Door: Franklin
ter Horst (Aangemaakt: 11 maart 2009)(Laatste bewerking: 23 januari 2013)
Amnesty heeft al jaren een zeer twijfelachtige reputatie als het om Israël gaat. Israël houdt al jarenlang vol dat organisaties zoals Amnesty International en hun leiders de Joodse Staat geen eerlijke kans geven wegens persoonlijke vooroordelen en gepolitiseerde standpunten over het conflict met het PLO-bewind.
In september 2005 was internationale media zeer ingenomen met een rapport van Amnesty International waarin Israël werd beschuldigd van ,,misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden”. Volgens dit rapport zou het Israëlische leger (IDF) duizenden onschuldige burgers - die onder bestuur vallen van het PLO-bewind in Ramallah- en buitenlanders hebben verwond of gedood, sinds het begin van de “Tweede Intifada” eind september 2000.Ook spreekt Amnesty van ,,onwettige moorden, martelingen en onbeheerste zinloze verwoesting van Palestijnse eigendommen.” Amnesty bekommert zich nooit om de slachtoffers aan Israëlische kant, maar levert slechts kritiek. Kort na Israël’s schoonmaakaktie in de terreurstad Jenin, begin 2002, waarbij volgens de PLO-nazi-propagandamachine 1500 burgers door het Israëlische leger zijn vermoord, (het totale dodental was 56 waarvan 49 terroristen) kwam Amnestie met kritiek zonder de werkelijke feiten eerst te onderzoeken. Een woordvoerder zei te vrezen dat de mensenrechten waren geschonden.
Logo Amnesty International
Het rapport van Amnesty was gericht tegen een land dat al jaren het hoofd moet bieden aan een doodscultuur die een mensenleven verachten. Er bestaat geen enkele aandacht voor het feit dat Israël sinds de Oslo-akkoorden in september 1993, voorstel op voorstel heeft gelanceerd om tot een blijvende vrede met de namaak Filistijnen te komen. Voorstellen die door wijlen Jasser Arafat, allemaal naar de prullenbak zijn verwezen en beantwoord met het sturen van zelfmoordenaars naar Israël om zich op te blazen in restaurants, dancings, bussen en andere publieke gelegenheden. Israël reageerde furieus op het rapport omdat het zeer eenzijdig is opgesteld.
Tijdens de oorlog tegen Hezbollah in de zomer van 2006, kwam Amnesty International al na een paar dagen met een oordeel en beschuldigde Israël van “oorlogsmisdaden”, aanvallen op burgerdoelen, bruggen, elektriciteitscentrales, hoofdwegen, zeehavens en de internationale luchthaven van Beiroet”. De raketbeschietingen door Hezbollah op Israëlische bevolkingscentra en het feit dat de terreurbeweging vrouwen, kinderen en zelfs baby’s als menselijk schild hebben gebruikt, werd door Amnesty verzwegen. Het gebruik van-de-eigen-burgers als menselijke schilden wordt nog eens schrijnend duidelijk in de plaats Qana. Daar vielen 54 doden waaronder gehandicapte kinderen. Hezbollah heeft de dood van deze mensen zeer succesvol gebruikt om de wereldopinie tegen Israël op te hitsen. Raketten werden afgeschoten vanuit woonwijken, moskeeën, vanaf daken van huizen en schoolpleinen, en speelplaatsen van kinderen werden veranderd in artilleriestellingen. De systematische politiek van Hezbollah was om hun bases, trainingskampen, wapendepots etc, juist in woonwijken en steden op te zetten. Dat helpt bij het beïnvloeden van de publieke opinie tegen Israël wanneer daar burgers bij worden gedood. En dan te bedenken dat Libanese burgers door het Israëlische leger werden gewaarschuwd per uitgeworpen pamflet of per radio.
Vluchtelingen die het oorlogsgebied wilden verlaten, werden bij wegversperringen tegengehouden en teruggestuurd om zo als menselijk schild te dienen. Hezbollah blokkeerde het transport van voedsel en medicijnen naar behoeftige Libanese burgers. Zelfs Jan Egeland, hoofd van de humanitaire afdeling van de VN, die zijn kritiek normaal gesproken bewaart om Israël te demoniseren, zei: “Hezbollah moet stoppen met dit lafhartig gedrag door zich te verschuilen achter vrouwen en kinderen. Ik hoor dat ze trots zijn weinig verliezen te hebben geleden, maar daarvoor hebben de burgers de prijs betaald.” Hezbollah heeft geprobeerd het aantal Libanese slachtoffers zo hoog mogelijk op te voeren voor hun eigen nazi-propagandadoeleinden. Hezbollah is een terreurstaat binnen de staat Libanon, met haar eigen territorium, wapens en terroristen. Maar al deze misdaden speelden voor Amnesty geen rol van betekenis. Israël beschuldigen van ‘oorlogsmisdaden’ was blijkbaar het enige doel.
Natuurlijk was ook Amnesty weer van de partij om Israël aan de schandpaal te nagelen met betrekking tot de oorlog tegen de terreurbeweging Hamas in januari 2009. Amnesty spreekt in haar rapport genaamd “Operation Cast Lead” 22 days of death and destruction” van oorlogsmisdaden, roekeloze aanvallen en buitensporig veel geweld tijdens deze oorlog. De titel zelf zegt het al.Het document richt zich voornamelijk op Israël. Ook Hamas werd beschuldigd, maar het rapport wijst niettemin Israël als hoofdschuldige aan. In het rapport spreekt Amnesty van 1400 doden waaronder 900 burgers. Deze gegevens zijn echter totaal niet in overeenstemming met de informatie die na gedegen onderzoek door Israël is vrijgegeven. Daaruit blijkt dat er in totaal gedurende de oorlog 1134 mensen zijn omgekomen waaronder 673 terroristen. Israël uitte meteen en volkomen terecht, scherpe kritiek op het rapport. Het stelt onder meer dat het rapport geen correct beeld geeft van de raketbeschietingen gedurende acht jaar. Ook is de aanwezigheid van terroristen uit Iran volledig buiten beschouwing gebleven. Het rapport gaat ook nergens in op de Israëlische onderzoeksresultaten. Het rapport zwijgt onder meer over het gebruik door Hamas van huizen van burgers, scholen, ziekenhuizen en moskeeën als munitiedepots, het verminken en vermoorden van Fatah aanhangers en het verplaatsen van troepen middels ambulances. Al dit soort bewijzen zijn door Amnesty genegeerd evenals het feit dat Hamas een terreurorganisatie is, wiens doel het is de Joodse staat te vernietigen. Amnesty International collaboreert al jaren openlijk met Israëls tegenstanders.
Links
de zomerkampen
en rechts Hamas terreurleider Ismail Haniyeh met een van zijn kleine helden.
In een op 23 februari 2009 vrijgegeven rapport drong Amnesty International ook al aan op een wereldwijde boycot van wapenverkoop aan Israël. Daarin stelt Amnesty dat meer dan 20 landen wapens en munitie aan Israël verkopen. Het gebruik van die wapens tijdens het offensief in Gaza heeft wellicht aan de basis gelegen van oorlogsmisdaden en ernstige overtredingen van het internationaal recht, aldus de organisatie. De Joods-Amerikaanse Anti-Defamation League reageerde verontwaardigd omdat zo’n boycot Israël het recht ontzegt zich te verdedigen. ,,In de oproep tot een wapenembargo tegen Israël doet Amnesty International niets minder dan het recht op zelfverdediging van Israël ontkennen terwijl dat een internationaal erkend recht is van elke soevereine natie," zei ADL-directeur Abraham H. Foxman in een verklaring. ,,De manier waarop Amnesty dit verderfelijke en vooringenomen rapport presenteerd en de toon van het verslag wijzen duidelijk op een agenda die Israël wil belasteren.” Foxman voegt er aan toe: ,,In het verslag is geen enkele vermelding te vinden van het inzetten door Hamas van burgers als schild, noch van de tactiek om bevolkingscentra, moskeeën, ziekenhuizen, scholen, en VN-faciliteiten te gebruiken voor militaire operaties.”Amnesty International beschuldigt Israël van diefstal water Palestijnen
Amnesty International heeft op 27 oktober 2009 een 112 bladzijden tellend rapport gepubliceerd waarin Israël ervan wordt beschuldigd ‘water van de Palestijnen te stelen’. Volgens Amnesty zou Israël ,,meer dan 80% van het water uit een grote ondergrondse bron op de Jordaanoever naar nederzettingen pompen en is dit de enige bron voor de Palestijnen in het gebied.” Israël zou genoeg andere bronnen bezitten. Verder wordt het volgens Amnesty ,,de Palestijnen onmogelijk gemaakt om nieuwe waterbronnen aan te boren, omdat Israël daarvoor vergunningen moet afgeven. De procedures daarvoor duren vaak erg lang en vergunningen worden vaak geweigerd.” De beschuldigingen van Amnesty worden echter op geen enkele manier met bewijzen aangetoond. Het zijn niet meer dan loze kreten en het is bovendien niet toevallig dat dit smeerstuk van Amnesty komt op een moment dat Israël aan alle kanten wordt aangevallen vanwege het optreden in januari 2009 tegen Hamas in Gaza. Het rapport is politiek geïnspireerd en heeft slechts ten doel Israël verder te demoniseren.
De waarheid is dat Israël volledig aan haar verplichtingen heeft voldaan, en het PLO-bewind schromelijk tekort is geschoten. Het rapport is niets anders dan de nieuwste episode in de campagne Israël als een ‘apartheidstaat’ neer te zetten. De Israëlische waterautoriteit wijst het rapport met verontwaardiging van de hand en zegt dat ,,de Palestijnen zelfs meer water ontvangen dan in de Oslo akkoorden is afgesproken.” Amnesty negeert niet alleen deze bewijzen maar negeert eveneens bewust het bewijs dat het juist de Palestijnen zijn die water stelen. De door Amnesty gekozen eenzijdige benadering is weer zonder enig onderzoek door de wereldpers overgenomen. Ook hebben de internationale nieuwsbrengers waaronder AP, AFP, Reuters, BBC, The Independent, Sky News de controleerbare Israëlische gegevens genegeerd. Wel hebben ze er bij vermeld dat Israël het rapport heeft veroordeeld, maar dat is dan ook alles. CNN verzuimde zelfs Israëls veroordeling te vermelden. Zie videoverslag van CNN medewerkster Paula Hancocks.
De
afspraken over de watervoorziening tussen Israël en het PLO- bewind, zijn te
vinden in Article
40 Uit dit artikel blijkt
overduidelijk dat Israël niet alleen aan al haar verplichtingen heeft voldaan,
maar de verplichte hoeveelheid water zelfs ruimschoots heeft overtroffen. De
PLO-Arabieren daarentegen blijken hun verplichtingen aanzienlijk te hebben geschonden,
in het bijzonder met betrekking tot belangrijke onderwerpen zoals de illegale
boringen, (zij hebben meer dan 250 waterputten geboord zonder toestemming van
de “Joint Water Commission”) .
Ook de afspraken over afhandeling van het afvalwater door middel van zuiveringsinstallaties is door het PLO-bewind volkomen genegeerd. Waar zijn de miljoenen dollars aan donaties gebleven die voor dit doel bestemd waren? Israël heeft het bewind aangeboden om hen te voorzien van ontzilt water, maar deze mogelijkheid is systematisch verworpen vanuit politieke motieven. Zoals gebruikelijk hebben de auteurs van Amnesty ervoor gekozen de controleerbare Israëlische gegevens aan de hand van documenten en verslagen, te negeren. Het rapport is volledig gebaseerd op beschuldigingen, een methode die door Amnesty al jaren wordt toegepast. Deze club is totaal niet geïnteresseerd in waarheidsvinding maar heeft slechts ten doel Israël als een kwaadaardig gezwel neer te zetten.
Prof.dr.Gerald Steinberg schreef: ‘het rapport van Amnesty manipuleert de kwestie van het water en gaat voorbij aan de complexiteit van de geschiedenis en de handhaving van de wetten om Israël andermaal ten onrechte neer te zetten als een wreedaardig regiem. In dit rapport wordt een pijnlijk simplistische taal gebruikt die enkel de schuld legt bij Israël, in een poging om de “Bende van Ramallah”volledig te ontslaan van de verantwoordelijkheid in de mede door hen ondertekende overeenkomsten in het kader van de Oslo-akkoorden. Dit rapport werd door Amnesty cynisch getimed om een nieuwe golf van boycotcampagnes tegen Israël te stimuleren. Het is een scherp voorbeeld van de permanente campagne van Amnesty’s openlijke vijandigheid tegen de staat Israël.’
Gerald Steinberg
In een op 6 juni 2012
gepubliceerd document “Starved
of Justice: Palestinians detained without trial by Israel” (Sterven voor
gerechtigheid: Palestijnen gevangen zonder vorm van proces) vestigt Amnesty de
aandacht op de hongerstaking van gevangenen in april
Deborah Hyams is zo fel anti-Israël dat zij tijdens de 2e intifada dienst heeft gedaan als “menselijk schild” in Beit Jala, een dorp nabij Bethlehem. Dit dorp werd als basis gebruikt voor het beschieten van Gilo, een buitenwijk van Jeruzalem door de Fatah-Tanziem terreurbeweging. Dit gebeurde bij voorkeur vanuit de woningen van de christenen die daarbij dikwijls met geweld uit hun huizen werden verdreven. Het is voorgekomen dat Gilo werd beschoten vanaf de christelijke begraafplaats in Beit Jala, vanaf het plein voor de Sint Nicolaaskerk en ook vanuit de kerk zelf. Dat gebeurde notabene, tijdens een gebedsdienst. Deborah Hyams verdedigde met haar actie het gespuis van de Tanziem dat zich naast de beschietingen van Gilo, schuldig maakte aan verkrachting, afpersing en executies van burgers in Beit Jala en Bethlehem. Zij noemde “bezetting geweld” en vond dat de consequentie hiervan moet resulteren in geweld”. In 2008, ondertekende Hyams een brief waarin zij Israël beschuldigde “een staat te zijn gebaseerd op terrorisme, massaslachtingen en het stelen van land van een ander volk.”
Hyams partner, Saleh Hijazi, een in Jeruzalem geboren Arabier en opgegroeid in Ramallah, heeft eveneens laten zien een groot gebrek aan objectiviteit te bezitten. In 2007 onderhield hij contacten met de Non Governement Organisation (NGO) “Another Voice” – een felle anti-Israël groep met in hun vaandel “Tegenstand! Boycot! Wij zijn Intifada!” Amnesty heeft al jaren een zeer twijfelachtige reputatie als het om Israël gaat. Israël houdt al jarenlang vol dat Amnesty International de Joodse Staat geen eerlijke kans geeft wegens persoonlijke vooroordelen en gepolitiseerde standpunten.
Het hoofd van de Finse tak van Amnesty International, Frank Johansson,
noemt Israël een ‘schoremstaat’.
Johansson, schreef op 25
augustus
Terug naar: Inhoud