De zesdaagse oorlog van 1967

 

Door: Franklin ter Horst (Aangemaakt: 19 augustus 2010) ( Laatste bewerking: 5 juni 2017)

Volgens de Westerse kalender is Jeruzalem (de stad van God) op 7 juni 1967 weer onder IsraŽlisch bestuur gekomen.Deze dag werd in IsraŽl in 2017 uitbundig gevierd. Klik hier en hier voor enkele reportages. 1967 was het jaar dat IsraŽl gedwongen werd een militaire operatie te beginnen om een totale vernietiging te voorkomen waartoe de Arabische landen hadden opgeroepen. ďDe Zesdaagse oorlogĒ werd voor IsraŽl een oorlog van pure overleving. Voor het samenstellen van deze nieuwsbrief heb ik diverse bronnen geraadpleegd die handelen over de tijd van vůůr, tijdens en na deze oorlog.

De zesdaagse oorlog was een van de grootste wonderen van God in de geschiedenis van de huidige staat IsraŽl. Er zijn tijdens deze oorlog zulke grote wonderen gebeurd(klik ook hier) dat zelfs de meest hardnekkigste atheÔst er geen verklaring voor heeft. Deze oorlog was voor IsraŽl niet alleen een enorme militaire overwinning, maar kreeg hierdoor ook het aloude Bijbelse land Samaria en Judea, het oostelijk deel van Jeruzalem en de Golan hoogvlakte weer in bezit. Het IsraŽlische leger deelde een onvoorstelbare preventieve klap uit. Na de oorlog beschuldigden diverse wereldleiders IsraŽl ervan deze gebieden illegaal in bezit te hebben genomen, maar ze zijn juist bevrijd van de Jordaanse en Syrische bezetters. Deze gebieden en de stad Jeruzalem maken een onlosmakelijk onderdeel uit van IsraŽl. Het IsraŽlische leger heeft juist een eind gemaakt aan deze bezetting.

 

Egypte en SyriŽ treffen voorbereidingen IsraŽl te vernietigen.

 

Na de vernederende nederlaag in de oorlog van 1948 was het bepaald niet over met de vijandigheid van de verschillende Arabische landen. Zo stelde Gamal Abdul Nasser die in 1952 door een staatsgreep aan de macht kwam in Egypte, zich uiterst onverzoenlijk tegen IsraŽl op.

 

Gamal Abdul Nasser

 

Nasser beschouwde zichzelf als de grote leider van de Arabische volkeren in hun strijd tegen het westerse imperialisme en tegen IsraŽl. Hij sloot in 1955 een overeenkomst met Tsjecho-Slowakije voor de leverantie van wapens, waardoor Egypte een geduchte militaire macht wist op te bouwen. In juli 1956 nationaliseerde Egypte het Suezkanaal als reactie op een Amerikaanse weigering financiŽle hulp te verstrekken voor de bouw van de Aswandam.

 

Ondertussen sloot de Sovjet Unie een overeenkomst met SyriŽ, waarna dit land grote wapenzendingen ontving. Egypte en SyriŽ sloten intussen militaire overeenkomsten, evenals Irak en JordaniŽ en tenslotte sloot JordaniŽ zich aan bij de Egyptisch-Syrische alliantie, een zeer catastrofale beslissing van de Jordaanse koning Hoessein zoals later zou blijken. Op maandag 29 oktober 1956 ontketende IsraŽl de SinaÔ oorlog. Onder gezamenlijke druk van de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten moest deze campagne tot stilstand worden gebracht. IsraŽl trok zijn strijdkrachten terug uit de SinaÔ, maar niet nadat de VS de vrije toegang tot de Straat van Tiran had gegarandeerd. Een belofte die Washington trouwens niet is nagekomen! Ook de jaren daarna bleek Washington met regelmaat een uiterst onbetrouwbare Ďvriendí. Daarnaast werd een vredesmacht van de Verenigde Naties gestationeerd in de Gazastrook, de SinaÔ woestijn, langs de IsraŽlische grens en bij Sharm el-Sheikh.

 

Na de SinaÔ Oorlog werd de grondslag gelegd voor een verdere uitbouw van het IsraŽlische leger. De luchtmacht werd versterkt met straaljagers en luchtdoelraketten. De pantserbrigades werden uitgebreid en met nieuwe tanks uitgerust. Mobiele artillerie werd in gebruik genomen en de opleiding en de training werden vooral gericht op een eventueel gezamenlijk optreden van tankeenheden, infanterie, luchtlandingstroepen, artillerie, genie met ondersteuning van de luchtmacht. Aan het begin van de jaren zestig werden er in Frankrijk en Duitsland kanonneerboten besteld en in IsraŽl zelf werd de ontwikkeling van de GabriŽl , een Ďzee-tot-zeeí raket ter hand genomen.

 

De nederlaag die Nasser in de SinaÔ had geleden, verhardde zijn vijandige houding ten opzichte van IsraŽl. De Arabische leiders dwingen nu eenmaal graag hun grote gelijk af met het zwaard in de hand. De doodscultuur staat hoog aangeschreven bij deze dictators. SyriŽ en Egypte besloten hun beide staten te laten opgaan in de Verenigde Arabische Republiek, die onder leiding van Nasser stond.

 

Op 10 oktober 1960 hield de IsraŽlische minister van Buitenlandse zaken Golda Meir een toespraak voor de Verenigde Naties, waarin ze de Arabische leiders dringend opriep om met IsraŽl over een vredesakkoord te onderhandelen. Nasser antwoordde dat Egypte IsraŽls bestaansrecht nooit zou erkennen. Deze dreiging werd breed gedragen in de Arabische wereld. In 1961 werd er in SyriŽ een staatsgreep gepleegd om het land van de Egyptische overheersing te bevrijden, waarmee de samenwerking met Egypte werd opgezegd. Toch bleef Nasser pogingen aanwenden om de pan-Arabische wereld voor zijn idealen te winnen.

Golda Meir

 

Op een Arabische topconferentie (januari 1964 te Cairo) werd besloten het water van de Jordaan, dat op Syrisch en Libanees grondgebied gelegen bronnen ontsprong om te leiden en aan te sluiten op het irrigatiesysteem in JordaniŽ om zodoende IsraŽls nationale irrigatiesysteem onmogelijk te maken. Er werd een gezamenlijk Arabisch commando ingesteld om eventuele reacties op dit plan van IsraŽls zijde af te slaan. Tevens werd in dezelfde tijd de PLO (Palestine Liberation Organisation) opgericht, waarmee het conflict een nieuwe dimensie kreeg. De bijeenkomst van Arabische leiders eindigde met de tekst: ,,De vergadering is unaniem in het definiŽren van nationale doelstellingen voor de bevrijding van Palestina van Zionistisch kolonialisme. De vergadering verwelkomt de oprichting van de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO) om de Palestijnse Eenheid te bewerkstelligen en als voorhoede van de collectieve Arabische strijd voor de bevrijding van Palestina.Ē

 

De eerste terreuractie vond plaats op 2 januari 1965, toen er een bomaanslag werd gepleegd op het leidingstelsel van IsraŽls irrigatiesysteem. Vanuit JordaniŽ en Libanon werden nog meer acties op touw gezet. In antwoord daarop voerde het IsraŽlische leger enkele vergeldingsacties uit tegen de landen, die onderdak boden aan terreurorganisaties.

 

Op 8 maart 1965 riep Nasser: ,,We veroveren Palestina niet met haar bodem bedekt met zand, maar met haar bodem gedrenkt in het bloed.Ē Deze uitspraak gedaan twee jaar vůůr de oorlog van 1967, liet al weinig twijfel aan zijn werkelijke bedoelingen. In november 1966 sloten Egypte en SyriŽ opnieuw een verdedigingspact. In april 1967 begon SyriŽ met beschietingen op nederzettingen aan de IsraŽlische kant van de grens aan het meer van Tiberias. Ook de IsraŽlische grensdorpen werden steeds vaker beschoten. De IsraŽlische luchtmacht reageerde met het neerschieten van zes Syrische straaljagers. Uit vrees voor verdere IsraŽlische acties verhoogde SyriŽ daarop de druk op Egypte om voldoende steun voor zijn aanvalsplannen te verkrijgen. Yitzhak Rabin, de toenmalige stafchef van het IsraŽlische leger en later premier van IsraŽl, gaf de Syrische regering de duidelijke boodschap dat IsraŽl de provocaties niet straffeloos over zich heen zou laten gaan. De Sovjetleiders in Moskou stimuleerden en ondersteunden het oorlogsplan van SyriŽ omdat zij hierdoor voor het eerst directe voet in het Midden-Oosten aan grond konden krijgen.

 

Six_day_war_into_the_seaDe Libanese cartoonist Al-Farida, niet vies vanantisemitische propaganda aan de vooravond van de Zesdaagse Oorlog, laat Nasser een Jood de zee in schoppen, met op de achtergrond de legers van Libanon, SyriŽ en Irak die hem steunden.

Op 15 mei 1967 mobiliseerde Egypte en trok het leger van Nasser in strijd met eerdere overeenkomsten het Suezkanaal over en rukte op naar de aan IsraŽl grenzende SinaÔ. De volgende dag eiste Nasser dat de VN-vredesmacht (United Nations Emergency Force) zich uit het grensgebied diende terug te trekken om ruim baan te geven aan het Egyptische leger. Secretaris generaal U Thant gaf zonder enige tegenstand gehoor aan de eis en liet de internationale blauwhelmen hals over kop de Gazastrook en Sharm el-Sheikh ontruimen. Abba Eban (1915-2002), IsraŽls toenmalige minister van buitenlandse zaken merkte na het vertrek van de VN troepen terecht op: ,,Mensen in ons land en in tal van landen vragen zich af wat het nut is van een VN-leger dat, als het ware opereert als een paraplu, die wordt weggehaald zodra het begint te regenen?Ē Eban reikte de hele wereld en al haar Arabische vijanden de hand om samen tot een vredesakkoord te komen maar dat mocht allemaal niet baten. IsraŽl met slechts 2.5 miljoen inwoners, zag zich genoodzaakt te mobiliseren.

Abba Eban

Op 18 mei mobiliseerde SyriŽ en was op de zender De Stem van de Arabieren te horen: ,,De enige methode die we zullen aanwenden is totale oorlog, die de vernietiging van de zionistische entiteit zal inhouden.Ē Op 20 mei 1967 meldde de Syrische minister van Defensie Hafez Assad: ďOnze troepen kunnen de bevrijding gaan uitvoeren, om de zionisten van het Arabisch grondgebied te verdrijvenÖIk, als militair, geloof dat de tijd gekomen is om de vernietigingsslag toe te brengen.Ē Op 22 mei 1967 zei president Nureddin al-Attasi van SyriŽ: ďWij willen een volledige bevrijdingsoorlog om de zionistische vijand te vernietigen.Ē Het vertrouwen van Egypte in een overwinning was sterk gegroeid vanwege de passieve houding van zowel IsraŽl als de internationale gemeenschap in reactie op het terugsturen van de VN-vredesmacht.

Eveneens op 22 mei, vijftien dagen voor de oorlog, blokkeerde Egypte -volledig in strijd met de VN-akkoorden-de Straat van Tiran (Golf van Akaba) het scheepsverkeer van en naar IsraŽl in de wetenschap, dat IsraŽl een dergelijke provocatie als een oorlogsdaad zou aanmerken. Ze blokkeerden daarmee IsraŽls enige aanvoerroute vanuit AziŽ en de voor IsraŽl zo noodzakelijke aanvoer van olie vanuit PerziŽ (het huidige Iran) af. Nasser daagde IsraŽl uit: ,,De Joden noemen de blokkade een oorlogsdaad. Ik antwoord ze: kom maar op! We zijn klaar voor een oorlog IsraŽl vroeg de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk de Golf van Akaba weer te openen, zoals deze landen in 1957 gegarandeerd hadden te zullen doen. Die IsraŽlische oproep bleef echter onbeantwoord.

Op 27 mei riep Nasser: ,,Ons primaire doel is de vernietiging van IsraŽl. Het Arabische volk wil vechten. We zullen co-existentie met IsraŽl nooit accepteren. De oorlog met IsraŽl bestaat al sinds 1948.Ē Op 28 mei 1967 zei hij: ,,Onze daad zal de wereld verbazen. Ze zullen zien dat de Arabieren klaar staan voor oorlog. Wij erkennen het bestaan van IsraŽl niet. Ons doel is het volledige herstel van Palestina en de vernietiging van IsraŽl. Ons eerste doel: vervolmaking van de Arabische militaire macht. Ons nationale doel: de vernietiging van IsraŽl.Ē

Nasser: we staan klaar voor de oorlog

Volgens de historicus Michael Oren wilde Egypte IsraŽl aanvallen op 28 mei, de zogenaamde operatie Dawn. IsraŽl ontdekte de plannen en bracht de Verenigde Staten daarvan op de hoogte, die op zijn beurt de Sovjet Unie waarschuwde, waarna Egypte het plan afblies. Het plan kwam uit de koker van Veldmaarschalk Amer, de machtigste man binnen het leger. Ongeveer 465.000 Arabische soldaten, meer dan 2880 tanks en 810 vliegtuigen omsingelden IsraŽl. IsraŽl werd volledig door zijn bondgenoten in de steek gelaten en was helemaal op zichzelf aangewezen.

Op 30 mei ondertekende koning Hoessein van JordaniŽ, een defensief verdrag met Egypte en ook Irak sloot zich daarbij aan. Nasser zei bij die gelegenheid: ,,De legers van Egypte, JordaniŽ, SyriŽ en Libanon staan aan de grenzen van IsraŽl en achter ons staan de legers van Irak, Algerije, Koeweit, Soedan en de gehele Arabische natie. De wereld zal van ons versteld staan. Vandaag weten ze dat de Arabieren klaar staan voor de strijd, het uur is gekomen. Nu gaat het nog om actie en niet om verklaringen.Ē In IsraŽl werden reservisten opgeroepen, maar de regering wachtte met een daadwerkelijk optreden tot alle politieke mogelijkheden waren uitgeput.

Op 31 mei en 1 juni zei de president van Irak Abdel-Rahman Aref: ,,Het bestaan van IsraŽl is een fout die gecorrigeerd moet worden. Ons doel is duidelijk: IsraŽl van de kaart vegen. Broeders laten wij elkaar ontmoeten in Tel Aviv en Haifa.ĒOp 1 juni zei PLO voorzitter Ahmed Shukairy: ,,Dit is een strijd voor het thuisland-het is wij of de IsraŽliís. De Joden van Palestina zullen moeten vertrekken. Overlevenden van de oorspronkelijke Joodse bevolking kunnen blijven, maar ik schat dat niemand van hen het zal overleven.Ē

Eveneens op 1 juni kwam er onder leiding van Levi Eshkol een regering van nationale eenheid tot stand en werd Moshe Dayan benoemd tot minister van Defensie. Op dezelfde dag lieten de Verenigde Staten weten niet van zins te zijn met een internationale zeemacht de blokkade van de Straat van Tirana te zullen breken.

Moshe Dayan was voorstander van een preventieve aanval vanwege de provocaties van de Arabische buren omdat een oorlog onafwendbaar leek. Een preventieve aanval zou de verliezen aan de IsraŽlische kant enorm verkleinen. Om vernietiging te voorkomen besloot IsraŽl daarom niet langer lijdzaam toe te zien en besloot om 7.45 in de ochtend van 5 juni met een verrassingsaanval op de Egyptische vliegvelden.

Vernietiging Egyptische vliegtuigen

De Egyptische luchtmacht bezat 385 vliegtuigen, allemaal van Russische makelij waaronder 45 Tupolev Tu-16 Badger bommenwerpers. De IsraŽlische bombardementen richtten zich zowel op de vliegtuigen, als op de landingsbanen die daardoor volledig onbruikbaar werden. Onbeschadigde Egyptische vliegtuigen konden daardoor niet opstijgen en bleven een gemakkelijk doelwit voor de volgende golf bombardementen. De luchtmacht van de toen nog maar 19 jaar jonge staat IsraŽl, die in zijn korte tijd al twee oorlogen had doorstaan (de Onafhankelijkheidsoorlog in 1948 en de Suez crisis in 1956), wist in nauwelijks drie uur tijd de volledige Egyptische luchtmacht te vernietigen zonder noemenswaardige verliezen aan haar kant. Egypte beweerde ten onrechte dat men 160 IsraŽlische vliegtuigen had neergehaald en aan de winnende hand was. De Egyptische veldmaarschalk Amer zat die ochtend zelf in de lucht en verbood het leger om luchtafweer te gebruiken uit angst dat zijn eigen vliegtuig geraakt zou kunnen worden.

Ondanks het verlies zond Cairo overwinningsberichten naar de Jordaanse, Syrische en Iraakse luchtstrijdkrachten. JordaniŽ hield zich op dat moment nog afzijdig en IsraŽl gaf koning Hoessein het advies zich buiten de oorlog te houden. Nasser eiste echter van hem aan de strijd deel te nemen en loog dat hij bezig was met een massieve en succesvolle Egyptische aanval op IsraŽl. Gesterkt door deze informatie gaf Hoessein zijn luchtmacht de opdracht tot het bombarderen van onder meer Netanya, Tel Aviv en Jeruzalem.

Jordaanse bombardementen

Ook werd het grootste militaire vliegveld van IsraŽl, Ramat David, met granaten bestookt. Jeruzalem werd beschoten met duizenden mortier granaten waarbij diverse burgerdoelen werden geraakt, waaronder het Hadassah Hospitaal en de Kerk op de Berg Zion. Bij deze bombardementen kwamen 20 IsraŽliís om het leven en raakten 1000 gewond en werden 900 gebouwen in het westelijk deel van Jeruzalem beschadigd. Dit alles gebeurde allemaal voordat IsraŽl ingreep.

Na herhaalde IsraŽlische waarschuwingen zich terug te trekken, en nadat JordaniŽ een door de VN voorgesteld en door IsraŽl geaccepteerd staakt-het-vuren afwees, moest IsraŽl wel reageren en opende met aanvallen op Jordaanse vliegvelden en op Jordaanse strijdkrachten in het noorden van Samaria en Judea en in de buitenwijken van Jeruzalem. Het vernietigde Ė net als bij Egypte Ė eerst de luchtmacht, zodat het totale superioriteit in de lucht had. Binnen 36 uur controleerden de IsraŽlische troepen alle toegangswegen naar Jeruzalem. In de nacht van 6 op 7 juni begon de historische slag om de stad Jeruzalem. De moslimwijk van de Oude stad werd beschoten en via de Leeuwenpoort drongen de soldaten naar binnen en rukten in korte tijd op naar de Tempelberg en de Klaagmuur. Daarna veroverden de IsraŽlische troepen de aloude Bijbelse gebieden Samaria en Judea. Het Jordaanse leger en de luchtmacht werden praktisch geheel vernietigd. De Jordaanse militairen die de strijd hadden overleefd, werden de Jordaan over gedreven. Op 8 juni gaven de JordaniŽrs zich over.

Links IsraŽlische militairen met zicht op de veroverde stad Jeruzalem. Rechts Moshe Dayan loopt de Oude Stad binnen.

ďDe Klaagmuur is van onsĒ riep opperrabbijn van het leger Shlomo Goren enthousiast terwijl hij een kleine Thorarol omhoog hield en op de Sjofar blies. Van nu af aan zullen we haar nooit meer opgeven!Ē. Op 7 juni 1967 was Jeruzalem weer de ongedeelde stad van het aloude thuisland. 182 IsraŽlische soldaten verloren hun leven bij de bloedige slag om Jeruzalem. Vandaag kan iedereen de stad bezoeken, maakt niet uit welke religie, iedereen is welkom. Voor enkele beelden van de bevrijding van Jeruzalem klik hier.

 

Shlomo Goren blaast de Sjofar

Het verloop van de oorlog is legendarisch, want het zich in minderheid bevindende IsraŽl boekte op alle fronten overwinningen en dat nog wel binnen enkele dagen. De Egyptische grondstrijdkrachten in de SinaÔ bestond uit 100.000 troepen en 1000 tanks, aangevuld met stukken artilleriegeschut. Na het vernietigen van de Egyptische luchtmacht rukten IsraŽlische grondtroepen met steun van parachutisten op naar de Egyptische stellingen in de SinaÔ. Op 6 juni veroverden IsraŽlische parachutisten de kuststrook bij Aharm el-Sheik, waar de Egyptenaren de zeestraat geblokkeerd hadden. De Egyptische troepen waren overrompeld en ontvingen tegenstrijdige orders van hun superieuren. Terwijl ze de ene na de andere nederlaag voor hun kiezen kregen verkondigde Egypte nog ďop weg naar Tel AvivĒ te zijn. In de avond van 6 juni gaf Nasser zijn troepen het bevel tot terugtrekking. IsraŽlische tankdivisies (waaronder die van Ariel Sharon) slaagden er deels in de terugtrekkende Egyptische troepen de pas af te snijden en namen duizenden krijgsgevangenen.

Egyptische gevangenen

Op 8 juni bereikten de IsraŽlische troepen de oever van het strategisch belangrijke Suezkanaal Op de avond van 8 juni accepteerde Nasser een staakt-het-vuren, maar toen had IsraŽl al de hele SinaÔ veroverd.

Op de avond van 5 juni vernietigde IsraŽl twee derde van de Syrische luchtmacht en dwong de resterende luchtvloot zich terug te trekken op ver weg gelegen bases, zodat die geen rol meer zou spelen gedurende het vervolg van de oorlog. Hierop liet IsraŽl een vliegtuig boven Damascus vliegen, en waarschuwde SyriŽ niet opnieuw IsraŽl aan te vallen. Maar op 9 juni 2007 kwam het ook op de door SyriŽ gecontroleerde Golan hoogvlakte tot gevechtshandelingen. Een eerste besluit van IsraŽl om de Golan te veroveren werd door Moshe Dayan Ė tot frustratie van de legerleiding Ė herroepen vanwege angst voor Sovjetinterventie.

Moshe Dayan was van mening dat de verovering van de Golan wel 30.000 militaire slachtoffers zou kunnen kosten en verzette zich heftig tegen het plan. Levi Eshkol en David Elazar, de leiders van het noordelijke commando, waren vůůr een bestorming van de Golan hoogvlakte. Pas toen bleek dat het Egyptische leger grotendeels was vernietigd gaf ook Moshe Dayan zijn fiat aan de operatie en besloot IsraŽl op 9 juni aan te vallen, ondanks een al op handen zijnde staakt-het-vuren. Het Syrische leger bestond op de Golan uit ongeveer 50.000 man, onderverdeeld in 9 brigades, met de beschikking over artillerie en gepantserde voertuigen. IsraŽl was uitstekend ingelicht over de Syrische posities dankzij de spion Eli Cohen (*zie bijlage), die in de Syrische leiding geÔnfiltreerd was. Reeds tegen de avond van de 9e juni hadden de IsraŽlische brigades het plateau bereikt, waarna men versterkingen en vervangers kon laten aanrukken. Vanwege Syrische schendingen kon IsraŽl een definitief staakt-het-vuren afwenden tot de avond van 10 juni, nadat IsraŽl de Golan-hoogvlakte tot voorbij Kuneitra veroverd had ging ook SyriŽ overstag en werd er op 10 juni een wapenstilstand gesloten.

Slag op de Golan Hoogvlakte

De oorlog eindigde na 6 dagen op 10 juni 1967 met een glansrijke overwinning van IsraŽl.

Tijdens de Zesdaagse Oorlog werden Judea en Samaria, Gaza en de Golan-hoogvlakte, - allemaal onderdeel van het aloude Bijbelse hartland- heroverd. Daarnaast werd de hele SinaÔ veroverd. Aan IsraŽlische kant vielen in deze oorlog 679 doden en 2563 gewonden; aan Arabische kant werden 21.000 doden en 45.000 gewonden gemeld. 15 IsraŽliís werden krijgsgevangen genomen, terwijl IsraŽl zelf bijna 6000 krijgsgevangen had gemaakt. IsraŽl vernietigde ca. 460 vijandige vliegtuigen en verloor er zelf 26. Van Egypte werden 320 tanks en 10.000 andere voertuigen veroverd en het meeste andere oorlogsmateriaal vernietigd. JordaniŽ verloor 179 tanks en SyriŽ 118. Het IsraŽlische leger had gebieden veroverd die een veelvoud uitmaakten van de oppervlakte van het land na de Onafhankelijkheidsoorlog. Het IsraŽlisch grondgebied was daarmee vier keer zo groot als voor de oorlog.

Een miljoen Arabieren kwam onder IsraŽlisch bestuur terecht. Op 11 juni werd de laatste wapenstilstand getekend. Stafchef Yitzhak Rabin kreeg na de oorlog de eer om de oorlog een officiŽle naam te geven. Hij koos de passende naam Zesdaagse oorlog. Israel bood onmiddellijk land aan in ruil voor vrede. Op 1 september besluit de Arabische Liga in Khartoum echter tot de drie beruchte neeís: Vrede met Israel: Nee! Onderhandelingen met Israel: Nee! Erkenning van Israel: Nee!

Zoín klein volk tegenover zoín overmacht aan vijanden. Toch won IsraŽl. Egypte, SyriŽ en JordaniŽ waren van plan geweest het volk van IsraŽl de zee in drijven, maar zij werden opnieuw gezegend met Gods wonderen die hen niet alleen hielpen de vijanden te verslaan, maar ook de oude Bijbelse gebieden Samaria, Judea, Gaza, de Golan-hoogvlakte en Jeruzalem met het oude thuisland herenigden. Duizenden keerden, gesterkt door het joodse geloof, terug naar de bevrijde steden en dorpen in Judea en Samaria, zodat, na 2000 jaar woestenij, weer het lied van de bevrijding op deze heuvels kon worden gehoord.

 

De oorlog van 1967 deed rechtstreeks denken aan de oorlogen in het Oude Testament. God Zelf streed aan de zijde van Zijn volk. De bijzondere verhalen die later loskwamen, versterkten dat besef. Eťn verhaal betreft een IsraŽlische commandant die met zijn tank door de SinaÔ woestijn daverde. Ineens zag hij zich geconfronteerd met een divisie vijandelijke tanks. Hij dacht: Mijn laatste uur heeft geslagen. Maar wat gebeurde er? Plotseling draaiden de vijandelijke tanks zich om en reden weg. Later werd de Egyptische divisiecommandant gepakt. Op de vraag waarom ze wegreden, antwoordde hij: ďWe zagen over de heuvels tientallen IsraŽlische tanks aankomen en zijn gevlucht.Ē Die tanks waren er niet, toch zag hij ze. En zo zijn er talloze andere wonderlijke verhalen.

IsraŽl zei na de oorlog bereid te zijn om in ruil voor vrede alle gebieden behalve Jeruzalem weer af te staan, maar de Arabische regeringen wezen de vredesformule Ďland voor vredeí af.

Na aanleiding van de zesdaagse oorlog is op 22 november 1967 Resolutie 242 met algemene stemmen door de VN-veiligheidsraad aangenomen. Over deze resolutie bestaan tot op de dag van vandaag nog allerlei misverstanden. Zoriep Barack Hoessein Obama IsraŽl met regelmaat op terug te keren naar de grenzen van 1967. Maar deze grenzen bestaan niet aldus Alan Baker, de voormalige ambassadeur van Canada in een onderzoeksrapport voor het Jerusalem Center for Public Affairs.

Er is slechts sprake van tijdelijke ďArmistice LinesĒ (Wapenstilstandlijnen) die in 1949 met een groene stift op een kaart werden getekend zonder juridische of historisch basis. Toch zijn de wereldleiders, de Verenigde Naties, de moslimwereld, de mainstream mediaen allerlei andere anti-IsraŽl activisten de fictieve term ďgrenzen van 1967″ zo dikwijls blijven herhalen dat deze door alles en iedereen zijn overgenomen. Hoewel de ďgrenzen van 1967″ scheidingslijnen aangeven, hebben ze geen enkele historische basis, noch in de rechten en noch in de feiten,Ē lichtte Baker toe. ďDe akkoorden van de bestandslijn van 1949 verklaren uitdrukkelijk dat dergelijke lijnen geen enkele politieke of juridische betekenis hebben en geen afbreuk doen aan toekomstige onderhandelingen over grenzen,Ē aldus Baker.

Alan Baker

In 1978 wordt er een vredesakkoord gesloten tussen Israel en Egypte. De Egyptische President Anwar Sadat en de IsraŽlische premier Menachem Begin ondertekenen het akkoord onder het toeziend oog van de Amerikaanse president Carter in Camp David. Israel ging akkoord met de volledige terugtrekking uit de SinaÔ woestijn in ruil voor normale betrekkingen tussen Egypte en Israel. De SinaÔ woestijn maakte 80% deel uit van het hele gebied wat Israel toen in beheer had.

Een van de hete hangijzers tussen SyriŽ en IsraŽl is nog steeds de verovering door IsraŽl van de Golan-hoogvlakte. Deze hoogvlakte is onmisbaar voor het voortbestaan van IsraŽl. Dit werd reeds vastgelegd in het Mandate for Palestine in 1922, door de toenmalige Volkerenbond in Geneve toevertrouwd aan Engeland voor de stichting van een ďJewish National HomeĒ. De Britten gaven het in 1923 vervolgens aan Frankrijk die het inlijfden in hun eigen mandaat over SyriŽ. Dit was echter in artikel 5 van het mandaat verboden. Uiteindelijk werd SyriŽ in 1945 onafhankelijk en kwam de Golan volkomen ten onrechte in hun bezit. SyriŽ eist echter met steun van de VN-veiligheidsraad (Resolutie 242) en de meehuilende krypto-antisemieten, dat IsraŽl zich terugtrekt uit de gebieden die in 1967 zijn veroverd. Maar SyriŽ is niet de rechtmatige eigenaar van dit gebied. Velen realiseren zich niet dat de Golan-hoogvlakte het Bijbelse Basan is. Dit gebied is in de 13e eeuw v.Chr. door de IsraŽlieten in opdracht van God door Jozua in bezit genomen en aan de halve stam van Manasse toegewezen. Het hoort onlosmakelijk tot het erfdeel van het volk van IsraŽl. Tientallen opgravingen tonen aan dat er sprake is geweest van eeuwenlange IsraŽlische aanwezigheid.

Jozua 13:8-11-12 Tezamen met de ( andere helft van de stam Manasse ) hebben de Rubenieten en de Gadieten hun erfdeel ontvangen, dat Mozes hun gegeven had aan de overzijde van de Jordaan ..... verder Gilead en het gebied der Gesurieten en der Mašchatieten benevens het gehele Hermongebergte en geheel Basan tot Salcha toe. het gehele koninkrijk van Og in Basan.

In het gevecht van Edrei versloegen de IsraŽlieten onder Jozua het leger van Og, de koning van Basan en veroverden een gebied waartoe in totaal 60 plaatsen met muren hoorden. Het stond bekend als het land van de RefaÔeten, een reuzengeslacht. De profeet Jeremia maakte al duidelijk dat IsraŽl ooit in de toekomst naar dit erfdeel zou terugkeren.

Jeremia 50:19 ..... en Ik breng IsraŽl terug naar zijn weide, opdat het Karmel en Basan afweide.

Ook de profeet Micha profeteert dat het volk van IsraŽl in de toekomst weer zal weiden in Basan, als in de dagen van ouds en ook in Gilead dat nu nog een onderdeel van JordaniŽ vormt.

Tijdens de herdenking in juni 2001 van de zesdaagse oorlog waren de heldhaftige redevoeringen van de Egyptische leiders niet van de lucht. ,,Egypte zal niet nogmaals tegen een nederlaag oplopen. Ons leger is op alles voorbereid. In 1967 hebben wij ons laten verrassen maar dat overkomt ons niet weer.ĒDe Arabische buren die door IsraŽl tijdens deze oorlog volledig in de pan zijn gehakt, hebben hun les niet geleerd. De Bijbel maakt duidelijk dat ze nogmaals op avontuur zullen gaan, in de veronderstelling dat ze een volgende oorlog kunnen winnen. De Bijbelse profetieŽn maken duidelijk dat het Midden-Oosten verwikkeld zal raken in een rampzalige, apocalyptische oorlog.

(*)Bijlage Eli Cohen. In 1960 werd Cohen gerekruteerd door de militaire inlichtingendienst, de Mossad. Deze gaf hem de valse identiteit van Arabier omdat hij accentloos Arabisch sprak. Tijdens een verblijf in ArgentiniŽ verteld hij een SyriŽr te zijn die sterk naar zijn vaderland verlangde. Zijn Syrische vrienden in Buenos Aires moedigden hem vervolgens aan naar SyriŽ te gaan om daar een bedrijf te starten. Tijdens zijn verblijf in SyriŽ slaagde Cohen erin het vertrouwen te winnen van onder meer de president van het land, en diverse hooggeplaatste personen binnen de Syrische defensie. Ze kwamen zelfs bij hem in zijn appartement waar hij spionageapparatuur had opgesteld. Na verloop van tijd vertrouwden de SyriŽrs hem vrijwel volkomen en hadden geen idee dat hij voor IsraŽl spioneerde. Uiteindelijk werd hij bijna aangedragen als minister van defensie van SyriŽ. Ook kreeg hij steeds meer invloed en toegang tot militaire informatie.

Tijdens een "excursie" op de Golan hoogvlakte zag hij dat de Syrische soldaten nauwelijks bescherming hadden tegen de hitte en adviseerde hij de Syrische autoriteiten, eucalyptusboompjes te planten bij bunkers en mortierstellingen. Prompt werd zijn advies door de militaire leiding opgevolgd. Vanaf dat moment wist de IsraŽlische luchtmacht waar de Syrische militairen zich bevonden en konden ze vrij gemakkelijk worden uitgeschakeld. De eucalyptusbomen staan tot op de dag van vandaag op de Golan als stille getuigen van Cohens spionagewerk. Cohen werd in januari 1965 ontmaskerd door de Syrische contraspionage. Ze kwamen er namelijk achter dat er vanuit zijn appartement berichten naar Tel Aviv werden gestuurd. Na een proces werd hij in het openbaar op 18 mei 1965 in Damascus opgehangen. De executie werd in SyriŽ rechtstreeks op televisie uitgezonden. Hoewel er verschillende verzoeken zijn geweest, is zijn lichaam nooit teruggegeven aan zijn familie. Het werd begraven op de Joodse begraafplaats van Damascus.

Monument voor Cohens nagedachtenis in Herzlberg in Jeruzalem

 

De persdienst van de IsraŽlische regering heeft op de 50e verjaardag van de hereniging van Jeruzalem een video uitgebracht met de titel '50 Years, 50 Sides', waarin 50 verschillende afbeeldingen van Jeruzalem uit de afgelopen 50 jaar worden getoond. Klik hier voor deze video.

 

Overige bronnen: Encyclopedie van de Joodse Geschiedenis, Uitgeversmaatschappij J.H.Kok-Kampen,ISBN 90 242 3251 1.https://www.youtube.com/watch?v=HNXwhv8Mooo Beyond Images: 1967: why Israel entered the West Bank van 21 oktober 2004. http://www.jewishvirtuallibrary.org/jsource/History/67_War.html http://www.chabad.org/multimedia/timeline_cdo/aid/525341/jewish/Introduction.htm http://www.zionism-israel.com/dic/6daywar.htm

Terug naar: Inhoud