Door: Franklin ter Horst. ( Aangemaakt: juli 1998) (Laatste
bewerking: 20 oktober 2011)
De strijd om Jeruzalem en het Heilige Land gaat in alle hevigheid door. De politieke en religieuze leugenaars van het PA/PLO bewind doen er werkelijk alles aan de geschiedenis van Israël te herschrijven. Zo heeft het Ministerie voor Informatie van het bewind in Ram-allah op 22 november 2010 een ‘wetenschappelijke studie’ gepresenteerd waarin wordt beweerd dat de Joden geen enkele historische aanspraak kunnen maken op de Westelijke Muur, (Klaagmuur, ook wel Kotel genoemd). Uitvoerig onderzoek zou hebben uitgewezen dat de Westelijke Muur, een integraal onderdeel uitmaakt van de Al-Aksa Moskee en de Haram al-Sharif (de islamitische naam voor de Tempelberg). De studie is afkomstig van Al-Mutawakel Taha, een Palestijnse dichter en schrijver die verbonden is aan de Fatah beweging van PA/PLO leider Mahmoud Abbas. Taha heeft eigenhandig dit ‘bewijsmateriaal’ opgesteld als zijnde een authentiek historisch document. Volgens deze gelegenheid ‘historicus’ maakt ‘de zionistische bezetting valse en onterechte aanspraken op deze muur.’
Taha benadrukt dat de
afgelopen decennia de Joden niet hebben kunnen aantonen dat de muur iets met
hun religie van doen heeft. “Vele studies
die door Joodse deskundigen werden gepubliceerd hebben bevestigd dat er geen enkel
archeologisch bewijs is dat de Tempelberg werd gebouwd tijdens de periode van
koning Salomo,” aldus Taha. Dat deze bewering een pertinente leugen is mag
duidelijk zijn. Er zijn in de loop der jaren duizenden archeologische
bewijzen gevonden van Joodse aanwezigheid in het land. De ‘studie’ van Taha
zou ook hebben uitgewezen dat de Klaagmuur vóór de Balfour
Declaratie van 1917, waarin het Joodse volk de hergeboorte van de Joodse
nationaliteit werd beloofd, nooit een plaats van aanbidding voor hen is
geweest. Zie hoe anders de waarheid is en hoe gemakkelijk dit soort leugens kunnen
worden weerlegd.
Links
biddende Joden bij de Klaagmuur in
1877 en rechts in 1895
Alles wat ze over de Tempelberg en de Klaagmuur vertellen hangt van leugens aan elkaar en is in tegenspraak met ontelbare historische verslagen en bewijzen dat de Klaagmuur al sinds de verwoesting van de Tweede Tempel door de Romeinen in het jaar 70 het belangrijkste en meest heilige symbool voor zowel de Joodse religie als de Joodse nationaliteit is geweest. Bij deze muur vragen de Joden aan God of in hun tijd de Tempel weer mag worden herbouwd. Boven hen schalt van de minaretten de oproep tot gebed, Allahu Akhbar! La ilaha illa-l-lah! ‘Allah is groter! Er is geen andere god dan Allah.’
Diverse archeologische vondsten in Jeruzalem hebben Hebreeuwse lettertekens en geven antieke Hebreeuwse namen weer die vanuit de Bijbel bekend zijn. Interessant is dat er tot nu toe nog nooit een archeologische vondst is gedaan waar de naam “Palestina” op voorkwam zoals het land vanaf 136 door de Romeinen werd genoemd. Gezien deze feiten kan men de Palestijnse beweringen als idiote propaganda afdoen. Maar om hun gelijk te bewijzen zijn ze al enige tijd druk bezig met een omvangrijke vernietiging van historische resten op de Tempelberg.
Een groot deel van de stenen in de Klaagmuur vormen een onderdeel van het tempelgebied zoals door Herodus is aangelegd. Volgens de Joodse historicus Josephus Flavius, stond de Tempel van Salomo precies daar waar zich nu de Rotskoepel bevindt. Dit wordt bevestigd door de Joodse archeoloog Leen Ritmeyer die in 1992 de uitkomst van een twintig jarig onderzoek heeft gepubliceerd. Volgens hem liggen de fundamenten van het Heilige der Heiligen, precies onder de Rotskoepel.
Zelfs de Koran is er niet onduidelijk over wie recht heeft op het land. Volgens de Korandeskundige Sheikh Dr. Muhammad Al-Husseini laten de commentatoren in de 8ste en 9de eeuw er geen twijfel over bestaan dat Eretz Israël door God is gegeven aan het Joodse volk als een eeuwig durend bezit. Er bestaat geen enkele aanwijzing dat dit land voor de islam bestemd is. Zo citeert Muhammed ibn Jarir al-Tabari (838-923) koranvers 5:21 als volgt: ‘O mijn volk! Trek het Heilige Land binnen dat God voor u bestemd heeft. En tot Mozes en zijn volk, de kinderen van Israël, zei God dat ze het land in bezit moeten nemen.’ Muhammed al-Husseini: ‘Geen enkel ander volk hoe hard ze ook schreeuwen kunnen aanspraak maken op dit land.’ Ook Sura 7:136-137 en Sura 17:103-104 verwijzen naar Israëls recht op het land.
De meeste geestelijke leiders van de islam gaan ervan uit dat de meerderheid van hun aanhangers de koran niet leest en daarom niets weet van deze verzen. Bij een test in Jeruzalem bleek géén van de ondervraagden dit te weten. “Palestina behoort de moslims en niet de joden, dat staat in de koran", was het antwoord. Waar het in de koran staat, dat kon niemand zeggen; integendeel, allen spraken over het recht van de moslims op dit land, hoewel het nergens in de 124 soera’s voorkomt. Het land Israël is volgens de koran niet aan de moslims nagelaten en is evenmin heilig voor hen. Door een combinatie van misduiding en geschiedvervalsing is Jeruzalem tot heilige stad gemaakt van de islam.
Zo zijn er -veelal geletterde- Moslims die heel wat anders beweren dat de nazi-propagandisten van het PLO bewind. Onder hen is professor Adbul Hadi Palazzi, leider van de Italiaanse Moslimgemeenschap en professor aan het Onderzoek Instituut voor Antropologische Studies in Rome.
Palazzi verklaarde dat de Joden recht hebben op héél Israël, en de Palestijnen er niet alleen niets te zoeken hebben, maar als volk zelfs niet eens bestaan. Palazzi vervolgt: “De PLO vertegenwoordigde geen staat en was geen politieke autoriteit. De meeste leiders van de PLO waren afkomstig uit de regio; Arafat was bijvoorbeeld een Egyptenaar, Faizal Husseini (rechterhand van Arafat) kwam uit Irak. De grootste fout is daarom geweest dat deze mensen erkend werden als de vertegenwoordigers van de lokale Arabische bevolking. Het is zelfs zo dat de Arabieren die er woonden hen aanvankelijk niet wilden accepteren als hun leiders, maar zichzelf meer als Jordaniërs dan als Palestijnen bleven beschouwen.”
In de Koran (34:10-13) staat ook een verwijzing naar Koning David en naar zijn zoon Salomo. Maar de Koran, die ongeveer 1400 jaar oud is, noemt het woord ‘Jeruzalem’ niet expliciet. Dit is wel opmerkelijk aangezien Jeruzalem al 2000 jaar voor de geboorte van de islam bestond. Volgens Palazzi zegt de Koran dat de Joden zullen terugkeren naar hun land en zegt dat het Palestijnse bewind deze passages uit de Koran heeft geschrapt, maar dat in andere islamitische landen het bewijs gewoon in de Koran kan worden gevonden.
De Palestijnse hoogleraar en politicus Sari Nusseibeh schreef in november 2009 over de Joodse aanspraak op de Tempelberg in Jeruzalem: “De legendarische tempel in Jeruzalem is waarschijnlijk de plaats, waar de hogepriesters dienst hebben gedaan voor het aangezicht van de Almachtige”. De Palestijnse pers stond vervolgens vol met heftige reacties, want de leugen dat er in Jeruzalem niets te vinden is wat duidt op Joodse aanwezigheid door de geschiedenis heen, moet met alle middelen in stand worden gehouden. Palestijnse politici en geestelijken waren zo woedend over de publicatie van de wetenschapper, dat hij genoodzaakt was onder te duiken. Ook is hij door fundamentalistische geestelijken vervloekt.
Voor de Arabieren als geheel is er nooit een begrip als ‘Palestina’ geweest. Diverse Palestijnse leiders zijn naarstig op zoek naar een historisch verhaal die hun claim op het land zou kunnen bevestigen. Volgens de islamitische raad van het PA/PLO bewind leven de Arabieren al 7500 jaar in ‘Palestina’.Ze nemen zelfs hun toevlucht tot de Bijbel en beweren dat de Palestijnen zouden afstammen van de Jebusieten, Kanaänieten, Hetieten en Filistijnen. Deze volken komen geen van allen voor in de Koran. Ze hebben in feite geen idee waar ze het over hebben want de genoemde volken zijn geen van allen afkomstig van Sem maar van Cham en zijn dus geen Arabieren.
Het in Jeruzalem gevestigde
Tempelinstituut bezit een kopie
van de officiële gids uit 1925 voor de Al-Haram Al-Sharif opgesteld door de
Waqf . Op pagina 4 verklaart de Waqf: “De identiteit
van de plaats van de Tempel van Salomo staat buiten kijf. Algemeen wordt aangenomen
dat dit de plaats is waarop David een altaar bouwde voor God. De gids verwijst
bovendien op pagina 16, naar de ruimte onder het plein, dat wordt aangeduid als
de Stallen van Salomo. Volgens de gids dateren deze stallen al van de tijd van
de bouw van de Tempel van Salomo. Volgens Josephus Flavius werd het gebruikt
als toevluchtsoord door de Joden ten tijde van de verovering van Jeruzalem door
Titus in het 70 na Chr.
De geschiedenis leert dat de Tempelberg het hart van Jeruzalem en het land Israël is. De Tempelberg wordt in de Bijbel “de berg van de Heer” genoemd (Genesis 22). Hier, op de berg Moria, legde Abraham zijn zoon Isaäk op het altaar en werd op een bijzondere manier uitgebeeld wat de offers later zouden doen. Op deze zelfde plaats bouwde Salomo later een tempel voor God. Op de plaats zongen de Levitische priesters de God van Israël toe en het was hier dat de Here Jezus als baby in de tempel werd gebracht om aan God te worden voorgesteld. Hier werd het speciale offer gebracht, dat gebracht diende te worden vanwege Zijn geboorte. Hier stond Hij als 12jarige te midden van de geleerden en sprak Hij over het werk van Zijn hemelse vader. Hier gaf Jezus geregeld onderricht aan Zijn discipelen en aan andere luisteraars.
Op deze plaats roepen vandaag de Moslimleiders om de dood van
het Joodse volk en de volledige vernietiging van de staat Israël. Ze hebben
Israëls meest heilige plaats veranderd in een islamitisch heiligdom waar het
Joden verboden is hun lippen te bewegen, hun ogen te sluiten voor gebed of zich
te buigen.
Moslims bidden op de Israëls Tempelberg
De tempelberg in Jeruzalem is de enige plaats op aarde waar God wilde, dat voor Hem een huis gebouwd zou worden en waar Hij zou wonen. “De Heer heeft Sion verkozen en als woonplaats begeerd: ‘Dit is, voor altijd, mijn rustplaats, hier verlang Ik te wonen.”(Psalm 132:13-14). Van de tempel zei later de Here Jezus, dat het het huis van Zijn hemelse vader was. Deze plaats wordt nu ontheiligd door de islamitische heiligdommen. De islam heeft er een bedehuis voor hun god van gemaakt maar dat zal niet zo blijven want verschillende Bijbelteksten vertellen dat daar in toekomst opnieuw een Tempel voor de God van Israël zal verschijnen.
Jeruzalem zal de plaats zijn waar God in het gericht zal treden met de volken op aarde. Dit zegt de Heer van de hemelse machten: Brandend van liefde neem ik het op voor Jeruzalem en Sion, en ziedend van woede ben ik op de zelfgenoegzame volken.
Op deze plaats zal de Here Jezus Koning worden over de gehele aarde en zal Jeruzalem de hoofdstad van Zijn rijk zijn. “En de HEER zal koning worden over de hele aarde. Dan zal de Heer de enige God zijn en zijn naam de enige naam.”(Zacharia 14:9). Dan zal Jeruzalem niet alleen de hoofdstad van Israël zijn, maar van de gehele wereld. God Zelf beleeft vreugde, als Hij denkt aan de toekomst van Jeruzalem. “Ik herschep Jeruzalem in een jubelende stad en schenk haar bevolking vreugde. Dan zal ik over Jeruzalem jubelen en mij verblijden over mijn volk. Geen geween of geweeklaag wordt daar nog gehoord.”(Jesaja 65:18-19)
Jeruzalem is uniek onder de steden van de wereld. De stad bezit een uitstraling die door geen andere stad te evenaren valt. Voor het volk van Israël is er nooit een alternatief geweest voor Jeruzalem en dat zal er ook nooit zijn want het is God Zelf die deze plek heeft uitgekozen. Jeruzalem is de stad van de kinderen van Israël, Gods volk, het is de stad van hun geschiedenis en hun toekomst. Voor de christenen is Jeruzalem de stad waar Jezus Christus leefde en predikte, waar Hij stierf aan het kruis, werd begraven en verrees uit het graf. Jeruzalem is de stad waarheen Hij straks zal wederkeren om Zich te zetten aan de rechterhand van God de Vader. Voor de islamieten is Jeruzalem de derde plaats in volgorde van heiligheid. Eerst komt Mekka, dan Medina en daarna Jeruzalem. Wereldwijd bidden Moslims, zelfs zij die op de Tempelberg zelf bidden, in de richting Mekka. De latere islamitische traditie koppelde de verwijzing in de Koran naar "al Masjid al-Aksa" (het verste heiligdom) weliswaar aan de Al-Aksa Moskee in Jeruzalem, maar ten tijde van de profeet Mohammed stond er geen gebouw van de islam op de Tempelberg. Desondanks concentreert de heiligheid zich op de berg Sion (Moria) en is gebaseerd op een tekst uit de koran waar in Soera 17:1 het volgende te lezen staat: “Lofprijzing aan hem, die zijn dienaar des nachts deed reizen van het gewijde Bedehuis naar het buitenste bedehuis, welks omtrek wij gezegend hebben, opdat wij hem voor onze tekenen zouden tonen. Hij is de horende, de ziende.”
Men moet wel een bijzonder rijke fantasie bezitten om uit deze tekst de conclusie te trekken dat het hier om Jeruzalem gaat. Noch in deze tekst, noch in andere teksten in de koran wordt Jeruzalem genoemd. Maar desondanks eisen de moslims de stad op als heilige plaats voor de islam.
Het deel van het Midden-Oosten waarin Jeruzalem ligt, behoort tot de oudste cultuurgebieden op aarde waarvan Jericho wel de bekendste is. De omgeving waarin Jeruzalem ligt werd al zo'n 5000 jaar geleden bewoond. Waarschijnlijk ging het hier om een groep Kanaänieten die zich vestigden bij de Gihon-bron, een plek waar het hele jaar door water aanwezig was.
De
Gihon bron
Opgravingen ter plekke hebben uitgewezen dat deze Kanaänieten zich hier rond 3000 v.Chr., hebben gevestigd. Jeruzalem behoort derhalve tot de oudste steden ter wereld en is vanaf ca. 2000 v.Chr., continu bewoond geweest. Op sommige plaatsen binnen haar muren ligt de vaste rotsbodem meer dan vijfentwintig meter beneden de huidige oppervlakte. De steegjes en gebouwen van vandaag rusten op het puin van het verleden. Op elk niveau treft men zaken aan die kenmerkend zijn voor de verschillende perioden uit haar lange geschiedenis. Jeruzalem wordt in de Bijbel het eerst genoemd in Genesis 14, met de naam Salem, wat vrede betekent.
Genesis 14:18-19-20
En Melchizedek, de koning van Salem, bracht brood en wijn, hij nu was een
priester van God, de Allerhoogste. En hij zegende hem en zeide: Gezegend zij
Abram door God, de Allerhoogste, de Schepper van hemel en aarde, en geprezen
zij God die uw vijanden in uw macht heeft overgeleverd.
De ontmoeting tussen Abraham en Melchizedek moet rond 1900 v.Chr., hebben plaatsgevonden. Velen hebben zich afgevraagd wie deze Melchizedek was, en waar Salem lag. Psalm 76:3 vereenzelvigt Salem met Jeruzalem en Psalm 110:4 legt een verband tussen de koningen van Israël en de machtige koning Melchizedek. Volgens bepaalde Joodse overleveringen was hij Sem, de zoon van Noach. In het Nieuwe Testament wordt in de brief aan de Hebreeën ook gezegd dat hij lijkt op de Zoon van God.
Hebreeën 7:1-2-37:1
Want Melchizedek, koning van Salem, priester van de Allerhoogste God die
Abraham bij zijn terugkeer na het verslaan van de koningen tegemoet kwam en hem
zegende, aan wie Abraham ook een tiende van alles gegeven heeft, is vooreerst,
volgens de uitlegging (van zijn naam) koning der gerechtigheid, vervolgens ook:
koning van Salem, dat is koning des vredes, zonder vader, zonder moeder, zonder
geslachtsregister, zonder begin van dagen of einde des levens, en, aan de Zoon
van God gelijkgesteld, blijft hij priester voor altoos.
Het verschil met de Joodse overlevering is dat Melchizedek volgens dit Bijbelverhaal, geen vader, geen moeder, noch een stamboom heeft. Zijn leven heeft als het ware geen begin noch een eind. Melchizedek, zo luidde de redenering stond op die wijze model voor het priesterschap van Jezus als Messias. Ook in de Dode-zeerollen fungeert Melchizedek als Verlosser of Rechter.
De oudste vermelding van Jeruzalem (Jeroesjalajim) komt voor in een Egyptische vervloekingstekst uit de negentiende en achttiende eeuw voor Christus. Deze teksten stonden op schalen en beeldjes die in een speciaal ritueel aan scherven werden gegooid om ongeluk af te roepen over de vermelde personen of steden. Op een schaalscherf zijn de namen van de heerser van Jeruzalem en diens vazallen aangetroffen. Hoewel sommige onderzoekers menen dat Jeruzalem haar naam heeft ontleend aan de god Sjalim (identiek beschouwd aan de Soemerische god Sjamasj) is het nog steeds niet helemaal duidelijk wat de echte oorsprong van de naam is.
De Soemerische god
Sjamasj
In 1975 werd in Ebla, in het
noorden van Syrië, een kleitablettenbibliotheek opgegraven. Op een van de
tabletten in Soemerisch spijkerschrift, dook de naam Urusalim op. Deze naam
vertoont veel overeenkomst met de naam op een kleitablet welke in
Egyptische hiërogliefen uit de tijd van deze farao vermelden een stad met de naam Ruschalimum. Of deze stad iets met Jeruzalem van doen heeft, is niet bekend. Gelet op hoe de stad wordt genoemd in bepaalde Bijbelgedeelten, zoals in Jozua 15:63 en Richteren 1|21, weten we dat Jeruzalem in de veertiende eeuw vóór Christus een stad van de Kanaänitische Jebusieten was. Dit wordt ook bevestigd in de Tell-el-Amarna brieven. Jeruzalem was nog steeds een Jebusitische stad toen koning David haar in 1000 voor Christus veroverde.
Bij de dood van Saul (1012) werd David te Hebron door de Judeërs tot koning uitgeroepen. David was door God uitverkoren om Israëls tweede koning te worden. Soms roept God individuele mensen tot een speciale rol of daad. Verscheidene profeten uit het Oude Testament- Amos, Ezechiël, Hosea, Jesaja, Jeremia en Samuël- zo ook David- zijn door God geroepen en geïnstrueerd. God riep David vanuit de onbekendheid tot koning van Israël. In 1 Samuël 16:18 staat over hem: Ik heb een zoon van de Bethlehemiet Isaï gezien, die spelen kan; en hij is een dapper held, een krijgsman, wel ter tale, schoon van gestalte; en de Here is met hem. In Galilea beantwoorden de apostelen Petrus, Andreas, Jakobus en Johannes de roep van Jezus hem te volgen en Zijn afgezanten te worden bij de verkondiging van Zijn leer.
Ruim 7 jaren strijd met de heersers uit het noorden en uitschakeling van Sauls erfgenaam Isboset en diens veldheer Abner brachten hem de erkenning als koning over geheel Israël. Op het slagveld verwierf hij grote reputatie. Voorspoedig waren zijn oorlogen met de Filistijnen die tijdens twee grote veldslagen werden verpletterd met een geweld ‘zoals water doorbreekt’, Moabieten, Ammonieten, Syriërs en Edomieten, allen kwamen onder zijn heerschappij. Zijn rijk breidde zich uit van Damaskus’-het grote centrum van handel en cultuur – en van de Rode zee tot aan de Eufraat, in het huidige Irak. In 2 Samuël 5 en in 1 Kronieken 11 wordt de verovering van Jeruzalem -het door Kanaänieten bewoonde Jebus - beschreven. De vesting Jebus, bleek een moeilijk te nemen hindernis. De Jebusieten gingen er prat op dat zelfs blinden en lammen haar konden verdedigen.
2 Samuel 5:6 De
koning (David) trok met zijn mannen naar Jeruzalem op, tegen de Jebusieten, die
in die landstreek woonden. Dezen zeiden tot David: Gij Komt hier niet binnen,
blinden en lammen zullen u terugdrijven! Zij bedoelden: David komt hier nooit
binnen.
Maar David vond voor zijn
aanval een opening in de verdediging van de vesting. Terwijl David een
schijnaanval op de muren uitvoerde sloop Joab met zijn keurtroep via een bijna
verticale waterschacht tussen de vesting en de bron van Gihon, naar binnen.
Archeologen hebben deze schacht later blootgelegd. Reeds in 1867 werd dicht bij
de Gihon-bron, (links onder op afbeelding) aan de oostkant van het oudste deel
van de stad, een
Zo kon David de vesting binnentrekken en haar tot hoofdstad van zijn koninkrijk maken. Hij spaarde de inwoners en maakte velen van hen tot zijn bondgenoten. Vanaf dat moment heette de stad Jeruzalem, de ‘woonplaats van Israëls God’. In Psalm 132:13-14, geïnspireerd door Davids wapenfeit, wordt hieraan herinnerd: ‘Want de Here heeft Sion verkoren, Hij heeft het zich ter woning begeerd. Dit is Mijn rustplaats voor immer, hier zal Ik wonen, want haar heb Ik begeerd’. Om Jeruzalems belang als godsdienstcentrum te onderstrepen, liet David de Ark des Verbonds naar de stad overbrengen.
Naast de naam Jeruzalem werd
de stad ook de "Burcht Sion" genoemd. Later werd de naam Sion ook
specifiek gebruikt om er de Tempelberg mee aan te duiden. De naam Sion stond
voor de berg des Heeren, voor de geografische plaats op aarde die God zich had
verkozen.
In wat genoemd wordt de “Oude Stad van David” zijn Israëlische archeologen bij opgravingen gestoten op het paleis van koning David. De befaamde Israëlische archeologe Dr.Eilat Mazar van de Hebreeuwse Universiteit in Jeruzalem zegt er zeker van te zijn dat zij het paleis van Koning David heeft ontdekt. Het gaat om een belangrijke ontdekking omdat er maar weinig harde bewijzen uit de tijd van koning David voorhanden zijn, aldus archeoloog Gabriel Barkay van de Bar-Ilan Universiteit (Ramat Gan). Met verschillende Bijbelboeken als gids; heeft Mazar in de “Oude stad van David” een groot gebouw ontdekt uit de 10e eeuw voor Christus. In een deel van de fundamenten van het gebouw heeft men aardewerk uit de 10e tot de 9e eeuw voor Christus gevonden, uit de tijd van het koninkrijk van Israël. Een groot aantal archeologen zijn het er wel over eens dat in de 10e eeuw voor Christus er een centrale bestuursmacht bestond in Jeruzalem die een groot aantal openbare gebouwen en vestingwerken tot stand heeft gebracht, en geïdentificeerd kan worden met het Verenigd Koninkrijk van David en Salomo. Zowel David als Salomo knoopten betrekkingen aan met buitenlandse vorsten.
De Bijbel maakt duidelijk dat David contacten onderhield met koning Hiram uit Libanon. De naam van deze koning komt voor in een lijst van koningen van Tyrus die Menander van Efeze (tweede eeuw v. Chr) vermeldt en die door Flavius Josephus wordt aangehaald. Hiram is bewezen een historische figuur te zijn. De constructie van Davids paleis vond plaats met materialen afkomstig van Hiram. Hij hielp David met de bouw van zijn paleis. (1 Kron. 14:1). Daarnaast zijn de regeringsjaren van David en Salomo, onder andere met behulp van de Assyrische chronologie, vrij nauwkeurig te reconstrueren. Een andere aanwijzing voor het bestaan van koning David buiten de Bijbel om is een oude inscriptie die gevonden is in Tel Dan. Hierin staat een verwijzing te lezen naar een koning uit het “Huis van David”. Deze inscriptie bevestigt indirect dus het bestaan van de historische koning David.
David wilde ook een tempel voor zijn God bouwen, maar moest dit op God’s bevel aan zijn zoon Salomo overlaten. God wilde eerst aan David zelf een huis geven en dat huis van David moest blijvend over Israël regeren ‘Uw huis en uw koningschap zullen voor immer bestendig zijn’. Aan mijn knecht David heb ik gezworen: Voor altoos zal Ik uw nakroost bevestigen en uw troon bouwen van geslacht tot geslacht.’ Nog voordat er aan de Babylonische ballingschap een einde kwam, voorzegden de profeten dat God op een dag uit het ‘Huis van David’ een rechtvaardige Spruit zal verwekken; die zal als koning regeren en verstandig handelen, die zal recht en gerechtigheid doen in het land. Het Nieuwe Testament wijst op het verband tussen Jezus en David. Mattheüs en Lucas geven aan dat Jezus niet alleen van koning David afstamde, maar ook dat veel gelovigen in hem de langverbeide Koning zagen.
Jeruzalem is de enige stad ter wereld die God "Mijn stad" heeft genoemd. De stad werd gekozen om een eeuwige en goddelijke waarheid te vertegenwoordigen en Gods licht aan deze wereld over te dragen. Nadat David Jeruzalem had ingenomen versterkte hij de stad die daardoor zowel het politieke als het godsdienstige middelpunt werd van Gods volk. Psalm 132 onderstreept nog eens de unieke en belangrijke rol die de stad in het godsdienstige leven van de kinderen van Israël vervulde.
Psalm132: 13-14
Want de Here heeft Sion verkoren, Hij heeft het Zich ter woning begeert: Dit is
Mijn rustplaats voor immer, hier zal Ik wonen, want haar hen Ik begeert.
En zo werd in de loop van de tijd het huis van David het symbool van Gods liefde voor Israël. Koning David was gedurende een periode van veertig jaar aan de macht. Hij regeerde zeven jaar en zes maanden over Juda en vervolgens drieëndertig jaar over Juda en Israël samen. In de visie van de profeet Natan beloofde God dat Hij Davids troon voor altijd in stand zou houden. Het machtige tijdperk door David in gang gezet vond zijn bekroning toen Salomo het roer overnam. God had David geïnspireerd tot de bouw van de Tempel op de berg Moria en het was Salomo die omstreeks 960 voor Christus een luisterrijke Tempel liet bouwen. Naar deze heilige stad kwamen later de profeten in tijden van religieuze bloei en verval om er hun donderende aanklachten uit te spreken en gloedvolle voorspellingen over de toekomst te doen.
Later kocht David de dorsvloer van de Jebusiet Arauna, op de berg Moria, de plek waar Abraham bijna zijn zoon Isaak had geofferd en richtte daar een altaar voor de Here op. Ook bracht hij de "Ark des Verbonds" naar de stad over.
2 Samuel 6:12-17
Toen ging David heen en haalde de ark Gods onder gejuich uit het huis van
Obed-Edom naar de stad Davids. Nadat zij de ark des Heren binnengebracht
hadden, zetten zij haar neer op haar plaats, in de tent die David voor haar
gespannen had.
Ark des Verbonds, ook wel Ark des Heren
Door het koningschap van David met het aansluitende koningschap van diens zoon Salomo, heeft God een profetisch beeld willen geven. Het was de uitbeelding van het toekomstige Koninkrijk der Hemelen onder leiding van Jezus Christus. Salomo was koning van Juda en Israël in de periode van ca. 965 tot 926 voor Christus. Kort na zijn kroning had Salomo een ervaring die het karakter van zijn regeerperiode zou bepalen. God verscheen hem in een droom en vroeg hem welke bijzondere gave hij graag zou willen hebben. De koning antwoordde: Een opmerkzame geest, om recht te kunnen spreken voor Uw volk en onderscheid te kunnen maken tussen goed en kwaad. Verheugd over dit verzoek beloofde God hem niet alleen wijsheid, maar ook rijkdom en aanzien, vooropgesteld dat hij Gods wegen zou blijven bewandelen en Zijn wetten en geboden zou onderhouden.
Salomo hield toezicht op de bouw van Jeruzalem en van de schitterende Tempel die was toegewijd aan God. Iedereen was onder de indruk van zijn bouwactiviteiten, waaronder ook buitenlandse koningen en koninginnen zoals de koningin van Sjeba. Salomo's rijk was een hoogtepunt in Israëls geschiedenis. Het verval begon toen de oud geworden Salomo zich tot afgodendienst liet verleiden. Met zijn sterven ging ook zijn glorieuze rijk ten onder. Na de dood van Salomo in 931 voor Christus viel het mooie rijk van de twaalf stammen van Juda en Israël al spoedig uiteen. Israël koos Jerobeam tot koning en Juda werd het rijk van Salomo's zoon Rechabeam.
Zoals gezegd was het God Zelf
die Jeruzalem op haar plaats verkoos. De stad werd niet gekozen tot hoofdstad
van de natie vanwege haar geweldige ligging want de plaats waarop de stad
gebouwd werd, had op de Gihon-bron na geen enkel natuurlijk voordeel. Ze lag
niet op een belangrijk kruispunt, of zelfs aan een belangrijke handelsroute. De
belangrijkste handelsroutes liepen in de oudheid ten oosten of ten westen van
de stad. In het oosten verbond de "Koningsweg" Arabië met Damascus,
in het westen verbond de "Weg van de Zee" Egypte met Damascus,
Mesopotamië en Klein-Azië. De genoemde Gihon-bron lag oorspronkelijk buiten de
stadsmuren. Koning Hizkia zag dat dit een ernstige bedreiging was voor de
veiligheid en het voortbestaan van Jeruzalem. Hij bedacht hiervoor een
oplossing die ingenieurs sindsdien versteld heeft doen staan. Hij liet een
Nee, Jeruzalem werd geen hoofdstad van de natie vanwege haar economische ligging, maar omdat God haar op die plaats verkoos. Daarom is Jeruzalem uniek onder de steden van de wereld, maar ook maakt het haar tot een voortdurend brandpunt van botsende volken en religieuze belangen. Achter alle strijd en verwoesting gaan geestelijke machten schuil die vastbesloten zijn Gods eeuwige bedoeling en roeping te vernietigen. De geschiedenis van Jeruzalem is daarom een geschiedenis van strijd. Haar verhaal is het verhaal van triomf en succes, van lijden en smart. Haar geschiedenis is treffend samengevat in een oud Joods gezegde.
Tien maten van lijden zijn
door God naar de wereld gezonden, en negen van de tien vielen op Jeruzalem.
Psalm 137:5-6
Indien ik u vergete, o Jeruzalem, zo vergete mij mijn rechterhand; mijn tong
kleve aan mijn verhemelte, als ik uwer gedenk, als ik Jeruzalem niet verhef
boven mijn hoogste vreugde.
In dit Psalm klinkt de diepe emotie door van het Joodse volk in tijden dat ze gedwongen buiten de grenzen van Israël en hun geliefde stad Jeruzalem moesten leven.
De lijst van naties en volken die om Jeruzalem hebben gestreden is bijna eindeloos. Tussen 587 voor Christus en heden werd de stad meer dan twintig keer veroverd en vele malen totaal verwoest, om daarna weer uit haar as te herrijzen. Jeruzalem werd veroverd door de legers van alle grote naties uit het verleden en dat gebeurde meestal wanneer het volk van Israël hun geloof in God hadden verzaakt. De stad werd onder Joodse heerschappij voor het eerst volledig verwoest door Nebukadnezar. De Bijbel vertelt dat in het negende regeringsjaar van Sedekia, de koning van Juda, Nebukadnezar de koning van Babel met zijn gehele leger tegen Jeruzalem oprukte. Hij belegerde de stad en bouwde er een belegeringswal omheen. Jeruzalem werd achttien maanden lang, tot de zomer van 587, belegerd. De omstandigheden werden door het langdurige beleg zo nijpend dat sommige bewoners door de honger gedreven hun toevlucht namen tot kannibalisme. Toen de Babyloniërs de stad in handen kregen, probeerde koning Sedekia naar het gebied aan de overkant van de Jordaan te vluchten, maar hij werd bij Jericho gevangen genomen en naar Ribla gebracht.
Omdat hij zijn verdrag met Babylon had geschonden werd hij voor Nebukadnezar geleid. Hij moest toezien hoe zijn zoons werden geëxecuteerd, waarna hemzelf de ogen werden uitgestoken en hij in ketenen werd weggevoerd naar Babylonië waar hij stierf. Gedurende de maand daarop legden de Babyloniërs Jeruzalem en de Tempel volledig in de as. De stadsmuren werden geslecht en de bevolking gedeporteerd. Slechts enige families mochten achterblijven als wijngaardeniers en als landbouwers. Door deze deportatie en verwoesting werd het land een oord van puinhopen en woestenij en hield het koninkrijk Juda op te bestaan. Voor talrijke Joden was de ballingschap al tien jaar eerder begonnen toen koning Jojakin na Nebukadnezars eerste aanval op Jeruzalem had gecapituleerd. Die keer had de capitulatie nog tot gevolg dat Juda een totale verwoesting bespaard bleef, ook al werd er, zoals zowel de Bijbelse als de Babylonische kronieken getuigen, een enorme oorlogsbuit geroofd. Hoewel er over de aantallen gedeporteerden onduidelijkheid bestaat, staat vrijwel vast dat reeds bij de eerste deportatie het grootste deel van de heersende klasse naar Babylon verdween.
Als de Perzische koning Cyrus de opperheerschappij in Babel krijgt, mogen de ballingen terug. In 520 voor Christus wordt een nieuwe Tempel gebouwd en begint Ezra en later Nehemia aan de mentale opbouw van het Joodse volk. Met kracht wijzen zij op het feit dat het volk drager is van de belofte voor land en volk. In de jaren die volgden werd de stad in al zijn glorie hersteld. Jeruzalem werd nu het middelpunt van een kleine Joodse staat, die bestuurd werd door een hogepriester. Maar het werd allesbehalve rustig, want in 200 voor Christus verovert de Seleucide Antiochus 3 Jeruzalem. Diens opvolger, de beruchte Antiochus 4 Epiphanus trachtte de Joden de Hellenistische cultuur op te dringen. De Tempel in Jeruzalem werd aan Zeus gewijd en alle religieuze voorschriften vooral inzake de viering van de hoogtijdagen, sabbat en besnijdenis werden op straffe des doods verboden.
Ook het bezit van het Wetboek van Mozes was strafbaar, ook daarvoor kon men de doodstraf krijgen. Alle vindbare exemplaren werden vernietigd. Voorts werd de Joodse offercultus verboden. In de Tempel werden varkens geslacht en in de heilige zalen hadden de heidenen gemeenschap met vrouwen. De Joden die zich tegen deze terreur verzetten werden op gruwelijke wijze gemarteld. Bovendien maakte Epiphanus zich meester van de tempelschatten. De Joden spraken van "Een gruwel der verwoesting" over deze tijd. Er ontstond echter onverwacht hevig verzet van de kant van de Joodse bevolking. Deze besefte dat de Hellenistische leefwijze met zijn vele afgodische elementen niet in overeenstemming te brengen was met de trouw aan Gods geboden. Dit had de opstand der Makkabeeën tot gevolg. Deze Joodse vrijheidsbeweging maakte in 164 voor Christus een eind aan de terreur van Epiphanus. Een verslag van deze opstand en de daarop volgende onafhankelijkheidsstrijd is te vinden in de boeken van de Makkabeeën die bewaard zijn gebleven in de Griekse Septuaginta. De Tempel werd ontdaan van alle Hellenistische attributen en opnieuw ingewijd. Deze gebeurtenis wordt tot op de dag van vandaag gevierd tijdens het Chanoekah-feest.
Gedurende een periode van veertig jaar werd de Joodse geschiedenis beheerst door Herodes de Grote. Hij werd als zoon van de Idumeeër Antipater omstreeks 73 voor Christus geboren en kreeg in 47 voor Christus het burgerschap van Rome. Zijn vader stelde hem aan tot militair gouverneur van Galilea met de taak het gebied te zuiveren van terroristen. In 40 voor Christus verleende de Romein Antonius hem de alleenheerschappij over Galilea en gaf hem de beschikking over een Romeinse strijdmacht om het gebied in 37 voor Christus in bezit te nemen. Uit de tijd van Herodes stammen prachtige forten en paleizen en net als koning Salomo gedaan had, liet Herodes voor de Tempelconstructie de beste architecten uit Fenicië komen. Bij de bouw waren 10.000 man ingeschakeld. Herodus had 1000 priesters tot timmerman en metselaar laten opleiden om het Allerheiligste op te trekken en af te werken, want de Joodse wetten stonden niet toe dat ongewijde handen het materiaal zouden beroeren.
Koning Herodus
Het Allerheiligste werd in achttien maanden voltooid, maar het hele tempelcomplex vergde tachtig jaar. De bouw duurde tot 64 na Christus. De Tempel werd in 10 voor Christus ingewijd maar ondanks deze inspanningen waarin Herodus toonde respect te hebben voor de godsdienstige tradities van het Joodse volk dat hij regeerde, bleef hij in de ogen van het volk een gehate vreemdeling, want uiteindelijk was hij ook degene die kort na de geboorte van Jezus het bevel gaf tot het doden van kinderen in Bethlehem. Hij stierf in 4 voor Christus op een leeftijd van 69 jaar. Zijn sterfdag werd een feestdag, de Joden waren blij van hem verlost te zijn.
Langzamerhand groeide "Het Beloofde land "uit naar een status van een Romeinse provincie en werd het met strenge hand bestuurd. Voor de Romeinen waren de Joden onhandelbare onderdanen, met hun exclusieve geloof en nationale bewustzijn. De volkstelling van 6 na Christus bracht een zekere Judas ertoe om een opstand te beginnen. Hij zou een nieuwe godsdienstige sekte hebben gesticht die zestig jaar lang moeilijkheden bleef veroorzaken. Barabbas was zo, n vrijheidsstrijder, evenals de in het Bijbelboek Handelingen 21 genoemde Egyptenaar. Een groep stond bekend als de dolkdragers. Bij de grote opstand van 66 na Christus werden Joodse vrijheidsstrijders ,rovers, bandieten en Zeloten genoemd. Problemen veroorzaakt door met name corrupte Romeinse gouverneurs waren er de oorzaak van dat de zaak escaleerde. Gessius Floris kwam met een strijdmacht naar Jeruzalem, eiste gevangenname van de opstandige Joden en kondigde de staat van beleg af. Tijdens rellen erna werden 3000 Joden gedood.
Nu ontstond openlijk verzet. De Romeinse bezetting van Jeruzalem en Masada werd door de opstandelingen uitgeschakeld. Hierop rukte Cestius Gallus, gouverneur van Syrië, met het twaalfde legioen en hulptroepen op tegen Jeruzalem. Na een eerste succes trok hij zich terug maar liep in een hinderlaag waarbij 6000 van zijn soldaten het leven verloren. Nu was een oorlog onvermijdelijk geworden. Nero droeg de oorlogvoering op aan Flavius Vespasianus. Hij kreeg 60.000 man tot zijn beschikking maar vanwege ongeregeldheden in Rome, waarbij Nero zelfmoord pleegde, werd Vespasianus teruggehaald en tot keizer uitgeroepen. Vespasianus had voor zijn prestige een spectaculaire zege nodig en deze kon hij behalen door Jeruzalem in te nemen. Titus trok in de lente van het jaar 70 na Christus op om de stad te verwoesten. Hij omsingelde de stad en liet een muur bouwen zodat aanvoer van voedsel voor de stadbewoners en ontsnappen niet meer mogelijk waren.
Vluchtelingen die de Romeinen in handen vielen, werden binnen het zicht van de stad gekruisigd, soms wel 500 op een dag tot er geen hout meer was. Op zes augustus werd de Tempel bestormd en tegen het bevel van Titus in brand gestoken en volledig verwoest. De Tempel, het hart van de natie, het levenscentrum van Gods volk, het middelpunt van Gods Koninkrijk op aarde was in vlammen opgegaan. Spoedig was de hele stad ingenomen en verwoest. Joseph ben Mathitjahu (Flavius Josephus) beschrijft in zijn “Geschiedenis van de Joodse oorlog” uitvoerig de verwoestingen die de Romeinse soldaten aanrichtten, toen zij van huis tot huis gingen, om de Joodse bewoners van de stad Jeruzalem te vermoorden. Flavius schrijft dat Caesar het bevel had gegeven slechts de bewapenden en weerspanningen te doden, maar dat de Romeinse soldaten ook de ouden en de zwakken neermaaiden die ze tegen kwamen. Er zijn schatting 1.100.000 mensen om het leven gebracht of van ellende gestorven. Vele gevangenen werden meegenomen om als gladiatoren in de arena,s van de Romeinen op te treden. Zevenhonderd Joden werden in triomf in Rome te kijk gezet, met de buit van de Tempel, waaronder de Menora. Zo gingen de woorden die Jezus gesproken had in vervulling. Jezus wist dat Jeruzalem een bijzondere stad was. Hij had Jeruzalem en haar inwoners lief. Toen Hij Jeruzalem eens benaderde, "weende Hij over haar"
Lucas 19:41 En toen
Hij nog dichterbij gekomen was en de stad zag, weende Hij over haar, en zeide:
Och, of gij ook op deze dag verstondt wat tot vrede dient; maar thans is het
verborgen voor uw ogen. Want er zullen dagen komen, waarin uw vijanden een
bolwerk tegen u zullen opwerpen en u omsingelen en u van alle zijden in het
nauw brengen, en zij zullen u en uw kinderen in u vertreden en zij zullen in u
geen steen op de andere laten, omdat gij de tijd niet hebt opgemerkt, dat God
naar u omzag.
Na de verwoesting van Jeruzalem werden de Joden uit de stad verdreven en was hun nationale en godsdienstige middelpunt verloren gegaan. De band tussen land en volk leek naar het scheen, voorgoed verbroken.Maar het duurde niet lang voor ze weer in straten van Jeruzalem terugkeerden net als in alle voorbije eeuwen, koppig en vasthoudend aan Gods beloften. De diaspora, de verstrooiing van het Joodse volk trad pas goed in toen in 135 na Christus Bar Kochba door de Romeinse keizer Hadrianus verslagen werd. Volgens historici verloren ruim 600.000 Joden bij deze strijd het leven. Talloze anderen werden gedeporteerd of in slavernij gevoerd en vele Joodse religieuze en politieke leiders, waaronder rabbi Akiva en zijn discipelen, geëxecuteerd. Hadrianus probeerde elke verbinding tussen stad en volk te vernietigen. Jeruzalem werd geheel verwoest en in Romeinse stijl weer opgebouwd en ‘Aelia Capitolina’genoemd. Ook liet hij de naam Judea veranderen in ‘Palaestina’ (Land der Filistijnen). De na de verwoesting van 70 deels herstelde Tempel werd gewijd aan Zeus. Tenslotte vaardigde Hadrianus een edict uit waaronder Joden niet meer in Jeruzalem mochten wonen. Daarnaast liet hij het land, dat als gevolg van drie jaar oorlog ernstig ontvolkt was, koloniseren door Romeinse ex-legionairs. Ook de Romeinen betaalden een hoge prijs aan mensenlevens in de strijd tegen Bar Kochba, zo hoog zelfs, dat Hadrianus zonder de gebruikelijke rituelen thuis welkom werd geheten. Pas in 362 na Christus stond de Romeinse keizer Julianus de Afvallige de Joden toe naar de stad terug te keren. Aan het einde van de vierde eeuw trokken ook voor het eerst op grote schaal christennen als pelgrims naar Jeruzalem.
Over het algemeen wordt aangenomen dat het islamitisch bewind over Jeruzalem in 638 n.C. begon toen de stad veroverd werd door het moslimleger van kalief Omar. De komst van de Kruisvaarders (1099-1187) vormde opnieuw een zwarte bladzijde in de geschiedenis van de stad Jeruzalem en het joodse volk. Zij vermoorden grote aantallen joodse en islamitische inwoners. Joden werden in synagogen opgesloten waarna deze in brand werden gestoken. De belangrijkste moskeeën werden omgebouwd tot kerken en de Rotskoepel en Al-Aksa-moskee vielen in handen van de Tempeliers. Uitgezonderd de Kruisvaarders verkoos niet één veroveraar Jeruzalem als hoofdstad. Noch de Egyptisch-Mammalukse heersers ( 1260-1516), noch de Ottomaanse Turken ( 1516-1917) maakten Jeruzalem tot hun hoofdstad. Hoewel de Engelsen in 1922 het bestuurlijk centrum van het Palestijns mandaatgebied in Jeruzalem vestigden, berustte het uiteindelijke gezag in Londen. Na de verovering van de stad door Jordanië in 1948 deed de Jordaanse koning in feite hetzelfde als zijn voorgangers gedurende het dertien eeuwen lange islamitische bestuur over de stad. Niet één Arabische heerser of veroveraar heeft Jeruzalem ooit tot zijn hoofdstad gemaakt. Op 27 juli 1953 riep koning Hoessein Oost-Jeruzalem uit tot ‘de alternatieve’hoofdstad van het Hasjemitisch koninkrijk. Maar Amman bleef het werkelijke centrum van het Jordaanse bestuur. Het Jodendom heeft zijn claim op Jeruzalem nooit opgegeven. Het was hun "Eeuwige stad ". Er woonden al 1600 jaar Joden in Jeruzalem voordat de moslims hun intrede in de geschiedenis deden. De stad Jeruzalem behoort aan het Joodse volk. God heeft hen deze stad gegeven. Niet voor bepaalde tijd maar voor eeuwig. En God liegt niet!
Numerie23:19 God is
geen man, dat Hij liegen zou; of een mensenkind, dat Hij berouw zou hebben. Zou
Hij zeggen en niet doen, of spreken en niet volbrengen?
Met uitzondering van de periode 1948-1967 is Jeruzalem nooit een gedeelde stad geweest. Onder leiding van Glubb Pasha, een Engelsman die in werkelijkheid John Bagot heette, heeft het Jordaans Arabisch Legioen in 1948 Jeruzalem ingenomen. Jordanië annexeerde eenzijdig de Bijbelse gebieden Judea en Samaria en verdreven alle Joden uit deze gebieden en Oost-Jeruzalem richting Israël. Joodse beztittingen in Oost-Jeruzalem en in Judea en Samaria, werden door de Jordaniërs geconfisceerd zonder enige compensatie. Zij hielden deze gebieden inclusief de ommuurde Oude Stad van Jeruzalem, onder controle tot 1967. De wereld heeft hier nooit tegen geprotesteerd . Er kwam geen enkel protest van de Verenigde Naties toen de Joodse wijk werd verwoest en Joodse begraafplaatsen werden geschonden.
Joodse begraafplaats in Jeruzalem ontheiligd.
De wereld protesteerde ook
niet toen 58 synagogen werden verwoest of ontheiligd door ze te gebruiken als
stallen of kippenhokken en zelfs als toiletten. En de wereld protesteerde ook
niet toen, in strijd met de wapenstilstandbepalingen, het Joden werd verboden
de Oude Stad te betreden en bij de Klaagmuur te bidden. In 1967 veroverde Israël
de Oude Stad, annexeerde die. Op 30 juli 1980 nam de Knesset de Jeruzalemwet
aan, waarmee Jeruzalem tot ondeelbare hoofdstad van Israël werd uitgeroepen.
Men noemde de Israëlische maatregel onwettig en eiste dat die zou worden
teruggedraaid, de stemverhouding was 99 tegen 0. De Israëlische annexatie werd
door de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties door middel van Resolutie
476 en Resolutie
478 verworpen. Prompt trokken pratisch alle landen haar ambassades terug
uit Jeruzalem. Geen enkele land erkend Jeruzalem als de hoofdstad van Israël,
ook niet toen het tot juni 1967 enkel het westelijk deel van Jeruzalem bezat.
Maar historisch gezien is het volkomen duidelijk van wie deze stad is. Een
ieder die de Bijbel kent weet dat de verbondenheid van de Joden met Jeruzalem
uniek is en onvergelijkbaar met welk ander volk dan ook. “Jeruzalem is de
enige plaats die onze natie historisch en religieus verenigt” zei Uzi Arad,
de voormalige chef van de Mossad. Het internationaliseren van de stad zoals
Brussel en vele andere bemoeials willen, zal Hamas en andere Palestijnse
terreurgroepen alleen maar in de kaart spelen. Zij zullen het machtsvacuüm
onmiddellijk opvullen zodat wandelende zelfmoordbommen weer hun moorddadige
werk kunnen doen.
Bijbelse periode
(1004-586 v.Chr.)
1004 v.Chr. Koning David maakt Jeruzalem tot zijn hoofdstad.
954 v.Chr. Koning Salomo begint met de bouw van de EersteTempel.
586 v.Chr. De Babylonische koning Nebukadnezar neemt de stad in, verwoest de Tempel en voert de bewoners weg naar Babylon.
Perzische periode (
539-332 v.Chr.)
538 v.Chr. De Perzische koning Cyrus laat de ballingen terugkeren.
Griekse periode (
320-63 v.Chr.)
313 v.Chr. Ptolemaeus I , generaal onder Alexander de Grote, neemt Jeruzalem in.
164 v.Chr. Juda de Maccabeeër bevrijdt Jeruzalem.
Romeinse periode ( 63
v.Cht-324 n.Chr.)
20 v.Chr. Koning Herodus bouwt de Tweede Tempel.
33 n.Chr. Jezus wordt gekruisigd.
70 n.Chr. De Tweede Tempel wordt door Titus verwoest.
Byzantijnse periode (
324-638)
333 Bouw van de Heilige Grafkerk en andere kerken door Constantijn en Helena.
Islamitische periode (
638-1099)
638 Jeruzalem geeft zich over aan kalief Omar.
692 Abdel-Malik laat over de Offersteen van Abraham de Rotskoepel bouwen.
Kruisvaarderperiode
(1099-1260)
1099 Inname van Jeruzalem door Godfried van Bouillon.
1187 Saladin verovert Jeruzalem en staat de joden toe terug te keren.
Mammalukse periode (
1260-151
De uit Egypte afkomstige Mammalukken vallen Jeruzalem binnen en blijven 250 jaar aan de macht.
Ottomaanse periode (
1516-1917)
1260 Soleiman de Prachtlievende herbouwt de muren van Jeruzalem.
Britse periode (
1917-1948)
1917 generaal Allenby trekt Jeruzalem binnen.
1948
Oprichting van de staat Israël door Ben Goerion.
1967 Zesdaagse oorlog. Jeruzalem wordt herenigd onder Israëlisch bestuur.
Volgens sjeik Raid Salah, de leider van een islamitische beweging in Noord-Israël zal het Israëlische bewind over de Tempelberg eindigen en Jeruzalem de hoofdstad worden van een nieuw islamitisch kalafaat. Salah zegt dat dit sneller zal gebeuren dan menigeen verwacht. De sjeik hield op 15 september 2006 een toespraak in het voetbalstadion van de plaats Umm el-Fahm in Galilea. Maar volgens de profeet Zacharia zal iedereen die zich met Jeruzalem bemoeit en zich vergrijpt aan Jeruzalems bestemming, gewisselijk doorsneden zal worden. Er zullen door de wereldleiders en het Vaticaan nog vele pogingen ondernomen worden om van Jeruzalem een internationale stad te maken. Het maakt geen verschil of het de grootmachten zijn, de Verenigde Naties of de Kerkelijke machthebbers, ze zullen allen ten val komen en zichzelf beladen met Jeruzalem.
Zacharia12:2 Zie, Ik maak
Jeruzalem tot een schaal der bedwelming voor alle volken in het rond. Te dien
dage zal Ik Jeruzalem maken tot een steen, die alle natiën moeten heffen, allen
die hem heffen zullen zich deerlijk verwonden.
Ondanks alle conflicten en vele verwoestingen, bestaat Jeruzalem nog steeds op de plaats waar het altijd gestaan heeft. Nineve, Ur en Babylon zijn gekomen en gegaan, net als de grote steden in Egypte, maar Jeruzalem is gebleven. Dit Jeruzalem trotseert de eeuwen, zo niet de eeuwigheid. Zelfs in de laatste grote veldslag van Armageddon, wanneer de stad zal worden ingenomen en de helft van haar bevolking in gevangenschap zal worden weggeleid, zal Jeruzalem blijven bestaan. “Jeruzalem was en zal altijd de hoofdstad van Israël blijven, en is nooit de hoofdstad geweest van een andere staat” aldus president Simon Peres in mei 2009. “Jeruzalem is de hoofdstad van Israël. Ze is dat altijd geweest, zal dat altijd blijven en zal nooit worden verdeeld. De band tussen het Joodse volk en Jeruzalem gaat duizenden jaren terug. Ze zal verenigd blijven onder onze soevereiniteit. Sinds de stad werd herenigd is de vrijheid van godsdienst voor allen nooit zo volledig verzekerd” aldus Benjamin Netanyahu op 21 mei 2009. “De realiteit is dat er helemaal geen Oost Jeruzalem bestaat. Er is maar één Jeruzalem, en dat is de ongedeelde hoofdstad van Israël” aldus Shlomo Z.Mostofsky, president van Young Israel op 15 maart 2010.
Zacharia 14:2-3-4
En de Heere zal uittrekken, en Hij zal strijden tegen die heidenen gelijk ten
dage als Hij gestreden heeft, ten dage des strijds. En Zijn voeten zullen te
dien dage staan op de Olijfberg die voor Jeruzalem ligt.
Profeten voorzegden het verval en de verbanning, evenals de terugkeer van het volk en de herbouw van Jeruzalem- de Stad van God. Voor hen, wiens ogen zien en wiens oren horen, openbaart zich menigmaal Gods Plan en Zijn werk met de mens en zijn wereld. Jeruzalem zal de eerste stad ter wereld zijn die de Messias ontvangt, want God heeft bepaald dat Zijn gezegende en doorboorde voeten opnieuw binnen haar muren zullen staan. Jeruzalem heeft alles te maken met het voortbestaan van de wereld. Alle machten der duisternis zullen zich mobiliseren om de terugkeer van Jezus de Messias te belemmeren. Maar zij die in Gods Woord geloven weten dat Jeruzalem de stad is waar Hij zal terugkeren met heerlijkheid en grote macht. Dan zal de profetie van Jesaja worden vervuld.
Jesaja2:4 want uit
Sion zal de wet uitgaan, en des Heeren woord uit Jeruzalem. En Hij zal rechten
onder heidenen, en bestraffen vele volken, en zij zullen hun zwaarden slaan tot
spaden, en hun spiesen tot sikkelen; het ene volk zal tegen het andere volk
geen Zwaard opheffen, en zij zullen geen oorlog meer leren.
Te dier tijd zullen zij Jeruzalem noemen "Des Heeren troon "(Jeremia 3:17) Dan zal de lange barensnood van Jeruzalem voorbij zijn en Gods bedoeling aangaande haar vervult. Alles wat de mens op deze aarde heeft opgebouwd is de bloem en de vrucht van de "Gevallen mens ". Ze vertegenwoordigen het bouwen zonder fundament. Maar straks zal alles onverwoestbaar en heilig zijn, delend in Gods gunst.
Overige bronnen: E.Davidson,Wie is God,tempel of moskee,Uitgeverij, Sjofar Breda. Lance Lambert,Israël is Uniek,Chai Pers. Alfred Muller, Geheim offensief,Chai Pers. Wim Malgo,Jeruzalem, Brandpunt der Wereld. Zendingswerk Middernachtsroep. Klaus Gerth, Der Anti-Christ kommt,Verlag Schulte+Gerth, Aszalar. Uitgeverij Het Spectrum, Grote Spectrum Encyclopedie,deel 9 blaz 495. Jan Willem van der Hoeven, Babylon of Jeruzalem,Novapres. Martin Gilbert, Jeruzalem verleden en toekomst, Uitgave van het Cidi. Hal Lindsey,De bevrijding van de planeet Aarde,en Op weg naar een nieuwe wereld, Novapres,Laren. Gordon Lindsey,Tekenen van de spoedige komst van Christus, Gazon Uitgeverij ’s-Gravenhage. Tom Hess,Wacht niet op de jagers, Stichting Hebron Twente,Almelo. Jeruzalem,Palphot Ltd.P.O.B.2,Herzlia, Israël. Bronnen: Bijbel, Geschiedenis en Archeologie, Jaargang 6, nummer 1, maart 1999. Jaargang 6, nummer 2, juni 1999.Jaargang 10, nummer 1, mei 2003. Israel News from Jerusalem Newswire, PA rejects discovery of King David’s palace, 11 augustus 2005.Larousse Encyclopedie, Deel 8 Uitgeverij Scheltens & Giltay N.V. ’S-Gravenhage.
Terug naar: Inhoud