Palestijnse doodscultuur

Door: Franklin ter Horst (Aangemaakt: 20 augustus 2000 )(Laatste bewerking: 24 augustus 2015)

De ďMoloch cultusĒ waarbij in oude tijden kinderen werden geofferd, werd door de voormalige Palestijnse terreurbaas Jasser Arafat weer nieuw leven ingeblazen en door zijn opvolger Abu Mazen (Mahmoud Abbas) verder doorgevoerd.Arafat noemde zijn kleine martelaren de "Generaals van de stenen " maar het waren beslist niet alleen stenen waarmee hij ze de straat opstuurde. Er ontstond wereldwijde beroering toen er een foto verscheen met daarop een baby met een patroongordel en Ďexplosievení op zijn lichaampje. De baby droeg een felrode band om het hoofd van de terreurbeweging Hamas. Dit soort fotoís waren bedoeld om er een hele generatie jongeren mee te hersenspoelen.Tijdens een zoektocht naar wapens begin juli 2002 troffen IsraŽlische militairen in een huis een jonge moeder aan met een baby op haar arm. Zij smeekte het kind buiten het strijdtoneel te mogen brengen. Toen een van de militairen de baby in zijn armen nam, ontdekte hij een springlading op het lichaam van het kind. Het kwam wonder boven wonder niet tot een explosie omdat de ontsteking niet werkte.

Op 27 maart 2002 dwongen IsraŽlische militairen bij de A-Ram controlepost, ten noorden van Jeruzalem, een ambulance te stoppen.Tot hun verbijstering troffen zij een bom aan onder een kussen waarop een kind zat dat naar een ziekenhuis gebracht moest worden. De chauffeur zei dat hij de bom vervoerde in opdracht van de Tanziem-militie in Ramallah.

 

Hoe ziek moet je zijn om een jongetje van 11 jaar op pad te sturen met een schooltas met daarin een bom. Dat overkwam het 11 jarig jongetje Abdullah Quran op 16-03-2004 door IsraŽlische militairen opgepakt met in zijn schooltas een 10 kilo zware bom. Terroristen van de Tanziem terreurbeweging hadden de jongen 1 dollar gegeven om het Ďpakjeí langs de IsraŽlische controlepost Hawara bij Sichem (Nablus) te loodsen en af te leveren bij een vrouw aan de andere kant. Het was de bedoeling, in geval van ontdekking, de bom die gevuld was met spijkers en schroeven, van afstand tot ontploffing te brengen met behulp van een mobiele telefoon. Toen de terroristen in de gaten kregen dat het jongetje Ďgesnaptí was, probeerden ze de bom en de koerier op te blazen, maar dat mislukte. De jongen bleek een onschuldige speler in een horror scenario. Het moslimtuig in Ramallah en in Gaza willen graag dat er zoveel mogelijk doden vallen onder de eigen burgerbevolking, puur om IsraŽl in een kwaad daglicht te stellen.

Bij gevechten in Gaza op 14-03-2004 vielen aan de kant van de Arabieren 14 doden waaronder 4 kinderen. Dat deze kinderen als menselijk schild hebben gediend werd door de internationale media niet gemeld. Via luidsprekers werden kinderen opgeroepen zich naar het stijdtoneel te begeven. Bewapende Arabische terroristen gebruikten hen als menselijke schilden, en liepen tussen hen in terwijl ze op IsraŽlische doelen aan het schieten waren. Ze hielden zich op tussen groepen stenen gooiende kinderen en ze staken hun lichamen in de lucht vanachter barricades in de hoop dat ze geraakt zouden worden door IsraŽlische kogels om zo de wereldopinie weer tegen IsraŽl op te hitsen. De internationale media hield zich slechts bezig met anti-IsraŽl propaganda. Op CNN en de BBC krijgen de leugenachtige leiders ruimschoots de gelegenheid hun haatgevoelens jegens IsraŽl te etaleren. Ongewapend, noemen zij de met stenen en Kalashnikoffs uitgeruste meute.

Op woensdag 24-03-2004 was er nog een voorbeeld hoe misselijkmakend de Palestijnse bendes te werk gaan. Ditmaal stuurde deFatah-Tanziem terreurgroep, Hussan Abdu, een 14 jarig zwakbegaafd jongetje met een zelfmoordgordel op pad om IsraŽlische militairen bij de controlepost Hawara op te blazen.

Hussan Abdu

De soldaten zagen hem komen en dwongen hem op zoín 50 meter van de post te stoppen en zijn jas uit te trekken. De jongen bleek een springstofgordel met ca 8 kg explosieven bij zich te dragen. Met een robot van het leger werd hem een schaar aangereikt en werd hem gesommeerd de riemen door te knippen en de gordel af te leggen. De hele actie duurde 40 minuten en werd vastgelegd op video. Zo werd zijn leven, dat van de IsraŽlische militairen en dat van ca 200 Arabische arbeiders gered die bij de controlepost stonden te wachten om doorgelaten te worden. De Arabieren dankten de IsraŽlische militairen met een warm applaus voor hun redding. De terreurgroep de Al Aqsa Martelaren Brigades, de gewapende vleugel van de Al Fatahpartij, nam de verantwoordelijkheid op zich voor het sturen van de jongen. Ze hadden de jongen 100 Shekel (23 dollar) beloofd, rivieren vol honing en sex met 72 schone maagden in Allahís paradijs wanneer hij zich opblies.

Kinderen worden door krankzinnigen gehersenspoeld en krijgen te horen dat het opblazen van Joodse vrouwen en kinderen de grootst mogelijke eer is. Deze kinderen veranderen daardoor in volkomen gehersenspoelde fanatici die volgepompt zijn met niets anders dan intense haat. De ďBende van RamallahĒ heeft minstens 100 woonwijken, scholen, wegen, stadions en evenementen naar zo'n 50 verschillende terroristen vernoemd. In leerboeken op de basisschool staan teksten zoals 'Ik zie mijn dood en haast mij ernaar toe.' Desondanks gaat de wereldgemeenschap gewoon door met het financieel ondersteunen van dit terreurbroeinest waar al tientallen jaren officieel de vernietiging van IsraŽl en de uitroeiing van de Joden wordt gepropageerd.

In een videoclip van de terreurleiders in Ramallah was een kind te zien dat een afscheidsbrief aan zijn ouders schreef waarin hij zijn aanstaande dood verheerlijkte en waarin hij te zien was aan het front tijdens een gewelddadig treffen met het IsraŽlische leger. Voordat hij stierf zong hij nog een lied: ďhoe fijn is het te sterven voor Allah en mijn geliefde land." Er heerst een ware doodscultuur in de gebieden die onder controle staan van dit bewind en niet te vergeten in Gaza waar de terreurbeweging Hamas de dienst uitmaakt. Het bewind in Ramallah en Gaza heeft niet alleen de IsraŽlische bevolking niets dan ellende gebracht, maar ook de eigen bevolking. Bewoners worden afgeperst, onder druk gezet om terreurdaden te plegen, gemarteld en vermoord. Het is in het verleden herhaalde malen voorgekomen dat Palestijnse terreurbendes langs de huizen gingen en dreigden het gezin van een Arabier te vermoorden als deze niet bereidt was mee te werken. Wanneer ze weigerden werden ze beschuldigd van collaboratie met IsraŽl, opgesloten, gemarteld en in sommige gevallen in het openbaar gelyncht. De kinderen zijn als willoze slachtoffers in de handen van schurken. Internationale mensenrechten organisaties en ĎWereldleidersí bekommeren zich niet om het lot van deze kinderen.

In mei 2005 arresteerde het IsraŽlische leger acht terroristen, waaronder vier zelfmoordenaars van 15 en 16 jaar oud. Een van de gearresteerde jongens vertelde dat hijďmartelaarĒ wilde worden net als zijn vriend die zich opblies in de Carmel Marketplace in Tel Aviv in november 2004. Daarbij kwamen drie IsraŽlische burgers om het leven en raakten er over de dertig gewond. Een van de jongens had zijn martelaar video al klaar.

Op 22 juni 2005 arresteerde het IsraŽlische leger de 21-jaar oude Wafa al-Bas, een vrouwelijkezelfmoordenaar, die vanuit Gaza, met 10 kilo springstof in haar broek, IsraŽl probeerde binnen te komen.

Zelfmoordterroriste Wafa al-Bas

Wafa al-Bas had van de IsraŽlische autoriteiten toestemming gekregen zich in het Soroka Medical Center in Beersheva te laten behandelen voor brandwonden die zij had opgelopen bij de explosie van een gastank. Een Palestijnse terreurgroep verbonden aan het bewind in Ramallah, haalde haar over zichzelf op te blazen temidden van het ziekenhuispersoneel en anderen. Tijdens een interview zei ze dat ze had gehoopt 50 Joden op te blazen waaronder kinderen en babyís. Zij vertelde geen enkele wroeging te hebben voor haar actie of voor het opblazen van de mensen die bereid waren haar te helpen. Wafa al-Bas vertelde verslaggevers waarom zij de zelfmoordactie had willen uitvoeren. ďIk hou van Allah. Ik hou van het land Palestina. Mijn droom is martelaar te worden. Ik geloof in de dood, sinds ik een klein meisje was. Ik wilde een aanslag uitvoerenĒ. De stakker, volledig gehersenspoeld door de barbaarse Palestijnse terreurleiders. Dit soort gebeurtenissen vertellen het verhaal over een doodscultuur waarin mensen bereid zijn zelfs kinderen de dood in te jagen, samen met zoveel mogelijk anderen. Het is het verhaal van islamitische vrouwen en moeders die zichzelf in zelfmoordacties opblazen en hun zonen aansporen hetzelfde te doen.

De corrupte maffia bende in Ramallah promoot zelfmoordaanslagen, offerenhun eigen vrouwen en kinderen op om ze propagandistisch te kunnen gebruiken ter bevordering van Joden- en IsraŽlhaat en boeken daarmee groot succes bij de ďmensenrechtenorganisatiesĒ als Amnesty International en Human Rights Watch, wereldleiders, Verenigde Naties, linkse politici en de massamedia in het westen waaronder ook in Nederland. Zo heeft Manfred Gerstenfeld in het boek ďThe Case against Israelís EnemiesĒ het NOS-journaal getypeerd als een instrument van staats-antisemitisme. Allen die IsraŽls optreden tegen de Palestijnse terroristen blijven veroordelen, helpen mee hun propagandaoorlog te winnen en helpen eveneens mee de terreur te continueren. Over alles ontstaat een enorm misbaar, vooral als IsraŽl zich verdedigd tegen de slachters in Ramallah en Gaza,.

De kinderen zijn als willoze slachtoffers in de handen van bloeddorstige moordenaars. Ze vertellen hun shahids dat wanneer ze de opdrachten van de grote voorganger Mohammed hebben uitgevoerd en voor hun Ďbarmhartige god allahí zijn gestorven, ze rechtstreeks naar het Paradijs gaan waar 72 maagden op de moordende krijger staan te wachten.

ďIk wil niet doodĒ zei een huilende 14 jarige jongen die op pad was gestuurd om een zelfmoordaanslag te plegen op een IsraŽlische militaire post. ďIk wil terug naar mijn familieĒ. De IsraŽlische tv-zender Channel Two meldde deze angstkreet als een levend voorbeeld hoe Palestijnse terreurgroepen met toestemming van het bewind, kinderen gebruiken voor hun moorddadige plannen.In Gaza lopen tientallen kinderen rond die hun handen zijn kwijtgeraakt door vroegtijdig ontplofte pijpbommen. De kinderen ontvingen 5 IsraŽlische shekels wanneer ze deze bommen in de buurt van IsraŽliís tot ontploffing brachten. Waar kinderen in de hele wereld kaarten van onder meer voetballers en andere idolen verzamelen, zo verzamelen Arabische kinderen die onder controle van het bewind staan, kaartenmet daarop de afbeelding van zelfmoordenaars die bij aanslagen in IsraŽl zijn omgekomen. Zo is er ook een hele serie sleutelhangers in omloop met afbeeldingen van zogenaamde martelaren.

In juni 2006 stuurden Palestijnse terroristen een viertal kinderen richting een IsraŽlische controlepost aan de grens met Gaza, met speelgoedgeweren in hun handen, in de hoop dat IsraŽl ze zou neerschieten, zodat de internationale anti-IsraŽlische propagandamachine, IsraŽl weer aan de schandpaal zou kunnen nagelen. Toen ze tot opzoín 400 meter van de post waren genaderd, zagen de militairen dat het kinderen waren van naar schatting een jaar of dertien. Het De Palestijnse doodscultuur heeft er geen enkel probleem mee kinderen op te offeren voor het bereiken van hun misdadige doelstellingen. Het doelbewust vermoorden van mensen, is in deze doodscultuur tot een soort sport verheven. Hoe groter het aantal moorden, hoe groter de eer die de moordenaars te beurt valt. Straten, scholen, pleinen etc, dragen de namen van de grootste boeven. Ook worden ze op de hoogste posten neergezet.

Kinderen worden verleid om aan de strijd deel te nemen door manipulerende muziek-videoís, die door het officiŽle Palestijnse tv-station worden uitgezonden, waarin jonge kinderen in de strijd als helden worden afgebeeld. Eťn van de videoís, die regelmatig vertoond wordt, laat jonge jongens en meisjes in legeruniform zien, die deelnemen aan een waanzinnige oorlogsdans, samen met andere scŤnes van kinderen die deelnemen aan het geweld in het strijdperk. Het lied dat de beelden begeleidt is een muzikale oproep voor de kinderen om ten strijde te trekken. In deze verheerlijking van oorlog voor kinderen wordt zelfs een baby die nauwelijks rechtop kan zitten gefilmd, die stenen breekt voor oudere kinderen. Zoals regelmatig gebeurt, haastten de Verenigde Naties en de wereldmedia zich om IsraŽl te veroordelen voor de dood van burgers die door hun eigen leiders op oorlogspad worden gestuurd.

Volgens de voormalige terreurmiljardair Jasser Arafat zijn dode kinderen de beste reclame want ze roepen wereldwijd krachtige anti-IsraŽlische sentimenten op. Dode kinderen zorgen ervoor dat ze lijken op slachtoffers en zij zetten zo een rookgordijn op voor de terreuroorlog van het Palestijnse bewind tegen IsraŽlische burgers. Fotoís van dode kinderen worden gemanipuleerd als tegenwicht voor de dode IsraŽlische burgers die in pizza restaurants en in autobussen door Palestijnse terroristen vermoord worden. Het meest trieste van dit verdraaide waarden-systeem is hoe succesvol het is. Deze misselijkmakende propaganda campagneís , gebouwd op de lichamen van de burgers, zijn al jaren aan de gang, maar er is geen krant te vinden die daar eens uitvoerig melding van maakt, nog wereldleiders die zich daar druk over maken.

In zomerkampen worden kinderen opgeleid om IsraŽliís te vermoorden.

Over de hele strook van Gaza worden ieder jaar tijdens de zomervakantie, duizenden kinderen ondergebracht in wat men Ďzomerkampení noemt. Dat was onder Jasser Arafat en zijn opvolger Abu Mazen zo en dat is nu Hamas de dienst uitmaakt in Gaza, nog zo.De kinderen worden geÔndoctrineerd om Joden te haten en geÔnstrueerd in alle vormen van terreur. Het gaat om kinderen in de leeftijd van 7-15 jaar verspreid over honderden kampen. De kinderen worden getraind hoe ze Kassam raketten en granaten moeten afschieten, hoe ze bommen moeten maken, hoe ze met geweren moeten omgaan,hoe springladingen moeten worden gelegd en hoe ze vanuit hinderlagen kunnen toeslaan en wat ze moeten doen wanneer ze een IsraŽli te pakken krijgen.

Zomerkampen

Een van de jaarlijks terugkerende onderdelen is waarbij een jongen verkleedt als een Joodse ĎSettlerí met zijn witte Subaru in een hinderlaag rijdt. Kinderen verkleedt als strijders in militaire kleding trekken de man uit zijn auto en laten zien hoe het met hem zou zijn afgelopen als het een echte ĎSettlerí zou zijn geweest. Aan het eind van de opleiding ontvangen de kinderen een certificaat met daarop hun prestaties. Kinderen vertellen na afloop dat ze onder meer van plan zijn IsraŽlische vliegtuigen neer te schieten en tanks op te blazen. De trainers in het kamp dragen zwarte maskers om herkenning te voorkomen.

Het aanwenden van kinderen in gewapende conflicten is door de ďVN -conventie voor de rechten van kinderenĒverboden en vastgelegd in resolutie 1261. Het gebruik van kinderen als soldaten wordt specifiek omschreven als het "schenden van de internationale wetten". Het feit dat de Palestijnse leiders deze resolutie negeren, kan de VN echter niet tot enige actie bewegen. Deze door de moslimwereld gegijzelde kliek komt pas in actie zodra ze IsraŽl aan de schandpaal kunnen nagelen.

††††

Met regelmaat worden kinderen via de Palestijnse-tv opgeroepen om ďMartelaarĒ te worden. De verwoestende opvoeding ďDood voor AllahĒ blijft de ruggengraat van de berichten aan de kinderen. Kinderen ontvangen een hersenspoeling, worden als robots gemanipuleerd en zien het ďmartelaarschapĒ als het hoogst bereikbare doel in hun leven. Zij zien er daarom niet tegenop, niet-moslims genadeloos te vermoorden. Zelfs op de basisscholen wordt de haat er in getimmerd waardoor er een vorm van Nationale bezetenheid ontstaat.Niets is hun heiliger dan de vernietiging van de staat IsraŽl en de uitroeiing van het Joodse volk. Gefinancierd door het Westen sturen de niets ontziende leiders deze kinderen op pad. Kinderen vertellen dat zij op school leren dat de zionisten hun vaderland bezetten en dat ze mee moeten helpen dat te bevrijden. De leiders van de verschillende terreurgroepen gebruiken kinderen niet alleen als menselijke schilden, maar ook als wandelende zelfmoordbommen. De stakkers zien zichzelf als martelaars wanneer ze bij de gevechten om het leven komen of zich opblazen. De zelfmoordbom is een gruwelijk gemeen wapen.

Kinderen worden door het Palestijnse bewind en Hamas opgeroepen om martelaar te worden.

Het offeren van kinderen lijkt op die van de in de Bijbel genoemde Filistijnen die hun kinderen offerden aan de god Bašl-Zebub. Opmerkelijk is dat ze niet alleen Allah vereren maar ook deze oude Filistijnse oorlogsgod. In juni 1998 bracht het toenmalige Palestijnse bewind van Jasser Arafat namelijk een postzegel uit voor internationale buitenlandse post waarop Bašl als de god van de oorlog zowel als een strijder alsmede een stier werd afgebeeld. Bašl houdt een speer in zijn hand en aan zijn gordel hangt een kort zwaard. De speer en het zwaard zijn de wapens uit het verleden. Ongeveer in het midden staat in het rood Bašl gedeeltelijk afgebeeld als stier. Bašl wordt zowel in de Bijbel als de Koran verbonden met satan. Eťn van de namen van satan is Beelzebub en is in de Bijbel een spotnaam voor de duivel. Het betekent: ďDe heer van de strontvliegenĒ.

Postzegel uitgegeven in 1998 met daarop de Filistijnse god Bašl.

In het Bijbelboek (1 Koningen:18) zet de profeet Elia, Bašl en zijn vierhonderd profeten voor schut op de berg Karmel. Elia daagt deze profeten uit de naam van hun god aan te roepen en hem te vragen om vuur te geven voor het bereiden van een stier. Daarop riepen de profeten van Bašl zijn naan aan: Bašl, antwoord ons! Maar er kwam geen geluid en niemand gaf antwoord. Daarbij hinkten zij om het altaar dat zij gemaakt hadden. Toen het middag was geworden, begon Elia hen te bespotten en zei: ďRoept luider, want hij is immers een god. Hij is zeker in gepeins, of hij heeft zich afgezonderd, of hij is op reis; misschien slaapt hij en moet hij wakker gemaakt worden.Ē Toen riepen de profeten luider en maakten zich naar hun gewoonte insnijdingen met zwaarden en speren, totdat zij dropen van het bloed. En zodra de middag voorbij was, tot het brengen van het avondoffer, geraakten zij in geestvervoering, maar er kwam geen geluid, en niemand gaf antwoord, of sloeg er acht op. Daarop riep Elia de God van Abraham, Isašk en IsraŽl aan en schoot het vuur des Heren neer en verteerde het brandoffer.

Lynchmoorden vermeende collaborateurs

Vermeende collaborateurs kregen -en krijgen nog steeds- schijnprocessen en worden dikwijls in het openbaar ter dood veroordeeld en vervolgens, ook in het openbaar, door een vuurpeloton geŽxecuteerd of publiekelijk vermoord waarbij sommigen aan hun voeten worden opgehangen en met messen bewerkt. De lichamen van de slachtoffers worden met veel bravoure door de straten gesleept terwijl honderden mensen toekijken. De PLO-politie steekt zelden een hand uit bij dit soort lynchpartijen.

Gedurende de eerste intifada van 1987 tot 1993 zijn er ruim 800 zogenaamde collaborateurs geliquideerd en sinds het begin van de tweede intifada in september 2001 is de situatie alleen maar erger geworden. Dat het bij deze moorden dikwijls gaat om onschuldige slachtoffers werd op 11 juni 2005 bevestigd door Ibrahim Abayat, toenmalig hoofd van Arafats Fatah-Tanziem terreurgroep in Bethlehem. Deze maakte bekend dat negen Arabieren die voor het begin van de IsraŽlische operatie in Bethlehem in 2002, door Arafats Fatah beweging van samenwerking met IsraŽl zijn beschuldigd en gruwelijk vermoord, onschuldig waren. Deze Abayat claimde de negen lokale moslims te hebben doodgeschoten, op beschuldiging van collaboratie. Onder de negen vermoorde Arabieren in Bethlehem waren Mahmoud Sabatin en Mohammad Dakhallah. Sabatins lichaam werd (afbeelding gemaakt op 15 maart 2002) door de straten gesleept waarna onder toeziend oog van een aantal toeschouwers waaronder kinderen, een poging ondernomen werd het lichaam op te hangen op het plein voor de Geboortekerk in Bethehem.

In 1994 verklaarde Arafat dat de verkoop van grond aan de Joden voortaan als een vergrijp zou worden aangemerkt waarop de doodstraf door ophanging zou komen te staan. Gronden verkopen door Arabieren was in de tijd na de Zesdaagse oorlog de gewoonste zaak van de wereld en bleek voor veel Arabieren een erg winstgevende handel. De maatregel van Arafat had tot gevolg dat vele Arabische families die goed hadden geprofiteerd van deze grondverkoop, plotseling in acuut levensgevaar verkeerden en sommigen gedwongen werden de PLO-gebieden te ontvluchten.

†††† Op de afbeelding rechts wordt een Arabische boer opgehangen die grond aan Joden had verkocht.

De Palestijnse politie die normaal geen hand uitsteekt om deze gruwelijke moordpartijen te voorkomen, greep nu wel in omdat internationale tv-ploegen de moord aan het filmen waren. Familieleden die het bebloede lichaam van Dakhallah kwamen weghalen bij een vuilnisemmer waar het was gedumpt, kregen van de lokale imams geen toestemming het lichaam te begraven in de Palestijnse gebieden. Woordvoerders van de terreurbewegingen die de liquidaties uitvoerden, verklaarden dat de executie diende als afschrikwekkend voorbeeld voor hen die ďcollaborerenĒ met IsraŽl. ďMaar de Ďnegení van Bethlehem waren geen collaborateurs, maar volledig onschuldige burgersĒ. Sommige verdachten zouden door de politie aan de moordenaars van de Fatah-Tanziem terreurgroep zijn overhandigd.

De slachtoffers van Ibrahim Abayat waren te vinden onder christenen, eigenaars van souvenirwinkels, pompstations en restaurants. Ook zij werden door deze terrorist zonder enige vorm van bewijs beschuldigd van collaboratie met IsraŽl en konden het vege lijf redden door de bestraffing af te kopen. Abayat word er tevens van beschuldigd twee christelijke meisjes te hebben verkracht, voordat ze werden vermoord onder het voorwendsel dat ze voor IsraŽl gecollaboreerd zouden hebben. Abayat behoorde tot de ďBende van DertienĒ aan wiens handen het bloed kleeft van vele onschuldige IsraŽlische en Arabische burgers. Bronnen in Bethlehem melden dat dit gespuis zich twee jaar lang schuldig heeft gemaakt aan verkrachting, afpersing en executies van burgers in Beit Jala en Bethlehem.

In Jenin bestormden in 2002 honderden woedende Palestijnen een rechtszaal en vermoorden daar ter plaatse drie verdachten, van wie er twee door de rechtbank ter dood waren veroordeeld. Iemand vertelde de menigte buiten de leugen dat de verdachten Ďslechtsí lange gevangenisstraffen hadden gekregen, waarop de menigte naar binnen stormde. De politie verstopte de verdachten in een toilet, maar daar werden ze door de dolle menigte uitgehaald en met kogels doorzeefd. Hun lichamen werden vervolgens in triomftocht door de straten van Jenin gesleept. Tijdens ďOperatie Defensieve ShieldĒ hebben IsraŽlische militairen een aantal gevangenen aangetroffen in een gevangenis in Sichem waarvan een deel van hen werd vastgehouden op verdenking van collaboratie met IsraŽl. Sommige gevangenen hingen al een paar dagen met hun voeten aan het plafond. Zij waren bewerkt met messen, brandende sigaretten en glas.

Op 24 augustus 2002 executeerden terroristen van de Al-Aksa Martelaren Brigade een 35 jarige moeder van zeven kinderen die was beschuldigd van collaboratie met IsraŽl nadat haar zoon een valse verklaring had afgelegd. De vrouw, Ikhlas Khouli, zou de verblijfplaats hebben verraden van de terrorist Ziad Muhammad Daías aan de IsraŽlische Autoriteiten.

Ikhlas Khouli, vermoord op beschuldiging van collaboratie

Daías was verantwoordelijk voor de massaslachting tijdens een ďbar mitzvaĒ feest in de plaats Hadera in januari 2002 waarbij 6 IsraŽliís werden vermoord en een groot aantal gewond. IsraŽlische troepen doden Daías op 7 augustus 2002. Haar 17 Ėjarige zoon vertelde dat ze hem hadden gemarteld om zo een bekentenis af te dwingen. De zoon verzon daarop het verhaal dat zijn moeder Daías had verraden, omdat hij dacht dat ze haar niets zouden doen. Een leider van de Al-Aksa Martelaren Brigade zei ďik wist dat de vrouw zeven kinderen had, maar wij hadden geen keus. Wij hebben haar zoon in leven gelaten om voor het gezin te zorgenĒ. Op de vraag waarom zijn groep mensen martelt was zijn reactie ďdit is de enige manier om bekentenissen af te dwingen van mensen die hun eigen volk verradenĒ. Maar ook deze moeder was volledig onschuldig.

Begin april 2002 drongen in Tulkarem gemaskerde terroristen een gevangenis binnen en vermoorden acht verdachten van collaboratie met IsraŽl. Met veel bravoure werden de lijken vervolgens door de straten gesleept door honderden mensen gadegeslagen. Daarna werden de dode lichamen op het marktplein zij aan zij opgehangen. Toen het IsraŽlische leger kort daarna de stad binnentrok, waren de lijken weer op het marktplein neergelegd. Het Palestijnse persbureau toonde hen aan de buitenlandse pers als "geofferden" voor de hun zaak, omgekomen en mishandeld door het IsraŽlische leger.Palestijnse journalisten durven niets te melden over dit soort duivelse moordpartijen, bang in elkaar geslagen te worden of zelf vermoord te worden. Het bewind in Ramallah wordt geleid door corrupte criminelen wiens handen druipen van het bloed van onschuldigen.

In juli 2004 is in het bijzijn van honderden toeschouwers en maar liefst 60 uitgenodigde journalisten in de plaats Kabatiya, in de buurt van Ramallah, de van collaboratie met IsraŽl beschuldigde Mohammed Rafik Abed A-Rasek (45) geŽxecuteerd. Een van de beulen was Jamal Abu-Rob, de leider van de Al-Aksa Martelaren Brigade in Noord Samaria, die onder zijn volgelingen de bijnaam "Hitler" draagt. Op zijn vraag aan de omstanders "wat is zijn vonnis?" schreeuwde de bloeddorstige menigte "executeer hem" waarop de vader van twee kinderen stierf in een regen van kogels. Getuigen vertelden dat de menigte waaronder kinderen juichten terwijl zij zich over het lichaam van de dode bogen. Daarmee wil men de bevolking afschrikken de IsraŽlische veiligheidsdiensten informatie over door IsraŽl gezochte terroristenleiders te leveren. Het komt regelmatig voor dat gemaskerde beulen, zogenaamde Ďwaakzaamheidcomitťs' gevangenissen binnendringen en verdachten van collaboratie, standrechtelijk executeren.

In een interview op de Australische tv waarschuwt de Al-Aksa Brigade terrorist Khaled Shawish in het programma The World Today, Arabieren niet met de IsraŽliís samen te werken. Zijn waarschuwing werd ondersteund met een levendige beschrijving wat zijn mannen doen met Ďcollaborateursí. Hij vertelde dat een jonge man van 20 jaar, Ahmed Sharour was opgepakt vanwege collaboratie. Ze hadden hem vastgebonden en geblinddoekt op het Manaraplein in Ramallah. De Ďbeulení vertelden de omstanders dat Sharour werkte voor IsraŽl, nadat zij hem tientallen kogels in zijn hoofd en rug hadden geschoten. Ten tijde van Arafats bewind heerste er volledige anarchie in de gebieden die onder zijn controle stonden.

In Sichem werden in januari 2005 twee jonge Arabieren vermoord die van collaboratie met IsraŽl werden verdacht. De eerste executie voltrok zich op vrijdag 14 januari op een plein in het Balata vluchtelingenkamp in Sichem waar gewapende barbaren de 23 jarige Mahmoud Mansour, 25 maal door zijn hoofd schoten onder toeziend oog van tientallen bewoners. De menigte weigerde een ambulance door te laten die het lichaam naar een ziekenhuis wilden brengen en gooiden het lichaam in een vuilnisbak. Het tweede slachtoffer was een 18 jongen Ramzi Assi. Ook hij werd vermoord door leden van Fatah op zaterdag 15 januari. Zijn met kogels doorzeefde lichaam werd vlakbij een ziekenhuis in Sichem uit een auto gegooid. Het zijn acties van monsters die het leven van hun medemens verachten. Dit soort moorden vonden massaal plaats onder Arafat en vinden nu nog steeds plaats onder de huidige leierAbu Mazen.

De internationale gemeenschap besteed geen aandacht aan deze schandalige moordpartijen. De door de wereldleiders veel geprezen en bejubelde Abu Mazen is van hetzelfde soort als zijn broeder en voorganger Jasser Arafat.Ook hij staat toe dat vermeende collaborateurs op beestachtige wijze worden vermoord. Mazen tekent regelmatig doodvonnissen. Sommigen worden opgehangen en anderen doodgeschoten na goedkeuring van het doodvonnis door de Moefti van Jeruzalem.Het Palestijnse bewind zegt met deze executies een duidelijke boodschap te willen afgeven om daarmee een eind te maken aan de chaos en wetteloosheid.Daaronder vallen ook Ďcollaborateursí. Volgens een woordvoerder bestaat er geen verschil tussen moordenaars en zij die samenwerken met IsraŽl. Onder Mazenís bewind zijn al zoín 40 verdachten zijn geŽxecuteerd, sommigen voor moord, anderen voor samenwerking met IsraŽl. Ook dit laat nog eens zien met wat voor misdadigers de wereld te maken heeft.

De 15 jarigejongen, Raed Sawalha, uit een dorp in de buurt van de plaats Qalqilya werd eerst gemarteld en daarna opgehangen. Dorpsgenoten zouden hebben gezien dat hij naar een IsraŽlische militair van de grensbewaking had gezwaaid waarop hij vervolgens werd beschuldigd van Ďcollaboratieí met IsraŽl.Dat zwaaien koste hem zijn leven, want hij werd voor straf door zijn eigen familieleden gemarteld en opgehangen. Zijn vader had hem in zijn winkel opgesloten, om zo zei hij, de jongenwat ďdisciplineĒ bij te brengen vanwege de geruchten in het dorp dat zijn zoon Ďvoor de IsraŽlische grenspolitie gewerktí zou hebben. Hij had de sleutel van de winkel aan zijn broer gegeven niet wetende dat deze van plan was om samen met andere familieleden de jongen te martelen en op te hangen.ďZe hebben hem doodgeslagen terwijl hij onschuldig wasĒ aldus de vader. Ook de opa van de jongen ontkende dat Raed kontakten met de IsraŽlische Autoriteiten zou hebben gehad en vroeg zich af hoe de zaak heeft kunnen escaleren tot deze weerzinwekkende moordpartij.Een ander familielid, Imad Sawalha zei ďwij geloven dat er een ander motief voor zijn dood moet zijn. Hoe kan een jongen van 15 jaar oud collaboreren met IsraŽl?

Gebeurtenissen als op deze afbeelding zijn geen uitzondering in de gebieden die onder controle staan van het Palestijns bewind. Een man trapt tegen het levensloze lichaam van een vermeende collaborateur nadat deze is vermoord. De publieke belangstelling is groot.De familieleden die bij de moordpartij betrokken zijn geweest, zijn gearresteerd. De oom bekende aan de politie dat hijďzijnĒ zelfbeheersing had verlorenĒ toen een aantal jongens in het dorp hem vertelden dat zijn neef naar de IsraŽlische militair had gezwaaid. "Laat Allah ons genadig zijnĒ zei verslaggever Muwafa Matar. ďHij was nog maar een jongen. De hand die de strop om zijn onschuldige nek heeft gelegd, kan dat van een menselijk wezen zijn geweest? Is ons moraal en onze eigen waarde tot zoín laag niveau gezakt.

De website van de Jeruzalem Brigades,de militaire terreurvleugel van de Islamitische Jihadpubliceerde een serie fotoís in een kleuterschool van deze beweging in Gaza. De kinderen voeren een act op waarin zij doen alsof ze gewapende Palestijnse terroristen zijn, Palestijnse gevangen en IsraŽlische bewakers. De correspondent interviewde ook ťťn van de kinderen die zei het besluit te hebben genomen te willen sterven als een shaheed (martelaar). Wanneer ik straks groter ben, zei hij, ďWil ik een bus binnengaan met veel Zionisten om mijzelf op te blazen en alle inzittenden te doden. Klik hier voor het zien vanvideo over de opleiding van deze kinderen.

Erg aandoenlijk nietwaar!

Kinderen in de handen van gewetenloze journalisten en Palestijnse terreurleiders

Op 8 oktober 2010 waren ophitste kinderen van plan David Be'eri, de directeur van de Elad organisatie te stenigen. Maar liefst zeven fotografen en twee tv-ploegen waren in Silwan (shiloach) nabij de Oude Stad van David in Jeruzalem aanwezig, om de steniging op beeld vast te leggen. De Britse krant de Guardian meldde dat de fotograaf Ilia Yefimovich toevallig precies op het goede moment op de juiste plaats was. Maar niets is verder van de waarheid dan deze verklaring want naast Yefimovich waren er nog 6 fotografen die zo Ďgelukkig waren precies op het goede moment op de juiste plaatsí te zijn waaronder Associated Press de Daily Mail en natuurlijk niet te vergeten de islamitische haatzender Al Jazeera.

De cameraís zoemden en de fotografen schoten hun plaatjes toen de Ďkleine martelarení de auto van Beíeri bekogelden. Het is business, handel, dat geld oplevert, maakt niet uit wat de gevolgen zijn. Dit soort fotografen houden er andere normen op na dan men normaal gesproken zou mogen verwachten. Beíeri voelde dat zijn leven in gevaar was en probeerde weg te komen maar kon daarbij twee van de stenengooiers niet meer ontwijken. Eťn van hen liep diverse verwondingen op, de ander raakte lichtgewond. De vraag is wie de pers heeft uitgenodigd naar Silwan te komen en wie de jongens heeft geronseld? Tijdens de 1steen 2deintifada (het Arabisch woord voor afschudden) is het regelmatig voorgekomen dat kinderen door cameraploegen en fotografen zijn geronseld en betaald om IsraŽlische militairen met stenen te bekogelen om zodoende de niets vermoedende wereldburgers te trakteren op door henzelf uitgelokte gewelddadigheden.

Dit soort beelden krijgt de wereld natuurlijk niet te zien.

Maar meestal zijn het de terreurleiders die de kinderen aanzetten tot dit soort daden en nodigen vervolgens de hen gewillige fotografen uit de rellen te komen filmen. Het zijn persmensen die bekend staan als anti-IsraŽlische propagandisten en er alles voor over hebben om IsraŽl aan de schandpaal te nagelen. De gewelddadigheden in Silwan zouden nooit zijn gebeurd wanneer er geen fotografen bij aanwezig zouden zijn geweest. Steeds opnieuw blijken nieuwsbrengers te zijn verworden tot propagandaboodschappers van de terreurleiders en verkopers van misleidende en gemanipuleerde informatie.

Op 10 oktober 2010 werden op dezelfde plaats opnieuw IsraŽlische burgers en een team van Channal 2 met stenen bekogeld. De kinderen zijn werktuigen in handen van gewetenloze schurken en anti-IsraŽlische propagandisten, maar noch de internationale mensenrechten organisaties, noch deĎWereldleidersí bekommeren zich om het lot van deze kinderen, die hebben het te druk met het demoniseren van IsraŽl.Wat in Silwan gebeurde was geen nieuws Ė maar gefabriceerde smeerlapperij. Dit is wat een deel van de media de wereldburger laat zien.

De lerares Zehava Weiss was dinsdag 21 februari 2012 onderweg van haar werk naar huis, toen de voorruit van haar auto door meerdere stenen werd geraakt. Het incident vond plaats op de weg door het Palestijnse dorp Beit Ummar. Weiss, die in het Joodse dorp Karmei Tzur woont, raakte niet gewond en kwam met de schrik vrij. Weiss zei tegen de Nieuwssite Ynet: ďPlotseling stonden er heel veel mensen om mijn auto heen en ik wist meteen dat er iets ging gebeuren. Ik ben gewoon doorgereden, omdat er geen politie of soldaten in de buurt waren. Ik woon in Karmei Tzur en bijna iedere dag worden er in het naburige Palestijnse dorp stenen naar IsraŽlische autoís gegooid.Ē Meerdere fotografen van verschillende persbureausís stonden aan beide kanten van de straat om de auto heen met hun cameraís in de aanslag. Het grote aantal fotoís van de gebeurtenis vanuit verschillende perspectieven laten de medeplichtigheid en gewetenloosheid van de aanwezige journalisten zien.

2000 dollar voor ďde nabestaanden van de martelaar SamoudyĒ.

Het volgende bericht bewijst nog maar eens hoe ziek de Palestijnse samenleving wel is. Op dinsdag 25 januari 2011 verscheen het bericht in de PLO-krant Al-Hayat Al-Jadida: ,,President Mahmoud Abbas (Abu Mazen) schenkt 2000 dollar aan de nabestaanden van  Shahid SamoudyĒ. In januari 2011 reed de terrorist Khaldoun ĎSalemí Samoudy met een taxi naar een IsraŽlische controlepost in Hamra om deze op te blazen. Hij droeg twee zelfgemaakte bommen bij zich, pijpen gevuld met springstoffen, nagels en gebroken glas, in de bedoeling zoveel mogelijk IsraŽlische soldaten te doden en vooral er zoveel mogelijk voor het leven te verminken. Bij de controlepost aangekomen duikelde hij uit de taxi, strompelend in zijn veel te lange djelaba, rende de door de PLO-leiders geÔndoctrineerde Ďstakkerí naar de IsraŽlische soldaten onder de kreten ďAllahu AkhbarĒ. De soldaten vuurden enkele waarschuwingsschoten af in de lucht, maar er was geen houden meer aan. De enige manier om hem te stoppen was het vuur te openen voor hij zijn bom kon laten ontploffen.

Martelaar Khaldoun Najib Samoudy sneuvelde in het zicht van de meet.

Dit was misschien wel het einde van de onfortuinlijke Samoudy maar het overtuigende begin van een roemrijke martelaarscarriŤre in de gelederen van het Palestijnse bewind want het volgende bericht van dinsdag 25 januari 2011 in de krant Al-Hayat Al-Jadida van al-Fatah (partij van Abbas) : ďPresident Mahmoud Abbas schenkt 2000 dollar bloedgeld aan ďde nabestaanden van de Shahid SamoudyĒ [bron: PMW] Het is moeilijk vechten tegen een vijand die graag wil sterven, die gelooft dat de dood beter is dan het leven, die meent verzekerd te zijn van het paradijs als hij sterft terwijl hij ďongelovigenĒ afslacht. Deze doodscultuur is al zo oud als de islam en is vanaf het begin gebruikt bij de bloedige aanvals- en veroveringsoorlogen die moslims, zolang ze daartoe de macht hadden, altijd gevoerd hebben.

Terug naar: Inhoud