Uit het nieuws 02-10-2017

 

Door: Franklin ter Horst

MesopotamiŽ de geboortestreek van vader Abraham

De Grieken noemden de langgerekte, vruchtbare vallei tussen de Tigris en de Eufraat, ďMesopotamiŽĒ land tussen twee rivieren. In het gebied waar thans het huidige Irak ligt, lag de dageraad van de menselijke geschiedenis en het begin van de grote beschavingen, van na de zondvloed. Meer dan 3000 jaar lang bloeiden hier verschillende beschavingen en kreeg de wereld van de Bijbel er voor een deel zijn gestalte. Het was hier dat Abraham (of Abram zoals hij eerst bekend was) het daglicht zag. Volgens diverse onderzoekers moet Abraham hier het rond 1905 v.Chr. geboren zijn en in 1830 v.Chr. op 75 jarige leeftijd in opdracht van God naar Kanašn zijn vertrokken.

 

Het waren de twee Engelsen, Henry Loftus en Harry Churchill die in 1849 de woestijn van zuidelijk MesopotamiŽ in trokken op zoek naar het land Sinear. Hun zoektocht werd geÔnspireerd door een Bijbeltekst uit Genesis 11:2-3 Toen zij oostwaarts trokken, vonden zij een vlakte in het land Sinear, waar zij zich vestigden.

 

Hier in dit gebied verrezen ruim 20 steden waaronder Oer (Ur), Babel, Akkad, Eridoe en Oeroek in de Bijbel Erech genoemd. Loftus en Churchill ontdekten dat de naam Sinear overeenstemde met de naam SoemeriŽ. Toen zij het gebied binnentrokken, vernamen ze geruchten over ruÔnes van een oude stad in Neder-MesopotamiŽ, op de linkeroever van de Eufraat. Toen ze op de plek aankwamen vonden ze inderdaad een enorme ruÔneheuvel die een terrein met een omtrek van tien kilometer bedekte.

 

Ze bleven daar drie maanden en keerden vervolgens huiswaarts met enkele kleitabletten, stukken aardewerk en een grote ongeschonden grafurn, die vol stond met teksten in spijkerschrift. Loftus kon geen spijkerschrift lezen en hij wist dus niet wat zijn willekeurige collectie van inscripties voor de wetenschap zou betekenen. Toen hij in Engeland terugkeerde, vernam hij dat de naam Oeroek op verschillende kleitabletten was gegrift. Hij had ťťn van de oude Bijbelse steden ontdekt, die onder het zand van de woestijn van Sinear begraven liggen.

De Bijbel maakt duidelijk dat Abraham leefde in de stad Ur (Oer) der ChaldeeŽn. De vraag is echter of het hier gaat om de stad Oer in het zuiden van MesopotamiŽ, of Oerfa (ook Oer) vlakbij Haran, in het noorden van MesopotamiŽ. Tot voor het midden van de 19e eeuw werd vrijwel algemeen aangenomen dat het noordelijk gelegen Oerfa de geboorteplaats van Abraham was. Op grond van de beschikbare gegevens uit de Bijbel kon men tot geen andere conclusie komen. Na het ontcijferen van een spijkerschrift werd echter ook een stad Oer in het zuiden van MesopotamiŽ gelokaliseerd. De aandacht van de geleerden verschoof daarop naar het zuidelijke Oer. Met name L.Woolley onder wiens leiding grootschalige opgravingen plaatsvonden in de ruÔnes van Oer van 1922 tot 1934, was ervan overtuigd dat dit Abrahams geboorteplaats was. Het grootste bezwaar tegen deze visie is echter dat het zuidelijke Oer op zoín grote afstand van Haran is gelegen. Daarom moet volgens een aantal deskundigen de stad Oerfa in het noorden de geboorteplaats van Abraham zijn. Deze stad wordt genoemd op een kleitablet dat gevonden werd in Oegarit. In Oerfa bestaat een oude traditie dat Abraham er geboren is. Het zuidelijke Oer als woonplaats van Abraham is moeilijk inpasbaar in de gegevens uit de Bijbel over Abraham. Hij en zijn familie zijn moeilijk voor te stellen als inwoners van een wereldse stad. Hij leefde niet in een huis maar in tenten. Als een nomade trok hij met zijn kudden van weideplaats naar weideplaats.

Ten zuiden van Bagdad in Irak bevindt zich het graf van de profeet EzechiŽl, die in de zesde eeuw v.Chr. leefde. Het graf heeft nu de functie van een islamitisch heiligdom. Het gebouw waarin het graf zich bevindt is als een synagoge gebouwd dus met een zogenaamde ark, een houten kast voor de thorarollen. Op een stenen fries boven de ark staat in grote Hebreeuwse letters een tekst ter ere van de profeet EzechiŽl. Naast EzechiŽl, zijn ook de profeten DaniŽl, Ezra, Nahum en Jona in Irak begraven.

Abrahams vader Terah was een beeldengieter en een afgodendienaar.

Jozua 24:2-3 En Jozua zeide tot het gehele volk: Zo zegt de Here, de God van IsraŽl: aan de overzijde der Rivier hebben oudtijds uw vaderen gewoond, Terah, de vader van Abraham, en de vader van Nahor; en zij hebben andere goden gediend. Maar Ik nam uw vader Abraham van de overzijde der Rivier en leidde hem door het land Kanašn;Ik maaktezijn nakomelingschap talrijk en schonk hem Isašk. 


Jozua 24:14-15 Welnu, vreest dan de Here en dient hem oprecht en getrouw; doet weg de goden die uw vaderen gediend hebben aan de overzijde van de Rivier en in Egypte, en dient de Here. Maar indien het kwaad is in uw ogen de Here te dienen, kiest dan heden wie gij dienen zult: ůf de goden die uw vaderen aan de overzijde der Rivier gediend hebben, ůf de goden der Amorieten, in wier land gij woont. Maar ik en mijn huis zullen de Here dienen!

Ook de sterrencultus was gangbaar bij de oude Mesopotamische culturen, en dat lijkt ook vandaag weer in de mode gezien het enorme aantal artikelen op internet waarin de uitlijning van de stand van de sterren op 23 september in relatie is gebracht met Openbaring 12. De wereld zou vergaan en het mannelijke kind (voorgesteld als de gemeente) in Openbaring 12:5 zou op deze datum van de aarde worden weggenomen. Er is de loop der tijd zelfs een apocalyptische 23 septembercultus over ontstaan. Deze sterrenconstellatie is echter helemaal geen zeldzaamheid want heeft zich in de afgelopen eeuwen tenminste al vier keer eerder voorgedaan: 1056, 1293, 1483 en 1827. Dergelijke tekenen aan de hemel kunnen gewoon worden voorspeld, desgewenst eeuwen of millennia van te voren. Er bestaat geen enkele aanwijzing dat de apostel Johannes het sterrenbeeld, dat zich op 23 september heeft voorgedaan, in gedachten had toen hij de eerste vijf verzen van Openbaring 12 opschreef. Het Evangelie staat niet in de sterren geschreven. In Jeremia 10:2 staat bijvoorbeeld: Zů zegt de Here: Gewend u niet aan de weg der volken en schrikt niet voor de tekenen aan de hemel, omdat de volken daarvoor schrikken.

 

Lang voor Abrahams geboorte was MesopotamiŽ het gebied waar de machtige steden Oer (Ur), Akkad en Babel, de stad die door de Grieken Babylon werd genoemd, verrezen. Babel wordt in het boek Genesis in verband gebracht met de heerser Nimrod. Genesis 10:8-9-10 En Kusch verwekte Nimrod; deze was de eerste machthebber op aarde;ÖEn het begin van zijn koninkrijk was Babel, Erech (Oeroek) Akkad en Kalne in het land Sinear. Nimrod, wiens naam kan worden uitgelegd als "Hij die de mensen deed rebelleren tegen God" was de uitvoerende macht van satans plannen. Hij liet de toren bouwen die reikte tot aan de hemel. Deze toren was bedoeld om als reddingsplaats te dienen voor het geval God opnieuw mocht besluiten een watervloed over de aarde te brengen. Nimrod dacht op deze manier af te kunnen rekenen met Gods Macht. Babel wat in het Hebreeuws Ďverwarringí betekent, vormde het begin van de menselijke heerschappij op aarde na de zondvloed.

 

De Bijbel leert dat God onaangenaam was getroffen door de hoogmoed en de uitwassen van de mens toen Hij toekeek waar ze in Babel mee bezig waren. Hier werden de machten van het kwaad samengetrokken. Hier lag satans kwade bedoelingen met de mens, de bakermat van alle valse godsdiensten.

Op weg naar Kanašn.

De Bijbel maakt duidelijk dat Terah en zijn familie wegtrokken uit Ur om te gaan naar het land Kanašn. Zij kwamen in Haran en bleven daar. Het was in deze plaats dat Abraham zijn roeping ontving.

Genesis 12:1-2-3-4 De Here nu zeide tot Abram; Ga uit uw land en uit uw maagschap en uit uws vaders huis naar het land, dat Ik u wijzen zal. Ik zal u tot een groot volk maken, en u zegenen, en uw naam groot maken, en gij zult tot een zegen zijn. Ik zal zegenen wie u zegenen, en wie u vervloekt zal Ik vervloeken en met u zullen alle geslachten des aardbodems gezegend worden. Toen ging Abram, zoals de Here tot hem gesproken had, en Lot ging met hem en Abram was 75 jaar oud, toen hij uit Haran vertrok.

De landbelofte.

Na zijn vertrek uit Haran komt Abraham met zijn gevolg aan in Sichem, het hedendaagse Nablus.Genesis 12:6-7 En Abram trok het land door tot de plek bij Sichem tot de terebint More. Toen verscheen de Here aan Abram en zeide, Aan uw nageslacht zal Ik dit land geven. Sichem is ťťn van de steden die IsraŽl aan de Palestijnse Autoriteit in Ramallah heeft overgedragen zoals in de Oslo-akkoorden, het gesloten nep-verdrag is overeengekomen. Het is ook de plaats waar Jozef begraven ligt. Jozua: 24-32 Het gebeente van Jozef, dat de IsraŽlieten uit Egypte meegevoerd hadden, heeft men te Sichem begraven, in het stuk land, dat Jakob voor honderd stukken geld van de zonen van Hemor, de vader van Sichem, gekocht had en dat de Jozefieten verkregen tot een erfelijke bezitting. Sichem zal in de toekomst echter weer normaal toebehoren aan de rechtmatige eigenaars, de kinderen van IsraŽl.

De plaats Sichem is met talrijke gebeurtenissen uit de Bijbel verbonden. Hier in de vlakte tussen de bergen Ebal en Gerizim verscheen de Here aan Abraham en richtte hij het eerste altaar op ter ere van de ware God. Sichem ligt in Samaria, ten westen van de rivier de Jordaan. Abrahamís kleinzoon Jakob sloeg eveneens tijdelijk zijn kamp op bij Sichem. De plaats speelde ook een bijzondere rol in de geschiedenis van IsraŽl bij de verovering van het land onder Jozua.

Gedenkteken op de berg Ebal

 

Toen Jozua met de twaalf stammen voet aan de grond had gekregen in het westelijk deel van het Beloofde land, trok hij met hen naar Sichem, alwaar een grootse plechtigheid plaatsvond. Hier vervulde hij de opdracht die Mozes hem geven had, om de zegeningen af te kondigen van de top van de Gerizim en de vloeken van de top van de Ebal. Zes stammen stelden zich op tegen de hellingen van de Ebal ten noorden van Sichem en zes tegen de hellingen van de Gerizim ten zuiden van de stad. Toen richtte Jozua een altaar op bovenop de berg Ebal en schreef op een stenen gedenkteken de wet Gods. ďDaarna las hij al de woorden der wet voor, de zegen en de vloek, naar alles wat in het boek der wet geschreven stondĒ (Jozua 8:30-34) Ook nu nog is de berg Ebal kaal en rotsachtig, terwijl de berg Gerizim groen en vruchtbaar is.

 

In Genesis 15 belooft God aan Abraham het hele gebied tussen de rivier de Nijl en de Eufraat.

 

Genesis 15:18 Te dien dage sloot de Here een verbond met Abram zeggende: Aan uw nageslacht zal Ik dit land geven, van de rivier van Egypte (de Nijl) tot de grote rivier, de rivier de EufraatÖ

Dit is later eveneens bevestigd aan Isašk en Jakob. Dat de Eufraat inderdaad een onderdeel van de landgrens moest uitmaken en niet allegorisch bedoeld was, wordt in de tijd van Mozes maar liefst drie keer door God bevestigd. (Exodus 23:31; Deuteronomium1:7-8 en 11:24) en ook in de tijd van Jozua (Jozua 1:4). God heeft het land nog vůůr het verbond van de wet van Mozes aan het ďzaadĒ van Abraham, Isašk en Jakob- het volk IsraŽl dus- tot een eeuwig durende bezitting belooft. En dat betekent dat de landbelofte onvoorwaardelijk is. Het volk van IsraŽl heeft dit grondgebied nooit volledig bezeten (zelfs niet onder koning Salomo). De vraag is dus welke generatie dit gebied uiteindelijk in bezit zal nemen. Voor de hand liggend is dat dit zal gebeuren in de tijd dat Jezus op aarde is teruggekeerd en Juda en EfraÔm weer tot ťťn kudde zullen zijn samengevoegd.

 

Franklin ter Horst