Uit het nieuws 02-02-2017

 

Door: Franklin ter Horst

 

De erfenis van Barack Hussein Obama (deel 4)

Obama’s voorliefde voor de Moslimbroederschap in Egypte en zijn aandeel in de oorlog in Syrië

Eind 2010 begon de instabiliteit en desintegratie van het Midden-Oosten. Dat jaar begon in Tunesië de Jasmijnrevolutie tegen dictator Abidine Ben-Ali. Politici in Europa en Barack Hussein Obama noemden dit ‘het begin van de Arabische lente’. De Israëlische premier Benjamin Netanjahoe waarschuwde direct dat deze ‘lente’ niet zou zorgen voor vooruitgang, maar voor chaos. Hij werd weggehoond door diverse naïeve Europese leiders en tal van andere politici waaronder Obama. De hele Arabische wereld zou volgens hen in no time veranderen in een democratisch paradijs. Op 25 januari 2011 vonden in Egypte de eerste grootschalige protesten plaats. De demonstraties en rellen waren voor een deel geïnspireerd door de Jasmijnrevolutie in Tunesië. De voornaamste redenen waarom de Egyptenaren de straat op gingen was dat er al sinds het aantreden van de Egyptische president Hosni Moebarak, sprake was van geweld door de regering, werkloosheid, armoede, woning- en voedseltekorten, corruptie, gebrek aan toekomstperspectief en de beperkte vrijheid van meningsuiting. Gaandeweg werden de demonstraties gekaapt door de extremistische Moslimbroederschap en ging de roep om het aftreden van president Moebarak steeds vaker gepaard met geweld. Felle demonstraties zorgden ervoor dat het snel gedaan was met de rol van Moebarak die tientallen jaren (van 14 oktober 1981 tot 11 februari 2011) de Amerikaanse politiek in het Midden-Oosten had verdedigd. De Moslimbroederschap extremist Yusuf al Qaradawi keerde vervolgens in triomf naar Egypte terug waar hij hartstochtelijk door honderdduizenden Egyptenaren werd toegejuicht.

Moslimbroederschap extremist Yusuf al Qaradawi

Het leger maakte plaats voor gewapende bendes van de Broederschap. Andere oppositieleiders die ook van het podium van de Broederschap gebruik wilden maken werden met harde hand verwijderd, zonder dat het leger ingreep. Obama koos heel bewust de kant van de islamfascisten. Zelfs nadat de blinde Sheikh Rahman opriep om overal waar mogelijk Amerikanen te vermoorden, alle Amerikaanse ambassades te verwoesten, schepen te laten zinken en vliegtuigen neer te schieten, deed hij er het zwijgen toe.

Tijdens een massabijeenkomst op het Tahrirplein in Cairo op 18 februari 2011 gaf Qaradawi een voorproefje van zijn bedoelingen. Voor een menigte van naar schatting een miljoen toehoorders, riep hij op tot “bevrijding van de Al Aqsa moskee in Jeruzalem” waarop de menigte scandeerde: “Met miljoenen martelaren op naar Jeruzalem”. Ook riep Qaradawi de Koptische christenen op om te buigen in een daad van onderwerping aan Allah. De christenen besloten daar echter geen gevolg aan te geven.

Zoals verwacht won de antisemitische racistische moslimbroederschapextremist Mohammed Morsi op 30 juni 2012 de verkiezingen in Egypte. Na zijn aanstelling gingen in Cairo en andere steden tienduizenden schreeuwende Egyptenaren de straat op om het laatste restje vrijheid vaarwel te zeggen en de overwinning van Morsi te vieren. In plaats van democratische ontwikkelingen, begon Morsi vriendschappelijke betrekkingen aan te gaan met moslimextremisten waaronder de middeleeuwse Ayatollahs in Iran, de Libanese terreurbeweging Hezbollah en de Palestijnse terreurbeweging Hamas. Er heerste onmiddellijk een klimaat van terreur en toenemend islamisme, dat ook letterlijk zichtbaar werd in het straatbeeld in Egypte. Het bleek al snel dat Egypte met de verkiezing van Morsi op weg ging naar een door moslimextremisten gecontroleerd bewind. Tijdens een verkiezingsbijeenkomst in de universiteit van Cairo, zei Morsi tegen de studenten: ,,De Koran is onze grondwet, de Profeet is onze leider, jihad is onze weg en dood in de naam van Allah is ons doel.”

De Moslimbroederschap extremist Mohammed Morsi

Obama reageerde enthousiast op de overwinning van Morsi en was een van de eersten om hem te feliciteren. Obama nodigde hem onmiddellijk uit voor een bezoek aan Washington. Zijn blijdschap was zo groot dat hij maar liefst 1½ miljard dollar aan Egypte overmaakte. Obama deelde Morsi telefonisch mede dat Washington hem alle mogelijke hulp zou bieden om de overgang tot ‘democratie’ goed te laten verlopen. Hij benadrukte zijn interesse om samen te werken en de vele gezamenlijke belangen van beide landen te continueren.

'Wij steunen universele rechten,' gaf Obama als reden. 'Deze rechten bevatten vrijheid van meningsuiting, vrijheid van vreedzame vergadering, vrijheid van religie, gelijkheid in de wet voor mannen en vrouwen en het recht om je eigen leiders te kiezen - of je nu in Baghdad, Damascus, Sana (Jemen) of Teheran woont.' Maar er was geen enkele sprake van vrijheid, vrijheid van religie of van gelijke rechten van mannen en vrouwen. Ook onder Morsi is de vervolging van de christenen dramatisch toegenomen. Morsi betitelde de Koptische christenen als “kruisvaarderchristenen” die bestreden moesten worden. Het resultaat was massale vervolging van christenen, verwoestingen van kerken, scholen, huizen en winkels, verkrachtingen en moordpartijen. Er zijn onder het door Washington en Brussel gesteunde bewind van Morsi, meer christenen vermoordt dan in de voorgaande 30 jaar in Egypte. Obama’s voorkeur voor de islam en zijn haat tegen de christenen, was ook in dit geval overduidelijk. Klik hier voor mijn artikel over de vervolging van de Koptische christenen in Egypte.

Op 14 juli 2012 was Hillary Clinton in opdracht van Obama in Egypte om haar openlijke steun voor Morsi uit te spreken. Christelijke leiders in Egypte waren zo ontsteld dat zij weigerden de trekpop van Obama te ontmoeten. 's Nachts protesteerden mensen bij haar hotel tegen het feit dat Obama en consorten de Moslim Broederschap hadden geholpen de macht in Egypte over te nemen. Als president gaf Morsi een grondwettelijke verklaring uit dat hem in feite ongelimiteerde bevoegdheden gaf en de macht om wetten zonder enige vorm van toezicht in te voeren. Door tegenstanders werd dit gezien als een 'islamitische staatsgreep', honderdduizenden mensen demonstreerden tegen deze machtsgreep en veel rechters legden hun werk neer als protest. Op 3 juli 2013 werd Morsi afgezet door het leger nadat miljoenen mensen de straat op waren gegaan om zijn aftreden te eisen. De demonstraties waren groter dan die in 2011 tegen Moebarak. Een bittere pil voor Obama en zijn moslimbroederschap  vrienden. 

Morsi werd afgezet door de Egyptische legerleider Abdel Fattah al-Sisi na enorme protesten en om zijn land voor een burgeroorlog te behoeden. Morsi werd door de Egyptische justitie beschuldigd van het aanzetten tot moord, spionage voor Hamas en Hezbollah en dodelijk geweld. Hij werd aanvankelijk veroordeeld tot 20 jaar celstraf vanwege de dood van demonstranten in 2012 maar op 16 mei 2015 werd Morsi veroordeeld tot de doodstraf voor het verspreiden van staatsgeheimen, het organiseren van gevangenisuitbraken en aanvallen op de politie. Het Egyptisch hof van cassatie in Cairo verwierp dat besluit echter en besliste dat het proces moest over worden gedaan. Deze zaak loopt nog. 

Na het afzetten door het leger van Morsi werd al-Sisi via verkiezingen tot president verkozen.

Abdel Fattah al-Sisi

De nieuwe leiders in Egypte onder leiding van al-Sisi bleken van meet af aan geen zin te hebben te luisteren naar waarschuwingen uit Washington. Obama eiste dat er geen leden van de Moslimbroederschap gevangen mochten worden genomen, dat Morsi zou worden vrijgelaten en eiste opheffing van de noodtoestand. Maar Al-Sisi zei overal nee op. Obama stelde de Moslimbroederschap voor als weerloze slachtoffers van wrede veiligheidstroepen.

Obama’s aandeel in de oorlog in Syrië.

Het begon als een gewone demonstratie op 15 maart 2011 tegen het bewind van dictator Bashar al-Assad in Syrië. De betogers vroegen om politieke hervormingen, een einde aan de overheersing van de Ba'ath-partij, meer burgerrechten en het einde van de noodtoestand die al sinds 1963 bestond. De demonstraties kregen na verloop steeds meer een gewelddadig karakter. Door het Westen geronselde buitenlandse terroristen, Syrische islamisten, soennitische deserteurs uit het Syrische leger, leden van de Syrische Moslimbroederschap en salafisten kaapten de protesten en hitsten de bevolking op tegen het bewind van Assad en begonnen vervolgens een gewapende strijd tegen het Syrische leger, de Syrische politie en de regering van president Bashar al-Assad.

De eerste demonstraties waren in werkelijkheid door het Westen georganiseerd met als doel Assad van het wereldtoneel te verwijderen. Dat werd duidelijk na een uitspraak van de Amerikaanse generaal Wesley Clark dat de beslissing om Assad van het wereldtoneel te verwijderen al kort na de aanslag op de Twin Towers in 2001 was genomen. Er was dus sprake van een samenzwering. In september 2009, noemde John Kerry Syrië nog  “een belangrijke speler in het brengen van vrede en stabiliteit in de regio”. Tot vlak voor het begin van de demonstraties, noemden een aantal figuren rond de Obama-administratie, waaronder de voormalige Amerikaanse minister van Defensie Chuck Hagel, Hillary Clinton, Bashar al Assad nog ‘een hervormer’, een edelmoedige, constructieve leider en een man van zijn woord. John Kerry vloog regelmatig naar Damascus, waar hij sprak en dineerde met Assad en zijn vrouw in het Naranj restaurant in Damascus. Ook maakten ze samen af en toe een ritje met de motor. Bij terugkeer in Washington noemde hij Assad  "zijn grote vriend”.

Maar ineens was daar Obama en nog een hele serie anderen die eisten dat Assad moest verdwijnen. Kerry vergeleek Assad plotseling met Hitler.  Dergelijke doembeelden doen het goed bij de grote massa. De Syrische regering, volk en land bleken vanaf het begin slachtoffer van een lang voorbereide, goed geplande samenzwering van buiten af om Syrië te ontwrichten en chaos te creëren. Het Syrische leger kreeg de opdracht hard op te treden tegen de opstandelingen. Eerst werden er sluipschutters ingezet en vervolgens tanks, helikopters en vliegtuigen.

Obama sprak vervolgens van bruut geweld door het bewind van Assad tegen ‘vreedzame betogers’. De Britse premier David Cameron en anderen papagaaiden hem na en spraken eveneens van ontoelaatbaar geweld van het Syrische leger alsof er op dat moment nog geen moordende en verkrachtende terreurgroepen aan het werk waren. Sindsdien wordt Assad geconfronteerd met een door het Westen georkestreerde aanval op zijn positie. Uit alle aspecten van de Syrische crisis blijkt overduidelijk dat het gaat om een buitenlandse samenzwering. In Syrië kan niet worden gesproken van een burgeroorlog. In de strijd tegen het leger van Bashar al-Assad gaat het om islamitische terreurgroepen die mede door Washington werden/worden voorzien van een heel scala aan wapens. Een aantal van deze terreurgroepen zijn niets anders dan creaties en instrumenten van de CIA. Er is sprake van door de duivel gemotiveerde barbaren die zich mogen verheugen op steun van Washington.

Tienduizenden kinderen zijn het slachtoffer geworden van ongekende gruwelijkheden. (Bron: http://canadianleaks.com/index.php/2015/09/03/whats-behind-the-syrias-long-running-war/

Reva Bhalla, vicepresident van de bekende strategische inlichtingenorganisatie STRATFOR, schreef in december 2011 een email over een bijeenkomst in het Pentagon met onder andere een Amerikaanse kolonel en twee Britse en Franse afgezanten. Toen al bleken er Amerikaanse special forces actief in Syrië om de jihadisten niet alleen te trainen, maar ook bij te staan in hun guerrilla- en moordcampagnes. Ook uit gesprekken met rechtstreeks betrokkenen, die te zien waren in een documentaire van de bekende Amerikaanse documentaireserie “Frontline” werd duidelijk dat het Amerikaanse leger op een geheim steunpunt in Qatar jihadisten opleidde.

Ze leerden de jihadisten hoe Syrische regeringstroepen en hun voertuigen te overvallen en “soldaten die een hinderlaag overleefden definitief uit de weg te ruimen.” Deze documentaire, die op 28 mei 2014 door de televisiezender PBS werd uitgezonden, levert een unieke kijk op hoe de Obama-administratie de gewapende opstand tegen de Syrische president Bashar al-Assad ondersteunde. De jihadisten vertellen hoe ze van wapens en munitie werden voorzien en daarna voor een verdere opleiding naar Qatar werden gebracht in een steunpunt vlakbij de grens met Saoedi-Arabië. Hier werden ze drie weken lang getraind in het gebruik van moderne wapens en speciale gevechtstechnieken “Ze leerden ons hinderlagen te leggen voor voertuigen van het bewind van Assad of andere tegenstanders en het oprichten van straatblokkades”, vertelde een gemaskerde strijder, die slechts met “Hussein” werd aangesproken, aan de journalist.

Met zijn beslissing de kant van de jihadisten in Syrië te kiezen, heeft Obama ook wat dat betreft laten zien geen zier te geven om het lot van de christenen.  Het zijn juist de christenen die een verschrikkelijke tol betalen door het barbaarse optreden van de jihadisten in Syrië. Kerken worden verwoest, christenen uit hun huizen verjaagd, vrouwen massaal verkracht en vermoord en dikwijls onthoofd. Obama was volledig van deze slachtpartijen op de hoogte maar heeft blijkbaar nooit enige behoefte gehad daar iets tegen te ondernemen.Het Witte Huis besloot zelfs de Syrische terroristen te voorzien van zware antitankwapens van het type BGM-71.

Ook de benarde situatie en de horrorverhalen over de Palestijnen in Syrië leverde geen enkele reactie op van Obama. Hij bemoeide zich alleen maar met de Palestijnse landrovers in  Ramallah en  de terreurbeweging Hamas in Gaza. De Palestijnen in Syrië zijn het slachtoffer geworden van de wreedste vormen van foltering, gruwelijke gemartelingen en vermoord door de handen van gewapende bendes en ook door het bewind van Bashar al-Assad. Sinds de oorlog zouden 3420 Palestijnen (455 van hen zijn vrouwen) zijn gedood. 54 Palestijnse minderjarigen zouden door marteling in Syrische gevangenissen zijn gestorven. Tienduizenden zijn gevlucht. De organisatoren hebben opgemerkt dat honderden gevangenen en gedetineerden, nadat ze werden aangehouden door de Syrische autoriteiten, vermist zijn. Ook de internationale media bekommerd zich niet om wat er met deze Palestijnen gebeurt. Niemand vraagt hoe zij zich voelen over de verwoesting van hun gezinnen, gemeenschappen en leven. Wel zijn de veelal nep-journalisten met hele horden in Israël neergestreken om Israëlische politieagenten of militairen te veroordelen wanneer ze Palestijnse terroristen op de korrel nemen die met auto’s en vrachtwagens inrammen op soldaten en burgers. Washington en ook Brussel geven niets om de Palestijnen die in Syrië.

De ogen van Barack Hoessein Obama waren gericht op het verwijderen van Assad en niet op de moordende en verkrachtende  jihadisten. Deze hadden een vrijbrief hun gruwelijke misdaden ongestoord te kunnen uitvoeren. In een rapport van de VN wordt een beeld van algemene wetteloosheid geschetst waarbij de daders zich onkwetsbaar voelen. Overal waar Washington zich onder leiding van Obama zich met de interne aangelegenheden van een land bemoeide, ontstond chaos, moord en doodslag. Dood en vernietiging van hele dorpen en woonwijken zijn veroorzaakt door samenzweerders die in Syrië hun eigen belangen willen vestigen. Voor hen heeft het leven van het Syrische volk en de soevereiniteit van dit land geen enkele waarde. De mainstream media heeft er alles aan gedaan Obama en al die anderen die achter het beleid van Obama stonden, met hun misleidende propaganda zo geloofwaardig mogelijk over te laten komen.

Washington heeft sinds de Tweede Wereldoorlog al meer dan zeventig conflicten geïnitieerd.

 

Franklin ter Horst (wordt vervolgd)