Uit het nieuws 11-02-2019

 

Door: Franklin ter Horst

Met dank aan het Bijbelstudieteam Jur van Calkar en Simonida Dijkhuis-Nijhof voor hun medewerking aan deze Bijbelstudie.

 

De openbaring van Johannes (deel 64)

 

Openbaring 18 (De val van Babylon deel 6) (Laatste aflevering van dit hoofdstuk)

Wanneer wij de profetieŽn van Jesaja lezen, worden wij overweldigd door de oordeelsaankondiging van Godswege aan de omringende volken van IsraŽl. Opmerkelijk is dat wij al deze volken in onze tijd weer tegenkomen als islamitisch-Arabische volken.

IsraŽl is, zoals bekend, de vijgeboom. Niet alleen de vijgeboom zou gaan uitlopen, maar ook de andere bomen. Alle buurvolken van IsraŽl waarover in de oudtestamentische profetieŽn wordt gesproken, zouden uiteindelijk weer op het wereldtoneel verschijnen en zijn verschenen. Al deze landen waren net als IsraŽl "verdorde bomen" maar zijn net als de Joodse staat weer tot bloei gekomen. De profetische woorden van Jezus/Yeshua over het herstel van IsraŽl, zijn nu in onze tijd in vervulling gegaan. Met de gelijkenis van de vijgenboom en alle andere bomen heeft Hij vermoedelijk willen zeggen, dat mensen in staat zijn om uit bepaalde oorzaken bepaalde gevolgen af te leiden. Spoedig zullen de andere woorden, die Hij als profetieŽn voor dezelfde tijd had uitgesproken, eveneens in vervulling gaan. Dat betekent, dat wij aan de vooravond staan van apocalyptische tijden, ook al kunnen wij op geen enkele wijze zeggen, wanneer de echte apocalyptische tijd precies zal aanbreken.

De landen waar het om gaat menen naar willekeur te kunnen handelen tegen IsraŽl. Het gaat om een oude vete van vroeger. Deze haat drijft hen naar een totale vernietiging. Diverse schatrijke olieproducerende landen, die thans nog baden in weelde en welvaart, menen zich te kunnen permitteren, ongestraft financiŽle ondersteuning te kunnen bieden aan diverse islamitische terreurgroepen, die op vernietiging van IsraŽl uit zijn. De haat die zij koesteren tegen IsraŽl zal eenmaal ontstellende gevolgen voor hen hebben. Ook voor hen is het woord van Jezus/Yeshua een ernstige waarschuwing:

MatthťŁs 16:26 ďWant wat zou het een mens baten, als hij de gehele wereld won, maar schade leed aan zijn ziel? Of wat zal een mens geven in ruil voor zijn leven?Ē

Er zal een Godspraak over al deze landen komen.

Godsspraak over Tyrus en Sidon (Libanon)

In heldere en duidelijke taal beschrijven de diverse profeten de toekomst van de islamitische Arabieren. Zo komt er een eind aan de islam en aan alle Arabisch islamitische staten uit het Midden-Oosten. De Arabische leiders hebben niets geleerd van alle nederlagen die ze tot dusver hebben geleden en experimenteren rustig verder hun volledige ondergang tegemoet.

Verschillende Bijbelteksten maken duidelijk dat Libanon (Tyrus en Sidon in Bijbelse tijden) een vernietigend oordeel te wachten staat. Tyrus wordt ook genoemd in Psalm 83 waar het onderdeel uitmaakt van de volken die IsraŽl willen verdelgen. Verschillende Bijbelse profeten, waaronder EzechiŽl en Amos zeggen daar het volgende over.

EzechiŽl 28:22-23 ďÖzo zegt de Here Here: zie Ik zal u, Sidon! In uw midden zal Ik mij verheerlijken; en zij zullen weten, dat Ik de Here ben, wanneer Ik gerichten aan die stad voltrek en Mij aan haar de heilige betoon. Ik zal daarin de pest zenden, bloed op haar straten; doden zullen daar vallen door het zwaard dat aan alle kanten tegen haar gericht is.Ē

Amos 1:10 ďÖzal Ik vuur werpen binnen de muren van Tyrus, zodat het zijn burchten verteert.Ē

Zoals een vuur de bomen verteert, zo zal Gods vuur, dat vanuit IsraŽl zal komen, Libanon verteren.

Godspraak over Edom-Moab en Ammon (JordaniŽ)

Er zal een Godsspraak komen over de gebieden Moab, Edom en Ammon, het huidige JordaniŽ, het gebied dat door de toenmalige Volkerenbond aan IsraŽl was toegezegd. Maar volledig in strijd met de bindende afspraken en onder druk van het Arabische nationalisme, begonnen de Britten de immigratie van Arabieren naar dat deel wat aan het Joodse volk was toegewezen, te stimuleren en besloten zelfs het gebied ten oosten van de Jordaan aan Abdullah, de emir van Mekka toe te wijzen. Diverse profeten maken melding van een Godsoordeel over deze gebieden waaronder de profeet Zefanja.

 

Zefanja 2:8-9ďIk heb gehoord het gesmaad van Moab en het gehoon der Ammonieten, waarmede zij mijn volk smaadden en zich verhieven tegen hun gebied. Daarom, zo waar Ik leef, luidt het woord van de Here der heerscharen, de God van IsraŽl, voorwaar, Moab zal aan Sodom gelijk worden, en de Ammonieten aan Gomorra, een veld van distelen en een zoutgroeve en een woestenij tot in eeuwigheid.

 

Ook Jeremia profeteert over Moab (48:1-47) en eveneens over Edom (49:7-22) en Ammon (49:1-6) en Jesaja zegt over MoabJesaja 15:1 en 25:10-12. Ö Moab zal op zijn plaats neergestampt worden, zoals stro neergestampt wordt in het water van een mestkuil.

 

De landstreek Moab is genoemd naar de zoon van de eerste dochter van Lot. Moab was de vader van de latere Moabieten. Ammon is genoemd naar de zoon van de jongste dochter van Lot, Ben-Ammi, de vader van de Ammonieten. (Genesis 19:37-38) De huidige hoofdstad van JordaniŽ Amman, is naar de Ammonieten genoemd.

 

Godspraak over Egypte

Volgens de profeet JoŽl zal er een moment komen in de toekomst waarin de God van IsraŽl Zijn toorn over Egypte zal uitspreken en dit land tot een woestenij zal worden.

JoŽl 3:18 ďEgypte zal tot een woestenij wordenÖ vanwege het geweld de kinderen van Juda aangedaan, in wier land zij onschuldig bloed hebben vergoten.Ē

Door de hele geschiedenis heen, tot op de dag van vandaag, heeft Egypte zich resoluut verzet tegen het doel van God met het Joodse volk en heeft Egypte steeds weer geprobeerd hen te vernietigen. Klik hier en hier.

Op 8 maart 1965 riep de vroegere Egyptische president Gamal Abdul Nasser: ,,We veroveren Palestina niet met haar bodem bedekt met zand, maar met haar bodem gedrenkt in het bloed.Ē

Wie er ook aan de macht komt in Egypte; op enig moment in de toekomst zal Egypte met een bijzonder heftig Gods oordeel te maken krijgen vanwege de haat tegen het kleine Sieraadland IsraŽl. God waakt over IsraŽl zoals Hij eeuwenlang over Zijn kinderen heeft gewaakt.

EzechiŽl 29:10-11 ďIk zal Egypte tot een puinhoop maken, een wildernis van Migdol af tot Syene toe, tot aan de grens met EthiopiŽ. Geen mensenvoet zal er doorheen trekken, zelfs geen dierepoot zal er doorheen trekken, het zal onbewoond blijven veertig jaar. ď

EzechiŽl 29:12 ďIk zal het land Egypte maken tot een woestenij te midden van verwoeste landen; zijn steden zullen een woestenij zijn te midden van verdelgde steden, veertig jaar. Ik zal de Egyptenaren onder de volken verstrooien en hen verspreiden over de landen.Ē

Toch is dit niet het eind van het verhaal. Egypte is bestemd tot glorie! Nadat God tot Egypte gekomen is om te straffen komt Hij om te zegenen:

Jesaja 19:19-20-21 ďTe dien dage zal er een altaar voor de Here zijn midden in het land Egypte en aan zijn grens een opgerichte steen voor de Here. En dit zal tot een teken en tot een getuigenis wezen voor de Here der heerscharen in het land Egypte. Wanneer zij tot de Here roepen vanwege verdrukkers, dan zal Hij hun een verlosser en een strijder zenden, die hen zal redden. En de Here zal Zich aan Egypte doen kennen, en Egypte zal te dien dage de Here kennen; en zij zullen dienen met slachtoffer en spijsoffer en de Here geloften doen en betalen.Ē

Egypte heeft lange tijd een rol gespeeld in de geschiedenis van IsraŽl. Zo had Abraham een relatie met de Egyptische Hagar waar IsmaŽl uit is voortgekomen, de stamvader van de Arabische volkeren. IsraŽls Patriarchen brachten een deel van hun tijd door in Egypte. Josef bracht het zelfs tot eerste minister. Alleen Farao stond nog boven hem. Als tekenen van deze bevoegdheid en hoge positie kreeg Jozef een zegelring om zijn vinger, een gouden keten om zijn hals, linnen kleding, en een prachtige wagen. Bij Jozefs benoeming tot eerste minister gaf de farao hem de Egyptische naam Safenat-Paneach. Als echtgenote kreeg hij Asnat, de dochter van Potifera, de priester van On. De uitreiking van de gouden keten was destijds een beloning voor een bewezen dienst.

Tijdens de Babylonische Ballingschap, vluchtte een aantal IsraŽlieten naar Egypte en stichtten daar een gemeenschap. Volgens Flavius Josephus kwamen belangrijke Joodse figuren uit deze gemeenschap voort, zoals de filosoof Philo van AlexandriŽ. Het land gaf onderdak aan Jezus/Yeshua en beschermde daarmee zijn leven:

MatthťŁs 2:13-14-15 ďToen zij weggetrokken waren, zie, een engel des Heren verschijnt Jozef in de droom en zegt: Sta op, neem het kind en zijn moeder en vlucht naar Egypte, en blijf aldaar, totdat Ik het u zeg; want Herodes zal alles in het werk stellen om het kind om te brengen. Hij stond op en hij nam in de nacht het kind en zijn moeder en week uit naar Egypte, en daar bleef hij tot de dood van Herodes, opdat vervuld zou worden hetgeen de Here door de profeet gesproken heeft, toen hij zeide: Uit Egypte heb Ik mijn Zoon geroepen.Ē

God is al deze gebeurtenissen niet vergeten en zal uiteindelijk, in de Messiaanse tijd, Egypte verenigen met IsraŽl en AssyriŽ (Assur), zodat er zelfs een Heerbaan zal zijn van zegen:

Jesaja.19:23-24-25 ďTe dien dage zal er een heerbaan wezen van Egypte naar Assur, en Assur zal in Egypte komen en Egypte in Assur, en Egypte zal met Assur (de Here) dienen. Te dien dage zal IsraŽl de derde zijn naast Egypte en Assur, een zegen in het midden der aarde, omdat de Here der heerscharen het gezegend heeft met de woorden: Gezegend zij mijn volk Egypte en het werk mijner handen, Assur, en mijn erfdeel IsraŽl.Ē

AssyriŽrs en Egyptenaren zullen broederlijk verenigd worden om de God van IsraŽl te dienen. God zal Egypte genezen, en zij zullen zich tot de Here bekeren en zullen een altaar voor Hem oprichten in het midden in het land Egypte en aan zijn grens een opgerichte steen.

Godsspraak over Damascus (SyriŽ)

Er zal een Godspraak over Damascus komen.

Jesaja 17:1 ďZie, Damascus wordt weggenomen, zodat het geen stad meer is het wordt een puinhoop, een bouwval.Ē

Jeremia 49:27 ďIk zal een vuur aansteken binnen de muren van Damascus, dat de burchten van Benhadad zal verteren.Ē

Er zal een moment komen waarin Damascus in zijn geheel zal worden weggevaagd. Deze profetie is in het verleden nooit vervuld. Hoewel Damascus in de geschiedenis dikwijls is veroverd en soms ook vrijwel verwoest, zijn er altijd mensen blijven wonen. Damascus werd telkens weer herbouwd. De stad wordt maar liefst zestig keer genoemd in de Bijbel. EliŽzer, de knecht van Abraham, kwam uit Damascus en in Damascus bracht Paulus zijn eerste dagen als bekeerling door. Ook in de Bijbel komen we veroveringen van Damascus tegen, zoals in 2 Samuel 8:6-7 (door David en de IsraŽlieten), delen van Jesaja 17 (door de AssyriŽrs), Jeremia 49:23-27 (door Babylon) en Zacharia 9:1-2 (door Alexander de Grote).

De profeet Jeremia spreekt van een verterend vuur:

Jeremia 49:24-27 ďOntmoedigd is Damascus, het keert zich tot de vlucht en schrik heeft het bevangen, benauwdheid en weeŽn hebben het aangegrepen als een barende. Hoe is de roemrijke stad verlaten, de veste der vreugde! Daarom zullen haar jonge mannen vallen op haar pleinen en al de krijgslieden te dien dage omkomen, luidt het woord van de Here der heerscharen, en Ik zal een vuur aansteken binnen de muur van Damascus, dat de burchten van Benhadad zal verteren.Ē

En dan is daar nog Iran

Dit land wat wordt geregeerd door de middeleeuwse ayatollahs. Er is continu sprake van een enorme genocidale dreiging van deze Shiíitische bende in Teheran richting IsraŽl.

De middeleeuwse ayatollah Ali Khamenei dreigt met regelmaat Israel volledig te vernietigen.

Er bestaat een kolkende rivier van haat tegenover elke menslievende poging van IsraŽl om in vrede te leven met haar tegenstanders. Ook Iran (in de Bijbel Elam) zal net als alle tegenstanders van de Joodse staat, geoordeeld worden.

Jeremia 49: 35t/m39 ďZo zegt de Here der heerscharen: Zie, Ik breek de boog van Elam, de zenuw van hun kracht, en Ik breng over Elam vier winden van de vier hoeken des hemels en Ik verstrooi hen naar al die windstreken, zodat er geen volk meer zal zijn, waar niet verdrevenen van Elam zullen komen. Ja, Ik maak Elam verschrikt voor hun vijanden en voor wie hen naar het leven staan. Ik breng rampspoed over hen, mijn brandende toorn, luidt het woord des Heren, Ik zend het zwaard hun achterna, totdat ik hen verdelgd heb, Ik richt mijn troon in Elam op en Ik roei koning en vorsten daar uit, luidt het woord des Heren. Maar in het laatst der dagen zal ik in het lot van Elam een keer brengen, luidt het woord des Heren.Ē

Deze profetie is tot dusver niet in vervulling gegaan en zal nog gaan plaatsvinden. Ook de tekst dat God zijn troon in Elam zal oprichten is in het verleden nooit gebeurd. Geen wonder dat de aandacht vandaag op Elam (Iran) gericht is.

De diverse Bijbelteksten laten weinig aan duidelijkheid te wensen over. De vijand van IsraŽl scherpt zijn zwaard en spant de boog, aldus Psalm 7.Maar dat zal IsraŽls vijanden nog duur komen te staan.

Franklin ter Horst