Archeologische vondsten bevestigen de Bijbel
Door: Franklin ter Horst (Aangemaakt 23
juli 2007) (Bijgewerkt: 18 februari 2012)
Ondanks de talrijke historische vondsten, blijft de internationale anti-Israël lobby Israël’s claim op het land afwijzen en blijven zelfs geleerden zeer sceptisch ten aanzien van de historische betrouwbaarheid van het Oude Testament en stellen dat het merendeel van de Bijbelse verhalen bestaan uit verzinsels. Zo zouden de Israëlieten nooit in Egypte zijn geweest en de verhalen over Mozes, Jozua, Salomo en koning David niets anders zijn dan sprookjes. De wetenschappers accepteren slechts een minimum aan historische feiten. Wat erger is is dat in toenemende mate ook de diverse heren op de kansel de geschiedenis van Israël in twijfel trekken. De waarheid is dat praktisch iedere vierkante meter grond en bijna iedere steen in Israël, het verhaal verteld van Israël’s meer dan 3000 jaar oude Bijbelse geschiedenis in het door God toegewezen Heilige Land. De grote internationale anti-Israël lobby wil dat graag anders zien, maar de feiten liegen niet. Niet alleen in Israël worden bewijzen gevonden van hun aanwezigheid in het aloude thuisland, maar ook in het oude Mesopotamië waar de dageraad lag van de menselijke geschiedenis en het begin van de grote beschavingen van na de Zondvloed. Meer dan 3000 jaar lang bloeiden hier verschillende beschavingen en kreeg de wereld van de Bijbel er voor een deel zijn gestalte. De meeste Mesopotamische heersers richten hun begerige blikken op de landen in het Nabije- Oosten waaronder ook op Israël. Zo rukte in het negende regeringsjaar van Sedekia (587 v. Chr) de koning van Juda, de Babylonische koning Nebukadnezar met zijn hele leger op tegen Jeruzalem.Hij belegerde de stad en bouwde er een belegeringswal omheen. Jeruzalem werd achttien maanden lang, tot de zomer van 587 belegerd en werden Jeruzalem en de Tempel volledig door de Babyloniërs in de as gelegd.
De assyrioloog Michael Jursa heeft in het Britisch Museum in Londen een kleitablet ontcijferd, met daarop een tekst die gaat over een Bijbelse figuur uit het boek Jeremia. Jursa noemde dit de meest spectaculaire ontdekking van de laatste honderd jaar. Hij vond op het kleitablet uit Sippar, gedateerd in het tiende jaar van koning Nebukadnezar, de naam (Nabu-sharrussu-ukin),Nebo-Sarsekim, in de Bijbel (Jeremia 39:3) aangeduid als Nebusazban. Deze persoon is één van de Babylonische legeraanvoerders die betrokken was bij de belegering van Jeruzalem in 587 v. Chr, toen de Babyloniërs de stad innamen. Zie voor meer informatie: http://www.timesonline.co.uk/tol/comment/faith/article2056362.ece
Het kleitablet met
daarop de naam Nabu-sharrussu-ukin
(Nebusazban, Jeremia 39:3).
De letterlijke tekst op dit tablet is als volgt:
(Betreft) 1,5 minas (
Het Britisch Museum bezit 130.000 kleitabletten die het verhaal vertellen over de geschiedenis van de oude Mesopotamische volken. Zowel bij opgravingen ten zuiden van Bagdad als ook in Ninevé zijn in totaal meer dan 60.000 kleitabletten gevonden die nog maar gedeeltelijk zijn vertaald. Spijkerschrift op kleitabletten zijn de oudste vorm van schrift en werd reeds gehanteerd vóór de Zondvloed. Deze tabletten hebben een duidelijk beeld gegeven van de tijd die uit de eerste hoofdstukken van Genesis bekend zijn. Volgens amateur archeoloog P.J.Wiseman zijn deze verhalen geschreven door de aartsvaders die rechtstreeks bij de vermelde gebeurtenissen betrokken waren en wier namen duidelijk op de tabletten vermeld staan waaronder die van Noach. Voor meer informatie klik op: http://www.biblemysteries.com/library/genesis.htm Deze verhalen stammen dus uit de eerste hand en zijn niet beïnvloed door een mengelmoes van mythologische voorstellingen zoals men die aantreft in diverse andere overleveringen.
Een internationaal team van archelogen gelooft dat ze de in de Bijbel genoemde kopermijnen van koning Salomo hebben ontdekt. De lokatie bevindt zich in Khirbat en-Nahas (wat koperruïnes betekent in het Arabisch), in Jordanië. De opgravingen hebben gegevens opgeleverd die bewijs leveren voor de Bijbelse hoofdstukken die gaan over Koning David en koning Salomo. Eén van de vondsten, een Egyptische scarabee en amulet, wijzen op een onderbreking in de mijnactiviteiten aan het eind van de 10e eeuw v.Chr. Deze gebeurtenis wordt in verband gebracht met de militaire campagne van de Egyptische farao Shishak, die volgde op de dood van Salomo. Het gebied ligt in het in de Bijbel genoemde koninkrijk Edom, één van de vijanden van het volk van Israël. http://www.israelnationalnews.com/News/News.aspx/128149
Salomo’s
kopermijnen in Khirbat en-Nahas in het huidige Jordanië
In een afvoerkanaal in Jeruzalem uit de tijd van het Nieuwe Testament, is een munt van een halve shekel aangetroffen. Munten van deze waarde werden gebruikt om de tempelbelasting te betalen (Mat. 17:24-27) Hat gaat om een zilveren munt die in 22 n.Chr in Tyrus geslagen is. http://www.antiquities.org.il/article_Item_eng.asp?sec_id=25&subj_id=240&id=1353&module_id=#as
Zilveren munt
uit de tijd van Jezus
In wat genoemd wordt de “Oude
Stad van David” hebben Israëlische archeologen bij opgravingen restanten van
bouwwerken ontdekt uit de tijd van Koning Salomo en
mogelijk ook het paleis van Koning David. De befaamde Israëlische archeologe
Dr.Eilat Mazar van de Hebreeuwse Universiteit in Jeruzalem zegt er zeker van te
zijn dat er ook overblijfselen bij zijn van het paleis van Koning David. Met
verschillende Bijbelboeken als gids; heeft Mazar in de “Oude stad van David”
naast een weg van ca
Opgravingen uit de tijd van Koning Salomo
(*)In de buurt van een bronhuis in de oude stad van David, hebben de archelogen Eli Shukrun en Rony Reich van de Israëlische Autoriteit voor Oudheden, de oudste, tot nu toe in Jeruzalem gevonden, kleitabletten ontdekt. Het gaat om maar liefst 170 tabletten die stammen uit de 9e eeuw voor Chr en laten zien dat er een drukke handelsrelatie bestond tussen Jeruzalem en het Noorden van het land tot aan Fenicië in het huidige Libanon toe. De tabletten die stammen uit de tijd van vlak na de heerschappij van de koningen David en Salomo, zijn voorzien van een Fenicisch schip, vissen en figuren en dienden voor het vastleggen van handelsverdragen.(*) Bron: Nieuws uit Israël, Nr.7-Juli 2007.
Archeologische vondst
uit tijd Salomo’s tempel
Ook heeft men een stukje van een kleitablet ontdekt dat ca 3350 jaar oud is. Op het fragment staan letters in Akkadisch spijkerschrift, de taal die toen in de diplomatieke relaties werd gebruikt. Het fragment werd in het oostelijk deel van Jeruzalem gevonden. Volgens assyrioloog Wayne Horowitz van de Hebreeuwse universiteit van Jeruzalem, die belast is met de ontcijfering, geeft de uitstekende kwaliteit van het opschrift aan dat het van de hand is van een “hoogopgeleide kopiist, waarschijnlijk ten dienste van een koning van Jeruzalem”. http://www.boston.com/news/world/middleeast/articles/2010/07/13/3350_year_old_fragment_of_text_found/
Akkadische kleitablet uit circa 1400 v.Chr.
Turkije bezit een oud tablet
uit de tijd van koning Hizkia. Dit tablet is in Jeruzalem gevonden ten tijde
van de Ottomaanse overheersing van het Beloofde Land. Het 2700 jaar oude tablet
beschrijft de constructie van een watertunnel in Jeruzalem. Deze tunnel redde
ooit de hele bevolking van Jeruzalem. De Israëlische geograaf Amos Frumkin
meldde enige tijd geleden in het tijdschrift Nature dat de tunnel rond 700 v.
Chr gebouwd moet zijn. Koning Hizkia liet deze tunnel in de harde rotsen
uithakken om de watertoevoer naar de stad Jeruzalem veilig te stellen tegen het
binnenvallende leger van de Assyrische
koning Sanherib. (2 Koningen 19 en 2 Kronieken 32).Hizkia deed dit door het
water van de Gihonbron te kanaliseren naar de vijver van Siloam. De bron lag
buiten de stadsmuur en de vijver van Siloam lag er binnen. De doorgang werd
afgesloten en zo aan het oog van de Assyriërs onttrokken. Het Assyrische leger
slaagde er niet in de stad in te nemen, want God zond Zijn engel, die 185.000
Assyriërs doodde, zodat Sanherib gedwongen was zich terug te trekken. (Jesaja
37:36) De tunnel is
De door koning Hizkia
aangelegde tunnel.
Een Israëlische hoogleraar en archeoloog Ehud Netzer heeft op 19 november 2008, na een speurtocht van meer dan dertig jaar, bekend gemaakt het graf van koning Herodus de Grote gevonden te hebben, de vazalkoning van de Romeinen in Judea die heerste ten tijde van de geboorte van Jezus. Het graf is gevonden in het Herodium, een afgevlakte heuveltop even ten zuiden van Jeruzalem. Leidraad voor de lange zoektocht vormde de geschriften van de Joodse historicus Flavius Josephus. Josephus meldde dat Herodus in Jericho was gestorven maar in het Herodium was begraven. Herodus had deze plek in de woestijn van Judea uitgekozen als monument ter meerdere glorie van zichzelf. Netzer zegt dat er geen beenderen zijn gevonden maar de plek van de (vergruizelde) sarcofaag en de ornamenten wijzen er volgens hem op dat het om het graf van Herodus moet gaan. Hoewel Netzer zeker van zijn zaak zegt te zijn, houdt hij nog een slag om de arm omdat er volgens hem ‘altijd mensen zullen zijn die zullen bestrijden dat het om het graf van Herodus gaat’. Een woordvoerder van het PLO-terreurbewind noemde de bekendmaking ongefundeerde propaganda. “Wij waarschuwen Israël deze beweerde ontdekking niet te gebruiken voor politieke en ideologische doelen. De Israëlische bekendmaking is onderdeel van een Israëlisch offensief de regio van Bethlehem te claimen als hun eigendom” zo sprak de woordvoerder in een interview met de Jerusalem Post.
Herodium
Herodes de Grote bouwde de woestijnvesting het Herodium in het jaar 37 v. Chr. Dit verbazingwekkende complex, dat sterk doet denken aan de krater van een vulkaan, werd uitvoerig beschreven door de Joodse geschiedschrijver Josephus Flavius in zijn Joodse Oorlogen.Herodus bouwde cirkelvormige torens rondom de top en vulde de overgebleven ruimte met prachtige paleizen. Hij liet een kolossale hoeveelheid water vanaf grote afstand aanvoeren en bouwde een toegangsweg van tweehonderd treden van het witste marmer. Als getuigenis van deze beschrijving kunnen overblijfselen van de vertrekken met zuilenrijen en met fresco’s beschilderde muren nog worden gezien. Een badhuis in klassieke Romeinse stijl, een van de vroegste synagogen die ooit werden ontdekt, en grote ondergrondse waterreservoirs vormden onderdelen van een van de grootste en weelderigste paleizen in het gehele Romeinse keizerrijk. Volgens Josephus stierf Herodus in Jericho in het jaar 4 v. Chr. Zijn stoffelijk overschot werd naar het Herodion gebracht om daar te worden bijgezet.
Netzer heeft ook de graven blootgelegd die
toebehoorden aan een vrouw en schoondochter van Herodus. De vondst die door van het
Hebreeuwse Universiteit in Jeruzalem werd aangekondigd levert nieuw bewijs op
van de overvloedige levensstijl van de koning. Netzer toonde verslaggevers
gedeelten van de twee kalkstenen sarcofagen die de overblijfselen van Malthace
één van de vrouwen van Herodus en een schoondochter heeft bevat. Bij een
bezoek aan de opgravingen toonde Netzer aan verslaggevers bewijsmateriaal van
wat hij een mausoleum noemde, waar de overblijfselen van de sarcofagen zijn
gevonden. Er werden ook beenderen in de buurt gevonden maar Netzer kan niet
verifiëren of zij tot iemand van de Herodus dynastie hebben toebehoord. Netzer
zegt dat de overblijfselen van de monarch en zijn verwanten waarschijnlijk
verdwenen zijn toen hun graven werden vernield, misschien door Joodse rebellen
die in opstand kwamen tegen de Romeinen van 66 tot 72 AD. Hij zegt dat zijn
team verrast was toen zij meer bewijsmateriaal van Herodus vonden, een goed
bewaarde muurschildering met gazellen die de muren verfraaien van wat Metzer
gelooft een luxueus theater was. http://news.yahoo.com
Eén
van de drie sarcofaag die bij het Herodus paleis werd bevonden
Als niet-Joodse Idumeeër slaagde Herodus er door middel van intriges in
om te trouwen met de Joodse Hasmonese prinses Mariamne, die hem verafschuwde. Herodus
werd waanzinnig van jaloezie om haar, zodat hij haar vermoordde. Maar na haar
dood liet hij in zijn paleis (de citadel van David) steeds om haar roepen,
alsof ze nog in leven was. Herodus liet ook nog eens twee van zijn eigen vijf
kinderen vermoordden. Dat vormt mede de achtergrond van de kindermoord in
Bethlehem.Er werd in die tijd gezegd: ‘Bij Herodus kun je beter zijn zwijn zijn
dan zijn zoon.’Jezus’ jeugd werd overschaduwd door opstanden rond de opvolging
van Herodus. Keizer
Augustus besloot daarom om Israël in drie delen op te
delen en aan de overgebleven zonen van Herodus over te dragen. Archelaos kreeg
Judea, Samaria en Idumea; Antipas kreeg Galilea en Philippus kreeg de gebieden
die aan het noorden en oosten van Galilea grenzen. Jezus
bracht zijn jeugd door in Nazaret, dat in het gebied van Antipas lag. Diens
eerste vrouw was de dochter van de heidense Aretas, koning van de Nanateeërs.
Vernietiging
historische resten.
De Arabieren zal al enige tijd druk bezig met een
omvangrijke vernietiging van historische resten op de Tempelberg. Volgens
Israëlische bronnen is men druk doende alle historische Joodse wortels te verwijderen.
De voormalige Israëlische premier Ehud
Barak, gaf de "Waqf" in Jeruzalem, toestemming een nieuwe ingang te
maken naar een gebedsruimte onder de Al-Aksa moskee. Barak keurde het verzoek
hiertoe goed in de waan gelaten dat het slechts een kleine nooduitgang betrof.
Toen men met de aanleg bezig was bleek het te gaan om een toegang van maar
liefst
Delen
van een marmeren pilaar
Het puin wordt buiten de muren van de oude stad op een vuilnisbelt in het Kidrondal gedumpt. Gabriel Barkay, prof. voor archeologie aan de Bar-Ilan-Universiteit die belast is met het onderzoek, heeft vastgesteld dat er zich in het puin belangrijke resten bevinden uit de tijd van de Eerste en Tweede Tempel., waaronder delen van een marmeren pilaar. Hoewel nog maar een klein deel is onderzocht, werpen de gevonden overblijfselen een enorm licht op de geschiedenis van de Tempelberg. Het gaat onder meer om de volgende voorwerpen;
Een munt uit de periode
van de grote Joodse opstand tegen de Romeinen, die plaats vond een aantal jaren
voor de vernietiging van de Tweede Tempel in het jaar 70 n. C.
Ongeveer 100 oude munten en een tuit van een lamp uit de tijd van de Hasmoneeën. “Een van de munten draagt de inscriptie “Yehonatan Hoge Priester, vriend van de Joden”.
Stukken aardewerk waarvan 10 tot 20% dateren
uit de periode van de Tweede Tempel.
Beenderen van dieren, die wijzen op gebrachte
offers.
Een inscriptie op een
stuk van een aardewerken pot uit de Eerste Tempelperiode, met de oud Hebreeuwse
letters “Heh””Ayin”en “Kof”.
Een stempelindruk uit de
Hellenistische periode toont een vijfpuntige ster met de antieke Hebreeuwse
letters “Jeruzalem”geschreven tussen twee punten. “Er zijn in Jeruzalem
ook al eerder zo’n dertig van dit soort sterren gevonden”.
Een bronzen pijlpunt uit
de tijd dat de beruchte Antiochus IV Epifanes
trachtte de Joden de Hellenistische cultuur op te dringen. Zijn macht
begon in 169 v.C. “De Tempel in Jeruzalem werd door Epifanes aan Zeus
gewijd en alle religieuze voorschriften vooral inzake de viering van de
hoogtijdagen, sabbat en besnijdenis op straffe des doods verboden. Ook het bezit van het Wetboek van
Mozes was strafbaar, ook daarvoor kon men de doodstraf krijgen. Alle vindbare
exemplaren werden vernietigd. Voorts werd de Joodse offercultus verboden. In de
Tempel werden varkens geslacht en in de heilige zalen hadden de heidenen
gemeenschap met vrouwen. De Joden die zich tegen deze terreur verzetten werden
op gruwelijke wijze gemarteld. Bovendien maakte Epiphanus zich meester van de
tempelschatten. De Joden spraken van "Een gruwel der verwoesting
"over deze tijd. Er ontstond echter onverwacht hevig verzet van de kant
van de Joodse bevolking. Deze besefte dat de Hellenistische leefwijze, met zijn
vele afgodische elementen niet in overeenstemming te brengen was met de trouw
aan Gods geboden. Dit had de opstand der Makkabeeën tot gevolg. Deze Joodse
vrijheidsbeweging maakte in 164 voor Christus een eind aan de terreur van
Epiphanus. Een verslag van deze opstand en de daarop volgende
onafhankelijkheidsstrijd is te vinden in de boeken van de Makkabeeën die
bewaard zijn gebleven in de Griekse Septuaginta. De Tempel werd ontdaan van
alle Hellenistische attributen en opnieuw ingewijd. Deze gebeurtenis wordt tot
op de dag van vandaag gevierd tijdens het Chanoekah-feest.”
Een groot aantal olielampen, vooral uit de
Tweede Tempelperiode.
Een pijlpunt uit de periode van de verwoesting van de Eerste Tempel. “De stad werd onder Joodse heerschappij voor het eerst volledig verwoest door Nebukadnezar. De Bijbel vertelt dat in het negende regeringsjaar van Sedekia, de koning van Juda, Nebukadnezar de koning van Babel met zijn gehele leger tegen Jeruzalem oprukte. Hij belegerde de stad en bouwde er een belegeringswal omheen. Jeruzalem werd achttien maanden lang tot de zomer van 587, belegerd. De omstandigheden werden door het langdurige beleg zo nijpend dat sommige bewoners door de honger gedreven hun toevlucht namen tot kannibalisme.” Er zijn al eerder een groot aantal van deze pijlpunten gevonden in Jeruzalem.(zie afbeelding)

Een ivoren kam uit de
Tweede Tempel periode. Gelijksoortige kammen zijn ook gevonden in Qumran
aan de Dode Zee en het is waarschijnlijk dat deze werden gebruikt voor rituele
reinigingsriten.
Romeinse straat in Jeruzalem
Israëlische archeologen hebben de fundamenten gevonden van een paleis dat tegenover de Tempelberg stond. De Israel Antiquities Authority denkt dat het gaat om het paleis van koningin Helena, zo meldde de Jerusalem Post. Het gebouw kwam te voorschijn na zes maanden van opgravingen op het Givati-parkeerterrein net buiten de oude stad. Volgens archeoloog Doron Ben-Ami geven scherven en munten aan dat het hier gaat om een bouwwerk uit de tijd van de tweede tempel, dat tegelijk met de tempel verwoest werd door de Romeinen in 70 n.Chr. Koningin Helena was een Babylonische aristocraat die bekeerd was tot het Judaïsme en met haar zoons naar Jeruzalem verhuisde. Daar liet haar familie grote bouwwerken optrekken, zo meldt de historicus Josephus in de eerste eeuw.
Israëlische archeologen denken de steengroeve gevonden te hebben waar Herodes de enorme steenblokken vandaan haalde waarmee hij de Tweede Tempel renoveerde en uitbreidde. De vierkante steenblokken die hier werden uitgehakt, waarvan sommige drie tot acht meter lang, lijken op de stenen van de westelijke muur (Klaagmuur) van het Tempelplein.De steengroeve werd bij graafwerkzaamheden ter voorbereiding van de bouw van een privé-huis in de orthodoxe wijk Sanhedria gevonden. De plaats ligt ongeveer twee kilometer verwijderd van de Oude Stad van Jeruzalem.Het grootste daar gevonden steenblok heeft een afmeting van 69x94x165 centimeter. Een paar stenen waren kennelijk gereed voor transport, maar zijn blijven liggen. Men neemt aan dat het werk in de steengroeve in de tijd van de grote opstand tegen de Romeinen tussen 66 en 70 n.Chr. is gestaakt. Ook in 2007 hadden archelogen al een steengroeve ontdekt waarvan de stenen voor de bouw van de Tempelberg dienden. Bijzondere bijkomstigheid is, dat de groeve is gevonden in een tijd waarin de moslimautoriteiten in toenemende mate beweren dat er geen enkel bewijs voor het bestaan van Joodse tempels op het Tempelplein, te vinden is.
Israëlische
archeologen hebben een deel van de weg waarover waarschijnlijk de pelgrims
liepen toen zij naar de tempel trokken, opnieuw opgegraven. De weg verbindt het
Badwater van Siloam met de Tempelberg. Het bestaan van deze weg was al bekend.
Aan het einde van de negentiende eeuw ontdekten archeologen van het Britse
Palestina Exploratie Fonds de passage voor het eerst. Nadat ze de weg hadden
opgegraven, vulden ze deze weer met aarde. Andere delen van dezelfde weg werden
in 1937 en in de jaren zestig blootgelegd en weer bedekt. Het gedeelte dat is
herontdekt, bevindt zich op een afstand van

Tweeduizend jaar oude synagoge ontdekt in
Migdal
In de plaats Migdal aan het meer van Galilea, is een tweeduizend jaar oude synagoge gevonden met een gedecoreerde steen waarop een Menorah te zien is met aan beide kanten aardewerk vazen. De vloer van de synagoge is versierd met een mozaïek. Volgens de onderzoekers is dit de eerste keer dat een Menorah decoratie is gevonden uit de tijd dat de Tempel nog op de Tempelberg stond. ‘De kunstenaar die de steen heeft gemaakt moet de zevenarmige kandelaar in de Tempel in Jeruzalem hebben zien staan’ aldus Dina Avshalom-Gorni, een van de onderzoeksters. De synagoge is één van de zes synagogen in de wereld die bekend zijn uit de tijd van de Tweede Tempel.


Onderzoekers van de universiteit van Haifa hebben een buitengewone
archeologische ontdekking gedaan in de Jordaanvallei. Het betreft enorme, in de
vorm van een voet aangelegde structuren die wijzen naar het Bijbelse 'Gilgal'.
'Dit zijn de eerste bouwwerken van de Israëlieten toen ze het land Beloofde
land binnentrokken. Door middel van deze 'reuzenvoeten' bevestigden ze het
bijbelse concept van eigenaarsschap van het land,' aldus de leidinggevende
archeoloog professor Adam Zertal. Gilgal wordt 39 keer genoemd in de Bijbel. De
spectaculaire opgravingen dateren rond de 13e en 12e eeuw voor Christus.
Professor Zertal benadrukt dat de 'voet' in de oudheid een grote betekenis had
als symbool voor het eigenaarsschap van een bepaald gebied, controle over een
vijand, de band tussen een volk en een bepaald land, en de aanwezigheid van de
Godheid. In de Bijbel staan diverse verwijzingen naar het belang van de 'voet':
de verbintenis tussen het volk Israël en God's belofte dat dit land van hen zou
zijn, het 'onder de voeten treden' , het verslaan van
de vijand.Deze voet-structuren werden gebouwd door een georganiseerde
gemeenschap met een centraal leiderschap.' Volgens hem is er nu een direkte
connectie aangetoond tussen het Bijbelse concept van het bevestigen van
eigenaarsschap van een land door middel van de 'voet', en de overduidelijke
voet-vorm van de ontdekte bouwwerken.Deuteronomium 11:24a 'Elke plaats die uw voetzool betreedt, zal van u
zijn...' http://www.newswise.com/articles/view/550817/#
Israëlische archeologen van de Hebreeuwse Universiteit
en van de Bar-Ilan Universiteit hebben bij opgravingen in een serie grotten in
de woestijn van Judea een grote verzameling munten gevonden uit de tijd van de
opstand van Bar Kokhba tegen de Romeinen
in 132 tot 135 na.Chr. Het is het grootste aantal munten uit die tijd dat ooit
is gevonden. De vondst betreft 120 gouden, zilveren en bronsen munten die in
drie bundels diep in een spelonk waren verstopt. In de Nabije omgeving werden ook wapens van
ijzer, olielampen, een kleine kruik, zilveren oorringen en flessen gevonden.In
toaal vond men honderdtwintig munten in een grote onderaardse ruimte die
indertijd als schuilplaats voor de zeloten diende. De ontdekking werd toevallig
gedaan tijdens een uitgebreid onderzoek naar grotten en spelonken, dat was
georganiseerd door Boaz Langford en Amos Frumkin van de afdeling speleologie,
onderdeel van de archeologische faculteit aan de Hebreeuwese Universiteit. De meest munten werden in perfecte staat
aangetroffen. Een deel ervan bestaat uit ‘rebellenmunten’dat zijn Romeinse
munten die werden veranderd met Joodse moteiven, zoals
bijvoorbeeld de tempel in Jeruzalem met het opschrift ‘Voor de vrijheid
van Jeruzalem.’ http://www.assistnews.net/Stories/2009/s09090060.htm Israel Today, november 2006, blz 25.
Een
gouden munt uit de tijd vab Bar Kokhba.
In februari 2009 ontdekten Israëlische archeologen in
Umm Tuba, een Arabische buurt in het zuid-oostelijk deel van Jeruzalem, een
serie overblijfselen uit de tijd van de Israëlische Koning Zedekia, 2700 jaar
geleden. Onder de vondsten zijn een tweetal inscripties met de namen van hoge
ambtenaren die aan het hof van de koning dienden. Het gaat om Ahimelech ben
Amadyahu en Yehohail ben Shahar. Een andere inscriptie dateert uit de periode
van de Hasmoneëen. Op deze plaats zijn eveneens de restanten van een groot
gebouw gevonden uit de tijd van de Eerste Tempel. Het gebouw bestond uit
diverse kamers rond een binnenplaats. Scherven van potten uit de ruïne waren in
gebruik in de tijd van de Eerste Tempel. Men vermoedt dat het gebouw is
verwoest tijdens de belegering van de stad Jeruzalem door Nebukadnezar.
Zeshonderd jaar later in de tijd van de Hasmoneëen, herbouwden de Joden het
gebouw. Het bleef bestaan totdat het in het jaar 70 na. Chr door de Romeinen
opnieuw werd verwoest. http://www.jpost.com/servlet/Satellite?pagename=JPost/JPArticle/ShowFull&cid=1215331162371
Zegel van de minister
van koning Zedekia
De naam van de
Arabische buurt “Umm Tuba” is afgeleid
van de Byzantijnse naam “Metofa” die op zijn beurt weer is afgeleid van
het oud-Hebreeuws Netofa. Netofa was een dorp uit de periode van de Eerste
Tempel en wordt op verschillende plaatsen in de Bijbel genoemd waaronder in (2
Samuel 23:28-29) (Ezra 2:22) en (Nehemia 7:27).
Steengroeve uit de tijd van Herodus ontdekt
Bij een afgraving in
de Shmuel HaNavistraat in Jeruzalem is door de Israëlische Archelogische Dienst
een steengroeve ontdekt. De verantwoordelijke archeoloog, Ofer Sion, neemt aan
dat de steengroeve diende voor het bouwen van de tempelmuren ten tijde van
koning Herodus. De antieke steengroeve is ongeveer 2030 jaar oud. Hij werd bij
een boden-onderzoek ontdekt dat voorafging aan de bouw van nieuwe woningen.
Ofer Sion legt uit: ‘We weten uit historische bronnen, dat vóór de bouw
van de tempel en andere projecten van Herodus, honderdduizenden balken van
allerlei verschillende lengtes nodig waren om de grote steenblokken te kunnen
verplaatsen. De blootgelegde steengroeve is slechts een klein deel van een
enorm terrein. Flavius Josephus schrijft dat Herodus, voordat hij de tempel
uitbreidde, eerst de infrastructuur geschikt maakte, en dat het uithakken en
beitelen van de stenen acht jaar duurde. Ons onderzoek bevestigd deze
beschrijving van Josephus.’ De
ontdekte steengroeve en eerdere vondsten duiden erop, dat Herodus met het
uithakken van de stenen dicht bij de tempel begon en daarna langzaam steeds
verder van de bouwplek verwijderde. Sion: Destijds bestond de meest
geavanceerde techniek uit het breken van de stenen, ze in de definitieve vorm
te hakken en vervolgens het vervoeren naar de bouwplek. Uit schriftelijke
bronnen is bekend dat Herodus meer dan tienduizend mensen voor dit werk
aanstelde. De stenen werden of op houten rollers, door kamelen getrokken, of op
wagens vervoert.’ De archeologen
vonden in de steengroeve stukken metaal, die gebruikt werden om de stenen uit
de rotsachtige boden te houwen, evenals munten en scherven van aardewerk uit de
tijd van de Tweede Tempel.
Steengroeve uit de
tijd van Herodus
Archeologische vondst Alexander de Grote
Aan Israëls noordelijke
Middellandse Zeekust, hebben archeologen in de antieke havenstad Dor dat al
bestond in 2000 v.Chr, een sentationele vondst gedaan. Het betreft een
halfedelsteen met het portret van Alexander de Grote. In de hellinistische
periode (in 332 v.Chr) had deze befaamde krijgsheer de havenstad Dor ingenomen.
Hij had kort tevoren het Libanese Tyrus veroverd en bevond zich op weg naar
Egypte. De experts identificeerden het afgebeelde portret onmiskenbaar als dat
van Alexander de Grote want het vertoont al zijn typische gezichtskenmerken. De
vondst is in de wereld van de archeologie een sentatie. Het portret is een
meesterlijk kunstwerkje. In het Bijbelboek Daniël 8:21-22 is sprake van
Alexander de Grote en zijn vier opvolgers, die elk een kwart van zijn rijk
overnemen. Alexander zelf stierf in 323 v.Chr op de leeftijd van 33 jaar. Dat
men deze opzienbare vondst aan de kust van Israël heeft gedaan bevestigt
opnieuw de actualiteit van de Bijbel. Bron: Nieuw uit Israël, november 2009.
Kleitablet uit de tijd van David ontcijfert
Het was een sentatie. In de Elah vallei (dal der terebinten), bij Beth Semes, waar ooit het gevecht tussen David en Goliath plaatsvind, hebben archelogen in 2008 een potscherf gevonden met oude Hebreeuwse lettertekens erop uit de tijd van koning David (10e eeuw v.Chr). De tekst is ontcijferd door professor Gershon Galil, werkzaam bij de afdeling Bijbelse Studies aan de universiteit van Haifa en handeld over sociale onderwerpen zoals de zwakkeren in de samenleving. Er wordt opgeroepen zulke mensen te helpen. Ook gaat het over de juiste omgang met slaven, weduwen en wezen. De boodschap van deze tekst uit de tiende eeuw v.Chr. komt bijvoorbeeld overeen met de uitspraken in Jesaja 1:17, Psalm 72:4 of Exodus 23:3. De onderzoekers twijfelden aanvankelijk of er al zo vroeg in de geschiedenis in het Hebreeuws werd geschreven. Professor Galil verklaarde dat de vondst van zulke lettertekens in de provincie Judea er op wijst dat er toen al zeer veel kundige schrijvers in Jeruzalem aanwezig waren. “Wij kunnen er nu met zekerheid van uitgaan dat al in de tiende eeuw v.Chr. in de tijd van de heerschappij van koning David dus, gecompliceerde literaire teksten zeker wel bekend waren. En dus was men ook in staat om teksten vast te leggen, zoals bijvoorbeeld in het bijbelboek Richteren of Samuël. De vondst van dit kleitablet en de verrassende vondst van overblijfselen van een stad, zijn bewijzen dat er 3000 jaar geleden al een koninkrijk Israël bestond. Beth-Semes is ook de plaats waar de Israëlieten de Ark van het Verbond opgestelden na hem van de Filistijnen terug gekregen te hebben nadat deze hadden ervaren dat het geroofde eigendom van Israëlieten een dodelijk gevaar voor ze betekende. (1 Samuël 6:1 t/m 21).
Filistijnse tempel
blootgelegd
In de buurt van het huidige Kirjat Gat, het Bijbelse Gat – waar Goliath woonde –is een archeologische vondst gedaan die zelfs Israëlische archeologen verbaasd. De vondst hangt samen met de bekende geschiedenis van de dood van Simson zoals beschreven in het boek Richteren 16:22-30. Archeologen van de Bar-Ilan universiteit hebben op het opgravingsterrein van Tell es-Safi (resp.Gat) een tempel ontdekt die ondubbelzinnig te dateren is uit de tijd van de bijbelse Filistijnen. De leider van het team Aren Maeir, verklaarde: “Interessant genoeg herinnert de architectonische vorm van deze tempel met zijn twee centrale zuilen aan de architectonische beschrijving uit het bekende bijbelverhaal van Simson en de Filistijnen, waar Simson de tempel laat instorten door tussen de zuilen te gaan staan. Verder is interessant dat de twee zuilen op slechts twee meter afstand van elkaar staan. Er is namelijk steeds weer gevraagd hoe het mogelijk is dat een man –zelfs als hij zo sterk als Simson is- “de deuren van de stadspoort en de beide posten” kan grijpen zoals in Richteren 16:1-3 te lezen staat.De archeologische vondst die uit het jaar 1000 v.Chr. wordt gedateerd, geeft een belangrijke aanwijzing dat dit bij een afstand van twee meter voor een grote sterke man het heel goed mogelijk kan zijn geweest de boel te laten instorten. Het opgravingsterrein ligt tussen Ashkelon en Jeruzalem. Er vinden daar al jaren opgravingen plaats. Professor Maeir ontdekte ook aanwijzingen voor een aardbeving die in het bijbelboek Amos 1:1 genoemd wordt en die archeologen in de achste eeuw v.Chr. dateren. (Bron: Nieuws uit Israël (IsraelToday) oktober 2010.
Ruïnes van de
Filistijnse stad Gat
Spectaculaire afbeelding van de Bijbelse Jozef in
Egypte ontdekt.
Een groep Egyptische archeologen en onderzoekers hebben een sensationele ontdekking gedaan die het bestaan van de Bijbelse Jozef bevestigt. De geschiedenis van Jozef in Egypte wordt door veel critici als ongeloofwaardig afgedaan maar de Egyptische krant Al-Ahram meldt dat archeologen bij verrassing een aantal munten hebben ontdekt uit de tijd van de Egyptische farao’s. Sommige munten zijn uit de tijd dat Jozef in Egypte leefde en dragen zijn naam en afbeelding.
Afbeelding Jozef
De onderzoekers ontdekten de
munten toen ze duizenden kleine archeologische vondsten nakeken die in het
Egyptisch museum liggen opgeslagen. Wat de meeste archeologen voor een soort
sieraden hebben gehouden, blijken in werkelijkheid munten te zijn.Net als de
munten in onze tijd, staat aan de ene kant een tekst en andere kant een
afbeelding.Een van de munten heeft een afbeelding van een koe symboliserend
Farao’s droom over de zeven vette koeien en de zeven magere koeien, en de zeven
jaren van graanovervloed en de zeven jaren van droogte. Met de vondst van de
munten is tevens de bewering van sommige historici weerlegt dat er in de
klassieke Egyptische oudheid geen munten bestonden maar dat de handel
slechts bestond uit ruilhandel.
De Bijbel
meldt dat Jozef met zijn broers, de zonen van Bilha en Zilpa, de schapen van
zijn vader hoede. Jakob (Israël) had Jozef lief boven al zijn zonen. Toen zijn
broers dat zagen, begonnen ze hem te haten. De haat werd nog erger toen Jozef
een paar dromen aan zijn broers had verteld en uitgelegd. Daarop besloten zijn
broers hem aan de Ismaëlieten te verkopen voor twintig zilverstukken. De
Ismaëlieten namen hem vervolgens mee naar Egypte waar hij als slaaf werd
verkocht aan een Egyptische hoveling. Ook uit andere bronnen blijkt dat in die tijd
een behoorlijke slaaf in het gehele Midden-Oosten 20 zilverstukken koste.
In Genesis 41 wordt de ontmoeting van Jozef met de farao beschreven. Jozef werd door God gezegend en dat viel de Egyptenaren op (Gen.39:3). De farao had een droom en de wijzen waren niet in staat deze uit te leggen. De schenker herinnerde zich Jozef die zijn droom had uitgelegd. Jozef verscheen vervolgens voor farao en legt hem de droom uit. De droom hield in dat er zeven jaren van voorspoed en daarna zeven jaren van hongersnood zouden komen. Jozefs voorstel was om iemand aan te stellen die erop toe zou zien dat het voedseloverschot in de zeven jaren van voorspoed zou worden verzameld en opgeslagen. Farao erkende dat God dit allemaal aan Jozef had bekendgemaakt en erkende eveneens de wijsheid die God aan Jozef had gegeven. Daarom kreeg Jozef de taak om het paleis te besturen. Alleen Farao stond nog boven hem. Als tekenen van deze bevoegdheid en hoge positie kreeg Jozef een zegelring om zijn vinger, een gouden keten om zijn hals, linnen kleding, en een prachtige wagen. Bij Jozefs benoeming tot eerste minister gaf de farao hem de Egyptische naam Safenat-Paneach. Als echtgenote kreeg hij Asnat, de dochter van Potifera, de priester van On.De uitreiking van de gouden keten was destijds een beloning voor een bewezen dienst.
Volgens Joodse bronnen stierf Jozef rond 1450 voor Chr in Egypte. Het was in die tijd de gewoonte dat een overledene werd ‘vergaderd bij zijn voorgeslacht’, door te worden bijgezet in een familiegraf. Ook Jakob wilde het zo (Gen.50:2-3) Van Jozef staat echter vermeld dat hij in een kist werd gelegd in Egypte, wel met het oogmerk om later met zijn volk naar Kanaän te worden meegenomen. En zo gebeurde het! Mozes nam het gebeente van Jozef mee uit Egypte en Jozua begroef zijn overblijfselen na aankomst in het Beloofde Land, in Sichem.
Jozua: 24-42 Het gebeente van Jozef, dat de
Israëlieten uit Egypte meegevoerd hadden, heeft men te Sichem begraven, in het
stuk land, dat Jakob voor honderd stukken geld van de zonen van Hemor, de vader
van Sichem, gekocht had en dat de Jozefieten verkregen tot een erfelijke
bezitting.
Amerikaanse en Israëlische archeologen, bezig met opgravingen in het noorden van Israël, hebben begin augustus 2010 de grootste gouden munt opgegraven die ooit in Israël is gevonden. De munt van een ounce werd gevonden bij Tel Kedes in de regio opper Galilea door teams van de Universiteit van Minnesota en de Universiteit van Michigan. Het opschrift op de munt geeft aan dat hij is geslagen in 191 vóór Christus in Alexandrië door Ptolemaeus V, de heerser van Egypte. De afbeelding op de munt is die van koningin Arsinoë Philadephus, de vrouw van Ptolemaeus II. Dr Donald T. Ariel, hoofd van de afdeling Munten van de Israel Antiquities Authority, vertelde aan The Jerusalem Post dat de grootte van de munt vrijwel zeker betekent dat deze voor ceremoniële doeleinden was. Zo’n grote gouden munt, die overeen kwam met een inkomen van een half jaar voor de gemiddelde persoon in 191 BC, zou je niet kunnen uitgeven op de markt.
Archeologen van de Universiteit van Haifa hebben in Tel Shikmona een huis blootgelegd uit de tijd van de koningen van Israël. Het gaat volgens hen om het best bewaarde huis uit deze periode. Het 2800 tot 2900 jaar oude huis bevindt zich in het Shikmona natuurpark aan de zuidzijde van Haifa. Veertig jaar geleden werden op deze plek al opgravingen verricht door de archeoloog Yosef Algavish, maar de plek raakte weer bedekt met aarde en vuilnis. Algavish stelde destijds vast dat Tel Shikmona bewoond was vanaf de zestiende eeuw voor Christus tot de tijd van de bezetting door de moslims in de zevende eeuw. Toen de archeologen dr. Shay Bar en dr. Michael Eisenberg van het Instituut voor Archeologie van Universiteit van Haifa er opnieuw aan het werk gingen, waren er niet zeker van dat ze het huis terug konden vinden. „Het was bijna een wonder dat we in staat waren het te lokaliseren en bloot te leggen en dat het zo goed bewaard was gebleven”, zeggen ze in een verklaring van de universiteit. Ze hadden het gebouw op oude foto’s gezien.
Ze concluderen ze dat het om het beste voorbeeld betreft van een vierkamerwoning die tot nu toe gevonden is uit die periode. Dit was het meest voorkomende type huis uit die tijd. Het bestond uit vier vertrekken, waarvan drie in verticale positie en een vierde in horizontale. Ze vonden ook een een zegel met een inscriptie in het Hebreeuws of Fenicisch. De onderzoekers hopen dat de ontcijfering van dit geschrift de vraag zal beantwoorden of Tel Shikmona bewoond was door de Israëlieten of Feniciërs. Uit de voorwerpen die ze aantroffen blijkt dat er handel werd gevoerd met de bewoners van Cyprus en de kustgebieden van Libanon. Aan de oostzijde van de archeologische heuvel kwamen in 2010 terrasvormige Byzantijnse gebouwen uit de vierde tot zevende eeuw aan het licht met mozaïeken vloeren en opslagplaatsen met tientallen vaten. Uit voorwerpen als munten, wapens en glazen vaten bleek dat de bewoners rijk waren. Onder de Byzantijnse overblijfselen ontdekten de onderzoekers een gebouw uit de Perzische tijd (vierde eeuw voor Christus) met een oven, gewichten en kruiken. Op een andere deel van de tel werden drie fasen van bewoning uit de elfde tot achtste eeuw voor Christus ontdekt. Het blijkt dat de bevolking aanvankelijk dun was, maar dat deze in de loop van de eeuwen toenam, totdat de plek een een welvarende, versterkte stad was in de eerste eeuw voor Christus.

Werknemers van de
Israëlische
Autoriteit voor Antiquiteiten (IAA) hebben een 2.000 jaar oud ijzeren
zwaard ontdekt tijdens opgravingen in een oude afwateringsgreppel. Het zwaard
zat nog steeds in zijn lederen schede, meldt IAA. Het zwaard werd ontdekt
tijdens opgravingen in een oude afwateringsgreppel.De werknemers vonden ook
overblijfselen van de zwaardriem en een stenen object, versierd met een ruwe
schets van een menora, de joodse zevenarmige kandelaar. De goede staat van het
zwaard is opmerkelijk. Het is ongeveer
Bijzonder veel opzien baarde de vondst in Jeruzalem van een zeldzaam gouden voorwerp. Het gaat om een belletje met aan de bovenkant een oogje. Deze vondst bevestigt vermeldingen in het Oude Testament. In Exodus 28 staat een gedetailleerde beschrijving van de uitrusting van priester Aäron; daar wordt “een gouden belletje…op de zomen van het opperkleed”genoemd (vs.34). Men ontdekte het in een afwateringskanaal dat van de Siloah bron naar de tempel loopt. Men deed de vondst bij een opgraving in de buurt van de Klaagmuur.Het oog van het prachtig gevormde belletje wijst er op dat het ooit aan een kledingstuk heeft gezeten. Exodus 28:33 zegt dat er aan de priestergewaden meerdere, misschien wel tientallen van dergelijke belletjes waren genaaid, die de omstanders aankondigden dat er een priester naderde.De vondt past ook in de historische overlevering van Josephus Flavius over de verwoesting van de tweede Tempel. Deze Romeins-Joodse geschiedschrijver berichtte dat de laatste Joodse opstandelingen in een afwateringskanaal aan de Romeinse soldaten probeerden te ontkomen.
Gouden belletje van priestergewaad
Mysterieuze
gravures in steen die duizenden jaren geleden zijn aangebracht gedurende
opgravingen in de oude stad van David, stellen archeologen voor een raadsel.
Israëlische onderzoekers hebben hier een aantal kamers blootgelegd dat zijn
uitgehouwen in een rots. In de kalkstenen vloer van één van de kamers zijn drie
V-vormige markeringen gevonden van vijf centimeter diep en
Terug naar: inhoud