoorlogsmisdaadíbestempeld. Elke Joodse verbondenheid met het land IsraŽl wordt ontkend. Ook heeft het het management en de stafmedewerkers van de Amerikaanse reisorganisatie TripAdvisor onder druk gezet om ďte stoppen met profiteren van (IsraŽls) oorlogsmisdaden. We schrijven u aan om u te vragen dat u zich zou uitspreken tegen de rol van TripAdvisor in het aanmoedigen van het schenden van de mensenrechten in de bezette Palestijnse gebieden. Door het toerisme in deze illegale nederzettingen te promoten, helpt TripAdvisor hun economieŽn te stimuleren en bij te dragen aan het immense lijden van Palestijnen die zijn ontworteld van hun land, hun huizen zagen vernietigd worden en hun natuurlijke hulpbronnen geplunderd worden voor gebruik in de nederzettingen.Ē Deze schandalige uitspraak is afkomstig van Mark Dummett, mensenrechten onderzoeker bij Amnesty International.

IsraŽlische ministers noemden de uitspraken ďantisemitischĒ en een ďbuitensporige poging om de feiten te verdraaien, Joodse erfenis te verwerpen en IsraŽl te delegitimeren.Ē

In januari 2019 drong Amnesty ook al aan op een boycot van het toerisme in de Joods plaatsen in de Bijbelse gebieden en ontkende het eveneens de Joodse historische banden met Jeruzalem en elders. Ook promoot Amnesty de IsraŽl demoniserende boycot acties van Boycott, Divestment and Sanctions(BDS). De boycot is bedoeld op het economisch beschadigen van bedrijven die eigendom zijn van Joden of zaken doen met IsraŽl, en is uiteindelijk bedoeld om de Joodse staat schade toe te brengen. Ook heeft het de wetgeving in Ierland ondersteund die, als deze wordt vastgelegd, het bezoeken van Joodse historische en heilige plaatsen, inclusief de oude stad van Jeruzalem, criminaliseert en goederen en diensten koopt van Joden die zich om welke reden of voor welke duur dan ook in Jeruzalem en in 1949 bij de wapenstilstandslijnen bevinden.

De smeerstukken van Amnesty zijn gericht tegen een land dat al jaren het hoofd moet bieden aan een doodscultuur waarin mensenlevens veracht worden. Er bestaat geen enkele aandacht voor het feit dat IsraŽl sinds de Oslo-akkoorden in september 1993, voorstel op voorstel heeft gelanceerd om tot een blijvende vrede met de fake-Filistijnen te komen. Voorstellen die door terreurmiljardair Jasser Arafat, allemaal naar de prullenbak zijn verwezen en beantwoord met het sturen van zelfmoordenaars naar IsraŽl om zich op te blazen in restaurants, dancings, bussen en andere publieke gelegenheden. Palestijnse terroristen die daarvoor nog steeds rijkelijk worden beloond door de ďBende van RamallahĒ onder leiding van Mahmoud Abbas.

Het is volkomen duidelijk dat Amnesty International alle geloofwaardigheid heeft verloren. Het kiest al jaren overduidelijk de kant van de Palestijnse terroristen. Terwijl IsraŽls vijanden zich voorbereiden op de totale vernietiging van de Joodse staat, onthoudt Amnesty zich van enig commentaar op deze genocidale dreiging.

Franklin ter Horst