Door: Franklin ter Horst (Aangemaakt:
29 september 2007) (Bijgewerkt: 11 maart 2012)
Hij zei in Jeruzalem geboren
te zijn, Jasser Arafat, de ‘president’ van het nergens in de geschiedenis terug
te vinden ‘volk der Palestijnen. De man die zelfs in de Arabische wereld als de
grootste leugenaar en bedrieger aller tijden is gezien beweerde tot
Hajj Amin al-Husseini, de voormalige grootmoefti van Jeruzalem was een oom van hem. Arafat noemde deze jodenhater zijn “grote held”. Deze moefti speelde een leidende rol in de gewelddadigheden van de Arabieren in de jaren vóór de Tweede Wereldoorlog, jegens de Joodse bewoners in Samaria en Judea. Ook hielp hij Hitler door tienduizenden SS soldaten te werven onder de moslims op de Balkan.
De moefti bij Hitler op bezoek.
Op de vlucht voor de naoorlogse tribunalen voor oorlogsmisdadigers vestigde de grootmoefti zich in Caïro waar hij regelmatig Duitse en andere radicale nationalisten bij hem thuis uitnodigde om plannen te smeden hoe de joden het beste in de zee gedreven konden worden. Ook Arafat was toen reeds bij deze gesprekken aanwezig.
In 1964 stuurde Arafat Khalil Ibrahim al-Wazir, naar Noord-Vietnam om de strategie en tactiek van de guerrilla-oorlogvoering te studeren, zoals die gevoerd werd door Noord Vietnamese communistische leider Ho Chi Minh in zijn strijd tegen de Amerikanen. Arafat was onder de indruk van het succes van Ho Chi Minh in het mobiliseren van linkse sympathisanten in Europa en de Verenigde Staten, waar activisten op de Amerikaanse campussen erin slaagden om de Vietnamoorlog van een communistische aanval op het zuiden te veranderen in een strijd voor nationale bevrijding.
De voormalige Russische geheime dienst de KGB, zag ook wel wat in Arafat en trainden hem voor een carrière als terrorist op haar speciale school Balashikha, ten oosten van Moskou, waarna ze hem in het midden van de jaren 60 besloten voor te bereiden als de toekomstige leider van de Palestijnse terreurorganisatie PLO (Palestine Liberation Organisation). De KGB vernietigde alle officiële rapporten van Arafat’s geboorte in Caïro (ook het feit dat hij niet als moslim bekend stond) en verving ze door vervalste documenten waarin stond dat hij geboren was in Jeruzalem, daardoor een Palestijn van geboorte en een goed gelovig moslim. Het feit dat hij bij herhaling fanatieke verklaringen afgaf dat hij als martelaar voor Allah wil sterven, hoorde bij de propaganda.
Om er zeker van te zijn dat Arafat zich aan de afspraken zou houden, legde de KGB Arafat en zijn trawanten in de handen van een meester in de propaganda: Nicolai Ceausescu, de voormalige dictator van Roemenië. Arafat’s persoonlijke ‘coach‘, Ion Mihai Pacepa, hoofd van de Roemeense militaire inlichtingendienst, had zijn handen vol aan Arafat die dikwijls woedend uitvoer tegen de bevelen van Ceausescu dat de PLO zich moet presenteren als een revolutionair volksleger dat streed tegen onrecht en voor de bevrijding van de onderdrukten. Maar geleidelijk aan begonnen de lessen van Ceausescu’s tot hem door te dringen. Ze hadden hem geleerd propaganda tactieken te ontwikkelen die het hem mogelijk maakten het beeld te creëren van een ontworteld volk dat onderdrukt werd door een koloniale macht.
Ion Mihai Pacepa, hoofd van de Roemeense militaire
inlichtingendienst,Arafats persoonlijke coach
Ondanks de lessen van zijn Roemeense en Noord-Vietnamese gastheren en coaches, waren de Russen nog niet zo zeker van Arafat’s betrouwbaarheid. Ze besloten met hulp van Pacepa en gebruik makend van de goede diensten van de Roemeense ambassadeur in Egypte, Arafat ’s nachtelijke homoseksuele activiteiten in het geheim op tape vast te leggen. De videobanden waarop de pedofiel Arafat rommelde met zijn lijfwachten maar ook met minderjarige weesjongetjes die hem door Ceausescu werden geleverd, verdwenen in de kluis en zouden voortaan een betrouwbare troef voor het Kremlin blijven. Dankzij de inbreng van Ceausescu, de Noordvietnamese generaal Giap en de Algerijnen, ontwikkelde Arafat het beeld van ‘illegale bezetting’ en ‘Palestijnse nationale zelfbeschikking ‘, waarmee hij later zoveel succes zou oogsten in het Westen.
Zelfs de bekentenis van Arafat in zijn “geautoriseerde biografie” dat het Palestijnse volk geen nationale identiteit bezit en dat het concept van een ‘Palestijns volk’ en een ‘Palestijns vaderland’ werden uitgevonden voor politieke doeleinden om terrorisme en genocide te rechtvaardigen, konden de leiders in het westen niet op andere gedachten brengen. In slechts enkele jaren tijds werd het Midden-Oosten conflict met Israël radicaal herschreven. Zoals de Noord Vietnamese communisten succes hadden met hun.‘bevrijdingsstrijd’ tegen de Amerikanen, zo boekte Arafat op dezelfde manier succes tegen de Israëlische ‘bezetters’. Israël was plotseling een koloniale macht in het Midden-Oosten die de verarmde, ongewapende, hulpeloze, ongelukkige en hopeloze Palestijnen onderdrukte en die daardoor het volste recht hadden de ‘bezetters’ met alle beschikbare middelen te bestrijden. Nadat ze Arafat hadden omgeturnd tot een fanatieke antizionist werd hij een belangrijke undercoveragent voor de KGB. Vlak na de zesdaagse oorlog in 1967 benoemde Moskou hem tot voorzitter van de PLO, de door de Egyptische dictator Gamal Abdel Nasser in 1964 opgerichte terreurorganisatie. Nasser een Sovjet marionet, stelde de benoeming voor. Voor meer informatie over deze episode in Arafat’s leven zie, http://97.74.65.51/readArticle.aspx?ARTID=29207 .
In 1969 vroeg de KGB Arafat de oorlog te verklaren aan het Amerikaanse "imperialistische Zionisme" tijdens de eerste bijeenkomst van de Zwarte Terrorist Internationaal, een neofascistische pro-Palestijnse organisatie, gefinancierd door de KGB en Moammer Gadhafi de voormalige dictator van Libië.
Moammer Gadhafi
Het KGB dossier over Arafat vermeldde ook dat in de Arabische wereld alleen mensen die werkelijk goed waren in misleiding een hoge status konden bereiken. Arafat stond bekend als een meester in het misleiden. Naast zijn opleiding bij de KGB kreeg Arafat ook een militaire training van ex SS officier Otto Skorzeny, die tijdens de oorlog samenwerkte met Reinhard Dehlen, de baas van Hitlers geheime dienst. De relatie was ontstaan toen Arafat bouwkunde studeerde aan de Universiteit van Cairo.Er ontstond een jarenlange vriendschap tussen de twee. Verder onderhield Arafat contacten met SS-generaal-majoor Otto Ernst Remer, die samen met oorlogsmisdadiger Alois Brunner, de rechterhand van Adolf Eichmann, in Damascus "karweitjes" opknapte voor diverse Arabische regeringen. Arafat is een Sovjet-marionet gebleven tot aan de val van de Sovjet-Unie in 1991. Ook zijn trouwste trawanten, met inbegrip van Mahmoud Abbas, werden getraind door de KGB in guerilla oorlogvoering, spionage en vernietiging.
In de jaren zestig en zeventig onderhield de PLO van Arafat nauwe contacten met de Rote Armee Fraktion (RAF) een gewelddadige linkse terreurgroep in Duitsland. Hun gezamenlijke vijand; het kapitalistische establishment en het zionistische Israël. Het was Arafat zelf die in de jaren 60 de terreurgroep van Baader-Meinhof opleidde. De regering in Washington en de pers ontdekte in die tijd dat er sprake was van internationale samenwerking tussen de verschillende terroristische groeperingen en dat de meeste van hen werden betaald en geholpen door Moskou. In de zomer van 1964 stak Arafat de rivier de Jordaan over, vanuit Jordanië, beklom een heuvel bij het bijbelse Sichem (Nablus), trok zijn pistool, schoot in de lucht en zei: "De Jihad is begonnen." Dit was drie jaar voordat Samaria en Judea in de Zesdaagse zelfverdedigingsoorlog in 1967 door Israël onder haar beheer werd gebracht. "Ik heb de kapingen (van passagiersvliegtuigen) uitgevonden," schepte Arafat later op. Maar de dubieuze eer van het uitvinden van kapingen komt toe aan de KGB, die als eerste een Amerikaans passagiersvliegtuig kaapte in 1960 naar het communistische Cuba. Hoewel Arafat in die periode een pionier was in het gebruik van vliegtuigkapingen en een golf van navolgers veroorzaakte die het luchtruim terroriseerden, ontdekte hij dat zelfs de zwakste en meest transparante excuses, voor de westerse media voldoende waren om hem vrij te pleiten en de oorzaak bij Israël te leggen voor haar represaille- of preventieve aanvallen, en zijn vasthoudendheid te aanvaarden dat hij een staatsman was die geen controle had over de terroristen die hij in feite zelf orkestreerde.
Tijdens Arafat’s drie jaren van verblijf in Jordanië kwam hij regelmatig in aanvaring met Jordaanse troepen. Zijn gewapende bendeleden liepen rond alsof ze de macht volledig in handen hadden en vielen naar willekeur Jordaanse burgers lastig. Er waren meer dan negenhonderd gewapende ontmoetingen tussen 1967 en 1970 waarbij regelmatig doden vielen. Arafat’s trawanten smokkelden sigaretten, drugs en alcohol, om geld af te persen van de plaatselijke Jordaniërs, zetten wegblokkades op om tol te eisen, en ontvoerden vooraanstaande Jordaniërs om losgeld te verkrijgen voor de financiering van “de revolutie”. Geconfronteerd met Arafat’s dreigingen met een burgeroorlog bood Koning Hoessein de PLO terreurleider een positie aan in het Jordaanse parlement. Arafat weigerde en zei dat zijn enige doel in het leven was om Israël te vernietigen. Maar hij probeerde wel degelijk ook Hoessein van zijn troon te stoten. Hij droomde van een Groot Palestina bestaande uit het aloude door de Bijbelse God aan Israël gegeven land, en Jordanië. Arafat toonde toen al de kenmerken van een verwoester want hij bracht Jordanië tot de rand van de afgrond. De Israëlische geheime dienst maakte Hoessein erop attent dat Arafat bezig was de macht in Jordanië over te nemen, of tenminste een staat in een staat te creëren. Toen de Amerikaanse adjunct-minister van Buitenlandse zaken, Joseph Cisco, Jordanië bezocht in april 1970, organiseerde Arafat massale anti-Amerikaanse rellen in het hele land, waarbij een Amerikaanse attaché werd vermoord en een andere ontvoert.
Koning Hoessein van Jordanië
In augustus 1970 escaleerden
de gevechten tussen Arafat’s bende en het Jordaanse leger. De druppel die de
emmer deed overlopen kwam op 6 september 1970, toen het Volksfront voor de
Bevrijding van Palestina (PFLP), die volledig onder controle viel van Arafat,
een Zwitsers en twee Amerikaanse vliegtuigen kaapte. De PFLP was in 1967
opgericht door de op 26 januari 2008 overleden George Habash, aanvankelijk een
rivaal van Arafat, later een handlanger.
Habash probeerde de Palestijnse zaak eveneens te bevorderen met terreur.
In 1972 schoten leden van deze terreurbeweging 27 mensen dood op het vliegveld
Ben Goerion in Tel Aviv. De PFLP zat
eveneens achter de kaping in
PFLP terreurleider George Habash
Twee van de door de PFLP gekaapte vliegtuigen landen in Jordanië, waar ze opgeblazen werden, nadat de gegijzelde passagiers werden vrijgelaten in ruil voor PLO- en andere terroristen die opgesloten zaten in Israëlische gevangenissen. Deze terreuractie vormde het hoogtepunt in de verslechterde relaties tussen Arafat en de Jordaanse koning Hoessein. Bovendien weigerde Hoessein Palestijnse commando’s toe te staan vanaf Jordaans grondgebied acties uit te voeren tegen Israël. De Koning riep daarop de staat van beleg uit en beval Arafat en zijn mannen Jordanië te verlaten. Arafat reageerde prompt door een regering van nationale eenheid uit te roepen met zichzelf aan het hoofd. Hoessein beval zijn 55.000 soldaten en 300 tanks de PLO-troepen in Amman, Salt, Irbid en alle Palestijnse vluchtelingenkampen aan te vallen.
Het Jordaanse leger nam Arafat’s bolwerken onder vuur met tanks, vliegtuigen en zware artillerie en joegen hem het land uit. Zo verschrikkelijk was Hoessein’s campagne, dat vele van Arafat’s bendeleden de rivier de Jordaan overstaken en zich liever overgaven aan de Israëli’s dan een zekere dood door de handen van het Jordaanse leger tegemoet te zien. Het ingrijpen van Hoessein koste naar schatting aan tienduizend ‘Palestijnen’ het leven. Dat zijn er meer dan er zijn omgekomen sinds Israëls bestaan in 1948. Hoessein’s actie staat bekend onder de naam "Zwarte September".
Vanaf 1975 hebben PLO terroristen of organisaties met nauwe banden met deze terreurbeweging, zeshonderd (600) internationale, al dan niet geslaagde aanslagen ondernomen in ongeveer 70 landen. De PLO werkte toen al samen met diverse terreurbewegingen waaronder de Duitse Baader-Meinhof, de Franse Action Directe, de Italiaanse Rode Brigades en het Japanse Rode Leger
Naast de diverse vliegtuigkapingen die in opdracht van hem werden uitgevoerd, was Arafat ook betrokken bij de bloedige terreuractie door de ‘Palestijnse’ terreurbeweging Zwarte September, op de Israëlische Olympische ploeg in München op 5 september 1972, waarbij elf Israëliërs om het leven kwamen. Een voormalige vertrouweling van Arafat, Marwan Kanafani, heeft bekend gemaakt dat Arafat niet alleen betrokken was bij deze terreurdaad, maar zelfs de oprichter is geweest van de Zwarte September. De groep ontleende haar naam aan de gebeurtenissen in Jordanië. In een autobiografie van Mohammed Oudeh, die deze aanslag heeft voorbereid, is duidelijk geworden dat hij handelde in opdracht van en met medeweten van Arafat. De terroristen eisten de vrijlating van 200 door Israël gevangen genomen ‘Palestijnse’terroristen. Zie voor meer informatie over deze zaak: Dossier Mahmoud Abbas Uit vrijgegeven CIA documenten is gebleken dat Arafat’s “Black September” eveneens heeft geprobeerd de Israëlische premier Golda Meir in New York City te vermoorden. De terroristen waren van plan om drie auto’s volgestopt met explosieven op te blazen langs de route waarlangs Meïr zich zou begeven. Door een technisch mankement aan de bommen mislukte de aanslag wonder boven wonder.
Golda Meïr was de vierde minister-president van Israël, van 17 maart
1969 tot 11 april 1974.
De terreurbaas vlucht naar Libanon
Na zijn avontuur in Jordanië vluchtte de terreurbaas met circa 2000 overgebleven leden van zijn bende naar Syrië. Maar ook hier was hij niet welkom en zag zich genoodzaakt naar Libanon uit te wijken. In dit land werd hij al spoedig een oproerige en gevaarlijke factor en bediende hij zich van afpersing, terreur en moorddadig optreden waarmee hij de staat Libanon destabiliseerde. De PLO had reeds in 1970 een thuisbasis in Beiroet en bestookte Israël met terreuracties. Na Arafat’s aankomst groeide de PLO uit tot een grote militaire organisatie en ontstond in het Zuiden van Libanon een soort ‘Fatah-land’, een staatje binnen een staat. Een bloedig treffen in Beiroet tussen Palestijnse Fatah-terroristen en christelijke milities luidde in het voorjaar van 1975 het begin van de Libanese burgeroorlog in. Arafat’s moordmachine telde toen al weer zo’n 20.000 door Rusland opgeleide en bewapende volgelingen. Zijn bedoeling was met dit terreurcorps, de macht in Libanon over te nemen. Hij veranderde het land in een onvoorstelbare puinhoop met duizenden slachtoffers. Zijn bendeleden reden door Beiroet in enorme sleeën en deden zich tegoed aan drank en kaviaar. Hij ontving 200.000 dollar per maand aan witgewassen geld plus twee vrachtvliegtuigen per week volgestouwd met uniformen en andere ‘voorraden’ vanuit de Sovjet Unie en andere Oostbloklanden op zijn hoofdkwartier in Beiroet.
Er bestaat een onwaarschijnlijk lange lijst van PLO-misdaden tegen de bevolking van Zuid-Libanon. Vlak na de oorlog hebben zo’n 5000 gezinnen zich vrijwillig gemeld om getuigenverklaringen af te leggen opdat de wereld kennis zou nemen van de misdaden van Arafat’s moordmachines. In steden als Sidon trof men een wirwar van cellen en onderaardse kerkers aan waarin mensen waren gefolterd. Getuigen vertelden dat folteringen vaak nachtenlang duurden en met uiterst sadistische middelen volvoerd werden. Het schreeuwen van vrouwen en meisjes was buiten te horen. Zij waren de slachtoffers van ontvoeringen en verkrachtingen, dikwijls vele malen achtereen. De moektar van Burg-Bahal sprak met verachting over de terroristen en vergeleek hen met de Nazi’s. Hij vertelde van een geval waarin een man van collaboratie met Israël werd beschuldigd en in het openbaar op een groot plein werd terechtgesteld. De armen en benen van de man werden aan de bumpers van vier auto’s gebonden. Op een afgesproken teken- een door een Fatah-officier afgevuurd pistoolschot- begonnen de auto’s te rijden, twee naar voren en twee naar achteren, waarbij de ledematen van de man uit elkaar getrokken werden. Mensen op het plein vielen flauw van de verschrikkingen die ze zagen. "Acht jaar lang waren wij levende doden" sprak de moektar van Burg-Bahal. "We werden pas weer tot leven gewekt, toen de Israëli’s kwamen om ons te bevrijden."

Op 8 juni 1974 nam het PNC (Palestinian National Council) in Caïro het zogenaamde "Fasenplan" aan. Deze video werd geproduceerd en verspreid door www.FreeMiddleEast.com. In dit plan dat in 1988 nogmaals werd bekrachtigd en verder ontwikkeld, werd het proces omschreven dat moest leiden tot de bevrijding van heel ‘Palestina’. Een van de doelen was de internationale wereld te mobiliseren teneinde druk op Israël uit te oefenen de zogenaamde "bezette gebieden"aan de ‘Palestijnen’ over te dragen. Arafat oogstte al snel succes want in oktober 1974 werd op de Arabische topconferentie in Rabat de PLO door de Arabische staten unaniem erkend als wettige vertegenwoordiger van het ‘Palestijnse’ volk.
Op 17 november 1974 kreeg Arafat de gelegenheid de Algemene Vergadering van de VN toe te spreken. Gestoken in uniform beklom hij het spreekgestoelte en betitelde hij Israël als imperialistisch, racistisch en kolonialistisch. In zijn hand hield hij een takje van een olijfboom, en zei dreigend: "Laat deze olijftak van de vrede niet uit mijn hand vallen." Toen hij zijn anderhalf uur durende geraaskal had beëindigd kreeg hij een daverende ovatie van de aanwezigen en oogstte hij groot diplomatiek succes in zijn streven de wereldopinie aan zijn zijde te krijgen.
Yasser Arafat voor de VN
Hij beloofde de wereld af te zien van het gebruik van geweld en langs de weg van vreedzame middelen te komen tot een oplossing van de geschillen met Israël. Maar de wereldburgers wiens geest niet door deze plechtige beloften was versluierd, zagen al spoedig dat hij bezig was met het opbouwen van legerkampen in Zuid Libanon om van daaruit het noorden van Israël met Katoesja-raketten te beschieten en terreuracties te ondernemen. Gedurende Arafats aanwezigheid in Libanon liet hij naar schatting 4000 Katoesja-raketten op doelen in het noorden van Israël afvuren waarbij veel slachtoffers te betreuren waren en de plaats Kiryat-Shmona zwaar werd getroffen.
In 1974 gaf hij opdracht tot het vermoorden van Joodse schoolkinderen in o.a. Avivim en Ma’alot. Deze aanslag werd uitgevoerd door een cel van de terrorist Naif-Hawatmeh waarbij 26 Israëlische kinderen om het leven kwamen en 70 anderen gewond raakten. Leden van Hawatmeh’s organisatie hadden destijds een school in de stad Ma’alot bestormd en bezet, om hiermee de vrijlating van ‘Palestijnse’ gevangenen te bevorderen. Israël’s voormalige premier Golda Meïr huilde toen zij de joodse baby’s zag liggen die door de ‘Palestijnse’ terroristen uit de bovenramen van een flatgebouw naar beneden waren gesmeten. Bij een andere inval vanuit Libanon op de kibboets Shamir in het noorden van Galilea, verschansten terroristen zich in een kindercrèche en doden drie vrouwen en een baby. Een van de bloedigste aanslagen vond plaats op de kustweg tussen Haifa en Tel Aviv in maart 1978. Hierbij werden 35 Israëliërs door Arafat’s terroristen vermoord.
Vanaf 1975 hebben PLO terroristen of organisaties met nauwe banden met deze terreurbeweging, zeshonderd (600) internationale, al dan niet geslaagde aanslagen ondernomen in ongeveer 70 landen. Een belangrijk deel van alle door ‘Palestijnen’ gepleegde terreurdaden vond plaats onder leiding, of in opdracht van Arafat. Zo melden bronnen dat hij ook de explosieven zou hebben geleverd die werden gebruikt bij de aanslag op de Amerikaanse marinebasis in Beiroet in 1983 waarbij 240 Amerikaanse Mariniers om het leven kwamen. Op de ochtend van 23 oktober van dat jaar gebruikten agenten van de Iraanse Ayatollah Khomeiny, een zelfmoordenaar om een truck gevult met explosieven in de basis van de Marine op te blazen. De aanslag resulteerde in “de grootste niet-nucleaire explosie ooit”. Deuren in een gebouw op ruim driehonderd meter afstand waren uit hun hengels geblazen, de bomen in de directe omgeving waren verdwenen als ook de ramen in de controletoren van het vliegeveld van Beiroet. Ook wordt Arafat ervan beschuldigd betrokken te zijn geweest bij de planning van de eerste aanslag op het World Trade Center in New York in februari 1993 waarbij zes doden en meer dan duizend gewonden vielen. Tijdens een gesprek van Arafat met Hassan Atourbi, de leider van de Soedanese Islamitische Fundamentalistische Beweging, werd het plan gesmeed voor een terreuractie tegen het World Trade Center. Arafat’s connectie met deze aanslag werd echter nooit meer opgehaald. Het leidde wel tot een internationaal opsporingsbevel maar tot arrestatie kwam het nooit. Hij kon zelfs Amerika bezoeken zonder dat de Amerikanen hem arresteerden.
Het kwam evenmin tot
arrestatie nadat de Amerikanen ontdekten dat Arafat persoonlijk betrokken was
bij de moord op twee Amerikaanse diplomaten op 1 maart
Links Sirhan Sirhan de moordenaar van Robert Kennedy rechts
De voormalige Amerikaanse president Richard Nixon weigerde op de eisen in te gaan waarna Arafat’s afgevaardigde Abu Lyad een bericht in code "Nahar al-Bard"- Cold River naar de kidnappers stuurde. Dit was het signaal de diplomaten uit het westen te vermoorden. De slachtoffers de Amerikanen Cleo Noel en George Curtis en de Belg Guy Eid werden met machinegeweren gedood. Sinds 1968 zijn er 92 Amerikanen vermoord en raakten er 106 gewond bij ‘Palestijnse’ terreuraanslagen.
Ook de gijzeling in juni 1976 op het vliegveld van Entebbe was het werk van vliegtuigkaper Arafat. Een vliegtuig van Air France dat van Tel Aviv onderweg was naar Parijs werd door een Palestijnse-Duits commando gekaapt en naar Entebbe in Oeganda gevlogen. Daar werden de 103 joodse passagiers van de 168 andere passagiers gescheiden. Een Duitse terroriste dreef onder dreiging van haar geweer de joden bijeen. Bij sommige van hen stond het nummer uit het concentratiekamp nog op hun armen getatoeëerd. De Oegandese dictator Idi Amin, zelf verantwoordelijk voor het vermoorden van honderdduizenden landgenoten, verwelkomde de terroristen hartelijk in zijn land.
De Oegandese massamoordenaar Idi Amin
Een van de gijzelaars, de 75 jarige jodin Dora Bloch, werd onder leiding van Amin vermoord. Persoonlijk op het vliegveld aanwezig was Wadi Haddad, leider van de terreurbeweging Volksfront voor de Bevrijding van Palestina. Hij droeg zijn hellehonden op om de joodse gijzelaars te doden, of de eisen van de kapers nu werden ingewilligd of niet. Israëlische commandotroepen maakten op 4 juli op spectaculaire wijze een einde aan de gijzeling.
Arafat’s moordmachines kwamen uiteindelijk in Libanon zo zwaar onder vuur te liggen dat ze onder dekking van de "Multinational Force" moesten worden geëvacueerd. Een deel van zijn aanhang sloeg -aangewakkerd door Syrië- aan het muiten omdat men ernstig begon te twijfelen aan zijn leiderschap. Rond de 4000 volgelingen bleven hem trouw maar zij werden uit de Bekaa vallei verdreven naar vluchtelingenkampen in de buurt van Tripoli. De meeste Arabische landen weigerden om Arafat en de PLO te ontvangen nadat ze gedwongen werden door Israël om Libanon te verlaten in 1982. Tunesië was het enige land dat bereid bleek om tijdelijk gastheer te zijn voor de PLO-leiding.Op 30 augustus 1982 werden Arafat en zijn resterende bendeleden met Griekse schepen onder Franse bescherming geëvacueerd en naar de stad Tunis in Tunesië gebracht.
Israëlische vliegtuigen bombardeerden zijn hoofdkwartier
en maakten het met de grond gelijk waarbij 60 terroristen stierven en 70 gewond
raakten. In februari 1992 trouwde Arafat in Tunis met de 28-jarige Suha Tawil,
een rooms-katholieke vrouw die zich vanwege het huwelijk tot de islam had
bekeerd. Het verhaal ging dat Arafat met dit huwelijk een eind wilde maken aan
de geruchten over zijn homoseksualiteit.
De eerste PA-intifada (opstand) brak in december 1987 uit. Volgens zeggen ging het om een spontane uitbarsting van volksprotest tegen wat men de Israëlische militaire bezetting noemde. Maar deze opstand was van tevoren beraamd en volledig georkestreerd. In 1988 riep Arafat in Algiers de staat Palestina uit waarvan hij zich trots ‘president’ noemde. Op 14 december 1988 gaf hij in Genéve een historische persconferentie waarin hij de leugen verkondigde dat de Bevrijdingsorganisatie PLO het terrorisme had afgezworen en het bestaansrecht van de staat Israël had erkend.
Tijdens de Golfoorlog van 1990 steunde Arafat de “Slager van Bagdad” Saddam Hoessein. Ook duizenden in Koeweit werkzame ‘Palestijnen’ kozen de kant van de Iraakse dictator. Zij droegen Saddam op handen evenals de bewoners in het door het PA-regiem gecontroleerde Bijbelse gebieden Samaria, Judea en Gaza. Wel begrijpelijk want Saddam betaalde 25.000 dollar contant aan de nabestaanden van PA-zelfmoordenaars en ander moorddadig gespuis die zich kans zagen onschuldige Israëlische burgers te vermoorden. Zijn publieke steun voor de inval van Saddam Hoessein van Koeweit jaagde het grootste deel van de Arabische landen in het harnas tegen de Palestijnen. In maart 1991 werden ruim 450.000 Palestijnen door de regering van Koeweit uitgezet na afloop van de Eerste Golfoorlog.
Reeds tijdens de oorlog tussen Irak en Iran, vochten ‘troepen’ van Arafat mee aan de kant van Irak. Grote aantallen getrainde ‘Palestijnse’ eenheden van de “Bader Brigade” een onderdeel van Arafat’s “Palestine Liberation Army” namen in 1990 deel aan de Irakese invasie van Koeweit. Als dank voor deze steun ontving Arafat naderhand een hoge Irakese onderscheiding. De terreurbaas bezat drie villa’s in Bagdad waaronder een paleisachtig gebouw dat dienst deed als ambassade. Na de oorlog executeerde Koeweit een flink aantal van de ‘Palestijnse’ verraders en werden er ca 300.000 uit het sjeikdom verdreven.
Zie ook Arafat’s rol in de: De Oslo akkoorden
Arafat’s aankomst in Gaza
Op 1 juli 1994 verplaatste
Arafat zijn zetel naar Gaza om van daaruit leiding te geven aan de opbouw van
"zijn" land Palestina. Michael Kelly, journalist van de Washington
Post schreef op 3 april 2002 een artikel over zijn intocht.
,, Arafats aankomst in Gaza was een vertoon van brute macht. Hij kwam uit de Sinaï aan in een lange karavaan van Chevrolet Blazers, Mercedessen en BMW’s, 80 wagens vol zonnebrillen dragende boeven in leren jacks uitgerust met Kalashnikovs. De karavaan schoot langs de drukbezette straten schoten afvurend om het ‘geliefde volk’ uiteen te jagen om ruimte te maken voor de grote leider. Dit was alles dat de Palestijnse Autoriteit in het begin liet zien, een lelijke karikatuur van islamitisch despotisme.Het was nooit de bedoeling om democratie, ‘the rule of law’ , vrije pers, of een functionerend systeem van belastingen of gerechtshoven of ziekenhuizen in te voeren. Er heeft nooit een echte regering bestaan en mensenrechten was wel het laatste waar hij zich druk over maakte. Niemand heeft zich ooit met de opbouw van een economie of creatie van banen of zelfs maar vuilnisophaaldiensten of straatonderhoud bemoeit. Er waren alleen maar veiligheidsorganen- vele, vele- en villa’s bij de zee van Arafats maten, en miljoenen dollars buitenlandse hulp, die altijd weer verdween, en gevangenissen en propaganda. Vermeende collaborateurs werden onder zijn leiding op de meest beestachtige wijze door zijn volgelingen vermoord. En in het midden van dit alles: "President" Arafat, zittend in een kamer- omringd door wachtende vleiers en slippendragers en respectvolle dames en heren van de pers".
En zo zat meneer de ‘president’ plotseling binnen de grenzen van Gods land, door de wereld opgetuigd met de Nobelprijs voor de vrede en eiste hij een land op dat nooit van een volk dat ‘Palestijnen’ heet, is geweest. Om zijn eisen kracht bij te zetten stuurde hij zelfmoordenaars naar Israël om zoveel mogelijk slachtoffers te maken en gebruikte hij het wapen van terreur en geweld om heel ‘Palestina’ van de Joodse "bezetter" te bevrijden. Vrede betekent voor ons de vernietiging van Israël, zei Arafat in een toespraak voor veertig Arabische diplomaten in Stockholm in het voorjaar van 1997. De vernietiging van Israël is nabij zo sprak hij. Wij, ‘Palestijnen’ zullen alles overnemen, inclusief geheel Jeruzalem. Wij zullen de staat Israël volledig elimineren en een zuivere ‘Palestijnse’ staat vestigen. Zijn keuze voor het gebruik van geweld heeft niet alleen desastreuze gevolgen gehad voor de joodse bewoners van Israël, maar ook voor zijn eigen onderdanen. Onder Israël was er grote vooruitgang geboekt in onder meer de gezondheidszorg, onderwijs en welvaart, maar daar is onder Arafat; s leiding bijzonder weinig van overgebleven. De PA-gebieden behoorden tot de welvarendste van de Arabische wereld.
Camp David
In juli
Camp David: Barak-Clinton-Arafat
Israël aanvaarde alle door Clinton opgedrongen voorstellen en was de Israëlische regering bereid een ‘Palestijnse’ staat te erkennen. Daarmee werd de belangrijkste eis van Arafat ingewilligd. Maar Arafat zei nee, ondanks de verregaande concessies van Israël omdat hij weigerde van het zogenaamde recht op terugkeer van ‘Palestijnse’ vluchtelingen naar het huidige Israël af te zien. Barak wilde een beperkt aantal van 70.000 ‘Palestijnen’ toelaten, maar dat vond Arafat niet genoeg. Zijn plan was er 3 miljoen naar Israël te sluizen en zodoende langs demografische weg het einde van de staat Israël naderbij te brengen. Arafat liet de top mislukken want hij was niet naar Camp David gekomen om een overeenkomst te bereiken. Hij had totaal geen interesse om tot een akkoord met Israël te komen, hetgeen vanaf het allereerste begin zijn strategie was. Hij heeft nooit de kansen gepakt die hem van Israëlische zijde zijn aangeboden op een eigen Palestijnse staat. Israël’s toenmalige minister van BZ, Shlomo Ben-Ami, verklaarde later ook dat Arafat van het begin af aan niet van plan is geweest echte vrede met Israël te sluiten. De dag na Camp David riep Arafat alweer dat het bezit van Jeruzalem desnoods met geweld bereikt diende te worden. Arafat had bindend verklaart terroristen strafrechtelijk te vervolgen en te arresteren. Nauwelijks terug op zijn post in Gaza liet hij de grootste boeven uit de gevangenissen vertrekken of na hun veroordeling onmiddellijk weer op vrije voeten stellen. Vlak voor het begin van de Tweede Intifada werden nagenoeg alle reeds veroordelde terroristen die direct aan de planning en uitvoering van terreuraanslagen tegen de Israëlische bevolking deelgenomen hebben, vrijgelaten.
Hij gaf de terreurbeweging Hamas de opdracht tot het uitvoeren van een aantal ‘militaire operaties’ in het hart van de Joodse staat. Dit is op 28 september 2010 bekend gemaakt door Hamasleider Mahmoud Zahar. Het ging om zelfmoordaanslagen op Israëlische burgers. Dit was de eerste keer dat een leider van Hamas onthulde dat sommige door Hamas gepleegde zelfmoordaanslagen gedurende de tweede intifada waren uitgevoerd in opdracht van Arafat.
Hamas
terreurleider Mahmoud Zahar
Ehud Barak noemde op 3 juli
De voorstellen van Barak in Camp David waren overigens volledig in strijd met wat de Bijbel te melden heeft. Hierin waarschuwt de Here het Joodse volk de grenzen van het aloude land niet op te geven.
Spreuken 22:28
Verleg de aloude grenzen niet, die uw vaderen vaststelden.
Hosea 5:10 De
vorsten'van Juda zijn als zij die de grenzen verleggen. Op hen zal Ik mijn
verbolgenheid uitgieten als water.
De Godfather van de terreur zei openlijk te streven naar het bezit van heel Israël. Clinton was volledig op de hoogte van Arafat’s betrokkenheid bij terroristische aanslagen. Juist onder zijn regeerperiode hebben Arafat en zijn trawanten alle vrijheid gekregen de Oslo-akkoorden met voeten te treden, maar om het Oslo-proces niet te frustreren werd alles door de vingers gezien. In het boek "The High Cost of Peace" schrijft de auteur Yossef Bodansky dat Clinton’s activiteiten hebben geleid tot de dramatische terroristische aanslagen die de wereld ooit gezien heeft. Hij heeft ervoor gezorgd dat de Arabische wereld zich vijandiger is gaan opstellen t.o.v. het westen. Hij dwong Israël de terrorist Mohammed Atta -die een gevangenisstraf uitzat vanwege een bloedige aanslag op een bus in 1986- vrij te laten. Deze Atta was één van de terroristen die op 11-9-2001 betrokken was bij de aanslagen op de Twin Towers in New York.
Mevrouw Hillary Clinton was in de tijd dat haar man grote delen van Israël verkwanselde aan de terreurbaas, te gast bij Arafat’s vrouw Suha. Zij beschuldigde Israël van het gebruik van gifgas tegen ‘Palestijnse’ kinderen en het vergiftigen van het water. Mevrouw Clinton kreeg een golf van kritiek te verduren omdat ze niet had gereageerd op de misplaatste aantijgingen van Arafat’s vrouw.
Hillary Clinton en Suha Arafat
In februari 2002 was Hillary opnieuw in Israël, nu als gast van het Ministerie van Toerisme. Ze bleek haar pro-Palestijnse houding plotseling gewijzigd te hebben want ze weigerde de PA-gebieden te bezoeken en betichtte terreur miljardair Arafat schuldig te zijn aan het voortdurende geweld en de aanslagen op onschuldige Israëlische burgers. ,, Wat Israël ervaart, zal de hele wereld gaan ervaren als wij dit brutale terrorisme niet bestrijden, sprak ze voor een gehoor van joodse organisaties. ,, Arafat heeft als leider gefaald, hij weet wie de terroristen zijn en wat zij doen, maar hij doet er niets tegen". Ook beschuldigde zij Arafat van het oproepen van haat tegen joden en van connecties met Iran. Zij doneerde 1260 dollar aan Israëlische dorpen in Samaria en Judea voor de aanschaf van kogelvrije vesten. Tijdens haar campagne voor het senatorschap van de staat New York, retourneerde zij een gift van 50.000 dollar van een Amerikaanse moslimorganisatie toen zij hoorde dat leiders van deze beweging de holocaust ontkenden. De veranderde opstelling van mevr. Clinton had slechts ten doel de joodse bevolking van New York te paaien. Inmiddels heeft Hillary aangekondigd een gooi te willen doen naar het Amerikaanse presidentschap in 2008.
Arafat eiste het land op dat Israël als een eeuwig durend bezit van de Here heeft ontvangen. In de Engelstalige Saoedische krant "Saudi Gazette" van 27 juli 2000 zei Arafat,
"Vrede, stabiliteit en veiligheid kunnen in het Midden Oosten niet worden hersteld zonder de terugkeer van Jeruzalem onder volledige Palestijnse soevereiniteit en als de hoofdstad van de Palestijnse staat. Dat is wat wij duidelijk hebben verklaard en waar wij op staan. Wij zullen geen enkele andere rol of status accepteren dan volledige soevereiniteit over Jeruzalem". Grote veldslagen liggen voor ons, laten wij ons daarom voor Allah en het gehele Palestijnse volk verplichten dat wij onze belofte nakomen. Een eed is een eed en een belofte is een belofte. De hele wereld staat aan onze kant, en Israël staat hopeloos alleen.
Inderdaad kon Arafat zich verheugen over een grote schare supporters wereldwijd, waaronder kerkelijke machthebbers en wereldleiders. Op 28 januari 2001 vond in Davos het jaarlijkse “World Economic Forum” plaats. Hier werd de nooit berechte megacrimineel door de wereldleiders als eregast binnengehaald. De Duitse krant Bild schreef over hem: ,,Arafat is van alles op de hoogte. Hij is de grijnzende dierentuin directeur die de kooien van de leeuwen en tijgers van de terroristenbendes waaronder die van Hamas heeft geopend". Hij heeft vijftig aanslagen overleefd en opdracht gegeven tot honderden terreuraanslagen met duizenden doden. In Sichem (Nablus) werden onschuldige broers aan vleeshaken opgehangen tot ze dood waren. Volgens Palestijnse bronnen gaf Arafat persoonlijk bevel de buiken van zwangere Arabische vrouwen open te snijden terwijl hun echtgenoten die niet naar Arafat’s poppen wilden dansen, moesten toekijken. Hij was ook de man die Arabische kinderen de handen liet afhakken terwijl hun ouders vol afgrijzen toekeken. De wereldleiders lieten hem gewoon zijn gang gaan. Dat Arafat Joodse gelovigen in een synagoge in Istanboel liet vermoorden en zwangere vrouwen met hun kinderen in Aifeh Menashe bij Jericho, leverde geen enkele reactie opgeleverd van de Wereldleiders. Er bestaat een eindeloze lijst vol wandaden van Arafat en zijn trawanten. De gebieden die onder zijn controle stonden ontpopten zich tot een rovershol van waaruit strooptochten in Israël werden ondernomen om alles wat los en vast zit te stelen. Een hol van waaruit Arafat zijn volgelingen opriep om in Israël’s thuisland onschuldige joden van de weg te schieten, of door middel van zelfmoordaanslagen zoveel mogelijk slachtoffers te maken onder de burgerbevolking.
Tweede Intifada
Het hek was weer helmaal van de dam toen Israëls premier Ariel Sjaron een bezoek bracht aan Israëls meest heilige plaats de Tempelberg. Sjaron ging naar de Tempelberg om de doelbewuste verwoesting door de Arabieren met eigen ogen te aanschouwen. Volgens het PA-regiem was het bezoek van Israëls premier Ariel Sjaron aan de Tempelberg op 28 september 2000 de aanleiding van de nieuwe Palestijnse opstand. Maar dit bezoek was nota bene van tevoren met dezelfde PA-leiders overlegd. Bovendien waren Arafat’s volgelingen al een week voor Sjaron’s bezoek aan hun nieuwe reeks gewelddadigheden begonnen. De Al Aksa-intifada ( het Arabisch woord voor afschudden) was al ruim van tevoren gepland. In de gebieden die onder controle staan van het PA-regiem waren oorlogsmagazijnen ingericht met wapens en munitie, met voedsel, water en olie en generatoren. En geheel volgens planning stuurde Arafat zijn ‘hellehonden’ de straat op om Israëli’s te vermoorden. Meer dan 1500 werden gedood in de jaren van terreur die volgden.Hanai al-Hassan, een hoge adviseur van Arafat verklaarde al in de zomer van 2000 dat er een nieuwe intifada op stapel stond en dat deze niet alleen met stenen zou worden uitgevochten, maar dat er een heel scala aan nieuwe wapens ingezet zou worden. Ook de Israëlische veiligheidsdiensten en de media berichtten al een paar maanden voor het begin van de opstand dat de ‘Palestijnen’ een nieuwe intifada aan het voorbereiden waren. Dat Israëls berichtgeving niet slechts berustte op anti-‘Palestijnse’ sentimenten of op verzinsels werd uit onverwachte hoek bevestigd.
De door Israël gevangen zittende al- Fatah leider Marwan Barghouti vertelde de Jeruzalem Times in juni 2001, dat de start van de Intifada niets te maken had met Sjaron’s bezoek aan het Tempelplein.
Fatah-terreurleider Marwan Barghouti
Op 2 Maart 2001 zei Imad Faluji, PA-minister van communicatie op een PLO bijeenkomst in het Ein Hilwe ‘vluchtelingenkamp’ in Zuid Libanon, dat deze intifada niets van doen had met Sjaron’s bezoek aan de Tempelberg, maar dat de voorbereidingen voor de nieuwe opstand tegen Israël reeds in juli 2000 waren begonnen, na het mislukken van de top in Camp David tussen Clinton, Barak en Arafat. Falouji noemde het een vergissing te denken dat de opstand was is uitgelokt door het bezoek van Sjaron aan de Tempelberg, zoals de ‘Palestijnse’ nazi-propagandamachine en de wereldse media de wereldburgers steeds hebben voorgehouden. Bovendien heeft de media een groot aantal berichtten wereldkundig gemaakt die rechtstreeks afkomstig waren uit de misselijkmakende ‘Palestijnse’ propagandamachine. Documenten uit de archieven van het in de zomer van 2001 door Israël gesloten Orient House in Jeruzalem, maken duidelijk dat de ’Palestijnen’onder leiding van Arafat al in 1995 de huidige intifada aan het voorbereiden was.
Enkele weken voorafgaand aan
de nieuwe opstand werden de ‘Palestijnen’ door hun leiders via de media en
moskeeën opgehitst tot het aangaan van een gewelddadige confrontatie met
Israël. Als start voor de opstand liet Arafats goed geoliede propagandamachine
via pamfletten het gerucht verspreiden dat Sjaron de eerste steen had gelegd
voor de bouw van een Joodse Tempel.Tijdens islamitische gebedsdiensten werd dit
vuurtje nog eens flink opgestookt waardoor de zaak volledig escaleerde.
"Revolutie tot de overwinning" klonk de alom gehoorde kreet en oorlog
aan de zionistische bezetter. Ook de rest van de wereld raakte in rep en roer
en haastte zich Sjarons bezoek te veroordelen als een ernstige provocatie.
De “Moloch cultus” waarbij in oude tijden kinderen werden geofferd, werd door Arafat weer nieuw leven ingeblazen. Hij noemde zijn kleine martelaren de " Generaals van de stenen ". Er ontstond wereldwijde beroering toen er een foto verscheen met daarop een PA-baby met een patroongordel en ‘explosieven’ op zijn lichaampje. De baby droeg een felrode band om het hoofd van de terreurbeweging Hamas. Dit soort foto’s waren bedoeld om er een hele generatie jongeren mee te hersenspoelen. Tijdens een zoektocht naar wapens begin juli 2002 troffen Israëlische militairen in een huis een jonge moeder aan met een baby op haar arm. Zij smeekte het kind buiten het strijdtoneel te mogen brengen. Toen een van de militairen de baby in zijn armen nam, ontdekte hij een springlading op het lichaam van het kind. Het kwam wonder boven wonder niet tot een explosie omdat de ontsteking niet werkte. De huidige premier Abu Mazen (Mahmoed Abbas), destijds één van Arafat’s stromannen, vertelde eind juni 2002 aan een journalist van A-Zaman, een krant in Koeweit, dat er alleen al in de plaats Rafah in Gaza, ruim 40 kinderen hun handen zijn kwijtgeraakt door vroegtijdig ontplofte pijpbommen. De kinderen ontvingen 5 Israëlische shekels wanneer ze deze bommen in de buurt van Israëli’s tot ontploffing brachten.
Onderscheidingen voor
moordenaars/zelfmoordenaars
Zelfmoordenaars werden door
Arafat postuum met onderscheidingen geëerd. De wereld zag Arafat als een
respectvol leider die corruptie en terrorisme had afgezworen. Maar de PLO
leider liet geen enkele gelegenheid onbenut om terroristen te eren. Hij kende
de hoogste ‘Palestijnse’ onderscheiding toe aan de terrorist Halil al-Rai,
bekend vanwege de moord op een aantal Israëliërs. Hij kreeg het zogeheten
"Jeruzalem medaille"omgehangen om hem te eren voor zijn strijd tegen
de zionistische bezetter. Aboe Daoet, een voormalig leider van de
terreurbeweging "Zwarte September" een van de breinen achter de moord
op het Israëlisch Olympisch team in Munchen 1972, kreeg de ‘Palestijnse’
cultuurprijs naar aanleiding van een door hem geschreven boek waarin hij
precies uitlegt hoe de aanslag op de Israëli’s in z’n werk gegaan is. Een
‘Palestijnse’ politieman die op 18 november 2000 een bloedige aanslag pleegde
op een Israëlische bewakingseenheid in de Strook van Gaza en daarbij zelf werd
gedood, werd later postuum door het PA met twee rangen bevordert. De
sluipmoordenaar kreeg een erebegrafenis en de officiële ‘Palestijnse’ media verklaarde
hem tot nationale held. Bij de aanslag vielen aan Israëlische kant een dode en
twee zwaargewonden waarvan er later nog een overleed. Op de voorpagina van
"Al Ayyam" de dagelijkse nieuwskrant van de PA werd de terrorist
Muhammed Ziad Alkhalili herdacht die in het joodse dorp Hamra in de Jordaan
vallei, een bloedbad had aangericht: ,, met grote trots en achting en met
vastberaden geloof in allah, is de Hamas organisatie Al Kassam erin geslaagd om
ver buiten Jenin een zelfmoordaanslag te plegen. Wij bidden dat Allah deze
heldhaftige martelaar een mooie plaats in de hemel heeft geschonken bij de
andere martelaren, de profeten en andere gelovigen".
Alkhalili droeg een uniform van het Israëlische leger toen hij het dorp binnendrong en drie joodse bewoners vermoorde waaronder de 45 jarige vrouw Miri Ochana en haar 11 jarige invalide dochter Yael. Ook de 27 jarige terroriste Wafa Idris werd uitvoerig geprezen voor haar moordaanslag in de Jaffastraat in Jeruzalem waarbij een dode viel en 150 mensen gewond raakten. De kranten van de PA toonden een paginagrote foto van haar op de voorpagina. Arafats Fatah-beweging organiseerde zelfs een optocht voor jonge Palestijnse meisjes waarbij de terroriste werd verheerlijkt. Ook is een meisjeszomerkamp naar haar genoemd.
Half juni 2003 werd Achmed Jbarra, een Palestijnse terrorist na 28 jaar gevangenisstraf door Israël vrijgelaten. Hij was verantwoordelijk voor het plaatsen van een bom in een koelkast op het Zionplein in Jeruzalem in 1975 waarbij 14 mensen omkwamen. Arafat benoemde hem ogenblikkelijk na zijn vrijlating tot speciaal adviseur voor gevangeniszaken en zei dat Jbarra een ‘belangrijke bijdrage had geleverd aan het Palestijnse volk. Talloze terroristen zijn door Arafat onderscheiden en werden op hoge posten neergezet binnen de PA-veiligheidsdiensten.
De terreurbaas loog en
bedroog wanneer hem dat zo uitkwam. Hij was niet alleen een aartsterrorist,
maar bleek ook een oplichter te zijn. Sinds de tijd dat Dr. Joseph Goebels,
hoofd van de Nazi-propagandamachine was, is er zelden zoveel gelogen als onder
het terreurbewind van Arafat. Van al zijn leugens was er geen groter dan die
dat de joden zijn land bezet hielden. Hij kreeg daarbij de steun van zo
ongeveer de hele wereld. Om zijn bewering kracht bij te zetten beweerde hij met
regelmaat dat de Palestijnse wortels terug te vinden waren in de Kanaänieten,
Jebusiten en Filistijnen. Maar de Kanaänieten en Jebusieten waren geen
nakomelingen van Sem maar van Noach’s zoon Cham. Tijdens een toespraak voor een
groep jongeren in een zomerkamp op 18 augustus 1994 zei hij ‘Diegenen onder
jullie die het vuur van de intifada ontstaken moeten nu optreden als
verdedigers van onze jonge staat, waarvan Jeruzalem de hoofdstad is. Dat is
“Bir Salem” ( de fontein van Salem. Salem was één van de Kanaänitische
koningen, één van onze voorvaderen. De door Arafat genoemde koning Salem is
echter een nieuwkomer op het historische toneel. De geschiedenis kent namelijk
geen Kanaänitische noch Jebusitische of Filistijnse koning van die naam.
Trouwens wanneer de Palestijnen afstammelingen zouden zijn van de Filistijnen,
zouden zij geen Arabieren zijn. Zie voor meer
informatie hierover mijn artikel “Oordeel
over de Filistijnen”
Er heerste complete wetteloosheid in Arafat’s terreurparadijs. Klaus
Lofgren, Midden Oosten correspondent voor een Zweeds tv-station was in 2002
getuige van de executie van een ‘Palestijnse’ arrestant in Arafat’s
hoofdkwartier in Ram’allah. De arrestant, een jongeman van in de twintig, wiens
gezicht ernstig was toegetakeld, werd door twee zogenaamde ‘politiemensen’
geblinddoekt binnengebracht en tegen een muur gezet waarna de beulen hem op
drie meter afstand een serie kogels in zijn hoofd en borst schoten. Nadat het
slachtoffer op de grond gevallen was, schoot men hem nogmaals een serie kogels
door zijn hoofd. Lofgren zei niet te kunnen geloven wat hij had gezien. Ook
andere journalisten waren op het geluid van de schoten afgekomen omdat ze
dachten dat Israëlische militairen bezig waren het gebouw te bestormen. Zij
kregen de opdracht onmiddellijk te vertrekken. Op vragen van Lofgren welke
misdaad de gevange had begaan en of hij daarvoor een proces had gehad, was het
antwoord dat de jonge man twee oude vrouwen zou hebben vermoord en zijn
grootmoeder zou hebben verkracht. Arafat zou persoonlijk opdracht tot de
executie hebben gegeven. De jongen werd geëxecuteerd bij het gebouw waar even
later het PA-kabinet bijeen kwam voor werkoverleg.
Openbare moordpartijen
Vermeende collaborateurs kregen -en krijgen nog steeds- schijnprocessen
en worden dikwijls in het openbaar ter dood veroordeeld en vervolgens, ook in
het openbaar, door een vuurpeloton geëxecuteerd of publiekelijk vermoord waarbij sommigen aan hun voeten worden opgehangen
en met messen bewerkt. De lichamen van de slachtoffers worden met veel bravoure
door de straten gesleept terwijl honderden mensen toekijken. De
Palestijnse ‘politie’steekt nimmer een hand uit bij dit soort lynchpartijen.
De afbeeldding links toont het lichaam van een geliquideerde
‘Palestijn’, aan zijn enkels opgehangen in het centrum van Ram’allah. Het laat
zien dat mensenlevens geen enkele waarde hadden/hebben in de PA-doodscultuur.
De Al Aqsa Brigade van Arafat’s Fatah beweging eiste de verantwoordelijkheid op
voor deze weerzinwekkende moordpartij. Het slachtoffer zou een collaborateur
zijn geweest maar dikwijls ging het om politieke tegenstanders van Arafat’s
bewind. Schijnprocessen waren aan de orde van de dag en veroordeelden werden
soms een paar uur later al geëxecuteerd. Nauwelijks een dag na het voorval in
Ram’allah werden in Bethlehem opnieuw twee vermeende collaborateurs Mahmoud
Sabatin en Mohammed Dakhallah vermoord.
In het bijzijn van honderden toeschouwers en maar liefst 60 uitgenodigde journalisten werd in de plaats Kabatiya, in de buurt van Ram-allah, de van collaboratie met Israël beschuldigde ‘Palestijn’ Mohammed Rafik Abed A-Rasek (45) geëxecuteerd. Een van de beulen was Jamal Abu-Rob, de leider van de Al-Aksa Martelarenbrigade in Noord Samaria, die onder zijn volgelingen de bijnaam,, Hitler" draagt. De gewapende terrorist riep "wat is zijn vonnis? "De menigte schreeuwde enthousiast "Executeer hem" waarop de vader van twee kinderen stierf in een regen van kogels. Getuigen vertelden dat de menigte waaronder kinderen en volwassenen juichten terwijl zij zich over het lichaam van de dode bogen. Daarmee wil men de bevolking afschrikken de Israëlische veiligheidsdiensten informatie over door Israël gezochte terroristenleiders te leveren. Het komt regelmatig voor dat gemaskerde beulen, zogenaamde ‘waakzaamheidcomités' gevangenissen binnendringen en verdachten van collaboratie, standrechtelijk executeren.
Toen de Palestijnse Autoriteit in 1994 werd opgericht, verklaarde Arafat dat de verkoop van grond aan de Joden voortaan als een vergrijp zou worden aangemerkt waarop de doodstraf door ophanging zou komen te staan. Gronden verkopen door Arabieren was in de tijd na de Zesdaagse oorlog de gewoonste zaak van de wereld en bleek voor veel Arabieren een erg winstgevende handel. De maatregel van Arafat had tot gevolg dat vele Arabische families die goed hadden geprofiteerd van deze grondverkoop, plotseling in acuut levensgevaar verkeerden en sommigen gedwongen werden de ‘Palestijnse gebieden’ te ontvluchten.
Hier wordt een Arabische boer opgehangen die grond aan
Joden had verkocht.
Arafat was de dictator van het PA/PLO-regiem en had de leiding over alles wat er in de gebieden die onder zijn controle stonden gebeurde. The Los Angeles Times beschreef zijn leiding als dat van het allerlaagste allooi. Er was geen enkele sprake van enige politieke vrijheid. De burgerrechten werden met voeten getreden en er heerste een constante atmosfeer van agressie en brutaliteit van de verschillende terreurbendes. Meningsvrijheid werd niet getolereerd en bijeenkomsten van de oppositie verboden. De onder zijn controle staande bevolking leefde in constante angst hun bezittingen kwijt te raken, geconfisceerd door Arafat’s corrupte ‘politieapparaat’. Rechters verboden het recht op vrije meningsuiting en zij die niet wensten te buigen werden brutaal vervolgd. Journalisten die niet dát schreven wat hun werd opgedragen of die het lef hadden Arafat’s wachtende vleiers en slippendragers te bekritiseren, werden opgesloten en gemarteld. Volgens een in 2001 verschenen rapport van het ‘Onafhankelijke Comité voor Bescherming van Journalisten’ hebben vanaf het moment dat Arafat gezag is gaan uitoefenen in Gaza, en delen van Samaria en Judea , zijn veiligheidsdiensten alle locale critici van de pers gemuilkorfd, door middel van willekeurige arrestaties, bedreigingen, psychische intimidatie en het sluiten van verkooppunten.
Academische en politieke persoonlijkheden, die tegen Arafat’s bewind protesteerden werden gearresteerd en mishandeld. Toen de christelijke burgemeester van Bethlehem Chanan Nasser na een bezoek aan Arafat huiswaarts keerde, waar hij bezwaren had geuit over de grafschendingen, moorden en overvallen van de in Bethlehem en omgeving opererende terreurbendes, moest hij zijn brandende auto hals over kop verlaten. Een groep prominente intellectuelen die een petitie hadden ondertekend waarin Arafat’s regiem werd beschuldigd van corruptie, werden gevangen gezet en gemarteld. De burgemeester van een Palestijnse dorp Zuhir Hamdan, die publiekelijk verkondigde dat zijn dorpsgenoten prefereerden te leven onder Israël inplaats van onder Arafat, werd neergeschoten, maar overleefde de aanslag. Terreurbenden genoten volledige immuniteit en maakten van hun vrijheid gebruik de eigen bevolking te tiranniseren zonder dat daar tegenop getreden werd. Arafat’s regiem was barbaars en onderdrukkend. Hij gebruikte het wapen van terreur en geweld en stuurde zijn moordenaars op pad om zijn eisen kracht bij te zetten. Hij was het die het pad van geweld had gekozen en niet Israël zoals zovelen graag willen geloven. Hij was verantwoordelijk voor de moreel verachtelijke daden van terreur. De internationale media verlustigde zich aan het ziekmakende aanblik van PA-bendes die speelden met ledematen van gedode Israëlische militairen en de bloederige beelden van verminkte Israëlische lichamen, de slachtoffers van busexplosies. Arafat verheugde zich in de aanblik van de dood van zijn eigen mensen die de rol van slachtoffer prefereerden. In 2002 verscheen in het Arabische dagblad Al-Sharq Al-Awsat, dat in Londen verschijnt, een serie artikelen van een Arabische diplomaat onder de naam Abu Ahmad Mustafa. Hij schrijft dat de intifada uiteindelijk een misdaad tegen de eigen bevolking opleverde.
In een interview uitgezonden op 06-02-2004 op de PA-tv, verklaart Ahmed Nasser, Secretaris van de Wetgevende Raad, dat Israël niet kan bestaan ‘onder de menselijke wezens’ omdat het ‘gegrond is op roof, terreur, doodslag, marteling, moord en landroof’. Zijn opmerkingen weerspiegelen de voortgaande campagne van de bezetters van Israël’s thuisland om het bestaansrecht van Israël te bestrijden en te ontkennen. Minister Farouk Kaddoumi die zijn thuisbasis heeft in Tunesië, verklaarde in een interview in de Jordaanse krant Al-Arab dat het PLO handvest nooit is aangepast en dat de PLO onveranderd Israël’s bestaansrecht ontkent en dat slechts de gewapende strijd de Arabieren tot de overwinning voeren zal. "Wanneer Arafat zegt dat de strijd tegen Israël onverminderd voortgezet moet worden- en dat zegt hij regelmatig- dan bedoelt hij niets anders dan het continueren van terreuraanslagen tegen joden" aldus Kaddoumi.
Arafat persoonlijk betrokken bij terreur
Het wemelt werkelijk van de bewijzen dat Arafat persoonlijk betrokken was bij de terreur tegen Israël.Bij de inval in zijn hoofdkwartier in Ram-allah tijdens operatie "Beschermende Muur" in april 2002, vond het Israëlische leger het onomstotelijke bewijs dat Arafat en de PA rechtstreeks betrokken waren bij de zelfmoordaanslagen in Israël. Bij het doorzoeken van de gebouwen ontdekte men een groot aantal documenten en ander materiaal die bewezen dat Arafat persoonlijk leiding gaf aan de terreuraanslagen en terroristen financieel en met wapens ondersteunde. Er zijn honderden documenten gevonden met daarin opdrachten aan terreurcellen van Arafats Fatah-beweging en een ‘loonlijst’ met daarop de namen van terroristen. De betalingen aan de ‘Palestijnse’ terreurbewegingen bleken te zijn voldaan via de bank van Jordanië en alleen d.m.v. cheques, zodat het niet in de verantwoording naar het Internationaal Monitair Fonds en de Europese Unie zichtbaar was. Zestig van zulke cheques zijn in Arafats hoofdkwartier in Ram-allah in beslag genomen. Een van de meest bijzondere vondsten was een trucage foto waarop een door Israëlische militairen gedode Arafat te zien was.
Ook trof men een groot aantal
verboden wapens aan, afluisterapparatuur, vesten met explosieven die worden
gebruikt door zelfmoordenaars en
Zelfmoordmoeder
In de gebouwen ontdekte men verder geheime tunnels en complete wapenkamers. In een bunker trof men een grote voorraad allerhande wapentuig aan waaronder anti-tank en anti-luchtdoelraketten. In een bureau van Arafat trof men een brief aan die gericht was aan Israëlische Arabieren waarin hij hen opriep tegen de staat Israël in opstand te komen. Volgens Israëlische bronnen zijn er duizenden documenten aangetroffen. Uit een van de documenten bleek dat Arafat in het verleden wapens heeft gesmokkeld met zijn helikopter tijdens zijn buitenlandse vluchten. De wapens waren afkomstig uit Irak en Iran. Onder de documenten bevonden zich ook overboekingen naar de privé- rekening van Arafats vrouw Suha. Alle bewijzen van Arafats betrokkenheid bij de terreuraanslagen lagen klaar om vernietigd te worden toen het Israëlische leger de kantoren in Ram-allah binnenviel. Arafat beweerde dat alle gevonden documenten door de Israëli’s waren vervalst ondanks het feit dat vele documenten waren voorzien van zijn eigen handtekening. Ook trof men kleding aan van orthodoxe joden.
Het is bij herhaling voorgekomen dat PA-zelfmoordenaars dit soort kleding droegen bij de door hen gepleegde aanslagen. “Ik zag een vrouw die in brand stond alsof ze een toorts was. Eerst branden haar kleren en toen haar huid”, aldus Eli Shmueli toen hij de zelfmoordaanslag beschreef in Jeruzalem op 11 juni 2003 waarbij 16 onschuldige Israëlische burgers door een als orthodoxe jood verklede 18 jarige Palestijn uit Hebron de dood in werden gejaagd en waarbij 135 mensen gewond raakten. Shmueli stond in de Jaffastraat toen hij een explosie hoorde. Hij zag een bus waarvan de ramen waren weggeblazen en mensen die in brand stonden. Zes mensen zaten nog in hun stoel. Van een oudere man die achter de chauffeur zat was het hoofd naar achteren gerukt; zijn gezicht was helemaal verkoold. Naast hem zat een vrouw met verschroeid haar. Ook haar gezicht was helemaal verkoold. Tegenover de oudere man zat een vrouw wiens gezicht helemaal zwart was gebrand. Achter haar leunde iemand op haar schouder. Deze persoon was onthoofd. Er werden weer snoepjes uitgedeeld in de gebieden die onder controle stonden van Arafat.
Hoezeer de terreurbaas betrokken is bij het terrorisme blijkt nog eens uit een tweetal videofilms "The Trojan Horse" en "Israël and the War of Images" van de Franse filmproducent en journalist Pierre Rehov. De videobanden bevatten gefilmd materiaal waarin Arafat en zijn bendeleden zich uitspreken voor de vernietiging van de Joodse staat en de uitroeiing van het Joodse volk. De twee professioneel geproduceerde documentaires- ieder met een lengte van 60 minuten- bevatten tevens onbewerkt materiaal in het Arabisch van uitzendingen van de PA/PLO-tv en is vertaald in Engels en Frans. De videobanden maken nog eens duidelijk dat Israël te maken heeft met een bende bandieten van de ergste soort. Ze geven Israël de schuld van alle ellende in de onder hun controle staande gebieden. Ze beschuldigen Israël verantwoordelijk te zijn voor hun eigen daden van terreur, corruptie, moord, drugsmisbruik, etc.
Misbruik donorgelden
Arafat behoorde tot de meest succesvolle dieven aller tijden. “Iemand die niet over het geld beschikt, beschikt niet over de macht” was Arafat’s leus. Volgens het zakenmagazine Forbes zou de terreurbaas over een vermogen van 300 miljoen dollar hebben beschikt, maar volgens de Israëlische inlichtingendienst, ging het om een bedrag van meer dan een miljard dollar. Het Internationale Monetaire Fonds (IMF) stelde aan de hand van de PA/PLO-boekhouding vast dat Arafat tenminste 900 miljoen dollar uit publieke fondsen heeft overgeheveld naar rekeningen die hij zelf controleerde. Volgens een document van het IMF bleken verschillende ontvangers deel uit te maken van loyale politieke netwerken die onder geen voorwaarde voor dergelijke betalingen in aanmerking zouden moeten komen. Uit dit document bleken maar liefst 56.128 mensen op de loonlijst te staan van de PA/PLO-politie en veiligheidsdiensten. Een groot deel van dit ‘leger’ hield zich niet met terreurbestrijding bezig, maar nam er zelf actief aan deel. Het gaat om geld dat voor zijn onderdanen bestemd was maar daar niet is terechtgekomen. Veel van het door hem gestolen geld is geïnvesteerd in onroerend goed in Europa, Canada en Australië en in aandelen van internationale bedrijven. Naar verluidt investeerde Arafat wereldwijd tenminste zo’n 799 miljoen dollar via een holding die op haar beurt andere, voornamelijk in de Verenigde Staten gevestigde bedrijven inschakelde om investeringen te plaatsen in telecommunicatiebedrijven en informatica start-ups. Arafat zou 1.3 miljoen dollar hebben belegd in het Bowlmor Lanes, een bekende bowling in New York die regelmatig beroemdheden over de vloer krijgt. Het fortuin werd de afgelopen decennia opgebouwd met de PLO belasting op de inkomsten van Palestijnse werknemers in Arabische landen, Arabische bijdragen voor de Palestijnse strijd tegen Israël; opbrengsten van wapenhandel; beloningen voor het voor andere organisaties plegen van terroristische aanslagen en de enorme donorbedragen uit o.a. Europa en Amerika.
Volgens een artikel van de
Amerikaanse onderzoekster Dr Rachel Ehrenfeld, in de Washington Times verdiende
de PLO van Arafat ook veel geld met drugshandel, afpersing, het witwassen van
zwart geld en fraude. Door het ontbreken van een goede controle op met name de
donorgelden heersten corruptie, vriendjespolitiek en in sommige gevallen gewoon
het recht van de sterkste. Arafat’s vrouw Suha en dochter die toentertijd
afwisselend in Parijs en Zwitserland verbleven
kreeg maandelijks 100.000 dollar van haar geliefde. Een onderzoek van de
Franse overheid in oktober 2003 bracht aan het licht dat Arafat in totaal 1.27
miljoen dollar van zijn eigen bankrekeningen in Zwitserland naar de rekeningen
van zijn vrouw had overgemaakt. Arafat leefde sinds het begin van de nieuwe
PA-terreurcampagne in 2000, gescheiden van zijn vrouw en dochter Zahwa. Jawied
al-Ghoessein die twaalf jaar lang de
penningmeester was van de terreurorganisatie PLO, ontdekte hoe Arafat en zijn
corrupte kliek, miljoenen wegsluisden naar buitenlandse bankrekeningen.
Ghoessein nam ontslag en vertrok naar Aboe Dhabi van waaruit hij in april 2001
werd ontvoerd. Met Arafat’s vliegtuig werd de bejaarde en doodzieke man 16
maanden lang in Gaza vastgehouden. De Palestijnse woordvoerder Saeb Erekat kwam
met een paar duizend dollar op zak uit Tunesië. Nu is hij multimiljonair. De
voormalige premier Mahmoud Qurei, ook een van zijn oude terreurmaatjes uit
Arafats Libanon periode, liet een vakantiehuis bouwen van 1.5 miljoen dollar.
Deze Qurei die zo fel gekant was tegen de bouw van het “Anti terreurhek”,
leverde zelf het cement aan Israël voor de bouw van het betonnen deel van deze
afscheiding.Hij ontkende vanzelfsprekend deze beschuldiging maar het
Israëlische tv-station Kanaal 10 leverde later het keiharde bewijs dat niet
allen hij maar ook zijn zoon betrokken was bij de levering van cement waarvoor
zelfs een contract met Israël was afgesloten.
Het Duitse actualiteitenprogramma "Report München" berichtte 9 juni 2004 dat Arafat de afgelopen jaren op grote schaal internationaal verstrekte hulpgelden heeft aangewend voor de financiering van terreurdaden. Redacteuren van het programma zeggen ook documenten te hebben waaruit blijkt dat Arafat persoonlijk geld heeft overgemaakt aan ‘leden’ (terroristen) van zijn Fatah-beweging en de daaraan gelieerde Al-Aqsa Martelaren Brigades. Deze terreurgroep is verantwoordelijk voor een groot aantal zelfmoordaanslagen in Israël. Een voormalige ‘Palestijnse’ minister van landbouw, Abdoel Jawad Saleh, onthulde in een onderzoek van het weekblad Newsweek dat Arafat regeerde over wat hij noemde "Een Maffia staat". Op 7 juni 2002 publiceerde de Koeweitse krant een artikel waarin Arafat ervan werd beschuldigd 5.1 miljoen dollar aan Arabische hulpgelden naar één van zijn privé-rekeningen te hebben doorgesluisd ter dekking van persoonlijke uitgaven, waaronder het levensonderhoud van zijn vrouw. Volgens de krant werd voedselhulp voor hulpbehoevende ‘Palestijnen’ op de PA-markten te koop aangeboden. De krant toonde verder documenten afkomstig van het kantoor van een Arabische bank in Caïro.
Terrorisme was in de tijd van
Arafat de belangrijkste bron van inkomsten. Arafat ontving naast de honderden
miljoenen dollars per jaar uit het westen, eveneens grote bedragen uit de oliedictaturen
ter ondersteuning van zijn terreur tegen Israël. Arafat wist als geen ander de
kunst te verstaan de ruimhartigheid van zijn donoren te misbruiken voor het
plegen van terreur.De gulle geldgevers in het Westen bleken op geen enkele
wijze toezicht te houden wat er met al dat geld gebeurde.
Nederland en Arafat
De vroegere minister van BZ Hans van Mierlo -ex-geliefde van Gretta Duisenberg- schudde destijds hartelijk de hand van de terreurbaas en voormalig premier Lubbers omhelsde Arafat in 1997 als een oude vriend en respectvol leider. Van Mierlo gaf geen enkele reactie toen in Nederland opgeleide en deels met Nederlands belastinggeld betaalde PA- politieagenten massaal de Hitlergroet brachten.

Van Mierlo zorgde voor grote opschudding
toen men ontdekte dat hij heimelijk contacten onderhield met ‘Palestijnen’ in
Oost Jeruzalem. In 1996 provoceerde hij de Israëlische regering door bij Faisal
al- Hoesseini, de vertegenwoordiger van de PLO op bezoek te gaan in het
omstreden Oriënt House in Jeruzalem. Nadat hij betrapt was, tijdens het
officiële staatsbezoek van koningin Beatrix aan Israël, heeft Hoesseini gezegd
in van Mierlo’s visite een bevestiging te zien dat dit staatsbezoek in feite
ook aan de ‘Palestijnen’, of liever de PLO, was gebracht. De in mei
Toen Israël in 1997 zich onder druk van Bill Clinton genoodzaakt zag de stad Hebron aan Arafats terreurbewind over te dragen schreef van Mierlo Arafat op 17 januari 1997 een brief;
Geachte meneer de president,
Staat u mij in de eerste plaats toe, in mijn hoedanigheid van voorzitter van de Raad van Ministers van de Europese Unie, te feliciteren bij de gelegenheid van de ondertekening van het protocol over de implementatie van de Israëlische hergroepering in Hebron en de daarmee verbonden documenten... De Europese Unie is ervan overtuigd dat u een eerlijke en evenwichtige overeenkomst hebt bereikt, die verdere vooruitgang zal bevorderen binnen het raamwerk dat werd neergelegd op de Madrid Conferentie en in de Oslo-akkoorden.
Arafat was juist in die tijd al volop bezig alle Oslo-afspraken met voeten te treden en riep hij regelmatig in toespraken op de staat Israël te willen vernietigen. Uit deze briefing wordt nog eens duidelijk dat de Europese Unie vanaf het begin dat Arafat en zijn bende in Gods land zijn neergestreken, er een duidelijke Europese lobby bezig is Arafat in het zadel te houden. In het Hebron protocol verplichten de Palestijnen zich opnieuw het terrorisme te bestrijden, het geweld te voorkomen, samen te werken op veiligheidsgebied, het voorkomen van ophitsing en vijandelijke propaganda, het systematisch bestrijden van terroristische organisaties en hun infrastructuur, aanhouding, vervolging en bestraffing van terroristen etc. Maar ook deze afspraken zijn door Arafat volledig genegeerd.
In het najaar van 2001 werd Arafat met een leger van 22 lijfwachten en zijn “kaffya” geplooid in de vorm van de kaart van Israël op zijn hoofd hartelijk door premier Wim Kok en de minister van BZ, Van Aartsen in Nederland ontvangen. Schuldig aan honderden doden van de door hemzelf uitgeroepen tweede Intifada vormden voor de Nederlandse bewindslieden geen beletsel hem te ontvangen. Arafat was de dictator binnen een corrupte kliek profiteurs die zichzelf miljonair hebben gemaakt van gestolen donorgelden, hij die opdracht heeft gegeven tot honderden terreuraanslagen met duizenden doden tot gevolg, kon desondanks reizen waarheen hij maar wilde, in legeruniform en dikwijls zelfs met een revolver op zijn heup. Deze man werd door de Nederlandse bewindslieden hartelijk welkom geheten in Den Haag. Op bezoek bij de Engelse premier Tony Blair in Londen, belde hij de Nederlandse regeringsleiders of hij even langs mocht komen.
Arafat op bezoek de Britse premier Tony Blair.
In Nederland aangekomen sprak hij van een ‘sterke relatie tussen Nederland en het PA-regiem”. Terloops feliciteerde hij Koningin Beatrix met haar verjaardag.
De toenmalige Nederlandse premier Wim Kok en de terreurleider.
Een van de Nederlanders die zich regelmatig opwierp als warm pleitbezorger voor de terreurbaas, was Gretta Duisenberg.Tijdens een bezoek van haar aan de residentie van Arafat in Ram‘allah zei haar ‘vredesduifje’: “We zullen haar hulp aan ons volk niet vergeten". Tijdens de lunch vertelde Arafat haar nog het sprookje dat hij zelf een aantal zelfmoordaanslagen had voorkomen. Zij kwamen hand in hand naar buiten waarbij Gretta haar arm om de schouder van de terreurbaas had geslagen. Zij noemde Arafat een charmante en zorgzame man met een groot gevoel voor humor. ,, Wij hadden een goed gesprek en spraken over de mentale veerkracht van het Palestijnse volk dat al zo lang worstelt onder de 'bezetting' van Israël," sprak Gretta. Hij komt nooit meer buiten, hij vergadert, eet en slaapt in dezelfde ruimte.
Gretta Duisenberg met haar grote idool Arafat.
Europa en Arafat
Ook Europa heeft jarenlang een zeer bedenkelijk rol gespeeld door ongegeneerd de kant van de terreurbaas te kiezen. ‘Christelijk’ Europa heeft een belangrijke rol gespeeld in het witwassen van moorddadige bewind van de vliegtuigkaper. Dat blijkt o.m uit de grote sommen geld van de Europese belastingbetaler die in de loop der jaren aan hem zijn overgemaakt, geld dat al eerder gememoreerd, is gebruikt voor het financieren van terreur, en is verdwenen in de zakken van corrupte ‘Palestijnse’ ambtenaren en de terreurbaas zelf.
Op 5 mei 2002 overhandigde Israël een 103 pagina’s tellend rapport aan de leiders in Brussel, uitgegeven onder de naam ‘Arafat file’, met daarin een overvloed aan bewijzen dat het PA-terreurbewind geld uit o.m. Europa gebruikte voor terroristische doeleinden. Het rapport was gebaseerd op documenten die afkomstig waren uit Arafat’s compound in Ram-allah. Israël kon met deze rapporten bewijzen dat Arafat persoonlijk betrokken was geweest bij 16 aanslagen waarbij 27 Israëli’s waren vermoord en ruim 150 gewonden waren gevallen. Israël heeft het rapport op 7 mei 2002 overhandigd aan de toenmalige Europese Midden-Oosten afgezant Miguel Angel Moratinos, de huidige minister van Buitenlandse zaken van Spanje, een felle tegenstander van de Joodse staat.
Links, Moratinos voor de zoveelste keer te gast in Ram-allah. ‘Hallo
grote vriend ben je daar weer, kom krijg je van mij een dikke pakkerd’, en een
medaille voor het demoniseren en schofferen van de zionistische entiteit’.
Moratinos wees, zonder de zaak onderzocht te hebben, de Israëlische beschuldigingen al direct van de hand en zei dat het geld ‘netjes’ was gebruikt, en zeker niet voor terrorisme. Een woordvoerder van buitenlandcommissaris Chris Patten zei dat het niet om een overtuigend bewijsstuk ging. Patten hield Arafats dievenbende de hand boven het hoofd door te zeggen dat de Israëlische bewijzen op niets waren gebaseerd. Maar diverse Europese diplomaten bevestigden daarentegen dat de EU misbruik van Europees geld door het ‘Palestijns gezag’ de afgelopen jaren bewust niet heeft willen controleren omdat men het zogenaamde ‘vredesproces’ niet wilde frustreren. Israëlische woordvoerders zeiden het bedroevend te vinden dat Europa de gepresenteerde feiten niet wensten te erkennen. Er is een duidelijke Europese lobby geweest om Arafat koste wat kost in het zadel te houden en het is voor velen in Europa nog steeds moeilijk te accepteren dat hun grote idool een doortrapte schurk is geweest.
Het is ronduit beschamend dat Europa deze man jaren is blijven steunen en heeft meegewerkt zijn terreur wit te wassen. De terrorist die alleen maar terrorist kon zijn bij de gratie van Europa en geldschieters uit andere landen. De terreurbaas die kinderkamikazes opleidde om zich tussen onschuldige Israëlische burgers op te blazen. Kinderen die wilden blijven leven, maar die door hem de dood in werden gejaagd.

Allemaal gasten van de terreurbaas, van links naar
rechts, Yoska Fischer, Yavier Solana, VN-vertegenwoordiger Terje Roed Larsen en
Kofi Annan.
Om Arafat extra te behagen heeft Larsen Israël regelmatig grof geschoffeerd. Hij was één van de hoofdrolspelers bij de onderhandelingen die leiden tot de ondertekening in 1993 van de Oslo-akkoorden, het duivelse document dat Israël alle veiligheid heeft ontnomen en dat inmiddels aan meer dan 1000 Israëli’s het leven heeft gekost. Zowel Larsen als Kofi Annan hebben nooit een objectieve bijdrage geleverd aan een echte oplossing van de problemen tussen Israël en de namaak Filistijnen. Deze figuren hebben zich slechts uitgesloofd de joden van hun door God gegeven land te verjagen. Terwijl de bewijzen van Arafat’s misdaden ruimschoots voorhanden waren, hebben alle boven afgebeelde ‘heren’ stelselmatig geweigerd Arafat’s bewind daarvoor ter verantwoording te roepen. Ook Kofi Annan was meer dan gecharmeerd van de terreurbaas. Hij bevorderde met zijn uitspraken anti-Israëlische het geweld en liet Arafat zijn immorele misdaden begaan.
Zelfs Paus Johannes
Paulus en Cardinaal Etchegeray geneerden zich niet in het bijzijn van de
aartsterrorist
In december 2002 was Arafat droevig gestemd omdat hij van Israël geen toestemming kreeg de Middernachtmis tijdens zijn ‘geliefde’ kerstfeest in Bethlehem bij te wonen. Israël weigerde hem dat bezoek omdat hij zich in vorige bijeenkomsten had bezig gehouden met opruiende woorden aan het adres van Israël. Terwijl zijn bevelvoerende onderdanen een wetteloos schrikbewind onder de christenen voerden, hun land en woningen afhandig maakten, zich schuldig maakten aan verkrachting, afpersing en het vermoorden van PA-christenen, voerde meneer de ‘president’ de act op belangstelling te tonen voor het christelijke Kerstfeest. Toen Arafat van Israël niet mocht komen, ging patriarch Michel Sabbah van de Latijnse kerk naar Ram’allah om daar samen met de terreurbaas een paar kaarsjes aan te steken. De immer achter Arafat staande souffleur Nabil Abu Rudeineh, fluisterde” oh Bethlehem, oh Bethlehem, oh Bethlehem” en Arafat papagaaide hem dezelfde woorden na met een treurige blik in zijn ogen. De voormalige bezoeken van Arafat aan het Kerstfeest in Bethlehem waren uitsluitend bedoeld om Israël te demoniseren. In werkelijkheid was Arafat net zo min tolerant tegenover christenen als tegenover joden.
De dood van Arafat
Het liefje van de media en de wereldleiders is op 11 november 2004 gestorven in het ziekenhuis te Clamart op 75 jarige leeftijd. De prominenten stonden aan zijn ziekbed en kwamen tranen te kort toen de veelgeprezen aartsterrorist kwam te overlijden. Op het VN-hoofdkwartier in New York werd de vlag half stok gehangen toen ze hoorden dat hun idool was gestorven en hielden 191 leden van het General Assemble een minuut stilte. “God zegene zijn ziel” sprak George W.Bush. De Amerikaanse dominee Jesse Jackson, de oprichter en president van de RAINBOW PUSH COALITION zei tijdens een bijeenkomst: "wij betreuren het heengaan van de leider en de vader van het Palestijnse volk, Yassir Arafat.Hij heeft veel tijdens zijn leven gepresteerd. Zijn nalatenschap zal voor eeuwig voortleven. Hij heeft een volk gebouwd van een identiteitscrisis tot een staat zoals dat ook gedaan is door George Washington en Mandela. Arafat steeg op van een wortelloos begin zoals Mozes en leidde zijn volk van donker naar licht"aldus Jackson. De BBC correspondente Barbara Plett huilde bittere tranen toen de terreurbaas met een door de Franse leider Chirac beschikbaar gestelde helikopter in Ramallah werd opgehaald. Wat de wereld te zien kreeg was een doodzieke handenkussende man die in een helikopter werd gehesen met een blauwe pyjama aan en een ijsmuts op, omringd door bodyguards, doktoren en anderen. Ze stonden erbij te grijnzen als een stelletje idioten toen Arafat de hand greep van een dokter die niet door hem gekust wilde worden. Chirac honoreerde de crimineel door hem met een regeringsvliegtuig uit Amman op te halen om hem in een Frans ziekenhuis te laten behandelen. Chirac noemde hem een man van moed en overtuiging maakte zelfs een diepe buiging voor hem!

Nog maar net in Parijs gearriveerd stond zijn ‘liefhebbende vrouw’ Suha, die al drie jaar niet naar hem had omgekeken, aan zijn doodsbed met pen en papier te zwaaien om zijn handtekening die haar eigenares zou maken van zijn vermogen.
Arafat met ijsmuts met zijn liefhebbende vrouw Suha
Ze schijnt daarin echter niet
geslaagd te zijn. De Franse doktoren hebben hem nog een week kunstmatig in
leven gehouden om zijn volgelingen de gelegenheid te bieden zijn begrafenis
voor te bereiden. Het leven van deze man heeft in het teken gestaan van
manipulatie, moord, diefstal en corruptie. Onmiddellijk na zijn dood
verklaarden woordvoerder van de PA-terreurbewegingen dat Israël hem zou hebben
vergiftigd en nam een deel van de internationale media deze berichten over.
Diverse bronnen citeren echter uitspraken van medische experts die zeiden dat
alle symptomen erop wezen dat hij aan Aids is gestorven. De radiozender van ABC
meldde reeds op 26 oktober 2004 dat Arafat stervende was aan Aids. Ook de CIA
zou daarvan volledig op de hoogte zijn. Hij stond al jaren bekend om zijn
seksuele voorkeur voor mannen en zelfs jonge jongens, maar dat is zoveel
mogelijk uit de publiciteit gehouden. Tijdens een interview begin juli 2007 op
Al-Manar het tv-station van de Libanese terreurbeweging Hezbollah, bevestigde
Ahmad Jibril leider van de in Damascus zetelende Palestijnse beweging voor de
Bevrijding van Palestina, dat Arafat inderdaad aan Aids is gestorven. Jibril
vertelde dat hij tot deze schokkende ontdekking was gekomen tijdens een gesprek
met PA-leider Abu Mazen (Mahmoed Abbas) en zijn staf in Damascus. Ik vroeg hun wat het onderzoek
na de dood van Arafat had opgeleverd. Ze waren allemaal stil totdat één van hen
zei: “Om eerlijk te zijn, de Fransen hebben ons het medisch rapport
overhandigd en daarin staat dat Arafat aan Aids is overleden”.
De voormalige Duitse Bondskanselier Gerard Schröder noemde de dood van Arafat “een groot verlies voor het Palestijnse volk. Colin Powell, voormalig minister van BZ van de Verenigde Staten, noemde Arafat een “belangrijke persoon” in de wereldgeschiedenis en het Vaticaan roemde hem als “een leider die streed voor zijn volk”. De toenmalige Nederlandse minister Ben Bot noemde de bendeleider in een interview op de televisie de man die tientallen kinderen van zijn ‘volk’de dood heeft ingejaagd "een historisch leider die zich eindeloos heeft ingezet voor ‘zijn volk’". Bot was ook bij de rouwplechtigheid in Caïro om Arafat de laatste eer te bewijzen. Hij bevond zich daar in gezelschap van een grote schare aanwezige fans en dictators die de mensenrechten in hun landen op grove wijze met voeten treden. Uit meer dan 50 landen waren ze komen opdraven. Javier Solana, Buitenlandcoördinator van de Europese Unie, de Duitse minister van BZ Joschka Fischer, de Spaanse minster van BZ Miquel Angel Moratinos en de Britse minister Jack Straw.
Jack Straw-Jasser Arafat
De Verenigde Naties werd vertegenwoordigd door, hoe kan het ook anders, Terje Roed-Larsen en van de kant van de Wereldraad van Kerken, was Paus Shenouda III, hoofd van Egyptische Koptische orthodoxe Kerk komen opdraven. Ook Robert Mugabe was van de partij, de man die Zimbabwe volledig om zeep heeft geholpen. Gastheer Hosni Moebarak sprak in zijn toespraak over "de strijd van de Palestijnse president tegen de bezetters van zijn land.” Nog dezelfde dag vond de uitvaartplechtigheid plaats in Ram’allah waar een enorme menigte zich verdrong rond zijn lijkkist. Volgens het PA-regiem is het graf van Arafat in Ram’allah slechts tijdelijk omdat ze Arafat in de toekomst willen herbegraven op Israël’s meest heilige grond de Tempelberg wanneer zij zeggenschap over Oost Jeruzalem krijgen. Reeds in augustus 2003 kwamen de eerste meldingen dat Arafat onderhandelde met de Arabische familie Budeiri uit het oostelijk deel van Jeruzalem om hem een stuk grond te verkopen op de Tempelberg. De bloeddorstige Egyptenaar wilde zich ten koste van alles een graf op de Tempelberg verwerven, om daar na een eventuele martelaarsdood bijgezet te worden. De "Moslim Liberation Party", een kleine moslimgroep met een sterke vertegenwoordiging op de Tempelberg bleek een felle tegenstander van zijn verzoek: "Wij waarschuwen deze duivelse goddeloze ongelovige, die is getrouwd met een christelijke ongelovige, tegen zijn overweging de heilige Aksa moskee te ontwijden". Dat stond in een circulaire die door deze beweging is verspreid en die bovendien meldt dat begraven worden op het plein slechts is voorbehouden aan vrome moslims een eis waaraan Arafat volgens hen beslist niet voldoet. Arafat’s bedoelingen waren duidelijk: ,, hij wilde als de grote leider van ‘zijn volk’ een ereplaats op het Tempelplein" De man in wiens opdracht meer joden zijn vermoord dan wie dan ook sinds Hitler, en die eveneens talloze slachtoffers heeft gemaakt onder zijn eigen Arabische bevolking, zag het begraven worden op het Joodse heiligdom als een middel om de Arabische claim op deze plaats extra gewicht mee te geven. Ze hadden hem netjes moeten begraven waar hij geboren is, in Caïro.
Het PA-regiem heeft op 11-11-2007, drie jaar na de dood van Arafat, met veel vertoon een massief mausoleum voor de bloeddorstige terrorist opgericht. Het monument werd geopend door Arafat’s voormalige terreurvriendje en Holocaust ontkenner PA/PLO opperhoofd Mahmoud Abbas. Het mausoleum meet elf bij elf meter en is zo gemaakt dat het gemakkelijk verplaatst kan worden. Het PA/PLO regiem is namelijk van plan het geheel naar de tempelberg in Jeruzalem te verplaatsen, wanneer dat deel van Israëls hoofdstad door de internationale gemeenschap aan hen wordt toegewezen. Tienduizenden PA Arabieren waren komen opdraven om de slachter uitbundig te eren.
Ze konden hem niet helpen in
zijn eigen rijk waar slechts is gewerkt aan dood en vernietiging en waar als
volkssport nummer 1 kinderen worden gehersenspoeld om zelfmoordenaar te worden
en zich op te blazen tussen onschuldige Israëlische burgers.
Wat na de dood van Arafat in herinnering is gebleven zijn de vele foto’s en tv-beelden van de terreurbaas samen met breedlachende, handenschuddende, kussende en knuffelende Europese gasten. Hoe immoreel moet een mens zijn om zich tot een dergelijke politiek te laten verlagen? Om Arafat nog eens extra te eren hebben onder meer Jack Straw, Miquel Moratinos, Luiz Ignacio Lula da Silva, de Nederlander Balkenende en vele anderen kransen gelegd op zijn graf in Ram-allah. Om werkelijk van te kotsen! Herb Keinon schreef in de Jeruzalem Post van 26-11-2004: “Wanneer je een krans gaat leggen op iemands graf, dan identificeer je je met datgene waarin de persoon heeft geloofd”. En dat is precies wat dit soort figuren doen. Bovendien toont men met een dergelijke actie totaal geen respect voor de slachtoffers. Wat een choquerende ervaring voor hen die Gods volk liefhebben. Wat een schaamteloze brutaliteit van Balkenende om namens het Nederlandse volk een krans te laten leggen op het graf van de man onder wiens bewind duizenden onschuldigen de dood zijn ingejaagd. Ook de toenmalige Britse premier Tony Blair stond aan zijn graf en boog als een knipmes als teken van respect.
Terreurmiljardair Arafat
leidde bijna veertig jaar zijn moordenaarsbendes in plaats van een staat op te
bouwen. Hij terroriseerde Israëlische burgers onder elf premiers, van Esjkol
tot Sjaron.De terreur hielp en de hulp van de buitenwereld, hielpen hem aan een
grote machtsbasis. Gekleed in een legeruniform, met een pistool binnen
handbereik, imponeerde hij de wereldleiders. Zijn boodschap in de Arabischtalige
media kenmerkte zich door het verheerlijken van geweld. Uiteindelijk zal Arafat
de geschiedenis ingaan de architect van het moderne terrorisme, de man met het
bloed aan zijn handen van tienduizenden slachtoffers. De man die het PA-volk in
een miserabele toestand heeft gebracht, wiens politieke dromen door zijn
toedoen nooit zijn verwezenlijkt. De man die massamoord gebruikte om zijn
politieke doelen te bereiken. De man die dit allemaal van de wereldleiders
mocht doen en daarvoor nog rijkelijk beloond werd ook. In een normale wereld
zou hij voor al zijn misdaden zijn veroordeeld, zou de voormalige Franse
president niet aan het bed van dit monster hebben gestaan. In een normale
wereld zou Bush niet hebben gezegd, “God bless his soul”. Men kan een complete
encyclopedie vullen om als zijn misdaden op te tekenen. Het is onbegrijpelijk dat deze misdadiger nooit voor het Internationaal
Strafhof in Den Haag is gedaagd. Zijn Israëlische en Libanese
slachtoffers zijn door de wereld in de steek gelaten, vergeten, men wil er niet
meer aan herinnerd worden, aan al die dode kinderen, het opblazen van
vliegtuigen, de moordpartijen in pizzeria’s, in bussen op scholen op
vliegvelden en al die levens die hij heeft verwoest, ook onder zijn onderdanen.
Sinds Israël land heeft
weggegeven dat God voor eeuwig aan hen heeft beloofd, heeft de bevolking van
Israël geen rust meer gehad. Iedere keer dat Israël rekening met de Palestijnen
hield, verslechterde de situatie. Zelfs de Verenigde Staten, is aan de kant van
de vijand gaan staan. Toen de Joodse bewoners door hun eigen regering uit Gaza
werden verwijderd, voorspelden religieuze Joden dat daar een geestelijk
conflict op zou volgen. Het concept land-voor-vrede gaat niet alleen
lijnrecht in tegen Gods wil, maar heeft op geen enkele manier gewerkt. Er zijn
steeds meer geluiden in Israël te horen die vinden dat Israël in de eerste
plaats God moet gehoorzamen en een Bijbelse weg moet bewandelen. Volgens
diverse Israëlische rabbijnen moet Israël de Almachtige boven alles gehoorzaam
zijn. God is Israëls geheime
wapen.
Bronnen: Leo A.Rudloff. Arahbishop Capucci and Terrorism (brocure). Neil C.Livingstone and David Halevy. Inside the PLO. New York:William Morrow and Co.Inc.1990. Middle East Intelligence Digest (diverse afleveringen). De staat van Oslo. Nipac Netherlands. Israel Public Affairs Committee. Reformatorisch Dagblad 24-4-1997.PLO verheft leugen tot hoge norm. Jillian Becker, The Rice and Fall of the PLO. Londen: Weidenfeld and Nicolson 1987. Hal Lindsey, Planeet Aarde 2000 AD, Novapres Apeldoorn 1995. Jan Willem van der Hoeven, Babylon of Jeruzalem, Novapres Apeldoorn 1994. Diverse nieuwsbrieven CIDI, Centrum Informatie en Documentatie Israël OCEJ, Internationale Christelijke Ambassade Jeruzalem, NAI Newsletter Jeruzalem en Women in Green. Jane, s Intelligence Review, oktober 1996, Inside Israels secret organisation. Volkskrant 5-11-1994. http://israelinsider.com Ha’aretz 22 april 2002.David Hathaway, Prophetic Vision nr12 1999 en nr 8 1998. Israël Magazine, nr 22 dec 1996, nr 23 april 1997, nr 24 juni 1997, nr 28 mei 1998. WorldNetDaily 4 maart en 14 april 2002. The Stones cry out, (Video). Joseph Farah, Mythen over het Midden Oosten, 11 oktober 2000. News and Analysis 11 maart 2002. Washington Post 3 april 2002, Michael Kelly.Christenen voor Israël, diverse afleveringen. Toespraak Jasser Arafat bijeenkomst in Gaza (Ma, ariv, 7 september 1995). Radio, De stem van Jeruzalem 24 oktober 1993, 11 november 1995. Toespraak Arafat moskee Johannesburg 10 mei 1994 (The Jeruzalem Post, 18 mei 1994). Toespraak Arafat Gaza, Palestijnse televisie, 5 augustus 1997. Abdel Hamid al-Qudsi, interview, Jediot Aharonot, 25 juni 1997. Idem, toespraak Tulkarm (item News Agency, 9 juli 1997). Hanah Ashrawi (The Jeruzalem Post, 25 juli 1995). Toespraak Faisal Hoesseini Bir Zet Universiteit 22 november 1993 (Ma,ariv) .Preek Ekrima Sabri, 11 juli 1997 Al-Aksa moskee, Jeruzalem 11 juli 1997,Radio uitzending Stem van Palestina. Ion Mihai Pacepa, "De KGB Man". Jeruzalem Post, "De zwendelpartij met de benaming ‘vluchtelingen’door Shuel Katz." De Chronologie van het Oslo Vredesproces, door Efraim Levy. Honest Reporting 12-12-2002. Het zoeklicht 8-3-2003.Who was Faisal Husseini? www.zoa.org/pressrel/20010601a.htm