Lang niet alle Arabieren haten Israël

Door: Franklin ter Horst (Aangemaakt : 25 januari 2012)

Sinds de zogenaamde Arabische lente wordt het Israëlische ministerie van Buitenlandse Zaken overspoeld met Arabieren die asiel aanvragen of visa voor een bezoek. Sommigen vragen zelfs dienst te mogen doen in het Israëlische leger. Onder de steeds maar toenemende haat in de Arabische wereld tegen Israël, blijken duizenden Arabieren uit landen als Egypte, Syrië, Jordanië en Irak te willen vertrekken en zich in de Joodse staat te willen vestigen. Zij beginnen te beseffen dat Israëlisch geen bloeddorstige monsters zijn zoals hen dat van kinds af aan is geleerd. Ook zijn ze tot de ontdekking gekomen dat de bewoners van Israël het veel beter hebben dan in de totalitaire Arabische samenlevingen. Velen beginnen zich ook te realiseren dat het onder de nieuwe machthebbers mogelijk nog slechter zal worden dan het al was en de vrijheden tot een minimum beperkt zullen worden. Het Israëlische ministerie van Buitenlandse Zaken zei tegen de krant Yediot Achronot dat het zelfs verzoeken ontvangt van 'leden van Arabische parlementen, leden van politieke bewegingen en andere belangrijke politieke figuren.' "Jullie zijn het enige land (in de regio) dat de persoonlijke vrijheid respecteert", schreef Dawoud, een computertechnicus uit Irak die politiek asiel aanvroeg in Israël. "De mensen van Israël zijn de sterkste en beschaafdste in de regio", schreef een andere jongeman uit Iran, die naar de Joodse staat wil verhuizen met zijn hele gezin.

Deze ontwikkeling doet denken aan de Arabische immigratie naar het Heilige Land tussen 1893 en 1948. Door de massale Joodse immigratie kwam er een economische ontwikkeling op gang waardoor arme Arabieren uit de omringende landen het door de Volkerenbond aan Israël toegezegd land binnentrokken op zoek naar een beetje welvaart. Dankzij de nieuwe mogelijkheden nam het levenspeil van de Arabieren enorm toe, steeg hun welvaart met gevolg dat Arabische immigranten uit omringende landen bleven toestromen. Uit Britse gegevens blijkt dat in die jaren de Arabische bevolking in het gebied met 120 procent toenam, veel meer dan de natuurlijke bevolkingsgroei. In Jaffa hebben zich in die tijd Arabieren uit niet minder dan 15 Arabische landen gevestigd. Een in 1931 gehouden volkstelling maakt duidelijk waar de in 1931 aanwezige moslims vandaan kwamen. Nog steeds dragen heel wat Arabieren die nu tussen de Jordaan en de Middellandse Zee wonen de achternamen die hun Arabische landen van herkomst verraden. 

Dat lang niet alle Arabieren Israël haten is niet of nauwelijks in het nieuws terug te vinden. Er komen steeds meer reacties van Arabieren die zeggen niet onder het PLO-bewind in Ram-allah te willen leven. Een belangrijk, maar vaak genegeerd aspect in het conflict tussen Israël en PLO-bewind is dat veel gewone Arabieren die leven in de gebieden die onder controle van dit bewind staan, helemaal geen onafhankelijke Palestijnse staat willen en zeggen dat een dergelijke staat rampzalig zou zijn, en dat ze liever onder Israëlisch bestuur blijven. De duizenden Arabieren koesteren sympathie voor de Joodse staat en vinden werk in de Joodse dorpen in Samaria en Judea en ook elders in Israël. Daar verdienen ze hun geld voor het dagelijks levensonderhoud. Zij zeggen dat de Joodse dorpen eerder een zegen dan een vloek voor hen zijn en vinden dat Samaria en Judea in geen geval in handen van het PLO-bewind mogen vallen.

Op 13 januari 2012, had Yishai Fleisher, redacteur van JewishPress.com tijdens  een inhuldigingsceremonie van IDF Paratroopers in Jeruzalem, een ontmoeting met Moslims en Arabieren, die er trots op zijn om als soldaten in het Israëlische leger te dienen.

Volgens Sjeik Abu Khader Dschabari heeft de wereld geen enkel idee van wat er in werkelijkheid leeft onder de bevolking in deze gebieden. “Een eventuele erkenning van een Palestijnse staat door de VN, zal noch de Arabieren in deze gebieden, noch de Israëli’s iets positiefs brengen.” Dschabari noemt de mooiste jaren van zijn leven de tijd voordat de omstreden Oslo-akkoorden in werking traden. “Destijds hadden wij het onder Israëlische leiding vele malen beter, in het bijzonder op financieel gebied. Vandaag hebben wij in de gebieden die onder controle van het bewind in Ram-allah staan, een werkloosheid van 40 procent.”

Rania Fadel – een Israëlisch-Arabische studente – en vrijwilligster voor de organisatie Stand with Us, neemt het op voor de democratie van Israël. Rania windt er geen doekjes om: “Apartheid in Israël bestaat niet – dat is een leugen,” zegt ze. “Kom naar Israël en zie met je eigen ogen hoe het echt is.”

Shirin Shlian, een 20-jarige soldate van het IDF, is afkomstig uit één van de Arabische dorpen van Galilea.Haar baan bij het Israëlische leger is om middelbare scholieren aan te moedigen om zich in te schrijven – en nog beter: om dienst te nemen in de gevechtseenheden van het IDF. Terwijl vele Joodse jongens hun best doen om de militaire dienstplicht te ontduiken, klinkt het verhaal van de Shlian familie haast ongelooflijk. Shirin is trouwens niet enige die in het IDF dient; haar broer is een majoor in een gevechtseenheid en een andere broer klopt dienst bij een Grens Bewakingseenheid. “Vele Arabieren en Joden vragen me waarom ik bij het IDF ben gegaan,” vertelt Shirin aan haar vrienden in Illit, een stadje gelegen ten noorden van Nazareth. “Vooral Joden die horen dat ik een Arabische ben, begrijpen niet wat ik hier in het leger kom doen en waarom ik me liet aanwerven. “Het zal wellicht liggen aan de goede opvoeding die ik van thuis uit heb gekregen. Ik glimlach naar iedereen en ik discuteer met niemand.”

 Zij zegt trots te zijn in het Israëlische leger te dienen.

Shirin werd verscheidene maanden geleden opgeroepen en nam deel aan een cursus voor instructeurs van jongeren. Als deel van haar baan, bezoekt zij middelbare scholen in Nazareth Illit en praat er met scholieren van de 11de en 12de graad over aanwerven in het leger. “Ik geef de studenten les over de eerste meldingsplicht, dienstneming bij het IDF en de banen die het leger aanbiedt. Daarnaast voer ik persoonlijke gesprekken met elke student met het doel hen aan te moedigen om de significante en zinvolle bijdrage te lever aan hun militaire dienst. “De studenten applaudisseren voor mijn besluit om me vrijwillig aan te melden en dienst te nemen bij het leger en alzo mijn bijdrage te leveren tot de Staat.” Desalniettemin – en om veilig te spelen – verwisselt Shirin haar uniform en draagt gewone burgerkleren telkens zijn naar huis weerkeert, om te voorkomen dat ze lastig wordt gevallen door hen die haar houding afkeuren. Alhoewel, zegt ze “Ik ben van niemand bang. Ik heb geen enkele bedreiging ontvangen.” Shirin besluit: “Ik ben zeer trots op mijn militaire dienst. Ik heb er al altijd van gedroomd om bij het IDF te gaan en een bijdrage te willen leveren aan mijn land.” Zij zegt dat ook haar vrijer haar besluit steunt om in het leger dienst te kloppen.

Burgemeester Shimon Gapso van Nazareth Illit heeft slechts goede dingen over haar te vertellen: “Soldaat Shirin geeft hiermede het goede voorbeeld. Er zijn in Nazareth Illit nog veel meer anderen zoals zij, een stad die de coëxistentie symboliseert tussen alle partijen.”

"Ik ben er trots op dat ik in het Israëlische leger dien", zegt moslim Siad Churani. Hij komt uit het Arabische dorp Aqabara, in de buurt van Safed. "Veel mensen verbazen zich erover dat ik bij de elite-eenheid Golani in het Israëlische leger dien. Maar ik vind dat ik in een land woon, dat mij veel heeft gegeven." Siad hoort bij het groeiend aantal Arabische Israëlische staatsburgers dat zich aanmeldt bij de IDF, het Israëlische leger. Net als Ittai, uit II Samuël 15:19. Ittai was een soldaat eersteklas in het leger van David. Maar hij was ook een Gatiet, dus afkomstig uit een van de Filistijnse steden. Ittai hoorde bij de zeshonderd mannen die loyaal bleven aan David en wegvluchtten uit het leger van Absalom. In het zomernummer van 2010 schreef de redactie van Israël Today al dat de interesse voor een dienstverband in het leger stijgt onder de in Israël wonende Arabieren.

 

 Joden, Arabieren, Shi’itische moslims, Druzen en Bedoeïenen, allemaal tesamen in het Israëlische leger.

 

Tijdens een speciale bijeenkomst ter gelegenheid van het Loofhuttenfeest in de loofhut van Generaal Ashkenasi, vertegenwoordigde de eerder genoemde Siad Churani zijn medesoldaten van de Golani-eenheid. "Het was een grote eer voor mij", zegt Siad glunderend. Hij draagt het insigne van een ‘uitmuntend militair’. In het begin hadden zijn Joodse kameraden hem nog een beetje argwanend gevraagd hoe hij als Arabier dacht te kunnen functioneren bij een elite-eenheid als de Golani. Nu zegt hij: "Ik geniet ieder ogenblik van het contact met mijn medesoldaten. Er is geen spoortje onderscheid te vinden tussen mij als Arabier en de Joodse soldaten. Integendeel, telkens als ik op verlof ben, verlang ik terug naar mijn kameraden.” Ook zijn medesoldaten spreken lovend over Siad.

 

Vader Joessef zegt trots: "Ze vertrouwen hem blindelings, hoe moeilijk de militaire operatie waar ze aan deelnemen ook is. Ik kan dat zelf goed begrijpen. Ook in mijn eigen diensttijd in de jaren tachtig, en later als reservist, heb ik steeds weer zij aan zij met islamitische infanteriesoldaten gewerkt. Onder andere in de Zuid-Libanese veiligheidszone en aan de Egyptische grens." Het weekend brengt Siad Churani het liefst thuis door in zijn dorp. Een soldaat mag niet te veel vertellen over zijn militaire opdrachten. Maar toch lukt het Siad om zijn islamitische buren te overtuigen van de noodzaak van een sterk Israëlisch leger. En dat doet hij zo goed, dat jonge Arabieren zijn voorbeeld volgen. Siad: "Ik vind het belangrijk dat ook Arabieren in het Israëlische leger dienen. Israël is het land waarin wij als Joden en Arabieren samen wonen. Daarom moeten we het ook samen verdediging." Klik ook eens hier en hier voor meer van dit soort verhalen. 

 

Rafael D.Frankel, correspondent van “The Christian Science Monitor” bracht op 12 augustus 2008 een bezoek aan het dorp Mawassi in Gaza wat destijds onderdeel uitmaakte van het Israëlische dorp Gush Katif. Volgens Frankel heeft de Arabische bevolking ter plaatse maar één grote wens, en dat is de terugkeer van de Joodse bevolking. De inwoners vertellen dat het leven heel wat beter was vóór 2005 toen de Joden er nog waren. Sinds die tijd is de economie van de daar levende Arabieren volkomen stil komen te liggen. “Wij verlangen terug naar de tijd dat de Joden hier nog waren” zei Riyad al-Laham, een vader van acht kinderen, tegen Frankel. “De Israëlisch voelden zich verantwoordelijk voor ons”. Hij werkte 20 jaar in de kassen van de Israëlisch en verdiende goed evenals de andere inwoners van Mawassi en de duizenden Arabieren die werkzaam waren in de andere Joodse nederzettingen, verteld Laham.

 

(*)Nisreen Abdel Nabi uit Beit Hanina in het oostelijk deel van Jeruzalem, schreef in augustus 2009 een brief aan Israëls minister van Buitenlandse zaken Avigdor Lieberman, dat in besloten kring veel Arabieren in Judea en Samaria positief over Israël spreken. In een gesprek met Israel Today noemt Nisreen de PLO-leider Abu Mazen en zijn regering dieven en leugenaars. “Ik zie geen verschil tussen Hamas en het PLO-bewind. Ga maar eens naar de dorpen en praat met de mensen daar. Dan zul je vanzelf ontdekken wat zij van Abu Mazen en zijn kliek vinden. Het volk haat zijn regering. Wij storen ons niet aan Joodse nederzettingen en pioniers. Integendeel, wij kunnen met de meesten van hen heel goed overweg. Bovendien verdienen veel Arabieren hun inkomen in deze nederzettingen. Geloof me, veel Arabieren in Samaria en Judea verlangen terug naar het Israëlische bestuur. Dat ging veel respectvoller met ons om dan het PLO-bewind. Niet de Israëlische agenten en soldaten van destijds, maar de PLO-politie van nu zijn een verschrikking.”

 

Nisreen: “De haat propaganda tegen Israël en tegen de Joden begint op de PLO-scholen in het oostelijk deel van Jeruzalem en in de gebieden die onder controle van het PLO-bewind staan. Arabische kinderen worden overspoeld met haat tegen hun Joodse buren. Arabieren veranderen pas van houding tegenover Joden en Israëli’s als ze hen persoonlijk kennen. Dan merken ze dat het geen duivels zijn.” Uit een studie van de Harvard universiteit uit 2008 bleek dat 77 procent van de Israëlische Arabieren nergens anders zou willen wonen. Het negatieve beeld dat het voor Arabieren verschrikkelijk zou zijn om onder Joodse overheersing te leven, wordt met deze onderzoeken weerlegd. Er is een Bijbels gebod waar veel Israëlische Joden zich aan houden: “Iemand die als vreemdeling in jullie land verblijft, mag je niet onderdrukken. Behandel vreemdelingen die bij jullie wonen als geboren Israëlieten.”(Leviticus 19:33). (*)Bron: Israel Today, oktober 2009.

 

Voormalig moslimterrorist Zacharia Anani liet op 8 december 2005 zijn stem horen op de Princeton Universiteit in de Verenigde Staten. Hij groeide op in Libanon en vertelde hoe hij leerde Israël te haten. Hij werd in de zeventiger jaren christen, maar zelfs in die hoedanigheid betekenden de Joden niets voor hem. Hij begon de Joodse geschiedenis te bestuderen en was diep geschokt te lezen hoe de Joden eeuwenlang hebben geleden. “Er trad een verandering op in mijn hart. Ik ontdekte dat Israël beschermd diende te worden omdat God met Israël is. Zij hebben alle oorlogen gewonnen omdat God met hen was. Satan zal geleidelijk aan alle natiën aan zijn kant weten te krijgen in zijn strijd tegen de kinderen van Israël. Het is door de hand van God dat de staat Israël miraculeus is herboren en het is Gods Machtige Hand die Israëls vijanden keer op keer in het stof doen bijten. God wil niet dat Israël vernietigd wordt en de duivel en zijn immense aanhang zullen daarom falen. De profeet Zacharia zegt dat er een moment zal komen in de toekomst dat de God van Israël alles in het werk zal stellen om de volken uit te roeien die tegen Jeruzalem oprukken.”

Een andere Arabische stem is die van Brigitte Gabriël een  overlevende van Arafats moordmachine in Libanon. In een gehouden toespraak aan de Duke Universiteit, vertelde zij over haar leven in Libanon waar haar werd geleerd dat Joden duivels waren die men de zee in moest drijven. Zij vertelde over de door moslims aangerichte slachtpartijen onder christenen, dorp na dorp en van haar 10e tot haar 17e in een schuilkelder te hebben geleefd verstoken van elektriciteit, gebrek aan voedsel en water. Het was Israël die haar te hulp kwam. Haar moeder was gewond geraakt door een granaatscherf en opgenomen in een Israëlisch ziekenhuis voor behandeling. Toen zij in het ziekenhuis aankwamen zag zij honderden gewonde mensen, Arabieren, christenen en Israëlische soldaten, bij elkaar liggend op de vloer. De artsen hielpen iedereen aan hun verwondingen. De artsen keken niet naar religie of wat hun politieke achtergrond ook was. Zij vertelde dat zij voor de eerste keer in haar leven met een menselijke eigenschap geconfronteerd werd die zij in haar cultuur nog nooit had meegemaakt. Zij zag hoe de Israëli’s het leven van anderen respecteerden- hoe zij liefde voor hun vijanden konden opbrengen, zelfs in hun meest moeilijke momenten.

Zij begon zich te realiseren dat zij altijd had geluisterd naar gefabriceerde leugens van haar overheid over de Joden en Israël. Stel je voor zei ze, dat je als jood zo in een Arabisch ziekenhuis zou belanden, je zou gelyncht worden, op de grond worden gesmeten met mensen om je heen die van vreugde zouden schreeuwen: "Allahu Akbar". Dat zou door het ziekenhuis galmen en de omliggende straten. “Het verschil tussen de Arabische wereld en Israël is het verschil in karakter en respect voor het leven. Het is barbarisme tegenover beschaving! Het is dictatuur tegenover democratie. Het is het kwade tegenover het goede. Het is duidelijk dat het Arabische terrorisme niets te maken heeft met "wanhoop door bezetting", maar puur door het bestaan van de Joodse staat. Het wordt tijd dat iedereen opstaat om de staat Israël te verdedigen, het land dat ligt aan de frontlijn van het terrorisme.”

Wie wil er nog deel uitmaken van een cultuur waar het leven veracht wordt en waarvan enige beschaving geen sprake is. Dus is het niet echt vreemd dat grote aantallen Arabieren er voor kiezen in het beschaafde Israël te willen wonen. Het zijn de wereldleiders die in belangrijke mate mede de oorzaak zijn van alle ellende. Zij hebben meegeholpen een volk uit het niets te creëren en deze een land toe te wijzen dat meer dan 3000 jaar eigendom is van de kinderen van Israël. Ze hebben meegeholpen de haat en de terreur tegen het Joodse volk te financieren. Ze hebben Israël onder druk gezet land aan dit corrupte en misdadige, donorgelden stelende bewind over te dragen.

Is het niet zo dat God “Israël tot een licht der natiën heeft gesteld?”

Jesaja 42:6-7 Ik, de Here, heb u geroepen in gerechtigheid, uw hand gevat, u behoed en u gesteld tot een verbond voor het volk, tot een licht der natiën: om blinde ogen te openen, om gevangenen uit de kerker te leiden, uit de gevangenis wie in duisternis gezeten zijn.

 

Terug naar: Inhoud