Israëls
Amerikaanse vrienden
Door: Franklin ter Horst (Bijgewerkt: 8
september 2011)
In de zomer van 2010 gaf Barack Hoessein
Obama het bevel een lading wapens, die al op weg was naar Israël, naar Diego Garcia
in de Indische Oceaan te dirigeren. In februari van dat jaar had de Israëlische
minister van Defensie Ehud Barak nog een verzoek ingediend voor een serie
wapens aan de Amerikaanse minister van defensie Robert Gates waaronder,
gevechtshelikopters, raketten en geavanceerde elektronica voor de luchtmacht.
Maar Obama haalde een streep door het verzoek. Hij heeft sinds zijn aantreden
alle wapenleveranties aan Israël tegengehouden. Daarentegen
leverde hij wel voor miljarden dollars aan wapens aan Israëls Arabische
vijanden, waaronder de Jordaanse dictator koning Hoessein, Saoedi-Arabië, de
Egyptische dictator Hosni Moebarak, Libanon etc.
Nu zijn wapenembargo’s en bedreigingen van
Amerikaanse presidenten ten aanzien van Israël niet nieuw. Toen de staat
Israël werd opgericht oefenden het Pentagon en de CIA zware druk uit op Israëls
eerste premier David
Ben Gurion om geen onafhankelijke staat uit te roepen, maar om ‘Palestina’
onder het mandaat van de VN te brengen. Amerika heeft Israël toen op geen
enkele manier geholpen om zichzelf te kunnen verdedigen. Het land stelde zelfs
op 5 december 1947 een wapenembargo in tegen Israël die twintig jaar zou duren.
De Amerikaanse president Truman bleef aan het wapenembargo vasthouden, ook toen
hij zag dat de Arabieren overvloedig door de Britten en de Sovjets van wapens
werden voorzien.
Een andere confrontatie vond plaats in 1960 toen de vertrekkende Amerikaanse president Dwight Eisenhower van David Ben Gurion wilde weten wat ‘de mysterieuze constructie’ in Dimona in de Negev woestijn te betekenen had. Het ging over de in aanbouw zijnde kerncentrale maar de Amerikanen hadden geen idee wat Israël daar precies aan het doen was. Ze kregen echter geen toestemming de plaats te bezoeken. Om Israël daarvoor te straffen publiceerden ze spionagefoto’s op de voorpagina van The New York Times.
Het verhaal over Dimona ging verder toen in
1961 John F. Kennedy president van de Verenigde Staten werd. Ook hij eiste informatie
van David Ben-Gurion maar deze zei een duidelijk nee! Hoewel de situatie niet
zo vijandig was als thans onder King Obama, had Kennedy
toch geen bepaalde sympathie voor de staat Israël en het Joodse volk. Hij dwong
zijn adviseurs Israël continu onder druk te zetten en bij iedere bijeenkomst
met Israëlische gedelegeerden eindigde hij met de eis een inspectie van Dimona
te accepteren. Vervolgens waarschuwde hij in een brief gedateerd 18 mei, 1963
dat wanneer Israël geen Amerikaanse inspecteurs zou toelaten om Dimona te
bezoeken, hij Israël totaal zou isoleren. Ben-Goerion
reageerde niet maar trad af. Zijn opvolger Levi Eshkol, kreeg vervolgens een
brief van Kennedy
waarin de druk nog eens werd opgevoerd en waarin hij waarschuwde dat wanneer
Israël bleef weigeren, de samenwerking met Amerika ‘ernstig in gevaar gebracht
zou kunnen worden’.
John F. Kennedy en David Ben Gurion
Ondanks alle
tegenwerking en bedreigingen uit Washington bewees Israël de Amerikanen echter
keer op keer een grote dienst. In 1966, midden in de Koude oorlog en een jaar
voor Israëls Zesdaagse oorlog, lukte het Israël om middels
een spectaculaire actie het modernste, in Rusland geproduceerde,
gevechtsvliegtuig van het Iraakse leger te ontvreemden. Deze actie hielp de Amerikanen
in hun strijd tegen het communistische Rusland en maakte een einde
aan het 20-jarige embargo van de VS tegen Israël. De Amerikanen kregen dank zij
Israël eindelijk de kans om het superieur geachte Russische
gevechtsvliegtuig de MIG-21 te
bestuderen en een afweermechanisme te ontwikkelen. Het toestel werd als
‘geschenk uit Israël’ aan Amerika overgedragen. Als dank kreeg de Israëlische
luchtmacht, die tot dan toe alleen over de Franse Mirage en Vautour-toestellen
beschikte, Amerikaanse Phantom- toestellen. Nadat de Amerikanen op hun beurt de
MiG-21 volledig uitgeplozen hadden, kwam het vliegtuig naar Israël terug. In de
Zesdaagse Oorlog van 1967 gebruikte Israël haar kennis om de talrijke MiGs uit
te schakelen.
Maar de waardering voor Israëls hulp duurde niet lang want toen Egypte in 1967 aan de VN de opdracht gaf hun troepen uit de Sinaï terug te trekken omdat Nasser van plan was Israël voor eens en altijd uit te schakelen, liet Washington de Joodse staat volledig in de kou staan. Maar toen het er naar uitzag dat Egypte tijdens de juni oorlog van 1967 vernietigend verslagen zou worden, kwam Amerika tussenbeide en eiste het van Israël de oorlogshandelingen te staken. Dat herhaalde zich tijdens deze Yom Kippoer oorlog in 1973, toen Israël opnieuw aan de winnende hand was, anders zouden de Arabische landen volledig onder de voet zijn gelopen.
Toen Israël tijdens deze oorlogen Russische raketten en radarsystemen en andere wapensystemen van de Arabische vijanden in beslag nam, stuurden ze deze naar de Verenigde Staten, waardoor Washington inzicht kreeg in de Russische bewapening. De voormalige Amerikaanse generaal George Keegan zei eens dat Israël net zoveel “waard was als vijf CIA’s” (Amerikaanse geheime dienst) op basis van de inlichtingen die Israël in de loop der jaren aan de Amerikanen hebben verstrekt. Israël betaalde de financiële hulp van de Amerikanen in het tienvoudige terug, mede door het testen van Amerikaanse militaire uitrustingen tijdens hun oorlogen tegen de Arabieren waardoor ze de Amerikanen miljoenen dollars bespaarden aan research en ontwikkeling.
In 1969, stuurden de Amerikaanse president Richard Nixon en zijn
minister van Buitenlandse Zaken Henry Kissinger op een confrontatie aan omdat
de Amerikanen nog steeds niet precies wisten wat Israël in Dimona aan het doen was. Maar ook Israëls
toenmalige premier Golda Meir weigerde wat uiteindelijk resulteerde in de
afspraak “geen vragen meer te stellen, en niets meer te zeggen”. Deze afspraak
geldt tot op de dag van vandaag.
Tijdens de
Yom Kippoer oorlog in 1973 had Israël de strijd met Syrië definitief kunnen
beslissen als niet Amerika tussenbeide was gekomen en Israël had opgedragen de
opmars te staken. De Israëlische tanks waren Damascus al tot op twintig
kilometer genaderd toen Amerika een onmiddellijke terugtrekking eiste. Kissinger gelaste tijdens deze oorlog de Amerikaanse wapenleveranties
aan Israël te vertragen. De New York Times schreef drie jaar later dat
Kissinger de wapenleveranties doelbewust vertraagde omdat “hij Israël net genoeg wilde laten bloeden om ze zo rijp te maken voor
de naoorlogse diplomatie die hij in gedachten had”.
Nixon
en Kissinger
Toen de Golfoorlog (1990-1991) (Dessert Storm) begon hielp Israël de Amerikaanse luchtmacht met
een verdedigingsparaplu voor inkomende vliegtuigen en personeel. Toen de oorlog
volop aan de gang was, en Saddam Hoessein besloot Israël met Scud raketten
onder vuur te nemen, eisten de Amerikaanse president George Herbert Walker Bush
en zijn minister van BZ James Baker III van de
Israëlische premier Yitzhak Shamir niet terug te slaan. Ze dreigden zelfs de
militaire hulp stop te zetten en Israëlische vliegtuigen neer te schieten
indien Shamir toch mocht besluiten Saddam’s Scud lanceerinstallaties te bombarderen.
Bush en Baker beloofden Shamir dat de luchtmacht van
de Verenigde Staten deze klus wel even zou klaren. Maar ze kwamen hun belofte
niet na want Saddam bleef zijn Scud’s op
Israël afvuren, in totaal 39.
Achteraf bleek dat Bush, Baker,
Generaal Colin Powell en Generaal Norman Schwarzkopf nooit de opdracht aan hun
luchtmacht hebben gegeven de Scud-lanceerinstallaties uit te
schakelen. En zo zijn de beloften aan Israël keer op keer geschonden
door leugenachtige Amerikaanse politici.
In 2006 kwam de Bush-administratie tussenbeide toen Israël op het punt stond de Libanese terreurbeweging voorgoed uit te schakelen. Ook George W.Bush beperkte de wapenleveranties aan Israël omdat hij bang was de Arabische steun voor de oorlogen in Irak en Afghanistan te verliezen. En in januari 2009 kwam Obama tussenbeide toen het er naar uit ging zien dat het Israëlische leger definitief een eind zou maken aan het terreurbewind van Hamas in Gaza. Diplomatieke druk op Israël is de reden dat beide terreurbewegingen vandaag nog steeds bestaan. In de zestig jaar van Israëls bestaan heeft de Joodse staat steeds weer ervaren door zijn Amerikaanse ‘vrienden’ in de steek te zijn gelaten, in het bijzonder in de oorlogen waarbij het voortbestaan van Israël in het geding was.
En eind januari 2009 kwam Obama tussenbeide toen het er naar uit ging zien dat het Israëlische leger definitief een eind ging maken aan het terreurbewind van Hamas in Gaza. In de zestig jaar van Israëls bestaan heeft de Joodse staat steeds weer ervaren door zijn ‘vrienden’ in de steek gelaten te worden, in het bijzonder in de oorlogen waarbij het voortbestaan van Israël in het geding was.
Terug naar: Inhoud