Leugens over Jenin.

Door: Franklin ter Horst. (Aangemaakt: mei 2002) (Laatste bewerking: 11 september 2011)

In april 2002 ging een golf van verontwaardiging door de wereld nadat de PA/PLO- nazipropagandamachine het gerucht had verspreidt dat het Israëlische leger tijdens “Operation Defensive Shield” een massaslachting had aangericht in Jenin.‘Palestijnse’ woordvoerders waaronder Saeb Erekat en Jasser Abed Rabbo vertelden dat er 1500 doden lagen onder het puin van het zogenaamde ‘vluchtelingenkamp’ in Jenin.

 

Ook sprak men van openbare executies om zo de haat tegen Israël verder aan te wakkeren. De directeur van het ziekenhuis in Jenin, Dr.Abu Raili sprak van massamoord op onschuldige ‘Palestijnse’ burgers. De internationale media nam de informatie over en meldde zonder over enige betrouwbare informatie te beschikken van een door Israëlische militairen aangerichte massamoord. De Britse krant The Guardian schreef: ,, De Israëlische acties in Jenin zijn net zo weerzinwekkend, als de aanslagen van Osama bin Laden op 11 september in Amerika." De London Evening Standaard schreef: ,, er is sprake van een massamoord, van genocide, die men probeert in de doofpot te stoppen." De Times of London schreef: ,, in meer dan tien jaren oorlog in Bosnië, Tjetsjenië, Sierra Leone en Kosovo, hebben wij niet meer zo’n totale verwoesting gezien en minachting voor het menselijk leven." De Daily Telegraph schreef: ,, honderden slachtoffers zijn begraven door bulldozers in massagraven."

Niet alleen in Engeland waren deze leugenachtige teksten te lezen maar de media in de hele wereld deed mee aan deze anti-Israël hetze. Een invloedrijk Europees magazine citeerde onder titel "de overlevenden vertellen hun geschiedenis" de uitspraken van een ‘Palestijn’ genaamd Abu Ali. Deze vertelde dat zijn 9 kinderen onder de ruïnes van het ‘kamp’ lagen en dat hij de lucht van hun dood geroken had. De reporter en zijn redacteur publiceerden het verhaal zonder onderzoek te doen naar de betrouwbaarheid ervan. Abu Ali bleek het verhaal volledig verzonnen te hebben want zijn kinderen werden niet onder de doden aangetroffen. Het magazine nam niet eens de moeite het gruwelverhaal te rectificeren. CNN liet vele dagen achtereen steeds dezelfde doden zien. Een dode vrouw die herhaaldelijk werd getoond, bleek te zijn overleden aan een hartaanval. Ook toonde men beelden die de indruk wekten alsof er in heel Jenin geen steen meer op de andere was gebleven. De waarheid is dat 10% van het ‘kamp’ is verwoest en dat dit voornamelijk is veroorzaakt ten gevolge van door terroristen geplaatste explosieven.

 Mede door ‘Palestijnse’ terroristen aangerichte verwoestingen.

Er waren op alle mogelijke plaatsen explosieven aangebracht, zelfs gebonden aan lijken op straat en aan een invalidewagen die met een man erin in een open ruimte was neergezet om zo de aandacht van de Israëlische militairen te trekken. Honest Reporting, die de internationale media wereldwijd controleert op anti-Israël publicaties, riep eind 2002 een winnaar uit van de meest "leugenachtige media rapportage" van het jaar 2002. De ‘onderscheiding’ viel ten deel aan de Britse media vanwege het publiceren van regelrechte leugens over de gebeurtenissen in Jenin.

Het valt op dat de media zich op éénzelfde lijn hebben opgesteld m.b.t. de journalistieke bijdragen over het Midden Oosten. Sinds het begin van de "Tweede Palestijnse opstand" eind september 2000, heeft Israël niet alleen terroristen te bestrijden, maar ook de media. De berichtgeving is tendentieus en lijkt er bewust op gericht het imago van de staat Israël en het Joodse volk te beschadigen, De informatie kenmerkt zich door misleidende definities, onevenwichtige verslaggeving, als nieuws vermomde persoonlijke meningen, gebrekkige achtergrondinformatie, selectieve nieuwsgaring en verkeerde gevolgtrekkingen. Hoezeer de ‘Palestijnen’ verguld zijn met deze vorm van berichtgeving bleek uit een uitspraak van Fayad Abu Shamala op een bijeenkomst van de ‘Palestijnse’ terreurbeweging Hamas op 6 mei 2001 waarin hij zei: ,, journalisten en media voeren schouder aan schouder campagne met het ‘Palestijnse’ volk." Eenzijdigheid en of vooringenomenheid in de berichtgeving over het conflict tussen Israël en de ‘Palestijnen’ brengen het publiek als ook de politici ertoe een misvormd beeld over de realiteit te kweken. Deze invloed veroorzaakt een anti-Israël stemming en op basis daarvan worden zelfs politieke beslissingen genomen.

De toenmalige VN-gezant voor het Midden-Oosten Terje Roed Larsen, die zich persoonlijk op de hoogte kwam stellen van de situatie in Jenin, sprak eveneens van massamoord zonder de werkelijke feiten te kennen.

 Terje Roed Larsen, hier bij zijn grote vriend in Ram’allah.

Hij zei de lucht van rottend vlees te hebben geroken en speelde daarmee in op de internationale massahysterie rond de gebeurtenissen in het ‘kamp’. Hij vertelde dat hij en zijn medewerkers gruwelen hadden gezien die het voorstellingsvermogen te boven ging. Het was hem voorgekomen als de verwoesting na een aardbeving. Larsen beschuldigde Israël ervan het reddingswerk te hebben verhindert door reddingsteams de doorgang te beletten. Ook Larsen bleek zonder enige reserve de leugens van de PA/PLO-nazipropagandamachine te hebben overgenomen. Hij gaf er met zijn uitspraken blijk van geen enkele behoefte te hebben de waarheid boven tafel te brengen over wat er zich werkelijk in het ‘kamp’ heeft afgespeeld. Alles was erop gericht Israël’s imago in de wereld verder te bezoedelen. De ‘Palestijnse’ propaganda heeft op een perverse manier misbruik gemaakt van de gebeurtenissen in Jenin. En zo haalde de PA/PLO- terreurbaas Arafat en zijn bendeleden de sympathie van de wereld binnen.

Amnestie International, wat zich nooit bekommert om de slachtoffers aan Israëlische zijde, kwam eveneens met kritiek zonder de feiten eerst te onderzoeken. Een woordvoerder zei te vrezen dat de mensenrechten waren geschonden. Een van de weinigen die het opnam voor Israël was de voormalige Amerikaanse minister van BZ Colin Powell die verklaarde dat er geen enkele sprake was van massamoord in Jenin. Israëlische bronnen melden aanvankelijk dat ertussen de 50 en 80 doden aan ‘Palestijnse’ kant waren gevallen. Medewerkers van het ziekenhuis in Jenin vertelden op 25 april 2002, 50 lichamen te hebben geborgen, praktisch allemaal van gewapende PA/PLO-terroristen. Ook de VN kwamen na lang aarzelen in augustus 2002 met een rapport dat niets er op wees dat er een massamoord had plaatsgevonden. Er vond echter geen enkele verontschuldiging plaats voor de eerder gedane uitspraken van hun medewerker Terje Roed Larsen. Hanoch Marmari, chef-redacteur van de Israëlische krant Ha’aretz, zei tijdens een toespraak in Brugge ( België) op 27 mei dat de juiste cijfers uitwezen dat er in Jenin in totaal 56 doden zijn gevallen waaronder 3 kinderen en 4 vrouwen, de rest waren terroristen.

Zelfs een lid van de Islamitische Jihad, Tabaat Mardawi, vertelde later aan CNN dat er geen sprake was van door de Israëli’s gepleegde massamoord. Wel sprak hij van hevige gevechten. Over de verwoestingen in Jenin zei hij dat deze voor een belangrijk deel door de ‘Palestijnen’ zelf waren veroorzaakt. Hij vertelde dat er tussen de 1000 en 2000 bommen en boobytraps verspreid over het ‘kamp’ waren aangebracht.

  Zakaria Zubeidi, met portret van Arafat, een van de terreurleiders in Jenin.

Een groot deel van alle PA/PLO-zelfmoordterroristen is getraind of was afkomstig uit Jenin. Van de 60 plegers van zelfmoordaanslagen die in 2002 Israëliërs aanvielen, kwamen er 23 uit Jenin. Deze stad is van oudsher al bekend als broedplaats van moorddadig gespuis. Vóór 1948 tegen de Britten en nu tegen Israël. Dat was de reden waarom Israël tegen deze plaats ten strijde trok. Er ontwikkelde zich een felle en verbeten strijd tegen een tegenstander die niet schroomde om ‘Palestijnse’ burgers als menselijk schild te gebruiken. Dit was geen picknick maar regelrechte oorlog, aldus Israëlische woordvoerders. Israël verwijt de wereld terecht dat het volledig voorbij gaat aan de achtergrond van de militaire acties, de bloedige ‘Palestijnse’ zelfmoordaanslagen op onschuldige joodse burgers. Israël koos niet de weg van zware bombardementen zoals de Amerikanen in Afghanistan en Irak. Israël koos de weg om zoveel mogelijk ‘Palestijnse’ burgers te sparen maar betaalde daarvoor met het leven van 23 van hun reserve- soldaten. Eerst waren alle burgers opgeroepen om naar buiten te komen en te vertrekken. Wat achter bleef waren terroristen. Een Israëlische militair die uit Jenin terugkeerde zei: ,, wij hadden in Jenin te vechten tegen twee vijanden, ‘Palestijnen’ en de media". Een andere militair vertelde de volgende schokkende gebeurtenis: ,, terwijl wij in het kamp in Jenin op zoek waren naar ‘Palestijnse’ terroristen kwam een jongetje van naar schatting 10 jaar oud op ons toegelopen met om zijn middel een explosievengordel, die zich opblies. De klap van de explosie was zo hevig dat een nabij gelegen gebouw- dat volledig ondermijnd bleek met explosieven- in elkaar stortte. Hierbij vonden naast een aantal ‘Palestijnen’ ook Israëlische militairen de dood.

Volgens Israëlische woordvoerders zijn een groot aantal gebouwen in het ‘kamp’door de PA/PLO-terroristen zelf opgeblazen om de Israëlische troepen de weg te versperren. Ejal Shlein, de Israëlische commandant van de "Jenin" operatie, vertelde dat het Israëlische leger een aantal zelfmoordenaars had opgepakt die hun video-opnamen waarin ze hun gruwelijke act beschreven, al hadden gemaakt. Shlein vertelde ook dat de terroristen ‘Palestijnse’ inwoners hadden gedwongen hun huizen van boobytraps te voorzien. De verwoestingen in Jenin zijn hiervan het gevolg en niet van Israëli’s geweld. Onder een groep ‘Palestijnen’ die zich overgaven bevonden zich ook twee zelfmoordenaars. De groep werd gesommeerd op veilige afstand te blijven. Dit redde de Israël’s het leven want de twee bliezen zich op zonder verdere slachtoffers te maken. Ook de bewering dat medische hulp en ambulances van het Rode Kruis met regelmaat door het Israëlische leger zouden zijn tegengehouden is maar ten dele waar. Er zijn namelijk gevallen bekend dat het juist de ‘Palestijnse’ terroristen waren die de ambulances tegenhielden. Ze wilden de doden en gewonden op het strijdtonaal laten liggen voor publicitaire doeleinden. In een gepubliceerd onderzoeksrapport van de Libanese Hezbollah vertellen ‘Palestijnse’ kinderen dat zij actief hebben deelgenomen aan de strijd. Kinderen vertelden de journalist dat zij inplaats van stenen, handgranaten naar de militairen hadden gegooid en zakken met explosieven hadden geplaatst.De gebeurtenissen in Jenin zijn geheel te wijten aan het PA/PLO- terreurbewind onder wiens ogen de terroristen ongestoord hun gang konden gaan met het produceren van bommen en het voorbereiden van aanslagen in Israël. Daarmee heeft men tevens de levens van haar eigen burgers in gevaar gebracht.

Op 2 mei 2002 waren er op de Israëlische televisie beelden te zien van een begrafenis in Jenin op 28 april. De beelden waren gemaakt door een onbemand verkenningsvliegtuigje van het Israëlische leger. Te zien was een ‘baar’ met daarop een ‘dode’ toegedekt met een laken, die ten grave gedragen werd.

 voorbeeld

De baar werd begeleid door een grote ‘opgetrommelde’ menigte. Door het gedrang van de menigte viel de ‘dode’ voor de eerste maal van de baar en te zien was hoe hij er weer snel werd opgelegd. Blijkbaar wist de groep mensen die het ‘lijk’ naar zijn laatste rustplaats begeleiden, niet beter dan dat ze werkelijk met een lijk van doen hadden. Even verderop viel de ‘dode’ opnieuw van de baar. Nu stond het ‘lijk’ zelf op en rende weg omdat hij kennelijk het gesol met hem zat was. Ook de menigte stoof uit angst uiteen omdat ze dachten dat de man uit de dood was opgestaan. Alleen de dragers van het ‘lijk’ –deze wisten natuurlijk dat er hier niet het wonder van de ‘opstanding’ der doden had plaatsgevonden - stonden nog rond de baar. Tot vermaak van velen in Israël werden de beelden herhaaldelijk uitgezonden. Het is al langer bekend dat het PA/PLO-regiem "begrafenissen" in scène zet en op videobanden vastlegt teneinde Israël van een niet gepleegde moord te kunnen beschuldigen. De valse opnames worden niet alleen door Arabische zenders uitgezonden maar ook dikwijls door internationale zenders als CNN overgenomen.

Bronnen binnen het Israëlische leger meldden verder dat ze ‘Palestijnen’ hebben betrapt die op een begraafplaats in Jenin, bezig waren met het opgraven van lijken, om deze vervolgens te herbegraven in een "massagraf" in het ‘kamp’ in Jenin. Dit massagraf moest dienen als bewijs voor de beschuldiging dat de Israëli’s daadwerkelijk een ‘bloedbad’ hadden aangericht. ,,Het aantal werkelijke slachtoffers stond immers in schril contrast met de honderden doden die door  aartsleugenaar Erekat waren genoemd dus moest het aantal slachtoffers in het "massagraf" wat worden opgevoerd." Een woordvoerder van een reddingsteam uit Engeland, wat bestond uit artsen en ander reddingspersoneel, dat in een VN-bus Jenin bezocht, vertelde dat één van de lichamen van het ‘bloedbad’ die zei onderzocht hadden, van een man was die al meer dan twee jaar dood was. Woordvoerders van het Israëlische leger vertelden voor een Israëlisch tv-station ook dat de ‘Palestijnen’ kadavers van dieren onder de puinhopen van het ‘kamp’ hadden verstopt om zo de stank van rottend vlees te creëren en op deze manier de internationale waarnemers te misleiden. Velen trapten inderdaad in de ‘stank’ val w.o. Terje Roed Larsen van de VN.

Ondanks alle bewijzen dat er géén door Israël gepleegde massamoord in Jenin heeft plaatsgevonden, noch dat het Israëlische leger aansprakelijk gesteld kan worden voor de verwoesting van het kamp, kwam er eind 2002 een film in roulatie waarin alle leugens weer opnieuw werden opgedist. De producent van de film Mohammed Bakri toont de kijker een aaneenschakeling van anti-Israëlische propaganda en leugens. Dr. Abu Raili, directeur van het ziekenhuis in Jenin beweert in de film dat de westelijke vleugel van het ziekenhuis gebombardeerd en vernietigd werd: ,, deze vleugel heeft echter nooit bestaan" Er is geen enkel deel van het ziekenhuis opgeblazen noch gebombardeerd. Het Israëlische leger is zelfs bewust het ziekenhuis niet binnengegaan ondanks dat men wist dat het diende als schuilplaats voor terroristen. Ook vertelt iemand in de film dat het leger een baby vermoord zou hebben door het een kogel in de borst te schieten. De kogel zou een enorm gat hebben veroorzaakt in borst en rug. Volgens de zegsman stierf de baby, nadat IDF-militairen zijn evacuatie naar het ziekenhuis hadden verhinderd. :,, deze baby is nooit gevonden". Dezelfde ‘getuige’ verteld ook dat tanks vele keren over levende mensen heen waren gereden, totdat ze totaal verpletterd waren: ook dit is nooit gebeurd" Israël heeft er juist alles aan gedaan om de levens van burgers zo min mogelijk in gevaar te brengen. Ook vertelt men in de film dat Israëlische vliegtuigen de stad gebombardeerd hebben: ,, er waren geen vliegtuigen". Om te voorkomen dat er burgerslachtoffers zouden vallen werd alleen gericht vanuit helikopters geschoten.

De film gebruikt systematisch en herhaaldelijk manipulatieve beelden van tanks, genomen op andere locaties en plaatst deze beelden kunstmatig naast beelden van ‘Palestijnse’ kinderen. De film is niets anders dan misselijk makende anti-Israëlische propaganda en een aaneenschakeling van leugens. Toegevoegd moet nog worden dat van de filmmaker Bakri enkele familieleden, opgepakt zijn als terroristen, die verantwoordelijk waren voor de verschrikkelijke busaanslag bij Meron. Hij heeft notabene de brutaliteit gehad om daarover zijn kritiek te uiten over de Israëlische geheime dienst. Zijn leugenachtige film hoeft dan ook voor niemand een verbazing te zijn. Bij een interview dat door de tv werd uitgezonden, werd hen gevraagd: ,, hoe kunt u zo een film maken, terwijl u weet dat de werkelijke feiten een heel ander verhaal vertellen?". Zijn antwoord was: ,, het is een film en geen documentaire. In een film moet alles altijd aangedikt worden opdat het interessant blijft om naar te kijken." Het is natuurlijk duidelijk dat een dergelijke film als waarheidsgetrouw wordt opgevat door de kijkers en dat geen enkele toeschouwer ( zeker niet in het buitenland) zich realiseren zal dat de doelstelling van deze bedrieglijke man het demoniseren van Israël is!

De Franse filmer Pierre Rehov heeft een video gemaakt “ The Road to Jenin”  waarin hij het ware verhaal vertelt over de gebeurtenissen in Jenin.

Deze video laat nog eens zien hoe smerig de beschuldigingen aan het adres van Israël zijn geweest. De film begint in Netanya waar bij een bloedige terreuraanslag 20 Israëli’s zijn vermoord. Te zien is een vrouw wiens man is gedood, haar dochter en haar schoonzoon. Deze moord was voor Israël de aanleiding het terreurbolwerk Jenin binnen te vallen. Aan het eind van de film reist Rehov naar Jenin om ‘Palestijnen’ te interviewen om hun kant van het verhaal te horen, maar het bleek dat het merendeel nog steeds in hun eigen leugens geloofden.

Bronnen: http://israelinsider.com Nai Newsletter Jeruzalem,4-23-24 april-2002 en 3-5-2002. Arutz-7 IsraelNationalNews, 4-11-19 en 23 april 2002. Internationale Christelijke Ambassade Jeruzalem(ICEJ), Jeruzalem, 26 maart en 10-11-19 en 23 april 2002.Jeruzalem Post, april 2002. WorldNetDaily, 14 april 2002. VN rapport www.un.org .Honest Reporting ,7-8-2002.WorldNetDaily, An astonishing new film by Pierre Rehov—‘The Road to Jenin,2 augustus 2004.

Zie ook: Inhoudsopgave