Godsspraak over Filistea
Door: Franklin ter Horst.(Aangemaakt:
december 2002 (Laatste bewerking: 12 september 2011)
Terwijl de aloude Filistijnen al meer dan 2500 jaar volledig van de aardbodem verdwenen zijn, komen ze toch weer voor in de verschillende profetieën over de eindtijd. De profeet Zacharia maakt duidelijk dat we hier te maken hebben met een ‘bastaardvolk’ (Zacharia 9:5-6-7). De Filistijnen van de oudheid waren geen bastaards. Het is nooit van de Filistijnen uit het verleden gezegd. Het slaat op de Filistijnen van de eindtijd. Het huidige Gaza is het oude Filistijnse gebied en zij die daar nu wonen koesteren dezelfde haat tegen de Joden, als de Filistijnen vroeger deden. Het gaat om een ‘volk’ dat zich pas sinds 1964 Palestijnen noemen. Tijdens de oprichting van de Palestinian Liberation Organisation (PLO) namen de Arabieren volledig ten onrechte de naam ‘Palestijnen’ aan en gesuggereerd men sindsdien, dat ze al duizenden jaren als volk bestaan in dat gebied. Maar de geschiedenis verteld helemaal niets over een Palestijns volk.
De Filistijnen zijn nadrukkelijk aanwezig in het Oude Testament en wel voornamelijk als de grootste vijanden van het volk van Israël. De Bijbel noemt hen vijanden van Gods volk met een dodelijke en onverzoenlijke agressie. God zal hen laten oogsten wat zijzelf gezaaid hebben. Volgens Genesis 10:13-14 zijn de Filistijnen nakomelingen van Misraïm, de zoon van Cham. In Amos 9:7 wordt de uittocht van Israël uit Egypte vergeleken met die van de Filistijnen uit Kafthor. In Zefanja 2:5 en Ezechiël 25:16 worden ze het volk der Keretieten genoemd. Kafthor is de Hebreeuwse naam voor Kreta, en in de Bijbelse traditie worden de Filistijnen dan ook nauw geassocieerd met de Keretieten of Kretenzen en derhalve geen Semieten. Er is geen wetenschappelijk, historisch, cultureel of volkenkundig verband tussen de polytheïstische Filistijnen van weleer en de Palestijnen van vandaag. Dat wat men thans Palestijnen noemt zijn etnisch gezien grotendeels afstammelingen van de Arabieren en voor een kleiner deel van gearabiseerde Grieken, Turken, Armeniërs, Egyptenaren en vele andere volkeren die zich in de loop der eeuwen in de streek gevestigd hebben.
Op Kreta verenigden zich de
culturen van Mycene en Minos. Of er een relatie bestaat tussen deze hoogstaande
culturen en de Filistijnen is echter niet helemaal duidelijk.Sommige
onderzoekers menen dat ze wel verwant zijn de Myceense beschaving. Daarnaast worden ook
Cyprus en Anatolië genoemd en spreekt de Septuagint in oude vertalingen over
Cappadocie. Cyprus als land van herkomst wordt vooral in de recente literatuur
genoemd maar de vele namen die aan het eiland worden gegeven in de
verschillende culturen uit die tijd vertonen echter geen enkele overeenkomst
met de naam Kafthor.Hun aardewerk, architectuur, militaire macht en bepaalde
overeenkomsten met de Griekse helden van Homerus wijzen op Myceens Griekenland
als land van herkomst. Opvallend is o.m. de wapenuitrusting van de reus Goliath
die typisch Grieks-Myceens blijkt te zijn. Er worden steeds meer verbanden
gelegd tussen de Griekse helden die na de val van Troje dwaalden door het oostelijke
deel van de Middellandse zee en de Filistijnen. De Griekse helden belandden op
Kreta, op Cyprus, in Libië en Egypte. Er is in
Al in de oudste literatuur over de Filistijnen wordt echter Kreta aangewezen als land van oorsprong. Een onderbouwing hiervan wordt geleverd door de oude naam van de Filistijnse stad Gaza (Minoa) een naam die aan diverse handelsposten werd gegeven die vanuit Kreta zijn gesticht. Er zou een relatie bestaan met de Minoïsche beschaving maar daar zijn geen echte bewijzen voor gevonden. De Filistijnen maakten deel uit van de Zeevolken die een aanval deden op de kust van Egypte nadat zij door natuurrampen genoodzaakt waren hun woongebieden te verlaten. Een Egyptische reliëf in Medinet Habu vermeldt dat de "Peleset" (Filistijnen) betrokken waren bij de tweede inval op Egypte, die plaatsvond in het achtste jaar van Ramses III (ca 1176 v. Chr.) met een afbeelding van de strijd tussen de Egyptenaren en de Zeevolken.Zij werden door farao Ramses III verdreven.
Afbeelding van Peleset (Filistijnen) in Medinet Habu.
Aankomst in Kanaän
Na de nederlaag in Egypte trokken de Filistijnen naar op de kust van Kanaän waar zij een aantal steden op de Kanaänieten veroverden en de Filistijnse Pentapolis stichten- een verband van vijf steden: Askelon, Asdod, Gat, Gaza en Ekron- die elk werden geleid door een ‘seraniem’ een vorst. Zij werden door Israël de ‘onbesnedenen’ genoemd (Richteren 14:3, 15:18, enz). Hoewel de schrifttekens op hun kleitabletten en op hun aardewerk wel een mogelijke beïnvloeding verraden door de twee grote beschavingen die eens bloeiden op Kreta en op het Griekse vaste land, hebben opgravingen in Asdod, Askelon en Ekron dit niet met zekerheid kunnen bevestigen. De Bijbel maakt duidelijk dat het krijgslieden waren. Dank zij hun militaire overmacht en ook omdat zij als eersten ijzeren wapens gebruikten kregen zij in het conflict met Israël steeds meer de overhand en drongen zij uiteindelijk steeds dieper het gebied van de stammen van Israël binnen.
Vooral in de 11e eeuw v.Chr. werd de strijd met de Filistijnen een bedreiging voor de stam Juda met name in de tijd van de richters Simson en Samuël. Maar naar verloop van tijd kregen de Israëlieten steeds meer de overhand. Na de nederlagen tegen David vermindert hun machtspositie aanzienlijk en werd aan hun expansie een definitief einde gemaakt. Koning David had later zelfs een lijfwacht van 600 Filistijnen. De Assyrische annalen maken rond 800 v.Chr. nog wel melding van de “Pilisti of Palastu” maar hun rol was toen al praktisch uitgespeeld. Aan hun volksbestaan is een einde gekomen onder Nebukadnessar, die in 604 v.Chr. een aanval deed op Askelon en later de koningen van Gaza en Asdod en de vorsten van Askelon deporteerde waarna ze vervolgens uit de geschiedenis verdwenen.
Toen de Filistijnen als voorname politieke factor verdwenen waren, bleef het gebied waar ze hadden gewoond hun naam dragen. De Grieken, die vanaf 700 v.Chr. regelmatig de zuidelijke kust van Israël bezochten, hoorden de naam in het Hebreeuws ‘Pelisjtim’ en noemden het hele land daarom ’Palestin’. De Griekse reiziger en historicus Herodotus noemde het gebied ‘Syria hé palaistiné’ het Filistijnse Syrië, om het te onderscheiden van het Fenicische Syrië dat noordelijker lag. Herodotus noemde dus het hele land Kanaän ten onrechte naar de Filistijnen.De benaming Palestina komt in de Bijbel niet voor. De Perzen noemden deze provincie van hun grote rijk ‘Jehoud’ (Juda) en deze benaming werd overgenomen door alle heersers die daarna dit gebied veroverden. Als officiële naam werd Palestina ingevoerd door de Romeinse keizer Hadrianus ( 117-138) n.Chr. die op deze wijze doelbewust de Joodse aanspraken op het land probeerde te vernietigen.Van 1072 tot 1917 duidde men het gebied aan met "Het Heilige land". In 1917 noemden de Britten het weer Palestina.
Eindtijd profetieën maken opnieuw melding van
Filistijnen.
Het feit dat de Bijbel hen bastaards noemt, betekent dat de Filistijnen van de eindtijd een volk zijn zonder zuivere identiteit. Zoals God in het verleden Zijn oordeel over de Filistijnen heeft laten gaan, zo zullen de Filistijnen van de eindtijd opnieuw in het oordeel van God terechtkomen. Terwijl de wereld aan de kant van deze ‘Filistijnen’ staat, staat God lijnrecht tegenover hen. In Obadja staat in vers 19, dat het huis van Jakob (Israël) in de eindtijd o.a. de laagte, het land der Filistijnen in bezit zullen nemen. De profeet Zefanja is er heel duidelijk over hoe het met de Filistijnen aflopen zal (Zefanja 2:4-5-6-7). God heeft er geen enkele twijfel over laten bestaan van wie het land Kanaän zou zijn. Vandaar dat de Heilige Israëls tegen Kanaän zegt: “land der Filistijnen". De kust zal ten deel vallen aan het overblijfsel van het huis van Juda. De hele geschiedenis door blijkt er niets veranderd in de aard en in de identiteit van Israëls vijanden en daarom zullen ook in de eindtijd de volken die in opstand komen tegen Israël geoordeeld worden.
Ezechiël 25:15-16 Zo
zegt de Here Here: Omdat de Filistijnen wraakzuchtig gehandeld hebben door met
bitter leedvermaak wraak te nemen en in eeuwigdurende vijandschap te verdelgen,
daarom, zo zegt de Here Here: zie, Ik strek mijn hand uit tegen de Filistijnen,
Ik zal die Kretenzen uitroeien en zelfs het overblijfsel aan het strand der zee
te gronde richten; Ik zal geduchte wraak aan hen oefenen met grimmige straffen.
En zij zullen weten, dat Ik de Here ben, wanneer Ik mijn wraak over hen breng.
De apostel Paulus zegt: ‘Kretenzers zijn onverbeterlijke leugenaars, gemene beesten’ (Titus 1:12) Alles draait bij de bastaard Filistijnen van deze tijd om leugens zodat niemand meer weet wat waar is of niet. Paulus waarschuwt de Thessalonicenzen dat God degenen die de liefde voor de waarheid verlaten, met verblinding zal treffen (II Thessalonicenzen 2). De Israël hatende lobbygroepen en de verschillende terreurgroepen waaronder ook Hezbollah wedijveren met elkaar wie de meest hatelijke leugens over Israël verspreiden. En omdat de wereld deze leugens gelooft, zal God ook de wereld met verblinding treffen.
Bitter leedvermaak
Het is duidelijk dat deze
profetie van Ezechiël nog niet is vervuld. Ezechiël spreekt over wraakzuchtig
handelen en bitter leedvermaak. Het is een ingewortelde haat. Hun vijandschap
komt uit hun hart. Dat is precies wat de Filistijnen van vandaag laten zien.Wie
herinnert zich niet de dansende Palestijnse meute op de daken van hun huizen
toen Irak zijn Scud’s op Israël afvuurde. Wie herinnert zich niet de
beestachtige lynchpartij op de twee Israëlische
militairen in Ramallah. De man met de bebloede handen die één van de
slachtoffers uit het raam naar buiten smeet. De toeschouwers die stonden te
juichen van plezier. Wie herinnert zich niet de gruwelijke slachting in de
Hebreeuwse Universiteit in Jeruzalem en de jubelende menigten in Gaza die
dansten en sprongen met hun baby’s op hun schouders en zich gillend van plezier
op de borst sloegen. Wat een eindeloos plezier om de vreselijke dood van de
slachtoffers zoals bij de dood van de 43 Israëliërs bij de brand op de
Carmel.
De intenties van de “namaak Filistijnen” zijn door de jaren genoegzaam bekend geworden als men zich tenminste geen rad voor ogen heeft laten draaien. Het uit 1964 stammende PLO handvest, dat de vernietiging van Israël voorstaat is niet herroepen. Zij willen een eigen staat op het grondgebied dat al meer dan 3000 jaar van Israël is met Jeruzalem als hun hoofdstad. Maar er zal een oordeel komen over dit volk omdat God het land Kanaän niet voor de Palestijnen bestemd heeft. Religieuze Joden noemen de tegenwoordige Palestijnse Arabieren naar de Oud-Testamentische ‘Filistijnen’en zien het Israëlisch-Palestijnse conflict als de voortzetting van de strijd om het land in de tijd van de rechters en de koningen. Zij worden door God als afgodendienaren gekenschetst die jegens Israël een eeuwige onverzoenlijke haat koesteren. Diverse bijbelteksten maken duidelijk dat het niet goed met hen zal aflopen. De profeet Amos maakt duidelijk dat de Here vuur zal werpen binnen de muur van Gaza zodat het zijn burchten verteerd en de profeet Joël spreekt van vergelding op de hoofden van de inwoners van alle landstreken van Filistea waarmee ook Gaza bedoeld wordt.
Steeds opnieuw blijkt dat Satan erop uit is Israël en al Gods kinderen te vernietigen en daar gebruikt hij individuen en volkeren voor, die God niet willen toebehoren. Dat is sinds de schepping al zo geweest en dat is nog steeds zo. Toch belooft de Here Israël uiteindelijk de overwinning. Voor de wereld lijkt het alsof Israël de boosdoener is in het conflict met de Palestijnen. De hele islamitische wereld en een zeer groot deel van de rest staat Israël naar het leven en tart de God van Israël. Het is een strijd in de geestelijke gewesten. Een strijd tussen de God van Israël, de God van Liefde, Gerechtigheid en Leven en de god van de tegenstander, de god van haat, wraak en moord, die dat "heilige oorlog" (Jihad) noemt. De Bijbel maakt duidelijk dat er een oordeel zal komen over de Filistijnen omdat zij zich op een barbaarse manier aan Gods oogappel hebben vergrepen.
Terug naar: Inhoud