Uit het nieuws 05-02-2018

 

Door: Franklin ter Horst

 

De openbaring van Johannes (deel 15)

 

Met dank aan het Bijbelstudieteam Simonida Dijkhuis-Nijhof en Jur van Calkar voor hun medewerking aan deze Bijbel studie.

Openbaring 8 (Het zevende zegel- De eerste bazuin) (deel 1)

Openbaring 8:1 t/m 6  “En toen Hij het zevende zegel opende, kwam er een stilte in de hemel, ongeveer een half uur lang. En ik zag de zeven engelen, die voor God staan, en hun werden zeven bazuinen gegeven. En er kwam een andere engel, die met een gouden wierookvat bij het altaar ging staan, en hem werd veel reukwerk geschonken om te geven, met de gebeden van alle heiligen, op het gouden altaar voor de troon. En de rook van het reukwerk, mét de gebeden der heiligen, steeg uit de hand van de engel voor Gods aangezicht op. En de engel nam het wierookvat en vulde dat met het vuur van het altaar, en wierp (het vuur) op de aarde; en er kwamen donderslagen en stemmen en bliksemstralen en aardbeving. En de zeven engelen, die de zeven bazuinen hadden, maakten zich gereed om te bazuinen.

 

De opening van de zevende zegel is het begin van alle verdere gebeurtenissen. Waar onder het zesde zegel een begin mee werd gemaakt, zet zich onder het zevende zegel in alle hevigheid voort. Bij de verbreking van het zevende zegel worden de bazuinoordelen ingeluid. Bij de bazuinen dragen de rampen het karakter van plagen, niet direct tot de mens herleidbare catastrofen. De eerste vier bazuinen hebben betrekking op de aarde, de zee, de rivieren, de bronnen, de zon, de maan en de sterren. Maar dan is het nog niet afgelopen want net als bij de zeven zegels opent ook de laatste bazuin weer een nieuwe serie van zeven, en wel de zeven schalen vol van Gods gramschap. Dan komen de plagen niet meer gedeeltelijk, maar volledig op aarde. Ondanks dat de bazuinoordelen nog niet allesverwoestend zijn- zal het er al wel enorm heftig en beangstigend aan toe gaan voor de aardbewoners. Bepaalde gebieden op aarde zullen getroffen worden door ongekende rampen.

 

Johannes heeft deze visioenen gezien en opgeschreven in de wereld waarin het toenmalige Romeinse rijk als een wereldomvattende macht gezien werd. Net als bij de zeven zegelen vindt de voorbereiding van het gerichtsgebeuren plaats in de hemel. Het Lam opent het zevende zegel, maar vervolgens komen er zeven aartsengelen naar voren. Johannes ziet ze voor God staan. Zij ontvangen ieder een bazuin. Maar voor zij beginnen te bazuinen, ziet Johannes dat er iets uitzonderlijks gebeurt, het wordt plotseling adembenemend stil in de hemel een “half uur” lang. Zoals bekend is een half uur in de Bijbel veel langer dan een halfuur zoals wij dat kennen en een dag veel langer dan een aardse dag. Bij God is één dag immers als duizend jaar en duizend jaar als een dag. Psalm 90:3-4 “Gij doet de sterveling wederkeren tot stof,en zegt: Keert weder, gij mensenkinderen. Want duizend jaren zijn in uw ogen als de dag van gisteren, wanneer hij voorbijgegaan is, en als een nachtwake.”

 

Stilte in de hemel

 

Eerst zag Johannes nog een juichende menigte voor de troon staan, maar nu is het plotseling stil. Er is niets meer te horen. Geen muziekinstrumenten geen lied van Mozes en van het Lam, niets. God zwijgt, het Lam zwijgt, de hemelse koren zwijgen. De verwachte bazuinoordelen komen nog niet direct. De oordelen worden nog even uitgesteld. Het zwijgen van de hemel lijkt te maken te hebben met de rampzalige gebeurtenissen die zich later zullen gaan afspelen. Het is de stilte voor de storm van Gods oordeel, het moment van voorbereiding op de verschrikkelijke gerichten die op aarde zullen losbarsten. God zal laten zien dat de aardse machthebbers die dachten een soort almacht te bezitten, alle macht kwijtraken.

 

Dat zwijgen lijkt ook verband te houden met Zacharia 2:13 Zwijg, al wat leeft voor het aangezicht des Heren, want Hij maakt Zich op uit zijn heilige woning.” In deze tekst wordt alles wat leeft tot zwijgen gemaand, want Jezus/Yeshua staat gereed om de hemel te verlaten en de wereld in bezit te nemen. De stilte wordt op de aarde niet opgemerkt. De mensen gaan stug door met zondigen en verharden zich nog meer in hun haat tegen God.

 

Het gouden wierookvat

 

Terwijl de zeven engelen hun bazuinen krijgen, is daar een andere engel. Nog altijd in stilte ziet Johannes een andere engel, die met een gouden wierookvat bij het reukofferaltaar gaat staan voor de troon van God. Hij brengt reukwerk met zich mee en legt dat op het altaar. Dit is de engel die -zoals duidelijk staat omschreven- de gebeden van alle heiligen verzameld heeft, dus van alle gelovigen; niet alleen die van de eindtijd. Het is Jezus/Yeshua als de Hogepriester,die al die gebeden van Zijn heiligen bundelt en opdraagt aan Zijn Vader. In het genoemde halve uur worden alle gebeden, die ooit door de gelovigen zijn uitgesproken met de rook van het reukwerk tot God opgezonden. Psalm 141:2 “Laat mijn gebed als reukoffer voor uw aangezicht staan…” Blijkbaar zijn de gebeden niet voor niets tot God opgezonden, want ze worden nu met vuur op aarde geworpen. Nu zal in vervulling gaan wat niet alleen de martelaarszielen onder het hemelse altaar hebben uitgeroepen maar waar ook de heiligen van alle tijden voor hebben gebeden: “Uw Koninkrijk kome!”

De bazuinoordelen zullen nu aanbreken. De reactie van God wordt zichtbaar in wat de engel vervolgens doet: hij neemt vuur van het altaar en werpt dat op de aarde. Op dat moment is de stilte in de hemel voorbij. Onmiddellijk volgen er ‘stemmen, en donderslagen, en bliksemen, en een aardbeving’. God gaat oordelen; het vuur van Zijn brandende toorn laait hoog op.

De eerste bazuin

Openbaring 8:7 “En de eerste blies de bazuin, en er kwam hagel en vuur, vermengd met bloed, en het werd op de aarde geworpen; en het derde deel van de aarde verbrandde en het derde deel van de bomen verbrandde en al het groene gras verbrandde.”

Hagel en vuur vermengd met bloed zijn elementen van Gods oordelen. In Rabba 12:2 (Joods commentaar) staat: Er zal hagel komen in de komende tijd zoals in Egypte. Wanneer? In de dagen van Gog en Magog, zoals er staat geschreven: Ezechiël 38:22 “Ik zal met hen in het gericht treden door pest en door bloed, stromende regen en hagelstenen, vuur en zwavel zal Ik doen neerregenen op hem, op zijn krijgsbenden en op de vele volken die met hem zijn; Ik zal Mij groot en heilig betonen en Mij doen kennen ten aanschouwen van vele volken; en zij zullen weten, dat Ik de Here ben.

 

Er kan nauwelijks twijfel over bestaan dat met het blazen van de eerste bazuin er een begin wordt gemaakt met de grote toorn over de goddelozen. Hier is duidelijk sprake van plagen van Godswege. Zij hebben de genade niet aangenomen en daarom moeten ze de plagen ondergaan. Het bazuingeschal lijkt op een soort oorlogsverklaring van God aan de aardbewoners. God komt om de wereld te richten. Hadden de gerichten vóór de verbreking van het zevende zegel vooral een waarschuwend karakter, maar nu wordt het echt menens. De mensen hebben er zelf om gevraagd. Het offerbloed van Jezus/Yeshua ter verzoening van hun zonden, hebben ze achteloos terzijde gelegd. Ze hebben God dood verklaard en zich overgegeven aan goddeloosheid en wetteloosheid. De praktijk leert dat in toenemende mate zelfs gezaghebbende personen, waaronder ook vooraanstaande ‘Bijbeldeskundigen’, grote delen van Gods woord naar het rijk der mythen en legenden verwijzen. De Bijbel is Gods openbaring en een ieder die deze woorden loochent, verkondigt dwaalleringen.

Zij hebben een andere Jezus, een andere Bijbel en een andere visie op de weg van God in de heilsgeschiedenis. Het gaat om een christendom dat is uitgehold en van de God van Israël iemand anders heeft gemaakt. Het is de kerk van Laodicéa. Deze kerk wordt gevormd door de wereldwijde, afvallige groep christenen, die door toedoen van de hen zeer gewaardeerde theologen, het inzicht in Gods doel verloren heeft. Het is een kerk die de visie van het evangelie heeft verloren. De mens is daar vrij in en God zal hen geheel en al hun eigen weg laten gaan om hem te tonen waar deze toe leidt. God spot daar niet alleen mee, het heeft ook Zijn gramschap opgewekt. Het Nieuwe testament leert dat het kwaad weliswaar een tijdlang zal overheersen, maar dat God het uiteindelijk zal vernietigen. Enkele Bijbelverhalen maken duidelijk dat God soms ingrijpt in menselijke aangelegenheden om het kwaad rechtstreeks te straffen en het goede te belonen. Uit de vernietiging van Sodom en Gomorra, en uit de zegeningen die Abraham mocht ontvangen, blijkt dat een dergelijke goddelijke ingreep te allen tijde mogelijk was en is. Bij het blazen van de eerste bazuin zal God een begin maken met een strafgericht tegen alle ongelovigen. De profeet Jesaja schrijft daarover: Jesaja 13:11 “Dan zal ik aan de wereld het kwaad bezoeken en aan de goddelozen hun ongerechtigheid, en Ik zal de trots der overmoedigen doen ophouden en de hoogmoed der geweldenaars vernederen.”

Door de vrucht van hun handelingen zal de aarde worden ontwijd. Door het verwerpen van Gods woord en het zoenoffer van Jezus/Yeshua hebben ze de tijd ingeluid van de nep-messias die wél raad met ze weet. Een wetteloze zoals de wereld nog nooit eerder gezien heeft. Hij is een vazal van de Draak, de duivel, de leugenaar en de mensenmoordenaar vanaf het begin. Hij heeft alle macht gekregen om de mens te misleiden. Ze zullen dit beest zelfs aanbidden en zullen daardoor de toorn moeten ondergaan. Deze vier bazuinen worden met elkaar verbonden door het vuur dat van het altaar op de aarde geworpen wordt.

 

In het wegrollen van het firmament is het bovennatuurlijk ingrijpen van God te zien. Ontzet kijken de goddelozen toe hoe al hun zekerheden worden afgebroken. Hoewel de rampen enorm ingrijpend zij, zijn ze nog steeds beperkt. Het is het einde nog niet want bij alle vier de bazuinen wordt steeds weer onderstreept door het gegeven dat ‘slechts’ een derde van de aarde getroffen wordt. Voor het grootste deel zal de aarde leefbaar blijven. Steeds opnieuw krijgt de mens van God weer ruimte, ruimte om te leven, ruimte om tot inkeer te komen maar in de praktijk komt het erop neer dat de mensen zich slechts verharden.Ze zullen zelfs oorlog tegen God en het Lam willen voeren.

 

Vergelijking met 10 plagen over Egypte

 

De bazuinplagen vertonen een verbazingwekkende gelijkenis met de plagen van Egypte. Zoals de plagen in Egypte ook letterlijk uitgevoerd werden zullen de rampen ook letterlijk over deze wereld komen. Ook in Egypte is er door Israël gebeden. Ze riepen tot God, maar het duurde 430 jaar voordat God  de gebeden beantwoordde. God had hun jammerklachten over hun verdrukkers gehoord en ook onze gebeden hoort onze Hogepriester Jezus/Yeshua. Hij is Hogepriester naar de ordening van Melchizedek.

 

De eerste bazuinplaag herinnert aan de zevende plaag in Egypte. Daar was ook vuur en hagel en het gewas, bomen en alles wat op het veld was, werd neergeslagen. Niet minder dan zeven van de bazuingerichten hebben raakpunten met deze plagen in Egypte zoals de Nijl die van Godswege door Mozes in écht bloed veranderd werd, waardoor alle vissen stierven en de rivier stonk. Exodus 7:20-21En Mozes en Aäron deden, zoals de Here geboden had; hij hief de staf op en sloeg het water in de Nijl voor de ogen van Farao en zijn dienaren, en al het water in de Nijl werd in bloed veranderd, de vis in de Nijl stierf, zodat de Nijl stonk en de Egyptenaren het water uit de Nijl niet konden drinken; en er was bloed in het gehele land Egypte.”

 

Ook was er sprake van hagel en vuur. Exodus 9:23-24 Toen strekte Mozes zijn staf naar de hemel, en de Here liet het donderen en hagelen, vuur schoot naar de aarde, en de Here deed het hagelen over het land Egypte. En, terwijl er vuur door de hagelbuien heenflikkerde, hagelde het zo buitengewoon zwaar als nooit te voren in het gehele land der Egyptenaren, sinds zij tot een volk geworden waren.

 

Hoewel de Farao bij ieder plaag zwaar onder druk werd gezet en steeds weer beloofde Israël te laten vertrekken, bedacht hij zich ook telkens weer zodra een plaag voorbij was. De Bijbel maakt duidelijk dat God het hart van de Farao verhardde om des temeer het wonder van de Uittocht te doen uitkomen.

 

Romeinen 9:17  “Want het schrifwoord zegt tot Farao: Daartoe heb ik u doen opstaan, opdat Ik in u mijn kracht zou tonen en mijn naam verbreid zou worden over de gehele aarde.”

 

De tien plagen waren nodig om Gods volk uiteindelijk naar de vrijheid te leiden. Zo zijn ook de natuurrampen uit Openbaring 8 te lezen. Toch blijken de Egyptische plagen nog maar slap aftreksel van wat er onder de eerste bazuin gaat gebeuren.

 

Toch zullen de verstokte goddeloze aardbewoners zich net als de Farao verharden. Die verharding is een oordeel dat alle mensen treft die volharden in het kwaad tegen beter weten in een blijven weigeren God te gehoorzamen.

 

 

Franklin ter Horst