Uit het nieuws 01-04-2019

 

Door: Franklin ter Horst

Met dank aan het Bijbelstudieteam Jur van Calkar en Simonida Dijkhuis-Nijhof voor hun medewerking aan deze Bijbelstudie.

 

De openbaring van Johannes (deel 71)

Openbaring 20 (deel 2)

 

Openbaring 20:4 “En ik zag tronen, en zij zetten zich daarop, en het oordeel werd hun gegeven; en (ik zag) de zielen van hen, die onthoofd waren om het getuigenis van Jezus en om het woord van God, en die noch het beest noch zijn beeld hadden aangebeden en die het merkteken niet op hun voorhoofd en op hun hand ontvangen hadden; en zij werden weder levend en heersten als koningen met Christus, duizend jaren lang.”

 

Het is geweldig wat Johannes hier ziet. Hij ziet tronen, maar ook wie deze tronen zullen bezetten. Het zijn de bloedgetuigen die onthoofd zijn om het getuigenis van Jezus/Yeshua, en om het Woord Gods. Het zijn de zielen van onder het altaar zoals reeds uiteengezet onder Openbaring 6. Zij, die smart en pijn hebben verdragen, staan aangetreden, zij zijn bevrijd verrezen uit de dood, en thans is het grote moment gekomen, dat zij zullen leven, en heersen met Jezus/Yeshua.

 

Van groot belang is hier de uitspraak van Jezus/Yeshua in de brief aan de martelaarsgemeente van Smyrna, namelijk dat hij dood was en weer levend werd. Dat is precies dezelfde uitdrukking als in Openbaring 20:4 en dit “weer levend worden” van Jezus/Yeshua is niet een geestelijke opwekking, maar een lichamelijke opstanding geweest, na Zijn kruisdood, uit het graf. Zo is het “weer levend worden” van de onthoofden uit Openbaring 20:4 ook een lichamelijke opstanding. Het zijn dus personen (zielen) die deel hebben aan de opstanding der rechtvaardigen:

 

Lucas 14:14 “En gij zult zalig zijn, omdat zij niets hebben om u terug te betalen. Want het zal u terugbetaald worden bij de opstanding der rechtvaardigen.”

 

Johannes 5:29 “…en zij zullen uitgaan, wie het goede gedaan hebben, tot de opstanding ten leven, wie het kwade bedreven hebben, tot de opstanding ten oordeel.”

 

Vanaf vers 4 wordt het eigenlijke vrederijk beschreven; of nauwkeuriger: tweemaal wordt daar gesproken over hen die ‘met Christus regeren’, wat inhoudt dat de duizend jaren de periode vormen dat Jezus/Yeshua Zelf regeert. Alle beloften en profetieën uit het Oude testament zullen nu definitief vervuld worden. Deze zijn zo talrijk en gedetailleerd dat een uitvoerige beschrijving hier nauwelijks te doen is. De beschrijving van het koninkrijk in Openbaring 20 is heel beknopt; het zijn vooral de heiligen die met Jezus/Yeshua mogen regeren die hier aan bod komen.

 

Nadat satan gebonden is blijken er nog mensen uit alle volkeren over te zijn, die onbekeerd (die nog geen keuze voor Jezus/Yeshua hebben gemaakt) zijn en die nochtans in leven zijn gebleven. Dit zijn degenen die het onrecht onderkend hebben dat Israël werd aangedaan:

 

Matthéüs 10:42 En wie één van deze kleinen, omdat hij een discipel is, ook maar een beker koud water te drinken geeft, voorwaar, Ik zeg u, zijn loon zal hem geenszins ontgaan.

 

Deze mensen zullen aan het einde van het duizendjarig rijk geoordeeld worden. Bij dit grote oordeel zal er precies worden gehandeld zoals Gods Woord reeds gesproken heeft. Bij het laatste oordeel gaat het erom wie deel heeft aan de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, waar God alles in allen zal zijn.


Daarnaast sprak Jezus/Yeshua van de geweldige opdracht aan zijn discipelen om het getuigenis uit te dragen:

 

Matthéüs 28: 18-19-20 “En Jezus trad naderbij en sprak tot hen, zeggende: Mij is gegeven alle macht in hemel en op (de) aarde. Gaat dan henen, maakt al de volken tot mijn discipelen en doopt hen in de naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes en leert hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb. En zie, Ik ben met u al de dagen, tot aan de voleinding der wereld.”

 

Deze opdracht heeft alle eeuwen door mogen klinken; steeds weer zijn er nieuwe dienstknechten gekomen en hebben naar hun vermogen gearbeid, naarmate elk talenten had. En in Matthéüs 25:19 lezen we dat de heer van de dienstknechten terugkwam en ging afrekenen. Dat betekent dat de arbeiders in de wijngaard des Heeren ook nog een beloning krijgen voor hetgeen zij hebben bearbeid. Inderdaad vinden we op vele plaatsen in de Bijbel bijzonderheden over het loon van Gods medearbeiders:

 

1 Corinthiërs 3:9 t/m15 “Want Gods medearbeiders zijn wij; Gods akker, Gods bouwwerk zijt gij. Naar de genade Gods, die mij gegeven is, heb ik als een kundig bouwmeester het fundament gelegd, waarop een ander voortbouwt. Maar ieder zie wel toe, hoe hij daarop bouwt. Want een ander fundament, dan dat er ligt, namelijk Jezus Christus, kan niemand leggen. Is er iemand, die op dit fundament bouwt met goud, zilver, kostbaar gesteente, hout, hooi, of stro, ieders werk zal aan het licht komen. Want de dag zal het doen blijken, omdat hij met vuur verschijnt, en hoedanig ieders werk is, dat zal het vuur uitmaken. Indien het werk, dat hij erop gebouwd heeft, standhoudt, zal hij loon ontvangen, maar indien iemands werk verbrandt, zal hij schade lijden, doch hij zelf zal gered worden, maar als door vuur heen.

 

Voor de gelovigen is er dus een bijzondere genade, en tegelijkertijd voor de martelaren uit de grote verdrukking. Wie kan zich indenken om voor Jezus/Yeshua te staan en loon te ontvangen voor de arbeid die hij/zij op aarde hebben verricht. De volkeren welke na al de oorlogen en verschrikkelijke rampen over zijn gebleven zullen door Jezus/Yeshua worden geselecteerd op grond van hun houding ten opzichte van hun minste broeder (Israël).

 

Matthéüs 25:32-33 “En al de volken zullen vóór Hem verzameld worden, en Hij zal ze van elkander scheiden, zoals de herder de schapen scheidt van de bokken, en Hij zal de schapen zetten aan zijn rechterhand en de bokken aan zijn linkerhand.”

 

Het kan heel goed zijn dat er volken zijn, die omdat ze Israël verworpen hebben, niet meer zullen bestaan in de Messiaanse tijd.

 

De scheiding van schapen-volken en bokken-volken, waarbij de bokken volken het Koninkrijk van God niet beërven. Dit doet ook denken aan en uitspraak van de profeet Ezechiël:

 

Ezechiël 34:20 t/m23 “Daarom, zo zegt de Here Here tegen hen: Zie, Ik ga zélf rechtspreken tussen de vette en de magere schapen; omdat gij al wat zwak is, met flank en schouder wegdringt en met de horens stoot totdat gij ze naar buiten gedreven hebt, zal Ik mijn schapen verlossen, opdat zij niet langer tot een prooi zijn; Ik zal rechtspreken tussen het ene schaap en het andere. Dan zal Ik één herder over hen aanstellen, die hen weiden zal: mijn knecht David. Die zal hen weiden, die zal hun herder zijn.

 

De vetten zijn zij die zich over de ruggen van anderen als wellustelingen hebben gedragen, en gepakt hebben wat ze nog pakken konden. Zij worden verwezen naar de plaats welke voor “de duivel en zijn engelen” bereid is. Omdat er in het komende vrederijk geen plaats voor egoïsme zal zijn, worden de wellustigen afgewezen omdat ze niet gehandeld hebben naar Gods wil.

 

Matthéüs 25:40 “En de Koning zal hun antwoorden en zeggen: Voorwaar, Ik zeg u, in zoverre gij dit aan één van deze mijn minste broeders hebt gedaan, hebt gij het Mij gedaan.

 

Deze uitleg (uitspraak) van Jezus/Yeshua is maar voor één uitleg vatbaar want hier wordt over de minste broeders van Hem gesproken. In dit geval kan het niet anders dan dat het hier handelt om het volk Israël. Een ieder mens of het nu een man, een vrouw of een kind is, in bescherming genomen zal worden en mee mogen genieten van de zegen van het duizendjarig rijk. Het houdt dus een geweldige beloning in voor ieder die het Joodse volk blijft steunen in de tijd dat de antichrist bezig is zijn gruwelijke bewind uit te voeren. Het lijdt geen twijfel dat zij tijdens het duizendjarig rijk tot bekering zullen komen.

 

Openbaring 20:5 “De overige doden werden niet weder levend, voordat de duizend jaren voleindigd waren. Dit is de eerste opstanding.”

 

Hier worden wij geconfronteerd met een scheiding der doden; er zullen doden zijn die niet levend worden. Hier is echter een “totdat”gesteld waarna zij wel zullen opstaan, namelijk na de duizend jaren. Na die tijd komt het grote gericht, waarvan we lezen in de verzen 11-15. De tekst leert dat wie niet tot de eerste opstanding behoort, daar niet in deelt. Niet weer levend wordt vóór de voleinding der duizend jaren en onder de volmacht komt van de tweede dood, of er minstens door beschadigd wordt (vers 6) of de eerste opstanding omvat alle gelovigen. Voor zover wij het kunnen zien is er vóór de eerste opstanding geen andere dan die van de Eersteling, Jezus/Yeshua. Sommigen menen dat er één opstanding is voor alle mensen, goeden en kwaden tegelijk. Maar er is een orde in de opstandingen:

 

1 Corinthiërs 15:20-23-24 “Maar nu, Christus is opgewekt uit de doden, als eersteling van hen, die ontslapen zijn.

 

Want evenals in Adam allen sterven, zo zullen ook in Jezus/Yeshua allen levend gemaakt worden. Maar ieder in zijn eigen rangorde: Jezus/Yeshua als eersteling, vervolgens die van Hem zijn bij zijn komst; daarna het einde, wanneer Hij het koningschap aan God de Vader overdraagt, wanneer Hij alle heerschappij, alle macht en kracht onttroond zal hebben.

 

Er is een opstanding ten leven en een opstanding ter veroordeling. Deze opstanding wordt overal en scherp onderscheiden van de andere. Er is een duidelijk onderscheid tussen opstanding uit de doden en opstanding der doden, hetgeen ook wijst op opstanding van de doden terwijl de “overige doden” nog in de dood gelaten worden. Volgens Paulus in de eerste brief aan de Thessalonicenzen zullen degenen die in Jezus/Yeshua gestorven zijn eerst opstaan:

 

Thessalonicenzen 4:16 “want de Here zelf zal op een teken, bij het roepen van een aartsengel en bij het geklank ener bazuin Gods, nederdalen van de hemel, en zij, die in Christus gestorven zijn, zullen het eerst opstaan…”

 

Het satanische rijk wordt vernietigd, de “beesten” worden in de vuurpoel geworpen, satan wordt gebonden en de gelovigen van de eerste opstanding regeren met Jezus/Yeshua in het Duizendjarig Vrederijk. De opstand van satan aan het einde van het Duizendjarige rijk is slechts een incident en onderbreekt het koningschap van Jezus/Yeshua niet. De wederkomst ten oordeel treft niet de gelovigen, want die zullen met Jezus/Yeshua geopenbaard worden en met Hem oordelen en richten.

 

De Bijbel leert ons, dat we allen hebben gezondigd en de heerlijkheid Gods missen, en dus leven onder het oordeel des doods. Dat wil zeggen, dat niemand zichzelf daaruit kan verlossen om zodoende weer in gemeenschap met God te komen. Het oordeel des doods betekent: voor eeuwig verstoken zijn van de gemeenschap met God:

 

Colossensen 2:13 “Ook u heeft Hij, hoewel gij dood waart door uw overtredingen en onbesnedenheid naar het vlees, levend gemaakt met Hem, toen Hij ons al onze overtredingen kwijtschold…”

 

Wij weten dat allen voor de rechterstoel van Jezus/Yeshua geopenbaard moeten worden. Dit oordeel over gelovigen uit de gemeente, is niet het witte troonoordeel over de doden, die pas opstaan na de duizend jaren. Het gaat bij het openbaren voor de rechterstoel van Jezus/Yeshua niet over aanneming of verwerping, maar over het graduele oordeel over de gelovigen. De één zal daarvan groter heerlijkheid ontvangen dan de ander, al naar gelang men in staat van genade op het ene Fundament gebouwd heeft.

 

1 Corinthiërs 3:11-15 “Want een ander fundament, dan dat er ligt, namelijk Jezus Christus, kan niemand leggen. Is er iemand, die op dit fundament bouwt met goud, zilver, kostbaar gesteente, hout, hooi, of stro, ieders werk zal aan het licht komen. Want de dag zal het doen blijken, omdat hij met vuur verschijnt, en hoedanig ieders werk is, dat zal het vuur uitmaken. Indien het werk, dat hij erop gebouwd heeft, standhoudt, zal hij loon ontvangen, maar indien iemands werk verbrandt, zal hij schade lijden, doch hij zelf zal gered worden, maar als door vuur heen.”

 

De individuele leden van Jezus/Yeshua’s Lichaam worden weliswaar voor de rechterstoel geopenbaard, maar de grote eindgerichten bereiken hen niet. Het grote witte troonoordeel gaat de doden aan uit de zee, uit de dood, uit het dodenrijk, maar niet de doden die in Jezus/Yeshua gestorven zijn. Ook de doden die niet in Jezus/Yeshua gestorven zijn, worden niet onmiddellijk na het sterven geoordeeld. Zij worden als het ware “bewaard” om na duizend jaren geoordeeld te worden. We weten dat ieder mens getroffen wordt door de dood, en indien er geen goddelijke verandering plaatsvindt, dan volgt op de eerste dood nog een tweede dood. Dat is het helse vuur, waarover Jezus/Yeshua zo ernstig heeft gewaarschuwd:

 

Matthéüs 25:41 “Dan zal Hij ook tot hen, die aan zijn linkerhand zijn, zeggen: Gaat weg van Mij, gij vervloekten, naar het eeuwige vuur, dat voor de duivel en zijn engelen bereid is.”

 

Duizend jaren in de duisternis, zegt Jezus/Yeshua en daarna voor eeuwig.

 

 

Franklin ter Horst