Sodom en Gomorra

 

Door: Franklin ter Horst (Aangemaakt: 8 januari 2019)

 

Het verhaal begint met Abraham die, terwijl hij in de opening van zijn tent zit, plotseling drie mannen, twee engelen en eveneens God in de vorm van een menselijke bezoeker op zich af zag komen.

 

Genesis 18:1-2En de Here verscheen aan hem bij de terebinten van Mamre, terwijl hij op het heetst van de dag in de ingang der tent zat.

 

God kondigt hem aan dat Sara spoedig een zoon zal baren, en dat Hij de twee steden Sodom en Gomorra vanwege de daar heersende schandelijke lusten zal vernietigen. Maar omdat Lot, de neef van Abraham, met zijn vrouw en twee dochters in Sodom woont, houdt Abraham een pleidooi om vergiffenis aan de stad te schenken wanneer er vijftig rechtvaardigen in de stad te vinden zijn:

 

Genesis 18:23-24En Abraham trad nader en zeide: Zult Gij dan de rechtvaardige met de goddeloze verdelgen? Misschien zullen er vijftig rechtvaardigen in de stad zijn; zult Gij haar dan verdelgen, en aan de plaats geen vergiffenis schenken ter wille van de vijftig rechtvaardigen, die in haar zijn?”

 

God gaat vervolgens in op Abrahams verzoek:

 

Genesis 18:26En de Here zeide: Indien Ik te Sodom vijftig rechtvaardigen in de stad vind, zal Ik de gehele plaats vergiffenis schenken om hunnentwil.”

 

Abraham nam opnieuw het woord:

 

Genesis 18:28Misschien ontbreken er aan de vijftig rechtvaardigen vijf; zult Gij dan om die vijf de gehele stad verwoesten? En Hij zeide: Ik zal haar niet verwoesten, indien Ik er vijfenveertig vind.

 

Abraham ging verder en zei: misschien worden er daar maar veertig gevonden, waarop God zegt: Ik zal het niet doen ter wille van de veertig. Ondanks dat hij bang is dat God toornig op hem zal worden, zegt hij, maar misschien worden er maar dertig gevonden. Waarop Gods reactie is dat Hij ook dan clementie met de bewoners zal hebben. Maar zegt Abraham, stel dat er maar twintig rechtvaardigen te vinden zijn waarop God opnieuw beloofd de stad te laten voortbestaan. Abraham probeert het nog een keer en vraagt wat God gaat doen wanneer er maar tien te vinden zijn, waarop God antwoord de stad niet te zullen verwoesten wanneer Hij daar maar tien rechtvaardigen vind.

 

Genesis 19 maakt duidelijk dat Lot de twee engelen- die in de avond in Sodom aankwamen- tegemoet ging en ze uitnodigde de intrek in zijn huis te nemen:

Genesis 19: 2 “Zie toch, mijne heren, neemt toch uw intrek in het huis van uw knecht, overnacht en wast uw voeten, dan kunt gij morgenvroeg uws weegs gaan.”

Zij gaven echter als antwoord dat zij de nacht op het plein wilden doorbrengen, maar na lang aandringen van Lot besloten zij toch op zijn verzoek in te gaan:

Genesis 19: 3-4 “Toen hij (Lot) echter sterk bij hen aandrong, namen zij bij hem hun intrek en kwamen in zijn huis; en hij bereidde voor hen een maaltijd en bakte ongezuurde koeken, en zij aten. Zij hadden zich nog niet ter ruste gelegd, of de mannen der stad, de mannen van Sodom, omsingelden het huis, van jong tot oud, de gehele bevolking, niemand uitgezonderd, en zij riepen Lot toe en zeiden tot hem: Waar zijn de mannen, die vannacht bij u gekomen zijn? Breng hen bij ons buiten, opdat wij met hen gemeenschap hebben.”

Let op hoe deze tekst heel sterk benadrukt dat het hier niet om een enkeling ging maar om de hele bevolking. De hele moraal in Sodom en Gomorra was in alle onderdelen door en door verdorven. Het onzedelijk gedrag in de beide steden was niet incidenteel, maar voortdurend. De inwoners waren ‘verslaafd’ aan de zonde. Het oordeel over hen was onomkeerbaar. God stelt de bewoners van deze steden als voorbeeld voor hen die goddeloos leven:

2 Petrus 2:6 “…en de steden Sodom en Gomorra tot as verbrand, tot omkering gedoemd en ten voorbeeld gesteld heeft voor hen, die goddeloos zouden leven…”

Judas 1:7 “…zoals Sodom en Gomorra en de steden in hun nabijheid, die op gelijke wijze als genen haar hoererij hebben botgevierd en ander vlees achternagelopen zijn, daar liggen als voorbeeld, onder een straf van eeuwig vuur.

Jesaja 3:9Hun partijdigheid getuigt tegen hen en hun zonde verkondigen zij onverholen evenals Sodom. Wee hun, want zij berokkenen zichzelf onheil.

In de beide steden was iedereen aangestoken door het verdorven denken en hadden zich overgegeven aan schandelijke lusten. Hun zondige gedrag was de normaalste zaak van de wereld. Terwijl Lot de gastvrijheid en bescherming van zijn huis met hen deelt, eisen de mannen van Sodom dat hij de engelen, waarvan zij denken dat het gewone mannen zijn, aan hen overlevert zodat zij deze engelen voor hun seksuele perversiteiten kunnen gebruiken. Lot bood hen vervolgens zijn twee dochters aan:

Genesis 19: 8-9 “Mijn broeders, doet toch geen kwaad, zie toch, ik heb twee dochters, die met geen man gemeenschap hebben gehad; laat mij die tot u naar buiten brengen en doet met haar, zoals goed is in uw ogen; alleen doet deze mannen niets, want daartoe zijn zij onder de schaduw van mijn dak gekomen. Maar zij zeiden: Ga op zij! En zij zeiden: Deze ene is als vreemdeling komen vertoeven om ons geheel en al de wet te stellen! Nu zullen wij u meer kwaad doen dan hun. En zij drongen sterk op tegen de man, tegen Lot, en kwamen naderbij om de deur open te breken.

De twee engelen staken hun hand uit, en trokken Lot tot zich naar binnen en sloten de deur. Vervolgens sloegen zij de lieden die bij de ingang van het huis van Lot waren, met blindheid, van klein tot groot, zodat zij zich tevergeefs moeite gaven om de ingang te vinden. Vervolgens stellen ze Lot de vraag:

Genesis 19:12-14 “Wie hebt gij hier nog meer? Schoonzoons, of uw zonen, uw dochters, of wie gij ook in de stad hebt, voer hen uit deze plaats, want wij gaan deze plaats verwoesten; want groot is het geroep over haar voor de Here; daarom heeft de Here ons gezonden om haar te verwoesten. Toen ging Lot heen en sprak tot zijn schoonzoons, die met zijn dochters zouden trouwen, en zeide: Staat op, verlaat deze plaats, want de Here gaat de stad verwoesten. Maar hij was in de ogen van zijn schoonzoons als iemand, die schertste.”

De schoonzoons geloofden hem niet. De volgende dag drongen de engelen er bij Lot op aan zijn vrouw en beide dochters te nemen en te vertrekken om niet het risico te lopen met de stad verdelgd te worden:

Genesis 19:16-17 “En toen hij talmde, grepen de mannen hem en zijn vrouw en zijn beide dochters bij de hand, omdat de Here hem wilde sparen, en leidden hem uit en brachten hem buiten de stad. En zodra zij hen naar buiten geleid hadden, zeide een van hen: Vlucht om uws levens wil; zie niet om, en sta nergens in de Streek stil; vlucht naar het gebergte, opdat gij niet verdelgd wordt.”

Lot zag de vlucht naar de bergen kennelijk niet zitten en zei:

Genesis 19:18-19-20 “Neen toch, mijn heer. Zie toch, uw knecht heeft genade gevonden in uw ogen, en gij hebt mij een grote weldaad bewezen door mij in het leven te behouden, maar ik zal niet naar het gebergte kunnen ontkomen, zonder dat het onheil mij achterhaalt en ik sterf. Zie toch, gindse stad is dicht genoeg bij om daarheen de wijk te nemen; zij is maar klein; laat mij toch daarheen vluchten; zij is immers klein? Dan zal ik in het leven blijven.”

Waar Lot op doelde was de plaats Soar en daar vluchtte hij met zijn vrouw en dochters naar toe. Zij kregen de waarschuwing mee toch vooral niet achterom te kijken, maar Lots vrouw negeerde dit advies, keek achterom, en werd een zoutpilaar.

Genesis 19:24-25 “Toen liet de Here zwavel en vuur op Sodom en Gomorra regenen, van de Here, uit de hemel; en Hij keerde die steden om, benevens de gehele Streek, met al de inwoners der steden en het gewas van de aardbodem.”

Lot vlucht met zijn vrouw en dochters uit Sodom. De vernietiging van Sodom en Gomorra door John Martin, 1852.Wikimedia Commons.

Opmerkelijk is dat de hele streek werd verwoest maar dat de plaats Soar aan deze verwoesting blijkt te zijn ontkomen omdat Lot daar bescherming vond.

 

Ook Abraham was getuige van het ontzagwekkende oordeel van God over mensen die zich met sodomie bezig hielden om zo de toekomstige generaties te waarschuwen voor de verschrikkelijke gevolgen van deze zonde:

 

Genesis 19: 27-29  Toen Abraham zich vroeg in de morgen begaf naar de plaats, waar hij voor de Here gestaan had, en uitzag in de richting van Sodom en Gomorra en het gehele land van de Streek, zag hij, en zie, de rook van de aarde steeg op als de rook van een smeltoven. Toen God de steden der Streek verwoestte, gedacht God Abraham, en Hij leidde Lot uit het midden der omkering, toen Hij de steden waarin Lot gewoond had, omkeerde.”

Dat de omgeving waar de verwoesting heeft plaatsgevonden, bijzonder vruchtbaar moet zijn geweest bewijzen sporen van levensmiddelen, zoals tarwe, gerst, dadels, pruimen, perziken, druiven, vijgen, pistachenoten, amandelen, olijven, pijnboompitten, linzen, kikkererwten, pompoenen, lijn zaad en watermeloenen. Dat Abrahams neef Lot dit gebied uitkoos om er te gaan wonen, was dus zo vreemd nog niet. Na de twist tussen de herders van Abrahams vee en de herders van Lots vee, kreeg Lot van Abraham de vrijheid zich een streek uit te kiezen wat hij maar wenste:

Genesis 13:10  “Toen sloeg Lot zijn ogen op en zag, dat de gehele streek van de Jordaan rijk aan water was; voordat de Here Sodom en Gomorra verwoest had, was zij tot Soar toe als de hof des Heren, als het land Egypte.”

De discussies tussen de verschillende mogelijke plekken voor Sodom en Gomorra zijn al decennia bezig maar kreeg nieuw leven nadat een multidisciplinair team van wetenschappers, waaronder professor Steven Collins in 2006 begon met opgravingen in het gebied Tall el-Hammam in Jordanië. Collins is professor archeologie aan de Trinity Southwest Universiteit in de Amerikaanse staat New-Mexico. Daarnaast is hij decaan aan het 'College of Archaeology & Biblical History'.Volgens Collins zijn de eerdere theorieën over locaties van de steden te wijten aan ongefundeerde theorieën. Ook komen de locaties niet overeen met punten die beschreven staan in de Bijbel. Een zuidelijke locatie van Sodom en Gomorra zou bovendien ook erg onlogisch zijn. Collins: "Verdere data heeft weerlegd dat Sodom ten zuiden van de Dode Zee zou liggen. Dit gebied is een dor woestijnland en is nooit een mooi, paradijselijk gebied geweest. Het is dan ook niet aannemelijk dat Lot deze plek uitkoos om te wonen terwijl de Bijbel schrijft over een vruchtbare plek."

Het onderzoeksgebied van Collins en zijn groep bevindt zich aan de noordkant van de Dode Zee. De steden, die door God werden verwoest door zwavel en vuur, zouden volgens eerdere theorieën onder of ten zuiden van de Dode Zee moeten liggen, maar volgens professor Collins zijn er sterkere aanwijzingen en bewijzen dat de steden Sodom en Gomorra meer naar het noorden hebben gelegen. Inmiddels zijn er in de noordelijke locatie ruďnes en artefacten ontdekt en zijn er verrassende ontdekkingen gedaan waaronder verschillende muren, vestingwerken en torens. In het tijdschrift Popular Archaeology meldt Collins een aantal opmerkelijke bevindingen en bewijzen van de opgravingen in de afgelopen jaren. Het opgravinggebied heeft 25 geografische aanwijzingen die overeenkomen met de beschrijvingen van Sodom en Gomorra in Genesis. De studie heeft verder uitgewezen dat er ter plaatse ten minste 3000 jaar lang onophoudelijk bloeiende beschavingen hebben bestaan, die plotseling ten onder zijn gegaan. Scherven van pottenbakkers hebben zulke hoge temperaturen te verduren gekregen waardoor ze zijn verglaast.

De eerder genoemde plaats Tall el-Hammam voldoet volgens Collins aan alle Sodom-criteria die in de Bijbel wordt beschreven. De vondst van potten, architectuur en vernietigingslagen komt overeen met het tijdsframe. Dat houdt in dat de voorwerpen die men verwachtte daar te vinden ook gevonden werden. Tevens zijn ook veel goed bewaard gebleven graven gevonden met overblijfselen van skeletten die een snelle, gewelddadige dood moeten zijn gestorven Het aantal lichamen dat in de ruďnes ligt begraven, wordt geschat op zo’n 1.5 miljoen. Dit enorme aantal is nog een aanwijzing dat het een welgesteld dichtbevolkt stedelijk gebied moet zijn geweest. Ook zijn er aanwijzingen dat het gebied daarna 700 jaar onbewoond is gebleven.

Volgens geanalyseerde archeologische gegevens kan de ramp van Bijbelse proporties worden verklaard door een enorme explosie met ‘hoge-hitte’ waarbij een gebied van “ongeveer 500 km2 is verwoest. Het onderzoek heeft uitgewezen dat de vernietiging van Tall el-Hammam (Sodom), maar ook Gomorra en de andere steden in de regio van de Dode-zee hoogstwaarschijnlijk is veroorzaakt door een meteorietische explosie in de lucht waarbij de steden een abrupt einde hebben gevonden.

De explosie zou een gewelddadige vuurzee hebben veroorzaakt waarbij alle beschavingen in het getroffen gebied zijn weggevaagd. Hierbij zouden tussen de 40.000 tot 65.000 mensen om het leven zijn gekomen. Tegelijkertijd veroorzaakte de neerslag van de explosie verschroeiende hete, sterke winden, die een regen van minerale korrels deponeerden, die op het aardewerk in Tall el-Hammam zijn gevonden. Evenzo zou de vruchtbare grond door de hoge hitte van voedingsstoffen zijn ontdaan en zouden de golven van het zouthoudende water van de Dode Zee op tsunami-achtige wijze de omgeving hebben overspoeld.

Archeoloog Paul Lapp vond in de zestiger jaren als eerste de resten van een stad aan de Dode zee, en in de zeventiger jaren werden nog vier stadruďnes in die omgeving gevonden.

Lucas 17:29-30Maar op de dag, waarop Lot uit Sodom ging, regende vuur en zwavel van de hemel en verdelgde hen allen. Op dezelfde wijze zal het gaan op de dag, waarop de Zoon des mensen geopenbaard wordt.”

Gezien de onderzoeksresultaten lijkt het er dus op dat een meteoorontploffing de goddelijke oorzaak is geweest van de verwoesting van de steden Sodom en Gomorra zoals is in de Bijbel beschreven.

Terug naar: Inhoud