Israëlische marine in actie.

 

Door: Franklin ter Horst (Aangemaakt: januari 2002) (Bijgewerkt: 26 juli 2011)

Onderschepping “Karina A”.

In de vroege ochtend van donderdag 3 januari 2002 enterde een groep commando’s van de Israëlische marine tijdens een spectaculaire operatie in de Rode zee het schip de "Karina A ". Het schip was met 50 ton militaire uitrusting waaronder 2500 Katjoesja-raketten met verschillende reikwijdte, inclusief lanceerinrichtingen mortiergranaten, antitankraketten, geweren etc. onderweg naar Gaza toen het door Israël werd geënterd. De PLO terreurbaas Jasser Arafat had voorafgaand aan deze gebeurtenis een geheime overeenkomst met Iran gesloten over een militaire basis in Gaza, Samaria en Judea. Iran zou in ruil hiervoor, Arafat een grote hoeveelheid wapens leveren.

 Lading Karina A

De bemanning van het schip bestond uit een kapitein van de PLO marine, dertien PLO bemanningsleden en een persoon geïdentificeerd als een lid van de Libanese terreurbeweging Hezbollah. De lading was in 83 waterdichte containers, bij het Iraanse eiland Kish aan boord gebracht. Israël beschuldigde de voormalige terreurbaas Arafat persoonlijk achter de wapenleverantie te zitten en wees daarbij Iran als medeschuldige aan. Maar zowel Iran als de “Godfather” van de terreur, ontkenden elke betrokkenheid bij het omstreden wapentransport. Arafat noemde de affaire een ,theaterstuk van de propagandamachine van de regering Sjaron’. Hij maakte het zelfs zo bont te beweren dat het schip in dienst was van een Israëlische onderneming en bouwmaterialen vervoerde uit Roemenië bestemd voor Israël. Arafat’s verweer klonk zo overtuigend dat een deel van de internationale media en volksvertegenwoordigers Israëls beschuldiging in twijfel trokken. Arafat is jarenlang zeer succesvol geweest in het verkondigen van leugens en werd daarbij enthousiast bijgestaan door de internationale media en nieuwszenders als CNN en de BBC. Ook in het geval van de Karina-A bleek hij weer te liegen want de kapitein van het geënterde schip, Omar Akawi, verklaarde in een Tv-uitzending dat hij had gehandeld in opdracht van Arafat’s eigen PLO beweging.

Ook de Iraanse minister van Defensie Shamkani, reageerde op het voorval en zei dat zijn land geen militaire relaties onderhoudt met het PLO bewind. Volgens hem is Israël er slechts op uit Iran af te schilderen als een permanente bedreiging van zijn veiligheid. Toch bleek het grootste deel van het wapentuig van Iraanse makelij. De "The New York Times" meldde op zondag 24 maart 2002 dat Arafat wel degelijk een verbond met Iran heeft gesloten voor het verschepen van zware wapens aan PLO groeperingen voor de strijd tegen Israël. De krant baseerde zich op functionarissen van de Israëlische en Amerikaanse geheime diensten. Een delegatie van de Israëlische geheime dienst zou waterdichte bewijzen hebben geleverd dat er wel degelijk connecties bestonden tussen de PLO van Arafat, Iran en de Hezbollah terreurbeweging. Zo hebben Amerikaanse woordvoerders bekend gemaakt dat de PLO terreurbewegingen Islamitische Jihad en Hamas financieel worden bijgestaan door Iran. Teheran heeft sinds het uitbreken van de ‘tweede intifada’ in september 2000, vele miljoenen dollars ‘bonus’ uitbetaalt aan PLO terreurbewegingen voor de strijd tegen Israël. Simon Peres beschuldigde Iran op 29 juli 2002 ervan het ‘hart’ te zijn van het terrorisme in het Midden Oosten. Niet dat de Pal-Arabieren op zich ook maar iets betekenen voor de Iraniërs want ze minachten Arabieren, en ze gebruiken ze alleen maar voor hun strijd tegen Israël.

Israël entert ‘vissersboot’ de Abu Hassan

Commando’s van de Israëlische marine hebben in de nacht van dinsdag 20 op woensdag 21 mei 2003, in de Middellandse zee, ca 100 zeemijlen ten westen van Rosh Hanikra aan de grens met Libanon, een verrassingsaanval uitgevoerd op een schip dat met wapens onderweg was naar Gaza. De lading was bestemd voor de PLO terreurbewegingen. Het schip was zogenaamd als Egyptische vissersboot onderweg van Egypte naar Beiroet. Maar daar aangekomen stapte de PLO-wapen en bommenexpert Abu Hassan aan boort waarop het schip weer naar het zuiden terugkeerde. De commando’s namen het schip over zonder dat er een schot is gevallen. De kapitein bleek een terrorist te zijn van de Libanese terreurbeweging Hezbollah genaamd Hamad Abu-Amara. Onder de in totaal acht bemanningsleden die aan boort waren bleken alleen Abu-Amara en Abu Hassan op de hoogte van de inhoud van de lading. Het schip had niet alleen 50 ton wapens aan boort, munitie, bommen, granaten, en springstof maar ook CD-Roms met daarop instructies om bommen te maken en aanwijzingen hoe zelfmoordterroristen de meeste slachtoffers kunnen maken wanneer zij een bus opblazen. Het schip droeg de naam van de PLO-bommenexpert Abu Hassan. De wapensmokkel stond onder direct bevel van Arafat die ook de hele actie financierde. Op hetzelfde moment ontving de Amerikaanse president George Bush PLO-minister van financiën, die zich bij Bush beklaagde over het bankroet zijn van het bewind en daarom van de Amerikanen financiële hulp verwachten.

Israël entert smokkelschip de Francop

 

In de nacht van 3 op 4 november 2009 enterden Israëlische commando’s 160 kilometer ten westen van Israël in internationale wateren, in de buurt van Cyprus, een schip dat was volgeladen met 300 ton aan wapens en munitie bestemd voor de Libanese terreurbeweging Hezbollah. Het schip, de ‘Francop‘ voer onder de vlag van Antiqua en was vanuit de Egyptische havenplaats Damietta onderweg naar Syrië met een tussenstop in Beiroet in Libanon. Israëlische commando’s van de Shayelet elite eenheid, bestormden het schip dat werd bemand door een Poolse kapitein en 11 bemanningsleden, die geen tegenstand boden. Het schip vervoerde vierhonderd containers en werd overgebracht naar de Israëlische havenplaats Asdod waar bleek dat 36 containers waren volgestouwd met 9000 mortieren, antitankmijnen, 600.000 kogels voor kalasjnikovs, 3000 raketten en 20.000 granaten. Sommige wapens waren van Chinese en Spaanse makelij.

 

 

 

De lading wapens was in de Egyptische havenplaats Damietta overgeladen van een schip dat voer onder de vlag van de Islamic Republic of Iran Shipping Lines (IRISL) op de ‘Francop’. De Iraanse rederij staat op de zwarte lijst van de VN-veiligheidsraad zoals is vastgelegd in resolutie 1803. Deze resolutie vraagt aan landen waar de schepen van deze rederij aanmeren, deze te controleren. Het Iraanse schip was vertrokken uit de Iraanse havenstad Bandar Abbas en werd voor het eerst door de Amerikanen gespot in de Golf van Aden. Deze informeerden Israël dat vervolgens voorstelde het schip in de Rode zee te bombarderen, maar dat werd door de Amerikanen afgewezen. Iran probeerde de geheime diensten van het westen te misleiden door de lading in de Egyptische haven over te laden. Egypte deed geen enkele moeite de lading te controleren omdat, zo werd gezegd, het schip alleen maar ‘normale handel’ vervoerde. De Iraanse wapensmokkel naar Hamas in Gaza en Hezbollah in Libanon loopt voor een deel via Egypte dat al jaren doelbewust de andere kant opkijkt, als de schepen het Suezkanaal passeren of als colonnes vrachtwagens met wapens over land naar Gaza worden gebracht. Hierdoor kan de Pal-Arabische terreurbeweging Hamas voortdurend in bezit komen van nieuw wapentuig. Volgens gegevens van Amerikaanse en Israëlische spionagesatellieten zijn er maandelijks twee tot drie grote konvooien met Iraanse wapens onderweg via de Soedan-Egypte-Sinaï route, naar Gaza.

 

Zowel Syrië, Iran als de terreurbeweging Hezbollah ontkenden vanzelfsprekend iets met de ‘Francop’ van doen te hebben en veroordeelden de Israëlische actie als ‘Israëlische piraterij in internationale wateren’. Maar deze wapensmokkel is niets anders dan een brutale overtreding van VN-resolutie 1701. Na de Tweede Libanonoorlog, werd in de zomer van 2006 in resolutie 1701 vastgelegd dat elke wapenleverantie aan Hezbollah in Libanon verboden is. De Iraanse wapensmokkel is echter door de Internationalegemeenschap nauwelijks opgemerkt, laat staan dat men er iets tegenin heeft gebracht. Dat Iran en de Arabieren onveranderd de vernietiging van Israël in hun vaandel hebben staan, wordt moedwillig over het hoofd gezien. Het schip zou vanuit Syrië onderweg naar Iran zijn geweest en alleen maar ‘gewone goederen’ vervoerd hebben. Na controle in de Israëlische havenplaats Asdod bleken de wapens verborgen te zitten achter normale burgervracht.

 

  

 

Volgens officials is de hoeveelheid in beslag genomen wapens op de Francop, het tienvoudige van de eerder genoemde 'Karine A', die eveneens uit Iran afkomstig was. De Israëlische premier Benjamin Netanyahu prees de acties van de marine en verklaarde dat de wapens waren bedoeld om ingezet te worden tegen Israëlische steden. De Telegraaf meldde op 16 oktober 2009 dat schepen van Islamic Republic of Iran Shipping Lines, ook regelmatig de Rotterdamse haven aandoen en geen strobreed in de weg worden gelegd. Zoals is gebleken worden deze schepen terecht  beschouwd als één grote dekmantel voor het vervoer van verboden militaire goederen voor de productie van rakketen en kernwapens. Ook in Nederland blijkt nauwelijks enige sprake van controle ondanks dat deze rederij op de zwarte lijst staat.

 

Israël onderschept vrachtschip Victoria

Op 16 maart 2011 werd het vrachtschip Victoria onderschept op weg van Syrië naar Egypte met een enorme lading wapens bestemd voor Gaza. De Victoria voer op dat moment onder Liberiaanse vlag, maar is Duits eigendom en had een Franse bemanning. Toen het op 11 maart van Latakia in Syrië vertrok, wees een nauwkeurig onderzoek van de Israëlische inlichtingendienst uit dat het geladen was met illegale wapens. In de loop van maandag meerde het schip aan in Turkije, vermoedelijk om de aandacht af te leiden, voordat het schip zuidwaarts richting Egypte wegvoer.  De Israëlische marine onderschepte het schip op zo'n 350 km vanaf de Israëlische Middellandse Zeekust. Marinecommandanten slaagden er in contact te maken met de kapitein van de Victoria, die toestemming gaf dat de Israëlische troepen aan boord van zijn schip gingen. De Israëli's ontmoetten geen verzet, en kregen snel alle documenten met betrekking tot de lading van het schip.  :

Twee weken voor de entering voeren twee Iraanse marineschepen door het Suezkanaal en meerden aan in Latakia, voordat ze terugvoeren naar de Perzische Golf. Israël weet het niet zeker, maar de kans is groot dat deze schepen dezelfde wapens afleverden die Israël dinsdag onderschepte.

De Victoria werd vervolgens aangemeerd in de Israëlische havenplaats Ashdod, om de aan boord aangetroffen wapens voor het publiek tentoongesteld.  Het incident rechtvaardigt nogmaals het Israëlische maritieme embargo tegen de Gazastrook, en het onderscheppen van lading en andere grote schepen die het door Hamas geregeerde gebied trachten te bereiken.

Ook heeft Israël half januari 2011 in Soedan een konvooi bestaande uit 23 vrachtwagens opgeblazen die waren volgeladen met raketten uit Iran. De levering uit Iran was in Port Soedan aan de Rode Zee op vrachtwagens overgeladen. Daarnaast heeft Israël begin 2011 een schip dat geladen was met 500 ton aan wapens waaronder FAJR-3 raketten, voor de kust van Soedan,  compleet verwoest. Steeds opnieuw blijkt hoe superieur het Israëlische leger is en de vijand zelfs ver van huis kan verslaan. 

 

Terug naar: Inhoud