Godsspraak over Edom, Moab
en Ammon
Door: Franklin ter Horst (Aangemaakt: 21
oktober 2009)(Bijgewerkt: 11 november 2011)
Jordanië en Egypte zijn de enige Arabische landen die een vredesverdrag met Israël hebben gesloten. Het vredesverdrag tussen Israël en Jordanië dateert van 25 juli 1994. Net als de voormalige Egyptische dictator Hosni Moebarak pretendeert ook de Jordaanse koning Abdullah II bin al Hoessein, niet vijandig tegenover Israël te staan. Maar de waarheid is altijd anders in de Arabische wereld want Abdullah zet regelmatig aan tot blinde haat tegen Gods volk. Dat zijn houding ook de bevolking negatief beïnvloed blijkt uit het feit dat 80% van de Jordaniërs niets zien in de bestaande vredesovereenkomst tussen hun land en Israël. De leider van het Hasjimitische vorstendom Jordanië bemoeit zich regelmatig met Israëlische aangelegenheden. Op 5 september 2010 waarschuwde hij dat de hele wereld “een hoge prijs” zal betalen als de besprekingen tussen het PA/PLO bewind en Israël mislukken. Hij maakte de opmerkingen tijdens een vergadering met de belangrijkste redacteurs van lokale dagbladen.
De koning
waarschuwde dat de mislukking van de onderhandelingen “negatief op alle
partijen zal reflecteren en dat alle landen van de wereld en de regio de prijs
zullen betalen, omdat het alternatief zal zijn meer oorlogen en conflicten”. In
een eerder stadium waarschuwde hij Israël de vredesbesprekingen met de
Palestijnen niet langer te blokkeren en eiste hij een onmiddellijke stopzetting
van wat hij noemde, de illegale Israëlische bouwaktiviteiten in de ‘bezette
gebieden’ (Samaria en Judea). Hij vindt dat de Joodse staat zich volledig uit
dit aloude thuisland moet terugtrekken, en Oost-Jeruzalem aan het PLO-bewind
moet overdragen. Hij waarschuwde dat Jeruzalem een rode lijn
is die Israël niet moet overschrijden omdat dat de stabiliteit van de regio
ernstig in gevaar zal brengen.Moslims zijn het over veel dingen niet met elkaar
eens, maar over Jeruzalem wel: Jeruzalem is van de moslims en niet van de
Joden! Op bezoek in Syrië op 6 september 2010 voor een gesprek met de
Syrische dictator Bashar Assad zei hij dat Israël - om vrede te bereiken- zich uit
alle Arabische gebieden terug moet trekken, die het in de oorlog van 1967 heeft
bezet.
Het Jordaanse nieuwsagentschap Petra maakte in mei
Tijdens een gesprek met de Spaanse leider Zapatero, deed Abdullah een dringend beroep op de internationale gemeenschap en speciaal de Europese Unie hun verantwoordelijkheid te nemen door Israël krachtig onder druk te zetten. Op bezoek in Washington prees hij Barack Hoessein Obama uitbundig voor diens bemoeienissen met het ‘vredesproces’(oorlogsproces) en riep hij de Amerikaanse leider op van Israël te eisen dat het alle activiteiten staakt met het verdrijven van Arabische inwoners uit Jeruzalem. ‘Wij vertrouwen er op dat Washington Israël ertoe zal dwingen de vastgelopen vredesbesprekingen te hervatten’ aldus Abdullah. Hij refereerde daarbij diverse malen aan het verfoeide Saoedische vredesplan dat neerkomt op het volledig verdwijnen van de Joodse staat. http://www.ynetnews.com/Ext/Comp/ArticleLayout/CdaArticlePrint
Barack Hoessein
Obama en Abdullah
Abdullah heerst over een door de Britten gecreëerd ‘koninkrijk’ op twee-derde deel van het door de Volkerenbond aan het Joodse volk toegewezen land. De Britten overhandigden het gebied aan de Hashemitische machthebber Adullah ibn Hussein. (*) De geschiedenis kent geen land dat Jordanië heet. Het gebied maakte tot 1917 deel uit van het Ottomaanse rijk. In het jaar 1946 werd Transjordanië onder de heerschappij van de Hashemieten een onafhankelijke staat. De roots van de voorvaderen van Abdullah liggen in Saoedi-Arabië en kunnen geen enkele historische claim leggen op het land waarover zij thans de scepter zwaaien. Het is niets anders dan een kadootje van de Britten. Jordanië heeft een bevolking van ongeveer zeven miljoen mensen. Ruim 60 procent van hen zijn 'Palestijnse Arabieren', waaronder koningin Rania. De rest van de Jordaniërs zijn Hashemieten. Lange tijd ontkenden de Hashemitische heersers niet, dat hun land Palestina was. In het jaar 1965 zei koning Hussein: “Die organisaties, die proberen onderscheid te maken tussen de Palestijnen en Jordaniërs, zijn verraders. Jordanië is Palestina en Palestina is Jordanië”.
Abdullah beweert dat de Palestijnen afkomstig zijn van de Filistijnen maar deze zijn al meer dan 2500 jaar volledig van de aardbodem verdwenen. De voormalige Palestijnse terreurbaas Yasser Arafat sprak ook steeds over zijn Filistijnse volk en probeerde daarmee het al lang uitgestorven volk van de Filistijnen, weer tot leven te wekken. Maar voor deze bewering bestaat geen enkel historisch bewijs. Bovendien zouden de huidige Palestijnen geen Arabieren maar Grieken zijn. De Filistijnen waren geen nakomelingen van Sem maar van Noach’s zoon Cham. (Genesis 10:13-14)
Jordanië bestaat uit onder meer de gebieden Edom, Moab, Ammon en Gilead. Met uitzondering van Edom maken deze gebieden deel uit van het aan Israël beloofde land. Het land is bij toeristen vooral bekend om de stad Petra dat in een vallei ligt in het bijna onherbergzame gebied van Edom. De stad is bereikbaar via een nauwe kronkelende kloof die de naam "El Sik" draagt. Tijdens de belegering van Jeruzalem door de Romeinen in het jaar 70 na Chr. waren het de eerste christenen die een veilig heenkomen zochten in deze stad. De stad is eeuwenlang in de vergetelheid geraakt totdat de Zwitserse schrijver en ontdekkingsreiziger Johann Burchhardt de stad in 1812 herontdekte.
Petra in
Jordanië
Petra werd volgens de overlevering gebouwd door Recham, koning der Midianieten, en heette oorspronkelijk Sela wat in het Hebreeuws ‘rots’ betekent. Later werd de stad de heilige plaats der Edomieten, de afstammelingen van Ezau.Volgens de Bijbel ging Ezau wonen in het gebergte van Seïr (Shera), dat is Edom. In de 2e eeuw voor Christus werd het de hoofdstad van de Nabateeërs. Bij de stad Petra ligt een Wadi die naar Mozes is genoemd, de "Wadi Musa ". Sommige overleveringen vertellen dat dit de plaats is waar Mozes water liet stromen uit een rots door er met zijn stok op te slaan. Op een van de bergtoppen in de buurt van Petra ligt een graf waarvan de overlevering zegt dat Aäron er begraven ligt. Deze berg heet de "Jabal Haroun " wat de berg van Aäron betekent.
Numeri 33:38-39
Toen beklom de priester Aäron de berg Hor naar het bevel des Heren en hij
stierf aldaar in het veertigste jaar na de uittocht der Israëlieten uit het
land Egypte, in de vijfde maand, op de eerste dag der maand; Aäron was honderd
drieëntwintig jaar oud, toen hij op de berg Hor stierf.
Toen op 29 november 1947 de
Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in resolutie 181 een deling
voorstelde van het gebied ten westen van de rivier de Jordaan, in een Arabisch
en Joods gedeelte werd dat door de Arabische wereld afgewezen. De beslissing
van de Verenigde Naties resulteerde er in dat Israël maar 17.3 procent van het
land overhield van wat door de Volkerenbond aan de Joodse staat was toegewezen.
Van dit gebied bestond ook nog eens 65 procent uit woestijn. Toen David Ben
Goerion op 14 mei 1948 de staat Israël uitriep weigerden de Arabische landen
elke coëxistentie en vielen Jordanië, Egypte, Irak en Syrië ogenblikkelijk het
dwergstaatje Israël binnen, het startsein voor de eerste Israëlisch Arabische
oorlog. Onder leiding van Glubb Pasha, een Engelsman die in werkelijkheid John
Bagot heette, werden de Joodse bewoners met grof geweld uit de Bijbelse
gebieden Samaria en Judea verdreven en werd het oostelijk deel van Jeruzalem
ingenomen.De namen Judea en Samaria werden van de landkaart verwijderd en
vervangen door “Westelijke Jordaanoever”. Wie heeft er ooit een rivieroever van
De Joodse wijk werd verwoest,
Joodse begraafplaatsen geschonden en 58 synagogen verwoest of ontheiligd door
ze te gebruiken als stallen of kippenhokken en zelfs als toiletten. De
Verenigde naties zwegen en de wereldleiders zwegen toen in strijd met de
wapenstilstandbepalingen, het Joden werd verboden de Oude Stad te betreden en
bij de Klaagmuur te bidden. Tijdens de oorlog van 1967 heroverde het
Israëlische leger Samaria en Judea en de Oude Stad, annexeerde die en
verklaarde Jeruzalem tot de eeuwige en ondeelbare hoofdstad van de staat Israël
en het Joodse volk.
Wanneer Israël de toenmalige koning Hoessein van Jordanië, de vader van de huidige grootspreker Abdullah, niet geïnformeerd zou hebben over de plannen van PLO leider Jasser Arafat Jordanië in bezit te nemen, dan zou dit vorstendom niet meer bestaan hebben. Eind zestiger jaren probeerde Arafat koning Hoessein van zijn troon te stoten. Er vonden verschillende mislukte moordaanslagen op Hoessein plaats. Arafat droomde van een Groot Palestina bestaande uit het aloude door de Bijbelse God aan Israël gegeven land, en Jordanië. Arafat toonde toen al de kenmerken van een verwoester want hij bracht Jordanië tot de rand van de afgrond. Zijn gewapende bendeleden liepen rond alsof ze de macht volledig in handen hadden en vielen naar willekeur Jordaanse burgers lastig. De Israëlische geheime dienst maakte Hoessein erop attent dat Arafat bezig was de macht in Jordanië over te nemen, of tenminste een staat in een staat te creëren. Op 16 september 1970 kondigde Hoessein daarop de noodtoestand uit en besloot hij met geweld Arafat en zijn volgelingen uit te schakelen. Het Jordaanse leger nam Arafat’s bolwerken in Amman en een aantal andere plaatsen onder vuur waarbij geen onderscheid werd gemaakt tussen burgers en terroristen. Op 18 september probeerde Syrië, d.m.v. de PLA, een pro-Syrische terreurgroep, uitgerust met tanks de Palestijnen in Jordanië te ontzetten maar de Israëlische luchtmacht joeg met een aantal overflights boven de tankcolonne, de terreurgroep weer naar Syrië terug.
De voormalige
koning Hoessein van Jordanië
Met tanks, vliegtuigen en zware artillerie en joeg Hoessein Arafat het land uit. Zo verschrikkelijk was Hoessein’s campagne, dat vele van Arafat’s bendeleden de rivier de Jordaan overstaken en zich liever overgaven aan de Israëli’s dan een zekere dood door de handen van het Jordaanse leger tegemoet te zien. Het ingrijpen van Hoessein koste aan naar schatting tienduizend ‘Palestijnen’ het leven. Dat zijn er meer dan er zijn omgekomen sinds Israëls bestaan in 1948. Hoessein’s actie staat bekend onder de naam "Zwarte September".
Zoals gezegd doet de huidige koning Abdullah driftig mee met het demoniseren van de Joodse staat. De man is net zo onbetrouwbaar als zijn vader Hoessein. Op 4 augustus 2002 schreef Douglas Davis in de Jeruzalem Post een artikel waarin Abdullah ervan werd beschuldigd geheime informatie van de Amerikanen aan Saddam Hoessein te hebben doorgespeeld en Amerikaans oorlogsmaterieel –bestemd voor eigen gebruik –stiekem naar Irak te hebben doorgesluisd. Dat deed Hoessein ook tijdens de Golf oorlog van 1991. Abdullah was in de negentiger jaren zeer nauw bevriend met de twee zeer gewelddadige zoons van Saddam Hoessein, Uday en Qusai, met wie hij op vakantie ging voordat hij de troon besteeg in Jordanië. Om de vriendschap te onderstrepen, gaf Uday hem maar liefst drie door hem tijdens de 1ste Golfoorlog in Koeweit gestolen Porsche sportwagens cadeau.
In 2004 waarschuwde Abdullah de Amerikanen voor de Iraanse dreiging. Jordaanse diplomaten vergeleken Iran met een “Octopus” wiens tentakels zich over de wereld verspreiden met de bedoeling de Westerse samenleving te ondermijnen. De “tentakels” die ze hiervoor gebruiken zijn het oliestaatje Katar, Syrië, de terreurbewegingen Hezbollah en Hamas en de Shia Moslims in Irak. Maar de koning is van mening veranderd en zingt thans een ander lied. Hij heeft een uitnodiging geaccepteerd voor een bezoek aan de Iraanse dictator Mahmoud Ahmadinejad in Teheran. Het is “noodzakelijk” zegt de koning “stappen te ondernemen om de relatie tussen Jordanië en Iran te verbeteren”. Abdullah ziet Iran alsmaar sterker worden en mogelijk op korte termijn over kernwapens beschikken. Hij is bang niet langer op de bescherming van Washington te kunnen rekenen. Bovendien stelt de koning zich steeds vijandiger op ten opzichte van Israël en dan is het meegenomen om Ahmadinejad als vriend te hebben.
De Hashemieten behoorden tot de stam van de Qoeraisj. Abdullah II is volgens zijn stamboom een nazaat van Mohammed en wel in de 43ste generatie. Jordanië is geen democratie, er bestaat geen meningsvrijheid of persvrijheid, het land heeft geen onafhankelijke rechtspraak en Abdullah’s bewind kenmerkt zich door corruptie aan de top, onderdrukking en zelfs marteling als standaardprocedure. Ook martelt men familieleden van vermeende verdachten. Sinds 2003 bestaat er een nauwe militaire samenwerking tussen Jordanië en Saoedi-Arabië. Jordanië bezit een wet die het verbiedt dat Joden burger van dat land kunnen worden of dat een Jordaniër land aan Joden kan verkopen.
Abdullah hand in
hand met de Palestijnse terrorist die zijn vader in Jordanië van de troon
probeerde te stoten
Jordanië is verboden terrein voor Joden. Paragraaf 6 van de Jordaanse grondwet, stelt uitdrukkelijk: ‘iedere persoon, voor zover hij niet Jood is, kan Jordaans staatsburger worden en in de door Jordanië bestuurde gebieden leven.’ Deze wet gold ook voor de Arabische bewoners die in de Bijbelse gebieden Samaria en Judea en het oostelijk deel van Jeruzalem woonden toen Jordanië tussen 1948 en 1967 deze gebieden bezet hield. In een handboek voor Jordaanse basisschoolleerkrachten krijgen leerkrachten de opdracht om ‘ in de ziel van de leerlingen de islamitische regel in te prenten dat, als Joden ook nog maar een duimbreed islamitisch land bezetten, de heilige oorlog een onafwendbare plicht voor ieder moslim wordt.’ En verder: ‘omdat de Joden een complot smeden om Mohammed te vermoorden toen hij nog een kind was, moeten daarvoor in de heilige oorlog alle Joodse kinderen gedood worden.’ Zo’n complot is er nooit geweest, maar is een later bedacht kwalijk sprookje, want aanvankelijk was Mohammed de Joden nog vriendelijk gezind. Pas toen hij zag dat de Joden niet tot de islam overgingen, sloeg zijn houding om in Jodenhaat.
Het Jordaanse Ministerie van Onderwijs heeft een particuliere school terecht gewezen wegens het gebruik van een geschiedenisboek, dat een hoofdstuk bevat over de Holocaust en zelfs gedeelten van het dagboek van Anne Frank citeert. Jordaanse kranten noemden het verhaal een "sensationele affaire," en de Jordaanse minister van Onderwijs, dr Khalid Karaki, stelde direct een commissie in om "het incident te onderzoeken en een rapport over de gevolgen te schrijven." De school moest stoppen met gebruik van het geschiedenisboek. Velen nemen Jordanië en Egypte als voorbeeld, hoe Israël en zijn Arabische buren in vrede kunnen leven. Maar de waarheid is dat hoewel Israël een vredesakkoord heeft gesloten met de regeringen van beide landen, hun bevolking en de verkozen volksvertegenwoordigers Israël nog steeds als vijand zien. In een van de vele Amerikaanse diplomatieke berichten, die klokkenluider-website Wikileaks onlangs publiceerde, werd onthuld dat Amerikaanse diplomaten ook erkennen, dat geheel Jordanië en Egypte geen vrede met Israël hebben, en waarschijnlijk de vijandelijkheden met de Joodse staat volledig hervatten indien hun huidige regeringen ooit ten val komen.
Jordanië
meent ook aanspraak te kunnen maken op de zogeheten rollen van Qumran die tussen
1947 en
Bedoeïenen dreigen met opstand tegen de koning als hij zijn vrouw niet
'op haar plaats zet'
Hoewel Jordanië het stabielste Arabische regime in het gebied is, is het niet immuun voor de revolutionaire wind die door het Midden-Oosten waait. Om een mogelijke ernstige bedreiging van zijn bewind voor te zijn ontsloeg koning Abdullah II in februari 2011 het regerende kabinet en benoemde en benoemde onder meer Hussein Mjali tot nieuwe minister van Justitie. Deze vroeg direct om vrijlating van de gevangen korporaal Achmed Daqamseh.
Op donderdag 13 maart 1997 ondernam een groep van 40 tot 50 Joodse schoolmeisjes in de leeftijd van 12 tot 13 jaar een excursie naar het ‘Eiland van de Vrede’ in Bakoura, een schilderachtig schiereiland aan de rivier de Jordaan nabij de Israëlische grens met Jordanië. Het eiland staat onder controle van het Jordaanse leger. De meisjes waren net van de touringbus gestapt toen de hel losbrak. Totaal onverwacht greep de Jordaanse soldaat Achmed Dqamseh die de wacht hield in die grenspost, een automatisch wapen van een collegasoldaat en opende vanuit een wachttoren het vuur op de groep meisjes. Daarna klom hij naar beneden en achtervolgde de meisjes die probeerden te ontkomen. Van dichtbij schoot hij nog een meisje door het hoofd. Terwijl hij zijn wapen herlaadde slaagden enkele medesoldaten de moordenaar te overmeesteren. Zeven meisjes bleven ter plaatse dood achter en zes andere werden verwond.
De nieuw benoemde minister van Justitie Hussein Mjali, noemde tijdens een bijeenkomst deze walgelijke moordenaar een "held" en benadrukte dat Daqamseh "geen gevangenis verdient." Mjali's opmerkingen veroorzaakten woedende reacties in Israël. Ya'akov Hadas woordvoerder van het Israëlische ministerie van Buitenlandse Zaken eiste van de Jordaanse regering “dat het alle oproepen tot vrijlating van de walgelijke moordenaar verwerpt en dat hij zijn straf zal blijven uitzitten". De Jordaanse regering kwam vervolgens met de verklaring dat Daqamseh niet vrijgelaten zal worden.
Ahmed Daqamseh, moordenaar van 7 Israëlische
meisjes.
De protesten in Jordanië richten zich onder meer op de rol van Koningin Rania. De leiders van de 36 belangrijkste Jordaanse Bedoeïenstammen, die 40 procent van de bevolking vertegenwoordigen en de ruggengraat vormen van de politieke steun aan koning Abdullah II, beschuldigden in een bekend gemaakte brief Rania van "corruptie, het stelen van geld uit de schatkist en manipulatie om haar imago te verbeteren - tegen de wil van Jordaanse volk in". Volgens de brief heeft de koningin Bedoeïenenstammen benadeeld ten gunste van haar eigen ‘Palestijnse’familie (Feisal Yasin). De Bedoeïnen roepen hun koning op zich van zijn vrouw te laten scheiden, omdat ze het demografische evenwicht in Jordanië in het voordeel van de ‘Palestijnen’ beïnvloedt. Toen de Jordaanse prins in 1993 Rania trouwde, waren de Bedoeïnen daar fel op tegen. In de brief werd Rania vergeleken met de vrouw van de voormalige Tunesische leider Zine al-Abidine Ben Ali. De extravagante levensstijl van Leila Ben Ali en haar ongebreidelde gebruik van publieke middelen was een katalysator voor de Tunesische opstand. Jordaanse stamleiders waarschuwden, dat als Abdullah niet snel zijn vrouw inperkt, hem een opstand wacht die een einde aan zijn bewind kan maken en dat het vervolgens niet ondenkbaar is dat Jordanië het land van de ‘Palestijnen’ wordt, zoals het in feite al is. Hoewel het op dit moment niet zo waarschijnlijk lijkt dat de koninklijke familie in Jordanië wordt omvergeworpen, maakt Israël zich zorgen dat Abdullah uiteindelijk kan worden vervangen door nòg een Islamitisch regime op de stoep van Israël.
De Bijbel
maakt duidelijk dat er een Godsspraak over de gebieden Moab, Edom en Ammon zal
komen. Diverse Bijbeldeskundigen menen
dat het hierbij zal gaan om de oorlog zoals in psalm 83 wordt beschreven: ‘Want
zij hebben eensgezind beraadslaagd tegen U een verbond gesloten: de tenten van Edom
en de Ismaëlieten, Moab en de Hagarenen, Gebal, Ammon en Amalek…’
Diverse profeten maken melding van een Godsoordeel over deze gebieden waaronder de profeet Zefanja.
Zefanja
2:8-9-10 Ik heb gehoord het gesmaad van Moab, en het gehoon der Ammonieten,
waarmee zij mijn volk smaadden en zich verhieven tegen hun gebied. Daarom
zowaar Ik leef, luidt het woord van de Here der heerscharen, de God van Israël,
voorwaar, Moab zal aan Sodom gelijk worden, en de Ammonieten aan Gomorra, een
veld van distelen en een zoutgroeve en een woestenij tot in eeuwigheid. Het
overblijfsel van mijn volk zal hen plunderen en de rest van mijn natie hen
erfelijk bezitten.
Ook Jeremia profeteert over Moab (48:1-47) en eveneens over Edom (49:7-22) en Ammon (49:1-6) en Jesaja zegt over Moab Jesaja 15:1 en 25:10-12. … Moab zal op zijn plaats neergestampt worden, zoals stro neergestampt wordt in het water van een mestkuil. De landstreek Moab is genoemd naar de zoon van de eerste dochter van Lot. Moab was de vader van de latere Moabieten. Ammon is genoemd naar de zoon van de jongste dochter van Lot, Ben-Ammi, de vader van de Ammonieten. (Genesis 19:37-38) De huidige hoofdstad van Jordanië Amman, is naar de Ammonieten genoemd.
Terug naar : Inhoud